Cognitieve communicatiestoornissen samenvatting
Wat is het?
Communicatieve problemen ten gevolge van cognitieve stoornissen door een
neurologische aandoening waardoor het brein minder functioneert en waarbij
afasie uitgesloten is.
Communicatie kan verbaal of non-verbaal zijn, waarbij luisteren, spreken,
gebaren, lezen en schrijven in alle domeinen van de taal worden inbegrepen
Hoe?
- Cerebro Vasculair Accident (CVA): acuut optredende stoornis in de
bloedtoevoer naar de hersenen als gevolg van
Trombose: dicht slippen van de aderen, dit geklonterd kan ook een
embolie worden
Embolie: een klonter die los is geraakt en verderop vast komt te
zitten
Hersenbloeding (meer mensen herstellen van een hersenbloeding
maar er gaan tegelijkertijd ook meer mensen aan dood)
o Intracerebraal: in hersenweefsel
o Subarachnoïdaal: tussen het hersenweefsel en het
achnoïdaal
o Subduraal: tussen het achnoïdaal en duraal
- Tumor: beknelling in hersendeel waardoor de functie uitvalt in dat
hersengebied
- Infectie: encephalitis
- Trauma
- (niet-) degeneratieve neurologische ziektebeelden (MS, dementie)
neuromusculaire ziektebeelden (dystrofie)
Oorzaken?
- Hoge bloeddruk
- Hartproblemen
- Veroudering van de aders
- Hoge cholesterol
Waar zit een cognitieve communicatiestoornis?
- Vaak een diffuus of focaal letsel (LH, RH of subcorticaal)
- Kijk vooral naar wat de patiënt laat zien!
De rechterhemisfeer
- Volwaardige samenwerkingspartner van de taaldominantie linkerhemisfeer
- Hemisferen werken parallel en complementair
- Spatieel, oriëntatie en exploratie van nieuwe informatie
- Fantasie, emoties en muzikaliteit
- Automatisme en onbewust
- Non-verbale informatie, intonatie en mimiek
, Symptomen bij CCS?
Taalreceptie
- Problemen met figuurlijk of metaforisch taalgebruik
Indirecte vragen, impliciete taal
Ironie, sarcasme
humor
- Problemen met receptieve macrostructuur
Centrale thema
Conclusie trekken
Moraal van een verhaal
Impliciete verbanden
Taalproductie
- Expressie macrostructuur
Kort en bondig verwoorden
Verhaalopbouw
Topic-handhaving
Onderscheiden hoofd- en bijzaken
Concluderen
- Lexico-semantiek
Woordvinding
Taalgebruik
- Problemen met interpreteren van en rekening houden met:
- De gesprekspartner:
Voorkennis en referentiekader
Gemoedstoestand
Status en relatie tot die persoon
Spreekstijl
- De gespreksituatie:
Plaats
Tijd en tijdsdruk
Omstandigheden, context en sfeer
- Gespreksconventies:
Beginnen en afronden van een gesprek
Oogcontact
Beurtname en beurtwissel
Normen en waarden
- Patiënten kunnen dingen vertellen aan de verkeerde persoon, op het
verkeerde moment en kunnen onaangepast gedrag vertonen en/of
ongepaste grappen en verhalen vertellen.
Lezen en schrijven
- Vaak gebaseerd op visuele, visueel-ruimtelijke en aandachtsproblemen.
b.v. leesstoornis t.g.v. linkszijdige hemianopsie of neglect.
Wat is het?
Communicatieve problemen ten gevolge van cognitieve stoornissen door een
neurologische aandoening waardoor het brein minder functioneert en waarbij
afasie uitgesloten is.
Communicatie kan verbaal of non-verbaal zijn, waarbij luisteren, spreken,
gebaren, lezen en schrijven in alle domeinen van de taal worden inbegrepen
Hoe?
- Cerebro Vasculair Accident (CVA): acuut optredende stoornis in de
bloedtoevoer naar de hersenen als gevolg van
Trombose: dicht slippen van de aderen, dit geklonterd kan ook een
embolie worden
Embolie: een klonter die los is geraakt en verderop vast komt te
zitten
Hersenbloeding (meer mensen herstellen van een hersenbloeding
maar er gaan tegelijkertijd ook meer mensen aan dood)
o Intracerebraal: in hersenweefsel
o Subarachnoïdaal: tussen het hersenweefsel en het
achnoïdaal
o Subduraal: tussen het achnoïdaal en duraal
- Tumor: beknelling in hersendeel waardoor de functie uitvalt in dat
hersengebied
- Infectie: encephalitis
- Trauma
- (niet-) degeneratieve neurologische ziektebeelden (MS, dementie)
neuromusculaire ziektebeelden (dystrofie)
Oorzaken?
- Hoge bloeddruk
- Hartproblemen
- Veroudering van de aders
- Hoge cholesterol
Waar zit een cognitieve communicatiestoornis?
- Vaak een diffuus of focaal letsel (LH, RH of subcorticaal)
- Kijk vooral naar wat de patiënt laat zien!
De rechterhemisfeer
- Volwaardige samenwerkingspartner van de taaldominantie linkerhemisfeer
- Hemisferen werken parallel en complementair
- Spatieel, oriëntatie en exploratie van nieuwe informatie
- Fantasie, emoties en muzikaliteit
- Automatisme en onbewust
- Non-verbale informatie, intonatie en mimiek
, Symptomen bij CCS?
Taalreceptie
- Problemen met figuurlijk of metaforisch taalgebruik
Indirecte vragen, impliciete taal
Ironie, sarcasme
humor
- Problemen met receptieve macrostructuur
Centrale thema
Conclusie trekken
Moraal van een verhaal
Impliciete verbanden
Taalproductie
- Expressie macrostructuur
Kort en bondig verwoorden
Verhaalopbouw
Topic-handhaving
Onderscheiden hoofd- en bijzaken
Concluderen
- Lexico-semantiek
Woordvinding
Taalgebruik
- Problemen met interpreteren van en rekening houden met:
- De gesprekspartner:
Voorkennis en referentiekader
Gemoedstoestand
Status en relatie tot die persoon
Spreekstijl
- De gespreksituatie:
Plaats
Tijd en tijdsdruk
Omstandigheden, context en sfeer
- Gespreksconventies:
Beginnen en afronden van een gesprek
Oogcontact
Beurtname en beurtwissel
Normen en waarden
- Patiënten kunnen dingen vertellen aan de verkeerde persoon, op het
verkeerde moment en kunnen onaangepast gedrag vertonen en/of
ongepaste grappen en verhalen vertellen.
Lezen en schrijven
- Vaak gebaseerd op visuele, visueel-ruimtelijke en aandachtsproblemen.
b.v. leesstoornis t.g.v. linkszijdige hemianopsie of neglect.