vaarbewijs hst 3
SVW = scheepvaartverkeerswet → alle wetten staan in scheepvaartreglementen behalve
alcoholpromillage boven 0,5 promille is verboden
functioneren van de schipper en/of roergang: het varen mag nooit belemmerd worden →
door alcohol ( minder dan 0,5 promille )
BVM = binnenvaartwet: het doel van de bvm is het bevorderen van de veiligheid aan boord
( vooral grote boten)
WvK = wetboek van koophandel: deze wet staat hoe je dient te handelen in geval van
hulpverlening en aanvaring
- je moet een andere boot altijd helpen in nood tenzij je eigen boot of opvarende in
gevaar komen
- na een aanvaring de naam van het schip en de plaats van herkomst aan de mede
betrokkenen moeten worden doorgegeven
belangrijkste reglement = BPR = binnenvaartpolitiereglement → deze geldt tot de
waddenzee → vrijwel alle binnenwateren → leren welke andere vaarwater dit niet heeft
in BPR gebied moet je altijd het BPR aan boord hebben
RPR = rijnvaartpolitiereglement: de duitse rijn komt nederland in (
boven + de nederrijn + waal + lek + pannerdensch kanaal = geld de
rpr)
SRKGT = scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar
Terneuzen: -
SRGM = Scheepvaartreglement gemeenschappelijke maas
SRE = Scheepvaartreglement Eemsmonding
SRW = Scheepvaartreglement Westerschelde
BPR
de reglementen zijn gemaakt voor:
● een groot schip: (20 m ) grote schepen hebben meer
rechten dan kleine schepen → 5 uitzonderingen(- 20m)
- een passagiersschip = dat meer dan 12 mensen mag vervoeren voert
sdfsfdfdfgele ruit op het voordek en heeft dezelfde rechten als een groot schip
- een vissersschip = schip dat vist met lijnen/sleepnetten of iets anders dat
asdsadsde manoeuvreerbaarheid beperkt
- een duwbak = -
- een veerpont = een schip dat een veerdienst onderhoud, waarbij de
asadsadvaarweg wordt overgestoken
- een schip dat een groot schip sleept, duwt of assisteert
● een klein schip: schip kleiner dan 20 m
● een klein passagiersschip dat meer dan 12 mensen mag vervoeren voert gele ruit
op het voordek en heeft dezelfde rechten als een groot schip
● een zeilschip: schip dat uitsluitend door middel van zeilen wordt voortbewogen →
een zeilschip dat een motor heeft valt bij BPR als motorboot
● een waterscooter: snelle motorboot ( voor 1 of 2 man)
● een stilliggend schip: schip dat door middel van een anker of spudpalen vast ligt
● een spudpaal: verticale palen waarmee boten zich vast leggen
, ● een vastgevaren schip: is een schip dat onvrijwillig vast ligt (onveilig geparkeerd)
● een varend schip: is een schip dat niet geankerd ligt
● een vaarwater: is een gedeelte van het water waar de scheepvaart is bedoeld
● een snelle motorboot: sneller dan 20 km
● een snel schip: is groot schip sneller dan 40 km
leeftijden voor het besturen van water voertuigen
- alle leeftijden → kleine boot van 7 m zonder motor
- vanaf 12 jaar → open bootje kleiner dan 7 m + klein motortje (minder dan 13 km)
- vanaf 16 jaar → alle schepen (niet sneller dan 20 km )
- vanaf 18 jaar → alle schepen inclusief snelle motorboten
Alle boten boven de 20 m moeten een marifoon aan boord hebben → kleiner dan 20 m mag
→ wel de regel kennen
regel marifoon: je moet de marifoon gebruiken op plekken waar dat aan gegeven is
basisverlichting → voor nacht en slecht zicht
groen zit aan de rechterkant → rood = links
GRAS = groen rechts aan stuurboord
lichten zijn bedoeld zodat een ander kan zien welke boot je
bent → niet om zelf zicht te hebben
boordlichten: zijn lichten die rechts en links van de stuurhut
zitten → groen en rood zie je aan de voorkant (zichtbaar
112,5°) door de lichten zie je aan welke kant je zit
vb: zie je wit+groen dan→ heb je rechterkant van de boot
toplichten: is het licht dat vooruit schijnt 225°
bij grote schepen staat het toplicht bijna altijd voor het
boordlicht
heklicht: wit licht achterop het schip 135°ankerlicht en bol:
plek waar het schip zich ankers moet
overdag → zwarte bol
s nachts → wit rondom schijnend licht
