Tentamentraining ISBR
Week 1:
Beginselen van de Democratische Rechtsstaat
Plaatsbepalingen
Het Recht —> Privaatrecht & Publiekrecht
Publiekrecht —> Strafrecht & Staats en Bestuursrecht
Elk rechtsgebied kun je onderverdelen in een materieel deel en formeel deel. Het staats-
en bestuursrecht omvat de formele en materiële rechtsnormen inzake het handelen van
de overheid en de rechtsbetrekkingen van burgers t.o.v. de overheid.
Overheidshandelen
Overheidshandelen —> Feitelijke handelen & Rechtshandelen
Rechtshandelen —> Privaatrechtelijke handelingen & Publiekrechtelijke handelingen
—> Eenzijdig & Tweezijdig
Overheidsbesluiten
Overheidsbesluiten kunnen daarom ook verschillend van aard zijn.
➔ Algemeen Verbindend Voorschrift (AVV): besluiten die in beginsel voor een
onbepaaldheid van gevallen gelding hebben en toegepast kunnen worden —>
wetten in materiële zin.
➔ Beschikkingen: besluiten die in één bepaald geval een rechtsgevolg tot stand
brengen —> Art. 1:3 lid 2 Awb
➔ Beleidsregels: besluiten die aangeven op welke wijze een orgaan zijn beleid moet
voeren —> Art. 1:3 lid 4 Awb
➔ Plannen: een bestemmingsplan
Karakter en aanvaardbaarheid
Eenzijdig bindende overheidsbesluiten zijn noodzakelijk in een maatschappij.
Er bestaat een mogelijkheid om bepaalde besluiten aan te vechten als je het hier niet
mee eens bent.
Besluiten dienen echter wel aanvaardbaar te zijn. Dat is mogelijk als ze op legitieme
wijze tot stand zijn gekomen.
, De soevereine staat
➔ De Staat: een organisatievorm waarin over de bevolking binnen een bepaald
territorium de soevereine, hoogste macht wordt uitgeoefend.
➔ Theocratische staatsleer: de vorst is de hoogste instantie en hij regeert in naam
van God.
➔ Feodale stelsel: stelsel wordt gekenmerkt door een sterke band tussen de
leenheer en leenman (vazal), die bestaat uit wederzijdse rechten en plichten en
die als een contractuele relatie kan worden beschouwd.
Maatschappelijk contract
De vorst kwam weer aan de macht, maar kon nog steeds partijen kiezen.
Machtsconcentratie in strijd met de belangen van de feodale adel.
In Nederland kwam er verzet: de afscheiding van de Zeven Provinciën.
➔ Verzetsleer: de vorst heeft de macht ten bate van zijn onderdanen. Zijn
bevoegdheden meoten in een contract komen te staan. De feodale privileges zijn
contractsbepalingen. Voldoet hij niet aan zijn verplichten? Dan is er een
probleem!
➔ Maatschappelijk verdrag: individuen richten een staat op en staan een gedeelte
van hun vrijheden af in ruil voor privileges, zoals bescherming en vrijheid. Indien
de staat dit niet kan waarborgen ontstaat een recht op opstand.
De Klassiek-liberale rechtsstaat
De hiervoor geformuleerde uitgangspunten hebben geleid tot de klassiek-liberale
rechtsstaat. Deze rusten op vier uitgangspunten:
1. Gebondenheid aan de wet
2. Machtsverdeling
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle
Democratische rechtsstaat
Klassiek Liberaal: onbelemmerde concurrentie leidt tot een fair eindresultaat, indien
maar voldaan is aan de eisen van gelijkheid voor de wet en het privilege verbod —>
oftewel er moet sprake zijn van formele gelijkheid voor de wet.
Problemen Klassiek-liberale-rechtsstaat
➔ Gelijkheid voor de wet onvoldoende garantie voor eerlijke competitie
➔ Kiesrecht afhankelijk van inkomen. Pas in 1919 kwam er een kiesrecht voor
vrouwen en werd pas écht de democratische rechtsstaat geboren!
,Problemen Democratische rechtsstaat
De democratische rechtsstaat heeft een aantal problemen:
➔ Minderheden: wat doen we er mee
➔ Instabiliteit: rechtsstatelijkheid gaat voor
➔ Effectiviteit vs Democratie
➔ Veiligheid vs Privacy
Sociale Rechtsstaat
De ‘competitie’ is een klassiek liberale rechtsstaat gezien de grote verschillen in
uitgangspositie niet eerlijk en biedt daarom ook geen gelijke kansen.
Oplossing is de verzorgingsstaat: een staat die poogt op allerlei terreinen de
voorwaarden te scheppen voor ontplooiing van de mens (ook wel de sociale rechtsstaat
genoemd)
Problemen Sociale Rechtsstaat
Helaas heeft de sociale rechtsstaat ook een aantal issues:
➔ De terugtred van de formele wetgever, toezicht schiet tekort
➔ Macht der Feiten
➔ Sociale cohesie
➔ Populisme
Eisen van de rechtsstaat
Er zijn vier rechtsstatelijke vereisten:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtsverdeling
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel
➔ Legaliteitsbeginsel: machtsuitoefening van de overheid is slechts legitiem als het
berust op (positief) recht.
