Week 0
Weblecture A: Bronfenbrenner
Het bio-ecologische model van Bronfenbrenner:
Manier om te kijken naar hoe verschillende factoren de ontwikkeling van een mens
beïnvloeden, op verschillende niveaus.
Systeemlagen van het model (van binnen naar buiten):
1. Biosysteem
De intra persoonlijke factoren. Bijvoorbeeld: intelligente, temperament, leeftijd, aanleg om dik te
worden.
2. Microsysteem
Er zijn altijd meerdere microsystemen.
De relaties van het kind met mensen uit zijn directe omgeving
Hier vind de directe beïnvloeding plaats.
Bijvoorbeeld: het kind in zijn gezin, het kind met opa en oma, het kind op school of met
vriendjes.
3. Mesosysteem
Relatie tussen verschillende microsystemen.
Bijvoorbeeld:
4. Exosysteem
Maatschappelijke systemen die via de microsystemen het kind (indirect) beïnvloeden.
Het kind is zelf geen onderdeel van dit systeem.
Bijvoorbeeld:
5. Macrosysteem
Waarden, normen, wetten en regels.
Een systeemlaag zonder mensen
Bijvoorbeeld religieuze systemen, politiek
6. Chronosysteem
Slaat zowel op het kind zelf: hij wordt ouder…
… als op de veranderingen in een maatschappij tijdens een bepaalde tijdsperiode.
Voorbeeld:
1. Intra persoonlijke factoren: Kind heeft gedragsproblemen, pittig temperament,
overschreeuwd zijn onzekerheid.
2. Microsysteem: Pedagoog gaat in gesprek met ouders. Vader heeft baan verloren.
3. Mesosysteem: School en ouders hebben goede samenwerking.
4. Exosysteem: Ouders onderdeel van geloofsgemeenschap. Vader haalt daar extra steun uit.
5. Macrosysteem: Ouders gaan periode naar de voedselbank.
6. Chronosysteem: Vader kan vanwege nieuwe coronamaatregelen moeilijk aan een nieuwe
baan komen. Dit heeft indirect invloed op het kind.
Weblecture B: Opvoedstijlen
, Opvoedstijlen: globale manieren waarop ouders de opvoeding van hun kinderen vormgeven.
Twee dimensies:
Veeleisend en controle; dat geeft de mate aan waar ouders hun kinderen grenzen aangeven.
Eisen stellen aan wat kinderen doen of juist niet doen.
Acceptatie en responsiviteit; dat geeft de mate aan waarin ouders emotioneel betrokken zijn,
waarin ze liefdevol en aandacht geven en aanwezig zijn, reageren op wat het kind vraagt.
Ouders kunnen op beide dimensies hoog en laag scoren.
Vier opvoedstijlen:
Autoritatief: consequent; duidelijke en consistente grenzen.
Gevolgen: onafhankelijkheid, vriendelijk, veerkrachtig en in staat om emoties en gedrag te
reguleren.
Beste uitkomst; grenzen en ruimte voor emoties.
Mediagebruik: wel grenzen, maar ook mee kijken en overleg over wat wel en niet kan à
‘proactieve monitoring’
Autoritair: streng, bestraffend, rigide en koud.
Gevolgen: teruggetrokken, sociale problemen, afhankelijkheid of vijandige relatie met
ouders.
Veel regels en restricties, maar weinig aandacht voor achterliggende patronen en emoties
waarom kinderen eten à risico op overgewicht vergroot
Permissief: vage en inconsistente feedback.
Gevolgen: afhankelijkheid, sociale problemen, moeite met zelfcontrole.
Moeilijk om regels en grenzen te stellen à risico op overgewicht vergroot.
weinig grenzen, verhoogd risico op problematisch mediagebruik
Onverschillig: onverschillig en afwijzend gedrag.
Gevolgen: emotionele en gedragsproblemen, afstandelijkheid, fysieke en cognitieve
problemen.
Week 1
Weblecture 2: Ouderschap en opvoeding
Wat is ouderschap?
Het besef verantwoordelijk te zijn over het kind (Van der Pas, 2022).
Alles wat te maken heeft met het zijn van een ouder: partnerschap, sociale contacten,
levensvaardigheden, financiële situatie, balans werk-gezin (NJI).
Ouderschap gaat samen met:
Onvoorwaardelijk-zijn
Loyaliteit; ouders passen hun leven zo veel mogelijk aanpassen aan het kind en dat ouders zo
veel mogelijk ‘ja’ zullen zeggen op de aspecten van ouderschap.
Subjectiviteit; ouderschap is voor niemand hetzelfde. Elke ouder definieert het ouder zijn op
hun eigen manier.