SVW = scheepvaartverkeerswet → alle wetten staan in scheepvaartreglementen behalve
alcoholpromillage boven 0,5 promille is verboden
functioneren van de schipper en/of roergang: het varen mag nooit belemmerd worden →
door alcohol ( minder dan 0,5 promille )
BVM = binnenvaartwet: het doel van de bvm is het bevorderen van de veiligheid aan boord
( vooral grote boten)
WvK = wetboek van koophandel: deze wet staat hoe je dient te handelen in geval van
hulpverlening en aanvaring
- je moet een andere boot altijd helpen in nood tenzij je eigen boot of opvarende in
gevaar komen
- na een aanvaring de naam van het schip en de plaats van herkomst aan de mede
betrokkenen moeten worden doorgegeven
belangrijkste reglement = BPR = binnenvaartpolitiereglement → deze geldt tot de
waddenzee → vrijwel alle binnenwateren → leren welke andere vaarwater dit niet heeft
in BPR gebied moet je altijd het BPR aan boord hebben
RPR = rijnvaartpolitiereglement: de duitse rijn komt nederland in (
boven + de nederrijn + waal + lek + pannerdensch kanaal = geld de
rpr)
SRKGT = scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar
Terneuzen: -
SRGM = Scheepvaartreglement gemeenschappelijke maas
SRE = Scheepvaartreglement Eemsmonding
SRW = Scheepvaartreglement Westerschelde
BPR
de reglementen zijn gemaakt voor:
● een groot schip: (20 m ) grote schepen hebben meer
rechten dan kleine schepen → 5 uitzonderingen(- 20m)
- een passagiersschip = dat meer dan 12 mensen mag vervoeren voert
sdfsfdfdfgele ruit op het voordek en heeft dezelfde rechten als een groot schip
- een vissersschip = schip dat vist met lijnen/sleepnetten of iets anders dat
asdsadsde manoeuvreerbaarheid beperkt
- een duwbak = -
- een veerpont = een schip dat een veerdienst onderhoud, waarbij de
asadsadvaarweg wordt overgestoken
- een schip dat een groot schip sleept, duwt of assisteert
● een klein schip: schip kleiner dan 20 m
● een klein passagiersschip dat meer dan 12 mensen mag vervoeren voert gele ruit
op het voordek en heeft dezelfde rechten als een groot schip
● een zeilschip: schip dat uitsluitend door middel van zeilen wordt voortbewogen →
een zeilschip dat een motor heeft valt bij BPR als motorboot
● een waterscooter: snelle motorboot ( voor 1 of 2 man)
● een stilliggend schip: schip dat door middel van een anker of spudpalen vast ligt
● een spudpaal: verticale palen waarmee boten zich vast leggen
, ● een vastgevaren schip: is een schip dat onvrijwillig vast ligt (onveilig geparkeerd)
● een varend schip: is een schip dat niet geankerd ligt
● een vaarwater: is een gedeelte van het water waar de scheepvaart is bedoeld
● een snelle motorboot: sneller dan 20 km
● een snel schip: is groot schip sneller dan 40 km
leeftijden voor het besturen van water voertuigen
- alle leeftijden → kleine boot van 7 m zonder motor
- vanaf 12 jaar → open bootje kleiner dan 7 m + klein motortje (minder dan 13 km)
- vanaf 16 jaar → alle schepen (niet sneller dan 20 km )
- vanaf 18 jaar → alle schepen inclusief snelle motorboten
Alle boten boven de 20 m moeten een marifoon aan boord hebben → kleiner dan 20 m mag
→ wel de regel kennen
regel marifoon: je moet de marifoon gebruiken op plekken waar dat aan gegeven is
basisverlichting → voor nacht en slecht zicht
groen zit aan de rechterkant → rood = links
GRAS = groen rechts aan stuurboord
lichten zijn bedoeld zodat een ander kan zien welke boot je
bent → niet om zelf zicht te hebben
boordlichten: zijn lichten die rechts en links van de stuurhut
zitten → groen en rood zie je aan de voorkant (zichtbaar
112,5°) door de lichten zie je aan welke kant je zit
vb: zie je wit+groen dan→ heb je rechterkant van de boot
toplichten: is het licht dat vooruit schijnt 225°
bij grote schepen staat het toplicht bijna altijd voor het
boordlicht
heklicht: wit licht achterop het schip 135°ankerlicht en bol:
plek waar het schip zich ankers moet
overdag → zwarte bol
s nachts → wit rondom schijnend licht