vaarbewijs hst 1
een anker: als je motor uitvalt moet je ergens kunnen ankeren
een zeereling: het zijn rechtopstaande buizen met daarin draden gespannen om te
voorkomen dat je van de boot afvalt
een lenspomp: daarmee kun je met kleine lekkages of veel buiswater doorvaren tot
je in een haven bent (zeilboot) bij een motorboot heet dit een bilgepomp
goede afsluiters voor de doorvoer onder de waterlijn: bij verlaten van de boot
alle buitenboordafsluiters dich zijn. (geen extra risico lopen op beschadiging)
goede reddingsvesten: voor iedereen een op de boot
een brandblusser: eisen brandblusser
1. minimaal 2kg hang het op bij de ingang van kajuit, hut of motorruimte
2. moet rijkskeurmerk hebben en dient type goedgekeurd te zijn
3. elke 2 jaar gekeurd te worden
de reglementen: aan boord moet je BPR altijd bij hebben
een motor onderbrekingsknop/dodemansknop: (niet verplicht met
binnenbesturing) als de stuurder overboort slaat moet de motor stoppen
A-branden: kern branden in vaste stof ( papier hout) → water/schuim/poeder/
blus-branddeken
B-branden: vloeistofbranden ( benzine olie) → schuim/poeder
C-branden: gasbranden ( propaan butaan) → poeder
D-branden: metaalbranden ( magnesium aluminium) → dek de pan af
F-branden: olie/vet branden ( vlam in pan) → nooit met water dek de pan af
50 n = zwemvest
100 n = reddingsvest bij binnenwater → kinderen
150 n = reddingsvest open water → volwassenen
275 n = reddingsvest open water met zware weersomstandigheden
ronde reddingsboeien: de normale boei met 2/ 3kg
hoefijzervormige reddingsboei: een helft is open dus je kan er makkelijk in er zit
een drijflijn aan vast
voordelen: De lijn blijft drijven ( komt niet in schroef) en de drenkeling kan het
makkelijk pakken
nadeel: de lijn kan in de knoop raken
een joon is een grote stok met een knipperend licht hieraan wordt meestal de boei
geknoopt
, twee soorten motortypes
A verbrandingsmotor
B. elektromotor
A verbrandingsmotor → soorten brandstof benzine of diesel
van benzine komt er een gevaarlijke damp → in een boot kan dit niet makkelijk weg
dus ontstaat er veel van deze gevaarlijke damp ( explosie gevaar groot) ( benzine is
maar een bepaalde tijd houdbaar dan krijg je motor problemen )
als de stroom uitvalt valt de motor ook uit
van diesel → geschikt voor lange touren de diesel verdampt minder snel → als de
stroom uitavlt dan gaat de motor nog door
olie vervangen: olie zorgt voor smering en raakt vervuild ( oliefilter) bij onvoldoende
smering wordt de motor heet
voor controle: juiste smeerolie
controleer voor starten oliepeil
stop motor → olielampje gaat branden vul eerst de olie bij
controleer jaarlijks de kwaliteit
controleer jaarlijks het oliefilter en maak deze schoon
elke verbrandingsmotor heeft zuurstof nodig → dit wordt aangezogen via luchtfilter
zorg ervoor dat daar dan altijd ook genoeg lucht doorheen komt
elke verbrandingsmotor moet gekoeld worden scheepsmotoren via buitenwater via
de koelwaterpomp
impeller: belangrijkste onderdeel van de koelwaterpomp → rubberen schroef dat het
water aanzuigt
V-snaar: koelwaterpomp wordt aangedreven door deze dynamo de v-snaar moet
strak genoeg zitten anders gaat hij slippen
wierfilter: om te voorkomen dat het koelwatersysteem verstopt raakt
afvoer van opgewarmd water: wordt afgevoerd via uitlaat
controle straal: straal om te zien dat je afvoer goed werkt
audio alarm: er gaat dan een alarm af als de motor te heet is
in de winter antivries in de wierfilter doen anders wordt de motor beschadigd
keerkoppeling: de motor is aangesloten via de keerkoppeling op de schroefas → de
keerkoppeling zorgt ervoor dat je de schroef in vooruit en achteruit kan sturen
schroefas en schroefaskoker: de motor zit binnenin en de schroef aan de
buitenkant de verbinding wordt gevormd door de schroefas en die loopt door een pijp
de schroefaskoker
gland: om te voorkomen dat er water via de schroef naar binnen komt zit er een ring
door aan de ring (gland) te draaien kan er geen water langs
slipkoppeling: zorgt ervoor dat als de schroef de bodem raakt de motor tot stilstand
komt dat door de slipkoppeling de motor door blijft gaan
breekpen: is iets wat oude buitenboordmotoren hebben als de schroef de grond
raakt de pen breekt waardoor de schroef niet meer draait
