H1 - De sociologische verzuchting
Sociologie Studie van het menselijke, sociale leven van menselijke
groepen en maatschappijen.
Zeer breed belangstellingsveld, van de analyse van kortstondige
ontmoetingen van mensen op straat tot onderzoek naar globale
sociale processen.
Wetenschap van het samenleven
Focus op een centraal uitgangspunt
De les van de sociologie: Haast alles wat in de maatschappij bestaat had
ook anders kunnen zijn. Als die dingen waarvan we soms aannemen dat zij
natuurlijk zijn en verbonden met onze eigenheid, hadden zich in de loop
van de geschiedenis ook anders kunnen ontwikkelen, ze zijn contingent.
Het contingente kan niet gelijkgesteld worden aan het arbitraire. Alles
is contingent, maar daarom nog niet arbitrair
Contingent Onze samenleving zoals wij die nu kennen had er ook heel
anders uit kunnen zien.
Niet arbitrair Hoe onze samenleving er uitziet is niet toevallig, alles
komt voort uit historische processen en beslissingen.
Variatie in culturen en instellingen!
Jean-Jacques Rousseau – 18e eeuw
Mensen zullen wetten enkel respecteren en hun plichten naleven als
een religie daartoe aanzet en motiveert.
Religies moeten doelbewust bijdragen aan burgerdeugd; goede,
degelijke burgers kweken.
Civiele religies Religies die de aandacht voor burgerdeugd
centraal dienden te stellen.
Verlichting
De Verlichting zorgde voor een sterk geseculariseerde, geïndividualiseerde
en gerationaliseerd denken. Religie werd verworpen als handhaver van de
orde. Goed samenleven (sociale orde) was afhankelijk van volgen van
eigen rede en het eigen redeneervermogen.
Tegen-Verlichting
De Tegen-Verlichting vreesde dat het idee van de verlichting zou kunnen
leiden tot egoïsme, sociale ontreddering en vervreemding. Godsdienst en
gezag waren nodig, omdat mensen anders de regels niet meer zouden
volgen.
,Auguste Comte – 1798/1857
Pleitte voor een sterk zakelijk en wetenschappelijke observatie en
logica gesteunde sociologie Sociale orde door wetenschap
Het menselijk handelen wordt niet alleen geleid door de rede, maar
ook door impulsen, gevoelens en emoties. Emotionele elementen,
samen met de rede, te kanaliseren naar goede voor de mens
positieve doelen te leiden.
o Religie Kan emoties, gedachten en gevoelens van mensen
samenbrengen en oriënteren
Sociologie = Positieve benadering van de sociale werkelijkheid
Onveranderlijkheid van echte wetmatigheden Regelmaten
in het gedrag
Kennis moet altijd nuttig zijn en leiden tot actie
Gevoelig voor Tegen-Verlichting, maar niet alleen sociale orde door
dwang
3 stadia in de menselijke ontwikkeling
o Religieuze denken
o Metafysische denken
o Wetenschappelijke denken Dit stadia zorgde voor menselijke
handelen en samenleven door rede.
Jürgen Habermas – 1929
Wetenschap kan ons vertellen hoe we iets doeltreffend/efficiënt
kunnen aanpakken, maar niet waarom we eerder het ene dan het
andere moeten doen.
Wetenschap Open wijze met elkaar communiceren
Verlengde van de Verlichting
Sociale orde door open communicatie, hierdoor zouden regels en de
instellingen die we zelf maken, ophouden willekeurig en arbitrair te
zijn.
Niklas Luhmann – 1927/1998
Met het contingente leren leven door het arbitraire op een aantal
punten te aanvaarden.
Rechtspositivisme Het recht wordt beschouwd als volkomen
contingent en conventioneel, zonder natuurlijke of bovennatuurlijke
grondslag.
Tegen-Verlichting
o We zullen onze doelen en regels nooit zullen leren kiezen op
een manier die iedereen bevredigt en die door iedereen als
rechtvaardig en redelijk wordt beschouwd.
, Sociologische ‘probleem van de orde’ Verwijst naar het behoud van
de mogelijkheid om tot nageleefde regels te komen
Hoe krijgt ons leven een zekere mate van voorspelbaarheid?
Sociale orde Datgene wat het leven een mate van voorspelbaarheid
en berekenbaarheid geeft en op die manier leefbaar maakt.
‘Probleem van niet-arbitraire contingentie’ Welke regels zijn
absoluut nodig en dus niet-arbitrair?
Legitimerende derden Bronnen van non contingente, niet willekeurig
1. Natuur De organisatie van de samenleving is aangepast op onze
fysieke eigenschappen en behoefte. Natuurlijke condities en
natuurlijke eigenschappen van het menselijk organisme en zijn
omgeving leggen beperkingen op aan onze keuzemogelijkheden.
De natuur is een bron van niet-contingente regels, maar we weten
niet precies welke regels dat zijn.
2. Geschiedenis De organisatie van de samenleving is aangepast op
eerder gemaakte keuzes of eerdere gebeurtenissen uit het verleden.
Pad-afhankelijkheid De vorm die een instelling of samenleving
vandaag heeft, blijft getekend door de manier waarop zij tot stand
kwam.
3. Samenhang Verschillende elementen van de samenleving of
instituties zijn op elkaar aangepast. De organisatie van het ene
bepaalt dus voor een deel de organisatie van het andere.
