Aantekeningen Sportpsychologie
Cato Vijverberg
Hoorcollege 1 – Inleiding Sportpsychologie
Sport roept allerlei vragen op binnen de sportpsychologie worden deze
vragen op systematische wijze gezocht naar antwoorden
Sportpsychologie = studie van gedrag in sportsituaties, hierbij wordt niet
alleen naar de sporter gekeken maar ook naar teams, coaches,
scheidsrechters, ouders, supporters etc.
Wat zijn kenmerken van sport?
- Lichamelijke inspanning
- Vrijwillig hindernissen en obstakels proberen te overkomen
- Vrijwillig afzien, pijn lijden
- Veel inspanning, weinig materiele beloning
- Voor veel toeschouwers
- Situatie die tot emoties leiden
- Competitie/concurrentie
Beschrijven verklaren voorspellen beheersen/beïnvloeden
Kern van sportpsychologie:
- Biologische basis van gedrag
Neurofysiologische processen en hormoonhuishouding
- Cognitief-affectieve basis
Mentale, emotionele, cognitieve processen, denkprocessen
- Sociale basis van gedrag
Sociale context, culturele en etnische achtergrond, man/vrouw
rollenpatroon
- Individuele verschillen
Persoonlijksheidsverschillen mensen gaan allemaal anders om
met emoties, spanning, druk, tegenslag etc.
Fysieke activiteit gebruik van skeletspieren en energie
Exercise gestructureerde fysieke activiteit (vaak als doel gezondheid)
Sport gereglementeerde en gestructureerde fysieke activiteit
Hoorcollege 2 – Motivatie in de sport
,Wat is een motief een beweegreden om iets te doen
Prestatiemotief en gezondheidsmotief, deze zouden kunnen veranderen
met de leeftijd, wanneer je gaat studeren ga je bijvoorbeeld op minder
hoog niveau sporten dit kan door verschillende redenen (blessures,
andere prioriteiten, minder tijd etc.)
Motieven verschillen heel erg per persoon de ene richt meer op
gezondheid, de ander meer op competitie
Motieven zijn niet altijd in gedrag te zien maar wel altijd aanwezig
Wat is motivatie richting, intensiteit en volharding van inspanning bij
het nastreven van doelen het is afhankelijk van een bepaald moment,
‘verantwoordelijk voor uitvoering van activiteiten op een bepaald moment’
Motieven zijn een interne factor die motivatie beïnvloeden.
Hoe komen mensen van een prikkel uit de omgeven tot gedrag?
Prikkel, motief wil je het? heb je de vaardigheden mogelijkheden
past het bij je gewoonten? gedrag
Waarom soorten mensen volgens Wann:
,Mensen hebben behoefte om iets te doen waar je goed in bent dit wordt
mede bepaald door genetische factoren
Socialisatie waar je bent opgegroeid en met wie je omgaat beïnvloeden
je “keuze” in welke sporten je uitvoert grootste voorspellers: de ouders
Bekenden sporters hebben veel invloed als rolmodellen wat mensen willen
nastreven
Belangrijkste motieven om te sporten:
1. Intrinsieke waarden vind je het leuk
2. Ervaren van competentie jezelf willen verbeteren en van andere
mensen willen winnen
3. Gezondheidsmotief blessures voorkomen, fitter worden etc.
4. Sociale contacten
Sportcommitment is van belang om te blijven sporten “wil en
vastberadenheid om door te gaan met sport”
Belangrijkste factoren sportcommitment:
1. Plezier
2. Heb je al veel tijd geïnvesteerd blijf je vaak doorgaan
3. Sociale steun veel sociale steun, dan ga je door
4. Opbrengsten
5. Sociale druk Van bijvoorbeeld ouders of vrienden die hetzelfde
doen
6. – Andere prioriteiten liever gamen bijvoorbeeld
Sportcommitment binnen de topsport:
, 1. Investering hier grotere factor want meer geïnvesteerd in
bijvoorbeeld coaching en extra’s
2. Plichtgevoel wanneer je ver bent gekomen, voelt het alsof je niet
kán stoppen
3. Affectief commitment (willen) emotionele hechting
“Practice makes (almost) perfect”
Self-Determination Theory (SDT)
Er zijn 3 fundamentele psychologische behoefte:
1. Competentie (kundigheid)
2. Relatie (verbondenheid)
3. Autonomie (zelf-initiatief)
Vanuit deze drie behoeften ontwikkel je motieven en motivatie, de
verdeling van de invloed van deze factoren verschilt per persoon de ene
vind competentie belangrijker dan de ander
Intrinsieke motivatie Extrinsieke motivatie
Innerlijke bevrediging -
Van binnenuit Van buitenaf
Waarde in gedrag zelf Gedrag is middel voor iets anders
External
regulation niet goed je best doen voor en tentamen, dan haal je een
onvoldoende
Introjected regulation je krijgt financiële ondersteuning van ouders voor
studie dus je wil je studie halen
Identified regulation je bent student je wil je best doen omdat je het
interessant vindt
Intergrated regulation je studeert hard omdat je het belangrijk vindt
jezelf te ontwikkelen
Cato Vijverberg
Hoorcollege 1 – Inleiding Sportpsychologie
Sport roept allerlei vragen op binnen de sportpsychologie worden deze
vragen op systematische wijze gezocht naar antwoorden
Sportpsychologie = studie van gedrag in sportsituaties, hierbij wordt niet
alleen naar de sporter gekeken maar ook naar teams, coaches,
scheidsrechters, ouders, supporters etc.