een anker: als je motor uitvalt moet je ergens kunnen ankeren
een zeereling: het zijn rechtopstaande buizen met daarin draden gespannen om te
voorkomen dat je van de boot afvalt
een lenspomp: daarmee kun je met kleine lekkages of veel buiswater doorvaren tot
je in een haven bent (zeilboot) bij een motorboot heet dit een bilgepomp
goede afsluiters voor de doorvoer onder de waterlijn: bij verlaten van de boot
alle buitenboordafsluiters dich zijn. (geen extra risico lopen op beschadiging)
goede reddingsvesten: voor iedereen een op de boot
een brandblusser: eisen brandblusser
1. minimaal 2kg hang het op bij de ingang van kajuit, hut of motorruimte
2. moet rijkskeurmerk hebben en dient type goedgekeurd te zijn
3. elke 2 jaar gekeurd te worden
de reglementen: aan boord moet je BPR altijd bij hebben
een motor onderbrekingsknop/dodemansknop: (niet verplicht met
binnenbesturing) als de stuurder overboort slaat moet de motor stoppen
A-branden: kern branden in vaste stof ( papier hout) → water/schuim/poeder/
blus-branddeken
B-branden: vloeistofbranden ( benzine olie) → schuim/poeder
C-branden: gasbranden ( propaan butaan) → poeder
D-branden: metaalbranden ( magnesium aluminium) → dek de pan af
F-branden: olie/vet branden ( vlam in pan) → nooit met water dek de pan af
50 n = zwemvest
100 n = reddingsvest bij binnenwater → kinderen
150 n = reddingsvest open water → volwassenen
275 n = reddingsvest open water met zware weersomstandigheden
ronde reddingsboeien: de normale boei met 2/ 3kg
hoefijzervormige reddingsboei: een helft is open dus je kan er makkelijk in er zit
een drijflijn aan vast
voordelen: De lijn blijft drijven ( komt niet in schroef) en de drenkeling kan het
makkelijk pakken
nadeel: de lijn kan in de knoop raken
een joon is een grote stok met een knipperend licht hieraan wordt meestal de boei
geknoopt
, twee soorten motortypes
A verbrandingsmotor
B. elektromotor
A verbrandingsmotor → soorten brandstof benzine of diesel
van benzine komt er een gevaarlijke damp → in een boot kan dit niet makkelijk weg
dus ontstaat er veel van deze gevaarlijke damp ( explosie gevaar groot) ( benzine is
maar een bepaalde tijd houdbaar dan krijg je motor problemen )
als de stroom uitvalt valt de motor ook uit
van diesel → geschikt voor lange touren de diesel verdampt minder snel → als de
stroom uitavlt dan gaat de motor nog door
olie vervangen: olie zorgt voor smering en raakt vervuild ( oliefilter) bij onvoldoende
smering wordt de motor heet
voor controle: juiste smeerolie
controleer voor starten oliepeil
stop motor → olielampje gaat branden vul eerst de olie bij
controleer jaarlijks de kwaliteit
controleer jaarlijks het oliefilter en maak deze schoon
elke verbrandingsmotor heeft zuurstof nodig → dit wordt aangezogen via luchtfilter
zorg ervoor dat daar dan altijd ook genoeg lucht doorheen komt
elke verbrandingsmotor moet gekoeld worden scheepsmotoren via buitenwater via
de koelwaterpomp
impeller: belangrijkste onderdeel van de koelwaterpomp → rubberen schroef dat het
water aanzuigt
V-snaar: koelwaterpomp wordt aangedreven door deze dynamo de v-snaar moet
strak genoeg zitten anders gaat hij slippen
wierfilter: om te voorkomen dat het koelwatersysteem verstopt raakt
afvoer van opgewarmd water: wordt afgevoerd via uitlaat
controle straal: straal om te zien dat je afvoer goed werkt
audio alarm: er gaat dan een alarm af als de motor te heet is
in de winter antivries in de wierfilter doen anders wordt de motor beschadigd
keerkoppeling: de motor is aangesloten via de keerkoppeling op de schroefas → de
keerkoppeling zorgt ervoor dat je de schroef in vooruit en achteruit kan sturen
schroefas en schroefaskoker: de motor zit binnenin en de schroef aan de
buitenkant de verbinding wordt gevormd door de schroefas en die loopt door een pijp
de schroefaskoker
gland: om te voorkomen dat er water via de schroef naar binnen komt zit er een ring
door aan de ring (gland) te draaien kan er geen water langs
slipkoppeling: zorgt ervoor dat als de schroef de bodem raakt de motor tot stilstand
komt dat door de slipkoppeling de motor door blijft gaan
breekpen: is iets wat oude buitenboordmotoren hebben als de schroef de grond
raakt de pen breekt waardoor de schroef niet meer draait