Week 2 - Hoorcollege IBSR - Machtsverdeling en democratie: parlementair stelsel
Parlementair regeringsstelsel
de regering heeft het vertrouwen nodig van het parlement, als dit niet het geval is kan het
parlement de regering afzeggen van haar macht via een motie van wantrouw en dan wordt
er vervolgens een nieuwe regering gevormd
voor en door de burger
De vertrouwensregel: een minister, staatssecretaris of het gehele kabinet moet aftreden,
indien de Kamer geen vertrouwen meer heeft in deze bewindspersoon/bewindspersonen.
Deze regel is wettelijk op centraal niveau niet vastgelegd, voor decentrale lichamen wel.
Bij geen vertrouwen zijn er twee opties:
1. de regering ontbindt het parlement en er volgen nieuwe verkiezingen
2. de regering stapt op
Parlement/staten-generaal: Eerste- en Tweede Kamer, verkozen en vertegenwoordigen het
land Art. 50 Gw juncto Art. 51 lid 1 Gw
1. De Tweede Kamer heeft het recht amendement, hierbij mag de tk wetsvoorstellen
aanpassen Art. 84 Gw
2. De Tweede Kamer heeft het recht van initiatief, het recht om een wetsvoorstel te
doen Art. 82 lid 1 Gw
3. De Eerste Kamer heeft het recht om een wetsvoorstel te verwerpen of aan te nemen.
Art 85 Gw
De regering: Koning en Ministers, niet verkozen en regeert het land Art. 42 lid 1 Gw
1. Het recht om wetsvoorstellen in te dienen bij de Tweede kamer Art. 82 lid 1 Gw
2. De bevoegdheid tot het sluiten van verdragen Art. 90 Gw
3. De bevoegdheid om algemene maatregelen van bestuur uit te vaardigen Art. 89 Gw
4. Het opstellen en wijzigen van de staatsbegroting
De Ministeriële verantwoordelijkheid:
Ministers zijn verantwoordelijk voor het regeringsbeleid en hebben verantwoordelijkheid aan
het parlement. Art. 42 lid 2 Gw
1. Civielrechtelijke verantwoordelijkheid: Als een bestuursorgaan onrechtmatig
handelt tegenover een burger, kan deze burger een vordering instellen tegen de
staat.
2. Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid: Het initiatief van strafrechtelijke
vervolging van een minister ligt bij de regering en de Tweede Kamer Art. 119 Gw
3. Politieke ministeriële verantwoordelijkheid: Het belangrijkste punt →
verantwoordelijkheid over:
a. zijn eigen doen en laten als lid van de regering, ministerraad en raad van
minister van de EU
b. het gebruiken of niet-gebruiken van zijn bevoegdheden
c. het toezicht houden op besluiten van lagere publiekrechtelijke lichamen, de
uitvoering Art. 90 Gw, de besteding van begrotingsgelden
d. ondergeschikte ambtenaren Art 44 lid 1 Gw
e. voor het handelen van het onschendbare staatshoofd Art 42 lid 2 Gw
, f. verantwoordelijkheden van vorige ministers
Belangrijkste plichten voor ministers staan in Art 68 Gw jucnto Art 69 Gw
De ministers vormen de ministerraad, ook ministers zonder portefeuille behoren hier tot. Art.
45 lid 1, de minister-president is de voorzitter Art. 45 lid 2.
Soorten ministers
- De ‘gewone’ ministers, bv minister van defensie
- De minister zonder portefeuille, zijn niet in leiding van een ministerie
- De gevolmachtigde minister en Gemachtigde minister van de regering van Aruba,
Curaçao of Sint-Maarten.
- De minister van staat. Slechts een eretitel, hier zijn geen staatsrechtelijke
bevoegdheden aan verbonden.
a. staatssecretaris: zelfstandige positie en vervangt zijn minister bij afwezigheid
en heeft daarbij dezelfde ministeriële bevoegdheden toegekend. Bijvoorbeeld
contraseign bevoegdheid Art. 47 Gw
Checks and balances: Machten scheiding om ervoor te zorgen dat niemand te machtig
wordt.
- machtenscheiding
- horizontale machtsverdeling: organen die niet in ondergeschikt verband met elkaar
staan die elkaar nodig hebben voor het uitoefenen van bepaalde bevoegdheden.
- verticale machtsverdeling: verdelen van bevoegdheden tussen enerzijds hogere en
anderzijds lagere overheden. Bijvoorbeeld hogere overheid naar
provinciale/gemeentelijke/lagere overheid.
De Grondwet (VII. 2 Gw) waarborgt de democratische rechtsstaat
Toetsingsverbod (Art. 120 Gw): Formele wetten mogen in strijd zijn met de grondwet, dit
valt onder het toetsingsverbod waarbij je formele wetten niet mag toetsen aan de grondwet.
Dit komt door het vertrouwen in de staten-generaal. Dit staat in tegenstelling met
constitutionele toetsing, hierbij mogen wetten de grondwet niet schenden.
Staatscommissie rechtsstaat: corrigeert de rechtsstaat en doet onderzoek
Legitimatie: Feitelijke kwestie of de burgers het gezag van de overheid accepteren
Horizontale machtsverdeling
Functies staatsrecht
1. Constituerende functie: Instellen van overheidsorganen of ambten
2. Attribuerende functie: Bevoegdheden toekennen aan een ambt of overheidsorgaan
3. Regulerende functie: Beperken en reguleren van specifieke bevoegdheden.
Kabinetsformatie
1. De verkenner: hij peilt bij fractievoorzitters hoe zij de formatie voor zich zien, hij
onderzoekt de mogelijkheden,
2. De informateur: onderzoeker voor mogelijkheden voor een meerderheidskabinet.
Hierbij meer gericht onderzoek naar een coalitie.
