Aantekeningen
Les 1 Introductie
Wat is sportpsychologie?
- Het creëren van optimale situaties zodat de sporten zijn sportprestaties kan verbeteren.
- Het bewust maken van sporters dat er naast tactiek en techniek ook nog iets is zoals mentale
vaardigheden en wat dat betekent. Wanneer een sporter echt ergens tegenaan loopt, kan hij in
gesprek gaan met een sportpsycholoog.
Ook trainers kunnen behoefte hebben aan sportpsychologie, wanneer zij weten hoe het mentale en
fysieke samenwerken. Dit noemen we kinesiologie.
Geschiedenis van sportpsychologie
Het besef dat niet alleen het fysieke maar ook het mentale aspect invloed heeft op de sportprestaties
was al vroeg ontdekt.
- In 700 voor Chr. – 400 na Chr. wilden ze hun gladiatoren al meest optimale situatie bieden voor het
verbeteren van de prestaties. Zoals massages of mensen die eten wkamen brengen.
- De sportpsychologie zoals wij die nu kennen kwam in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Het
mentale aspect kreeg steeds meer aandacht.
- In 1990 werd de vereniging voor sportpsychologie opgericht en kon je opleidingen volgen tot
sportpsycholoog.
- In 2000 was sportpsychologie niet meer weg te denken uit de topsport.
Bij TeamNL gaat er altijd een sportpsycholoog mee. Bij het professionele voetbal tegenwoordig
ook steeds vaker mensen die behoefte hebben aan een sportpsycholoog.
Leerjaar 2
,Keuzevak sportpsychologie
Les 2 Motivatie
Wat is motivatie?
- Motivatie is de reden waarom je iets doen.
Nature vs nurture
- Nature: het zit in je of het zit niet in je.
- Nurture: motiveren kun je leren.
Hoe werkt motivatie
- Self-efficiency: zelfkennis en zelfvertrouwen. Als dit aanwezig is, kun je jezelf makkelijker motiveren.
- Anatomy: eigen keuzes maken of het idee hebben dat je ergens zelf voor gekozen hebt helpt voor
het hebben van motivatie.
- Level of challenge en level of skill hebben met elkaar te maken. Je kan wel op een laag niveau
spelen, maar je moet daar wel uitdaging hebben.
Soorten motivatie
- Intrinsieke motivatie: kost je bijna geen moeite. Je kunt jezelf niet voorstellen dat wat je doet nooit
meer zou doen. Het hoort bij je en is onderdeel van je.
- Extrensieke motivatie: zoek je naar beloning, zoals studiepunten. Deze motivatie kan positief of
negatief zijn.
- Amotivatie: geen motivatie
- Extreme motivatie: patiënt toont het gezondheidsgedrag omdat hij zich daartoe gedwongen voelt.
De fysiotherapeut heeft gezegd dat de oefening nodig was en dat hij zou stoppen als de patiënt geen
verbetering in belastbaarheid laat zien.
- Introjectieve motivatie: patiënt doet het omdat hij zich van binnenuit daartoe gedwongen voelt. Uit
schaamte, angst om een flater te slaan, zijn neiging tot opscheppen en niet onder willen doen voor
een ander dwingen hem ertoe de opdracht uit te voeren.
- Identificatie: patiënt voert het gezondheidsgedrag uit omdat hij echt overtuigd is van het persoonlijk
belang. De patiënt vindt een betere conditie verkrijgen belangrijk voor zichzelf.
- Integratieve motivatie: ligt als het ware nog dieper binnen de persoon. Conditie en fitheid zijn
waarden die helemaal bij de persoon zijn gaan horen. Ze maken deel uit van zijn identiteit. Het zijn
centrale aspecten in zijn persoonlijk streven.
- Intrinsieke motivatie: patiënt is de activiteit op zich gaan waarderen en niet alleen de uitkomsten.
Dat is het kenmerkende verschil met de voorgaande externe motivaties. De patiënt identificeert zich
niet alleen met de sportieve activiteiten maar geniet daar ook van.
Leerjaar 2
, Keuzevak sportpsychologie
Les 3 Doelstellingen
Doelstellingen is een voorwaarde om te blijven sporten. Zonder doelstelling wordt het al snel saai.
Het draagt dus bij aan de motivatie. Het is ook een mooie manier om jezelf te ontwikkelen en het
ervaren van succesbelevingen.
3 soorten doelen
- Resultaatdoelen: altijd te maken met iemand anders. Bijvoorbeeld
winnen. Je bent naast jezelf afhankelijk van een ander.
- Prestatiedoelen: op jezelf gericht.
- Procesdoelen: doelen die je helpen om je prestatiedoel te halen en
beter te presteren.
SMART-doelstellingen helpen je om deze doelen haalbaar te maken.
2 soorten doelstellingen
- Taak georiënteerde doelstellingen: doelstellingen die gaan over jezelf en je sportprestatie. Zoals pr
verbreken. Je hebt het echt aan jezelf te danken.
- Eigen georiënteerde doelstellingen: jijzelf in combinatie met prestatie van een ander. Zoals winnen,
geen laatste worden. Je kan wel winnen, maar misschien had de tegenstander gewoon een slechte
dag.
Achievement Goal Theory
Maakt onderscheid tussen Mastery goals en Performance goals.
- Mastery goals: over jezelf (andere naam voor taak georiënteerde doelstellingen).
- Performance goals: beter presteren dan iemand anders (eigen georiënteerde doelstellingen).
Als topsporter heb je beide type doelstellingen nodig om topsport te blijven presteren. Wel verschilt
het per persoon hoe het balans zit tussen deze 2 doelen. Als sportpsycholoog is het dan de taak om
samen met je sporter opzoek te gaan naar die balans.
Leerjaar 2