Week 2 - Grondslag van Recht - Grotverkenners
Stromingen en antinomieën
1. rechtspositivisme - rechtszekerheid: recht als regels waarbij er geen ruimte is om
een rechtvaardigheidsgevoel te betrekken in de overweging.
a. Recht en moraal moeten van elkaar gescheiden zijn
b. Er is een duidelijke scheiding tussen
rechterlijke macht en politiek beleid
2. natuurrechten - rechtvaardigheid: het idee dat voor
iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden
omdat ze door de 'natuur' zijn gegeven.
a. Natuurrechten zijn aangeboren en
onvervreemdbaar.
b. De rechter heeft de mogelijkheid om zijn eigen
rechtvaardigheidsgevoel te gebruiken.
c. gelijke gevallen, gelijk behandelen
3. rechtsrealisme - doelmatigheid: recht in het teken
van praktische belangen en maatschappelijke doelen
a. Het recht functioneert in dienst van de maatschappij en de opvattingen van
de maatschappij zijn essentieel.
b. De mogelijkheid van een wisselwerking tussen de politiek en het recht
Casus grotverkenners
Er zijn vijf grotverkenners vast te komen zitten en een dokter bevestigt dat ze het niet zullen
overleven als ze nog 10 dagen zonder eten komen te zitten. De groep kiest ervoor om
iemand op te offeren om te doden en op te eten, zodat de rest van de groep kan overleven.
Vier van de vijf verkenners zijn het eens met dit idee, op Whetmore na. Na willekeurig kiezen
van de ongelukkige is het Whetmore die opgeofferd, gedood en opgegeten wordt om zo de
rest van de groep te redden. Eenmaal gered, wordt de juridische vraag gesteld of de
grotverkenners schuldig zijn aan moord.
Rechter True Penny (opperrechter)
Volgt de andere rechters in het idee dat de grotverkenners schuldig waren aan moord, True
Penny volgt dit en dit was volgens hem ook de enige manier binnen het geldende recht.
Toch wil hij wel een strafvermindering, omdat dit binnen het geldende recht de enige route
was. In het wetsartikel van moord is namelijk geen ruimte gelaten voor uitzonderingen die
van toepassing zijn op deze zaak. Het is daarom noodzakelijk om dit verzoek te doen.
Kortom, hij bevindtze schuldig aan moord maar wil wel een strafvermindering
Rechter Foster (natuurrechten)
Volgt niet de beslissing van True Penny en vindt zijn oplossing belachelijk. Foster gelooft
niet dat het recht dwingt om de grotverkenners als moordenaars aan te merken. Dit
onderbouwt hij door twee argumenten:
1. In een uitzonderlijke situatie zoals deze vervalt het geschreven recht weg, en zal het
natuurrecht van toepassing moeten zijn. De mannen in de grot bevonden zich
namelijk ‘buiten’ de staat van beschaving maar in een natuurtoestand waar de
geschreven rechten niet meer gelden wegens zowel geografische als morele
Stromingen en antinomieën
1. rechtspositivisme - rechtszekerheid: recht als regels waarbij er geen ruimte is om
een rechtvaardigheidsgevoel te betrekken in de overweging.
a. Recht en moraal moeten van elkaar gescheiden zijn
b. Er is een duidelijke scheiding tussen
rechterlijke macht en politiek beleid
2. natuurrechten - rechtvaardigheid: het idee dat voor
iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden
omdat ze door de 'natuur' zijn gegeven.
a. Natuurrechten zijn aangeboren en
onvervreemdbaar.
b. De rechter heeft de mogelijkheid om zijn eigen
rechtvaardigheidsgevoel te gebruiken.
c. gelijke gevallen, gelijk behandelen
3. rechtsrealisme - doelmatigheid: recht in het teken
van praktische belangen en maatschappelijke doelen
a. Het recht functioneert in dienst van de maatschappij en de opvattingen van
de maatschappij zijn essentieel.
b. De mogelijkheid van een wisselwerking tussen de politiek en het recht
Casus grotverkenners
Er zijn vijf grotverkenners vast te komen zitten en een dokter bevestigt dat ze het niet zullen
overleven als ze nog 10 dagen zonder eten komen te zitten. De groep kiest ervoor om
iemand op te offeren om te doden en op te eten, zodat de rest van de groep kan overleven.
Vier van de vijf verkenners zijn het eens met dit idee, op Whetmore na. Na willekeurig kiezen
van de ongelukkige is het Whetmore die opgeofferd, gedood en opgegeten wordt om zo de
rest van de groep te redden. Eenmaal gered, wordt de juridische vraag gesteld of de
grotverkenners schuldig zijn aan moord.
Rechter True Penny (opperrechter)
Volgt de andere rechters in het idee dat de grotverkenners schuldig waren aan moord, True
Penny volgt dit en dit was volgens hem ook de enige manier binnen het geldende recht.
Toch wil hij wel een strafvermindering, omdat dit binnen het geldende recht de enige route
was. In het wetsartikel van moord is namelijk geen ruimte gelaten voor uitzonderingen die
van toepassing zijn op deze zaak. Het is daarom noodzakelijk om dit verzoek te doen.
Kortom, hij bevindtze schuldig aan moord maar wil wel een strafvermindering
Rechter Foster (natuurrechten)
Volgt niet de beslissing van True Penny en vindt zijn oplossing belachelijk. Foster gelooft
niet dat het recht dwingt om de grotverkenners als moordenaars aan te merken. Dit
onderbouwt hij door twee argumenten:
1. In een uitzonderlijke situatie zoals deze vervalt het geschreven recht weg, en zal het
natuurrecht van toepassing moeten zijn. De mannen in de grot bevonden zich
namelijk ‘buiten’ de staat van beschaving maar in een natuurtoestand waar de
geschreven rechten niet meer gelden wegens zowel geografische als morele