Parlementair regeringsstelsel
de regering heeft het vertrouwen nodig van het parlement, als dit niet het geval is kan het
parlement de regering afzeggen van haar macht via een motie van wantrouw en dan wordt
er vervolgens een nieuwe regering gevormd
voor en door de burger
De vertrouwensregel: een minister, staatssecretaris of het gehele kabinet moet aftreden,
indien de Kamer geen vertrouwen meer heeft in deze bewindspersoon/bewindspersonen.
Deze regel is wettelijk op centraal niveau niet vastgelegd, voor decentrale lichamen wel.
Bij geen vertrouwen zijn er twee opties:
1. de regering ontbindt het parlement en er volgen nieuwe verkiezingen
2. de regering stapt op
Parlement/staten-generaal: Eerste- en Tweede Kamer, verkozen en vertegenwoordigen het
land Art. 50 Gw juncto Art. 51 lid 1 Gw
1. De Tweede Kamer heeft het recht amendement, hierbij mag de tk wetsvoorstellen
aanpassen Art. 84 Gw
2. De Tweede Kamer heeft het recht van initiatief, het recht om een wetsvoorstel te
doen Art. 82 lid 1 Gw
3. De Eerste Kamer heeft het recht om een wetsvoorstel te verwerpen of aan te nemen.
Art 85 Gw
De regering: Koning en Ministers, niet verkozen en regeert het land Art. 42 lid 1 Gw
1. Het recht om wetsvoorstellen in te dienen bij de Tweede kamer Art. 82 lid 1 Gw
2. De bevoegdheid tot het sluiten van verdragen Art. 90 Gw
3. De bevoegdheid om algemene maatregelen van bestuur uit te vaardigen Art. 89 Gw
4. Het opstellen en wijzigen van de staatsbegroting
De Ministeriële verantwoordelijkheid:
Ministers zijn verantwoordelijk voor het regeringsbeleid en hebben verantwoordelijkheid aan
het parlement. Art. 42 lid 2 Gw
1. Civielrechtelijke verantwoordelijkheid: Als een bestuursorgaan onrechtmatig
handelt tegenover een burger, kan deze burger een vordering instellen tegen de
staat.
2. Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid: Het initiatief van strafrechtelijke
vervolging van een minister ligt bij de regering en de Tweede Kamer Art. 119 Gw
3. Politieke ministeriële verantwoordelijkheid: Het belangrijkste punt →
verantwoordelijkheid over:
a. zijn eigen doen en laten als lid van de regering, ministerraad en raad van
minister van de EU
b. het gebruiken of niet-gebruiken van zijn bevoegdheden
c. het toezicht houden op besluiten van lagere publiekrechtelijke lichamen, de
uitvoering Art. 90 Gw, de besteding van begrotingsgelden
d. ondergeschikte ambtenaren Art 44 lid 1 Gw
e. voor het handelen van het onschendbare staatshoofd Art 42 lid 2 Gw
, f. verantwoordelijkheden van vorige ministers
Belangrijkste plichten voor ministers staan in Art 68 Gw jucnto Art 69 Gw
De ministers vormen de ministerraad, ook ministers zonder portefeuille behoren hier tot. Art.
45 lid 1, de minister-president is de voorzitter Art. 45 lid 2.
Soorten ministers
- De ‘gewone’ ministers, bv minister van defensie
- De minister zonder portefeuille, zijn niet in leiding van een ministerie
- De gevolmachtigde minister en Gemachtigde minister van de regering van Aruba,
Curaçao of Sint-Maarten.
- De minister van staat. Slechts een eretitel, hier zijn geen staatsrechtelijke
bevoegdheden aan verbonden.
a. staatssecretaris: zelfstandige positie en vervangt zijn minister bij afwezigheid
en heeft daarbij dezelfde ministeriële bevoegdheden toegekend. Bijvoorbeeld
contraseign bevoegdheid Art. 47 Gw
Checks and balances: Machten scheiding om ervoor te zorgen dat niemand te machtig
wordt.
- machtenscheiding
- horizontale machtsverdeling: organen die niet in ondergeschikt verband met elkaar
staan die elkaar nodig hebben voor het uitoefenen van bepaalde bevoegdheden.
- verticale machtsverdeling: verdelen van bevoegdheden tussen enerzijds hogere en
anderzijds lagere overheden. Bijvoorbeeld hogere overheid naar
provinciale/gemeentelijke/lagere overheid.
De Grondwet (VII. 2 Gw) waarborgt de democratische rechtsstaat
Toetsingsverbod (Art. 120 Gw): Formele wetten mogen in strijd zijn met de grondwet, dit
valt onder het toetsingsverbod waarbij je formele wetten niet mag toetsen aan de grondwet.
Dit komt door het vertrouwen in de staten-generaal. Dit staat in tegenstelling met
constitutionele toetsing, hierbij mogen wetten de grondwet niet schenden.
Staatscommissie rechtsstaat: corrigeert de rechtsstaat en doet onderzoek
Legitimatie: Feitelijke kwestie of de burgers het gezag van de overheid accepteren
Horizontale machtsverdeling
Functies staatsrecht
1. Constituerende functie: Instellen van overheidsorganen of ambten
2. Attribuerende functie: Bevoegdheden toekennen aan een ambt of overheidsorgaan
3. Regulerende functie: Beperken en reguleren van specifieke bevoegdheden.
Kabinetsformatie
1. De verkenner: hij peilt bij fractievoorzitters hoe zij de formatie voor zich zien, hij
onderzoekt de mogelijkheden,
2. De informateur: onderzoeker voor mogelijkheden voor een meerderheidskabinet.
Hierbij meer gericht onderzoek naar een coalitie.