➔ Constitutionalisme: rechtstatelijkheid is meer dan de binding van overheidsgezag
aan wetten. Dit veronderstelt dus hoger recht: grondwet (een wettelijke regeling
die volgens een verzwaarde procedure is vastgesteld).
• Formele constitutie: De Grondwet
• Materiële constitutie: Het geheel aan normen, geschreven en
ongeschreven, dat de grondslagen van het staatsstelsel omvat.
• Elke staat heeft een constitutie, maar niet elke staat heeft een grondwet
, Samenhang
De eisen hangen nauw met elkaar samen: er is overlap en ze zijn onderling verbonden.
De rechtsstatelijke vereisten zijn in de loop ter tijd vervlochten geraakt met
democratische principes.
Week 2:
Machtsverdeling en democratie
Machtsverdeling
➔ Montesquieu: de wetgevende macht dient onafhankelijk te opereren van de
uitvoerende macht. Beide machten worden weer gecontroleerd door de
rechtsprekende macht.
➔ Je hebt dus drie machten
• Wetgevende macht
• Uitvoerende macht
• Rechtsprekende macht
Machtsverdeling in Nederland
➔ Uitvoerende macht:
• De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers (art. 42 Gw)
• De staatssecretarissen horen hier eigenlijk ook bij (art. 47 Gw)
➔ Wetgevende macht:
• Bestaat uit het parlement en de regering (art. 81 Gw)
• Vertrouwensregel en ministeriële verantwoordelijkheid bepalen de band
(art. 42 lid 2 Gw)
➔ Rechtsprekende macht
• De Hoge Raad, gerechtshoven en rechtbanken (art. 116 Gw)
• De rechters worden voor het leven benoemd (art. 117 lid 1 Gw)
• Oefent controle uit op wetgevende macht door te toetsen of lagere
wetgeving in overeenstemming is met hogere wetgeving.
Een formele wet komt niet tot stand door het parlement alleen, ook de instemming van
de uitvoerende macht is hiervoor vereist (art. 81 Gw)
De regering als uitvoerende macht heeft een zelfstandige bevoegdheid tot materiële
wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur (art. 89 Gw)
Tegenwoordig is Machtenscheiding: Checks & Balances
Week 1:
Beginselen van de Democratische Rechtsstaat
Plaatsbepalingen
Het Recht —> Privaatrecht & Publiekrecht
Publiekrecht —> Strafrecht & Staats en Bestuursrecht
Elk rechtsgebied kun je onderverdelen in een materieel deel en formeel deel. Het staats-
en bestuursrecht omvat de formele en materiële rechtsnormen inzake het handelen van
de overheid en de rechtsbetrekkingen van burgers t.o.v. de overheid.
Overheidshandelen
Overheidshandelen —> Feitelijke handelen & Rechtshandelen
Rechtshandelen —> Privaatrechtelijke handelingen & Publiekrechtelijke handelingen
—> Eenzijdig & Tweezijdig
Overheidsbesluiten
Overheidsbesluiten kunnen daarom ook verschillend van aard zijn.
➔ Algemeen Verbindend Voorschrift (AVV): besluiten die in beginsel voor een
onbepaaldheid van gevallen gelding hebben en toegepast kunnen worden —>
wetten in materiële zin.
➔ Beschikkingen: besluiten die in één bepaald geval een rechtsgevolg tot stand
brengen —> Art. 1:3 lid 2 Awb
➔ Beleidsregels: besluiten die aangeven op welke wijze een orgaan zijn beleid moet
voeren —> Art. 1:3 lid 4 Awb
➔ Plannen: een bestemmingsplan
Karakter en aanvaardbaarheid
Eenzijdig bindende overheidsbesluiten zijn noodzakelijk in een maatschappij.
Er bestaat een mogelijkheid om bepaalde besluiten aan te vechten als je het hier niet
mee eens bent.
Besluiten dienen echter wel aanvaardbaar te zijn. Dat is mogelijk als ze op legitieme
wijze tot stand zijn gekomen.
, De soevereine staat
➔ De Staat: een organisatievorm waarin over de bevolking binnen een bepaald
territorium de soevereine, hoogste macht wordt uitgeoefend.
➔ Theocratische staatsleer: de vorst is de hoogste instantie en hij regeert in naam
van God.
➔ Feodale stelsel: stelsel wordt gekenmerkt door een sterke band tussen de
leenheer en leenman (vazal), die bestaat uit wederzijdse rechten en plichten en
die als een contractuele relatie kan worden beschouwd.
Maatschappelijk contract
De vorst kwam weer aan de macht, maar kon nog steeds partijen kiezen.
Machtsconcentratie in strijd met de belangen van de feodale adel.
