Week 1 – Wat is recht?
Rode draad cursus
Spanning tussen ‘instrumentaliteit’ en ‘rechtsbescherming’: als we
door middel van juridische maatregelen problemen in de
samenleving willen oplossen, lopen we soms tegen morele of
feitelijke grenzen aan.
Uitgangspunt van mens als een verantwoordelijk persoon, stelt
grenzen aan het recht als beleidsinstrument.
o Toeslagenaffaire
o Empirical legal studies
Fuller
Aan tekst Fuller ligt een schema ten grondslag: 3 basisfuncties van het
recht:
1. Rechtszekerheid
o Sociale vrede (orde), handhaven status quo
o Dwang: geweldsmonopolie, verbod eigenrichting
o Duidelijke wetten en betrouwbare rechters
2. Rechtvaardigheid
o Een gelijke mate van zorg en respect
o Kaders voor emancipatie: vrijheid, gelijkheid, broederschap
o Rechtvaardige wetten en wijze rechters
3. Doelmatigheid
o Maatschappelijk nut
o Sturing door middel van prikkels
o Een efficiënt en pragmatische rechtsbedeling
Bij welke basisfunctie leg je het accent?
1. Rechtspositivisme
Recht is wat in de rechtsbronnen staat
Met behulp van de rechtsbronnen kunnen we identificeren wat
geldend recht is
Kan geldend recht onwenselijk of immoreel zijn?
Rechters moeten voorspelbaar zijn; blijven in de regel dicht bij
de letter van de wet
2. A Natuurrecht
Recht is wat in overeenstemming is met wat onveranderlijk
goed en rechtvaardig is
Een wet die strijdig is met fundamentele eisen van
gerechtigheid is geen geldend recht.
3. B Constructivisme
Er is meer recht dan in de rechtsbronnen staat; ook
achterliggende waarden, idealen en beginselen behoren tot
het geldende recht
Recht is een dynamisch fenomeen; de idealen van de
samenleving ontvouwen zich in het recht.
, Rechters zijn actief betrokken bij de rechtsontwikkeling; zij
kijken niet alleen naar de letter van de wet, maar ook naar
achterliggende doelen
4. Pragmatisme/ rechtsrealisme
Recht vaak ambigu, contradicties in het recht, vage termen
daarom niet één juist antwoord.
Rechters gebruiken de wet vooral als een hulpmiddel om een
sociaal en maatschappelijk wenselijk antwoord te kunnen
geven, niet als een doel op zich.
Propageren een meer wetenschappelijke benadering van het
recht (vergelijk ook met ELS)
Anders dan de rechter in Fullers voorbeeld: vaak progressief.
Framing
Belangrijk inzicht: taal niet een neutraal instrument; het frame kan een
flink sturende werking hebben. Spanningsverhouding tussen framing en
verantwoordelijk rechtssubject.
Meldpunt; kliklijn
Sociaal leenstelsel; schuldstelsel
Prominent; mastodont
Kritisch; cynisch
Vrijheidsstrijder; terrorist
Ideologie – kenmerken
Systeem van met elkaar samenhangende ideeën/ inzichten/
waarden
Groepen mensen begrijpen zichzelf en hun positie in de
samenleving aan de hand van dit systeem van ideeën
Sommige inzichten/ begrippen binnen dit systeem zijn
pertinent onjuist/ vertekening van de werkelijkheid (etc.)
Ideologie heeft verborgen functies
Voorbeeld ideologie met betrekking tot toeslagenaffaire:
- Weekers: “fraude is niet alleen vergif voor ons sociale voorzieningen,
maar holt ook het draagvlak onder de verzorgingsstaat uit.”
Onder druk van een oververhitte politieke behoefte aan
fraudebestrijding, waarin elke vergissing al gauw als fraude werd gezien,
werden ouders in de raderen van de uitvoering door de Belastingdienst ten
onrechte gebrandmerkt als opzettelijke fraudeurs.
Casus
Truepenny (grotnaam)
Vier amateur verkenners die een grot gaan verkennen, ingang/uitgang van
de grot wordt belemmerd door rotsblokken. Ze zitten vast voor wekenlang
en vragen aan artsen om medische advies, is het te overleven zonder
eten. Het antwoord daarop is nee.
, Volgens Foster J. (natuurrecht/vrijspraak); als het Hof concludeert dat
de mannen volgens de wet een misdaad hebben gepleegd, dan is onze
wet zelf veroordeeld, ongeacht wat er gebeurt met de personen die hierbij
zijn betrokken.
Als de wet ons tot een conclusie dwingt waar we ons
schamen en dat dispensatie nodig is, dan zorgt de wet niet
meer voor gerechtigheid.
o De mannen zijn onschuldig volgens Foster om twee
redenen:
1. De wet is niet toe te passen op deze zaak. De
wet is gebaseerd op de mogelijkheid dat men naast
elkaar kan leven in de maatschappij. Want de wet is
gericht op het vergemakkelijken van het naast elkaar
samenleven en regelt onderlinge relaties. Op het
moment dat er een situatie voordoet waarin het
naast elkaar leven onmogelijk wordt, dan houdt
dit recht op met bestaan, ze bevonden zich in
een natuurtoestand dan is er sprake van een
sociaal contract.
Dit is een natuurwet die altijd geldt. Het houdt in
dat wanneer je een afspraak maakt, je je daaraan
moet houden. Deze afspraak is een rechtmatige actie.
2. Volgens het oude juridische gezegde mag men
de letter van de wet overtreden zonder de wet
te overtreden. Elke wet/regel moet redelijk worden
geïnterpreteerd en moet worden bekeken in het licht
van het doel van de regel.
Zelfverdediging staat niet in de wet, maar wordt
wel toegelaten. Er wordt gekeken naar het doel van
de wet, niet naar de letter van de wet.
Volgens Tatting (Legal realism/geen beslissing) zit de mening van
Foster vol met tegenstellingen
Waarom vallen de verdachten onder het natuurrecht en niet onder het
positief recht? Het is niet duidelijk waarom zij niet in een staat van
samenleving waren. Op welk moment gingen de verdachten over van
positief recht naar natuurrecht.
Geen regel/wet mag worden toegepast als het tegenstrijdig is met zijn
doel. Het strafrecht moet afschrikwekkend werken. Is het waarschijnlijk dat
in termen van afschrikking, een uitgehongerde man zal sterven om een
vrijheidsstraf te voorkomen.
Volgens Tatting is er ook een andere natuurwet, namelijk het
recht op eigen leven. Volgens Tatting vindt Foster het
contractrecht belangrijker dan het recht op eigen leven. Is
afschrikking het enige strafdoel vraagt Tatting zich af. Als er
meerdere doelen zijn, welke moeten we gebruiken?
Tatting kan de argumenten van Foster niet volgen, vind het
absurd dat mensen ter dood worden veroordeeld terwijl het
redden van hun levens 10 werklieden heeft gekost