Week 1 - Hoorcollege IBSR
Publiek recht: geheel van rechtsregels met betrekking tot overheid-burgers/bedrijven.
- Het publieke belang is leidend, welke de overheid altijd zal moeten nastreven.
- De overheid treedt eenzijdig op tegenover de burger.
Privaatrecht: juridische gelijkheid en gelijkwaardigheid van partijen
Staatsrecht functies:
- continueren: instelling van overheidsambten, stelt overheidsorganen in
- attribueren: kent aan overheidsambten bevoegdheden toe,
- reguleren: stelt voorwaarden en grenzen aan de uitoefening van de bevoegdheden,
regels
- legitimeren: grenzen stellen aan het overheidsoptreden om de burger beschermen
input legitimiteit: burgers kiezen parlement
throughput legitimiteit: controle van de overheid
output legitimiteit: ervoor zorgen dat het optreden van de overheid beperkt wordt
Formeel Recht: regels om materiaal recht te handhaven (bv. gerechtelijke vaststelling van
het ouderschap om daarmee het materiaal recht wat hierboven staat te handhaven)
Materiaal Recht: regels met betrekking tot rechten, plichten en bevoegdheden (bv. de plicht
van ouders om hun minderjarig kind op te voeden en te verzorgen)
Soorten overheidsbesluiten:
- algemeen verbindend voorschrift (Avv): besluiten die voor een onbepaaldheid van
gevallen toegepast kunnen worden (wetten in materiële zin)
- beschikkingen: besluiten die in 1 bepaald geval een rechtsgevolg tot stand brengen
- beleidsregels: besluiten die aangeven op welke wijze een orgaan zijn beleid moet
voeren
- plannen
Belangrijkste wetten:
grondwet, Europees verdrag rechten van de mens, awb
Vijf beginselen van de Nederlandse democratische rechtsstaat
1. legaliteitsbeginsel
a. overheidsoptreden moet gebaseerd zijn op wettelijke grondslag (art. 81 gw)
b. overheidsoptreden moet binnen de grenzen van het recht zijn
2. trias politica: machten controleren elkaar om misbruik te voorkomen
a. wetgevende macht: regering en staten-generaal (eerste en tweede kamer)
b. uitvoerende macht: regering (koning en ministers)
c. rechtsprekende macht: rechtbanken, gerechtshoven, Hoge raad en overige
rechtsprekende organen
3. grondrechten, fundamentele rechten en vrijheden die de overheid moet waarborgen
a. sociale grondrechten: gelijke kansen voor burgers als doel
4. onafhankelijkheid rechterlijke orde, Locke: niemand rechter in eigen zaak
Publiek recht: geheel van rechtsregels met betrekking tot overheid-burgers/bedrijven.
- Het publieke belang is leidend, welke de overheid altijd zal moeten nastreven.
- De overheid treedt eenzijdig op tegenover de burger.
Privaatrecht: juridische gelijkheid en gelijkwaardigheid van partijen
Staatsrecht functies:
- continueren: instelling van overheidsambten, stelt overheidsorganen in
- attribueren: kent aan overheidsambten bevoegdheden toe,
- reguleren: stelt voorwaarden en grenzen aan de uitoefening van de bevoegdheden,
regels
- legitimeren: grenzen stellen aan het overheidsoptreden om de burger beschermen
input legitimiteit: burgers kiezen parlement
throughput legitimiteit: controle van de overheid
output legitimiteit: ervoor zorgen dat het optreden van de overheid beperkt wordt
Formeel Recht: regels om materiaal recht te handhaven (bv. gerechtelijke vaststelling van
het ouderschap om daarmee het materiaal recht wat hierboven staat te handhaven)
Materiaal Recht: regels met betrekking tot rechten, plichten en bevoegdheden (bv. de plicht
van ouders om hun minderjarig kind op te voeden en te verzorgen)
Soorten overheidsbesluiten:
- algemeen verbindend voorschrift (Avv): besluiten die voor een onbepaaldheid van
gevallen toegepast kunnen worden (wetten in materiële zin)
- beschikkingen: besluiten die in 1 bepaald geval een rechtsgevolg tot stand brengen
- beleidsregels: besluiten die aangeven op welke wijze een orgaan zijn beleid moet
voeren
- plannen
Belangrijkste wetten:
grondwet, Europees verdrag rechten van de mens, awb
Vijf beginselen van de Nederlandse democratische rechtsstaat
1. legaliteitsbeginsel
a. overheidsoptreden moet gebaseerd zijn op wettelijke grondslag (art. 81 gw)
b. overheidsoptreden moet binnen de grenzen van het recht zijn
2. trias politica: machten controleren elkaar om misbruik te voorkomen
a. wetgevende macht: regering en staten-generaal (eerste en tweede kamer)
b. uitvoerende macht: regering (koning en ministers)
c. rechtsprekende macht: rechtbanken, gerechtshoven, Hoge raad en overige
rechtsprekende organen
3. grondrechten, fundamentele rechten en vrijheden die de overheid moet waarborgen
a. sociale grondrechten: gelijke kansen voor burgers als doel
4. onafhankelijkheid rechterlijke orde, Locke: niemand rechter in eigen zaak