In Nederland kwam er verzet: de afscheiding van de Zeven Provinciën.
➔ Verzetsleer: de vorst heeft de macht ten bate van zijn onderdanen. Zijn
bevoegdheden meoten in een contract komen te staan. De feodale privileges zijn
contractsbepalingen. Voldoet hij niet aan zijn verplichten? Dan is er een
probleem!
➔ Maatschappelijk verdrag: individuen richten een staat op en staan een gedeelte
van hun vrijheden af in ruil voor privileges, zoals bescherming en vrijheid. Indien
de staat dit niet kan waarborgen ontstaat een recht op opstand.
De Klassiek-liberale rechtsstaat
De hiervoor geformuleerde uitgangspunten hebben geleid tot de klassiek-liberale
rechtsstaat. Deze rusten op vier uitgangspunten:
1. Gebondenheid aan de wet
2. Machtsverdeling
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle
Democratische rechtsstaat
Klassiek Liberaal: onbelemmerde concurrentie leidt tot een fair eindresultaat, indien
maar voldaan is aan de eisen van gelijkheid voor de wet en het privilege verbod —>
oftewel er moet sprake zijn van formele gelijkheid voor de wet.
Problemen Klassiek-liberale-rechtsstaat
➔ Gelijkheid voor de wet onvoldoende garantie voor eerlijke competitie
➔ Kiesrecht afhankelijk van inkomen. Pas in 1919 kwam er een kiesrecht voor
vrouwen en werd pas écht de democratische rechtsstaat geboren!
,Problemen Democratische rechtsstaat
De democratische rechtsstaat heeft een aantal problemen:
➔ Minderheden: wat doen we er mee
➔ Instabiliteit: rechtsstatelijkheid gaat voor
➔ Effectiviteit vs Democratie
➔ Veiligheid vs Privacy
Sociale Rechtsstaat
De ‘competitie’ is een klassiek liberale rechtsstaat gezien de grote verschillen in
uitgangspositie niet eerlijk en biedt daarom ook geen gelijke kansen.
Oplossing is de verzorgingsstaat: een staat die poogt op allerlei terreinen de
voorwaarden te scheppen voor ontplooiing van de mens (ook wel de sociale rechtsstaat
genoemd)
Problemen Sociale Rechtsstaat
Helaas heeft de sociale rechtsstaat ook een aantal issues:
➔ De terugtred van de formele wetgever, toezicht schiet tekort
➔ Macht der Feiten
➔ Sociale cohesie
➔ Populisme
Eisen van de rechtsstaat
Er zijn vier rechtsstatelijke vereisten:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtsverdeling
3. Grondrechten
4. Rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel
➔ Legaliteitsbeginsel: machtsuitoefening van de overheid is slechts legitiem als het
berust op (positief) recht.
➔ Constitutionalisme: rechtstatelijkheid is meer dan de binding van overheidsgezag
aan wetten. Dit veronderstelt dus hoger recht: grondwet (een wettelijke regeling
die volgens een verzwaarde procedure is vastgesteld).
• Formele constitutie: De Grondwet
• Materiële constitutie: Het geheel aan normen, geschreven en
ongeschreven, dat de grondslagen van het staatsstelsel omvat.
• Elke staat heeft een constitutie, maar niet elke staat heeft een grondwet
, Samenhang
De eisen hangen nauw met elkaar samen: er is overlap en ze zijn onderling verbonden.
De rechtsstatelijke vereisten zijn in de loop ter tijd vervlochten geraakt met
democratische principes.
Week 2:
Machtsverdeling en democratie
Machtsverdeling
➔ Montesquieu: de wetgevende macht dient onafhankelijk te opereren van de
uitvoerende macht. Beide machten worden weer gecontroleerd door de
rechtsprekende macht.
➔ Je hebt dus drie machten
• Wetgevende macht
• Uitvoerende macht
• Rechtsprekende macht
Machtsverdeling in Nederland
➔ Uitvoerende macht:
• De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers (art. 42 Gw)
• De staatssecretarissen horen hier eigenlijk ook bij (art. 47 Gw)
➔ Wetgevende macht:
• Bestaat uit het parlement en de regering (art. 81 Gw)
• Vertrouwensregel en ministeriële verantwoordelijkheid bepalen de band
(art. 42 lid 2 Gw)
➔ Rechtsprekende macht
• De Hoge Raad, gerechtshoven en rechtbanken (art. 116 Gw)
• De rechters worden voor het leven benoemd (art. 117 lid 1 Gw)
• Oefent controle uit op wetgevende macht door te toetsen of lagere
wetgeving in overeenstemming is met hogere wetgeving.
Een formele wet komt niet tot stand door het parlement alleen, ook de instemming van
de uitvoerende macht is hiervoor vereist (art. 81 Gw)
De regering als uitvoerende macht heeft een zelfstandige bevoegdheid tot materiële
wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur (art. 89 Gw)
Tegenwoordig is Machtenscheiding: Checks & Balances