Sociologie Studie van het menselijke, sociale leven van menselijke
groepen en maatschappijen.
Zeer breed belangstellingsveld, van de analyse van kortstondige
ontmoetingen van mensen op straat tot onderzoek naar globale
sociale processen.
Wetenschap van het samenleven
Focus op een centraal uitgangspunt
De les van de sociologie: Haast alles wat in de maatschappij bestaat had
ook anders kunnen zijn. Als die dingen waarvan we soms aannemen dat zij
natuurlijk zijn en verbonden met onze eigenheid, hadden zich in de loop
van de geschiedenis ook anders kunnen ontwikkelen, ze zijn contingent.
Het contingente kan niet gelijkgesteld worden aan het arbitraire. Alles
is contingent, maar daarom nog niet arbitrair
Contingent Onze samenleving zoals wij die nu kennen had er ook heel
anders uit kunnen zien.
Niet arbitrair Hoe onze samenleving er uitziet is niet toevallig, alles
komt voort uit historische processen en beslissingen.
Variatie in culturen en instellingen!
Jean-Jacques Rousseau – 18e eeuw
Mensen zullen wetten enkel respecteren en hun plichten naleven als
een religie daartoe aanzet en motiveert.
Religies moeten doelbewust bijdragen aan burgerdeugd; goede,
degelijke burgers kweken.
Civiele religies Religies die de aandacht voor burgerdeugd
centraal dienden te stellen.
Verlichting
De Verlichting zorgde voor een sterk geseculariseerde, geïndividualiseerde
en gerationaliseerd denken. Religie werd verworpen als handhaver van de
orde. Goed samenleven (sociale orde) was afhankelijk van volgen van
eigen rede en het eigen redeneervermogen.
Tegen-Verlichting
De Tegen-Verlichting vreesde dat het idee van de verlichting zou kunnen
leiden tot egoïsme, sociale ontreddering en vervreemding. Godsdienst en
gezag waren nodig, omdat mensen anders de regels niet meer zouden
volgen.
,Auguste Comte – 1798/1857
Pleitte voor een sterk zakelijk en wetenschappelijke observatie en
logica gesteunde sociologie Sociale orde door wetenschap
Het menselijk handelen wordt niet alleen geleid door de rede, maar
ook door impulsen, gevoelens en emoties. Emotionele elementen,
samen met de rede, te kanaliseren naar goede voor de mens
positieve doelen te leiden.
o Religie Kan emoties, gedachten en gevoelens van mensen
samenbrengen en oriënteren
Sociologie = Positieve benadering van de sociale werkelijkheid
Onveranderlijkheid van echte wetmatigheden Regelmaten
in het gedrag
Kennis moet altijd nuttig zijn en leiden tot actie
Gevoelig voor Tegen-Verlichting, maar niet alleen sociale orde door
dwang
3 stadia in de menselijke ontwikkeling
o Religieuze denken
o Metafysische denken
o Wetenschappelijke denken Dit stadia zorgde voor menselijke
handelen en samenleven door rede.
Jürgen Habermas – 1929
Wetenschap kan ons vertellen hoe we iets doeltreffend/efficiënt
kunnen aanpakken, maar niet waarom we eerder het ene dan het
andere moeten doen.
Wetenschap Open wijze met elkaar communiceren
Verlengde van de Verlichting
Sociale orde door open communicatie, hierdoor zouden regels en de
instellingen die we zelf maken, ophouden willekeurig en arbitrair te
zijn.
Niklas Luhmann – 1927/1998
Met het contingente leren leven door het arbitraire op een aantal
punten te aanvaarden.
Rechtspositivisme Het recht wordt beschouwd als volkomen
contingent en conventioneel, zonder natuurlijke of bovennatuurlijke
grondslag.
Tegen-Verlichting
o We zullen onze doelen en regels nooit zullen leren kiezen op
een manier die iedereen bevredigt en die door iedereen als
rechtvaardig en redelijk wordt beschouwd.
, Sociologische ‘probleem van de orde’ Verwijst naar het behoud van
de mogelijkheid om tot nageleefde regels te komen
Hoe krijgt ons leven een zekere mate van voorspelbaarheid?
Sociale orde Datgene wat het leven een mate van voorspelbaarheid
en berekenbaarheid geeft en op die manier leefbaar maakt.
‘Probleem van niet-arbitraire contingentie’ Welke regels zijn
absoluut nodig en dus niet-arbitrair?
Legitimerende derden Bronnen van non contingente, niet willekeurig
1. Natuur De organisatie van de samenleving is aangepast op onze
fysieke eigenschappen en behoefte. Natuurlijke condities en
natuurlijke eigenschappen van het menselijk organisme en zijn
omgeving leggen beperkingen op aan onze keuzemogelijkheden.
De natuur is een bron van niet-contingente regels, maar we weten
niet precies welke regels dat zijn.
2. Geschiedenis De organisatie van de samenleving is aangepast op
eerder gemaakte keuzes of eerdere gebeurtenissen uit het verleden.
Pad-afhankelijkheid De vorm die een instelling of samenleving
vandaag heeft, blijft getekend door de manier waarop zij tot stand
kwam.
3. Samenhang Verschillende elementen van de samenleving of
instituties zijn op elkaar aangepast. De organisatie van het ene
bepaalt dus voor een deel de organisatie van het andere.