Wat zijn kenmerken van sport?
- Lichamelijke inspanning
- Vrijwillig hindernissen en obstakels proberen te overkomen
- Vrijwillig afzien, pijn lijden
- Veel inspanning, weinig materiele beloning
- Voor veel toeschouwers
- Situatie die tot emoties leiden
- Competitie/concurrentie
Beschrijven verklaren voorspellen beheersen/beïnvloeden
Kern van sportpsychologie:
- Biologische basis van gedrag
Neurofysiologische processen en hormoonhuishouding
- Cognitief-affectieve basis
Mentale, emotionele, cognitieve processen, denkprocessen
- Sociale basis van gedrag
Sociale context, culturele en etnische achtergrond, man/vrouw
rollenpatroon
- Individuele verschillen
Persoonlijksheidsverschillen mensen gaan allemaal anders om
met emoties, spanning, druk, tegenslag etc.
Fysieke activiteit gebruik van skeletspieren en energie
Exercise gestructureerde fysieke activiteit (vaak als doel gezondheid)
Sport gereglementeerde en gestructureerde fysieke activiteit
Hoorcollege 2 – Motivatie in de sport
,Wat is een motief een beweegreden om iets te doen
Prestatiemotief en gezondheidsmotief, deze zouden kunnen veranderen
met de leeftijd, wanneer je gaat studeren ga je bijvoorbeeld op minder
hoog niveau sporten dit kan door verschillende redenen (blessures,
andere prioriteiten, minder tijd etc.)
Motieven verschillen heel erg per persoon de ene richt meer op
gezondheid, de ander meer op competitie
Motieven zijn niet altijd in gedrag te zien maar wel altijd aanwezig
Wat is motivatie richting, intensiteit en volharding van inspanning bij
het nastreven van doelen het is afhankelijk van een bepaald moment,
‘verantwoordelijk voor uitvoering van activiteiten op een bepaald moment’
Motieven zijn een interne factor die motivatie beïnvloeden.
Hoe komen mensen van een prikkel uit de omgeven tot gedrag?
Prikkel, motief wil je het? heb je de vaardigheden mogelijkheden
past het bij je gewoonten? gedrag
Waarom soorten mensen volgens Wann:
,Mensen hebben behoefte om iets te doen waar je goed in bent dit wordt
mede bepaald door genetische factoren
Socialisatie waar je bent opgegroeid en met wie je omgaat beïnvloeden
je “keuze” in welke sporten je uitvoert grootste voorspellers: de ouders
Bekenden sporters hebben veel invloed als rolmodellen wat mensen willen
nastreven
Belangrijkste motieven om te sporten:
1. Intrinsieke waarden vind je het leuk
2. Ervaren van competentie jezelf willen verbeteren en van andere
mensen willen winnen
3. Gezondheidsmotief blessures voorkomen, fitter worden etc.
4. Sociale contacten
Sportcommitment is van belang om te blijven sporten “wil en
vastberadenheid om door te gaan met sport”
Belangrijkste factoren sportcommitment:
1. Plezier
2. Heb je al veel tijd geïnvesteerd blijf je vaak doorgaan
3. Sociale steun veel sociale steun, dan ga je door
4. Opbrengsten
5. Sociale druk Van bijvoorbeeld ouders of vrienden die hetzelfde
doen
6. – Andere prioriteiten liever gamen bijvoorbeeld
Sportcommitment binnen de topsport:
, 1. Investering hier grotere factor want meer geïnvesteerd in
bijvoorbeeld coaching en extra’s
2. Plichtgevoel wanneer je ver bent gekomen, voelt het alsof je niet
kán stoppen
3. Affectief commitment (willen) emotionele hechting
“Practice makes (almost) perfect”
Self-Determination Theory (SDT)
Er zijn 3 fundamentele psychologische behoefte:
1. Competentie (kundigheid)
2. Relatie (verbondenheid)
3. Autonomie (zelf-initiatief)
Vanuit deze drie behoeften ontwikkel je motieven en motivatie, de
verdeling van de invloed van deze factoren verschilt per persoon de ene
vind competentie belangrijker dan de ander
Intrinsieke motivatie Extrinsieke motivatie
Innerlijke bevrediging -
Van binnenuit Van buitenaf
Waarde in gedrag zelf Gedrag is middel voor iets anders
External
regulation niet goed je best doen voor en tentamen, dan haal je een
onvoldoende
Introjected regulation je krijgt financiële ondersteuning van ouders voor
studie dus je wil je studie halen
Identified regulation je bent student je wil je best doen omdat je het
interessant vindt
Intergrated regulation je studeert hard omdat je het belangrijk vindt
jezelf te ontwikkelen