Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting problemen 1-8 Inleiding Staats- en Bestuursrecht

Rating
1.0
(1)
Sold
2
Pages
59
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2024/2025

Dit document bevat een samenvatting van alle leerdoelen van het vak Inleiding Staats- en Bestuursrecht van jaar 2024/2025. Daarnaast zijn de aantekeningen uit werkgroepen ook hierin verwerkt. Ik had voor dit vak aan de hand van deze samenvatting een 10,o gehaald.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Inleiding staats- en bestuursrecht
Probleem 1
1. Wat is de trias politica en hoe heeft dat in Nederland vorm gekregen?
Montesquieu 1748: gedachte van de scheiding van machten in de staat -> er
bestaan 3 organen in de staat: de koning, het parlement en de rechterlijke
macht, die ieder een eigen functie uitoefenen en onafhankelijk van elkaar zijn.
Wetgevende macht: maakt wetten (parlement)
Uitvoerende macht: voert wetten uit (de koning)
Rechterlijke macht: controleert of wet in acht wordt genomen (rechters)
De leer van de trias politica gaat ervan uit dat de burger het best gediend is met
een scheiding van deze drie functies
In Nederland:
‘Checks and balances’ = De verdeling van het gezag over verschillende organen,
doordat ieder orgaan slechts een deel van het gezag kan uitoefenen, heeft het
andere organen nodig. De verschillende organen onder welke het gezag is
verdeeld houden elkaar in evenwicht, dit zorgt voor een stabiliteit in
machtsverhoudingen. Elk orgaan moet een zekere macht en
verantwoordingsplicht krijgen. Hierdoor kan de overheid geen ongecontroleerde
macht uitvoeren.
Door Montesquieu werd de functie van de regering omschreven als uitvoerende
macht, echter is de taak van de regering in onze tijd veel breder dan alleen het
uitvoeren van wetten -> ook een zelfstandige bevoegdheid over beslissingen
waar de wet bijna niets over zegt. Beide onderdelen van de regeringstaak
(uitvoeren wetten en zelfstandige taak) worden in de Gw ‘bestuur’ genoemd.
Het is ook niet zo dat de 3 belangrijkste organen in de staat (regering, parlement,
rechterlijke macht) onafhankelijk van elkaar opereren:
Wetgevende macht: regering + parlement
Bestuur: regering -> uitvoeren wetten en zelfstandige taak (controle parlement)
Rechterlijke macht: rechters
Centrale overheid = samen stelsel van organen die ieder slechts een deel van de
overheidstaak uitoefenen en die elkaar dus nodig hebben om te regeren. Zo
houden de organen elkaar in evenwicht en controleren zij elkaar.
Territoriale splitsing = men geeft niet een centrale overheid alle
bestuursbevoegdheid, maar geeft een deel van die bevoegdheid aan regionale
overheden (gemeentelijke en provinciale organen) -> macht wordt verdeeld
tussen centrale en regionale overheden -> trias politica dus niet helemaal zuiver,
maar bestaat nog in bepaalde vormen om democratie te waarborgen.




1

,2. Wat is de democratische rechtsstaat?’
Staat = organisatie, die met voorrang boven andere organisaties, effectief gezag
uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied.
Kenmerkend is de mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving van
gemeenschapsnormen -> 1 of meer organen zijn bevoegd tot het uitoefenen van
dwang, deze organen zijn met gezag bekleed
Democratie = staatsvorm die de gelijkwaardigheid van mensen als uitgangspunt
neemt, wat betreft hun invloed op het staatsbestuur als wat betreft hun
bescherming tegen de staat
1) Vrije en geheime verkiezingen
2) Openheid voor machtswisseling
3) Parlement heef teen centrale rol in het staatsbestel
Als grondslag voor een democratisch bestel nemen wij aan dat ieder orgaan voor
de uitoefening van bevoegdheden de medewerking/controle nodig heeft van een
ander orgaan -> dan volgen daaruit een aantal grondregels voor een
democratisch bestuur = het zijn beginselen (geen positief recht, want niet op alle
terreinen in rechtsregels gerealiseerd)
1. Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet. (het
legaliteitsbeginsel)
Bevorderd rechtszekerheid en gelijkheidsbeginsel, maar garandeert de inbreng
van het volk
Om machtsmisbruik te voorkomen is er in deze regel vastgelegd dat de rechter
en bestuur alleen een bevoegdheid mogen gebruiken, als de Gw of de wet dat
toestaat. De wetgevende macht (regering en Statengeneraal) bepaalt hierdoor de
grenzen waarbinnen bevoegdheden mogen worden uitgeoefend.
Legaliteitsbeginsel wordt vaak slechts in formele zin nageleefd, omdat de door
regering en SG gemaakte wet nauwelijks inhoudelijke regels bevat, maar de
bevoegdheid deze vast te stellen overdraagt aan lagere instanties = delegatie
van wetgevende bevoegdheid.
2. Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te
zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat. (verantwoordingsplicht
of controle)
De verantwoordingsplicht of controle kan voor ieder die bevoegdheden uitoefent
een andere vorm hebben, maar zij behoort voor niemand afwezig te zijn -> de
wetgever kan immers in vele gevallen slechts ruime grenzen stellen, zo kan hij
vaak niet vertellen wanneer wel/niet een bevoegdheid mag worden gebruikt.
De verantwoordingsplicht aan een ander orgaan is een aanvulling op de eerste
regel: ook over de uitoefening van een bevoegdheid binnen de wettelijke perken
moet verantwoording worden afgelegd.




2

,Vormen van verantwoordingplicht van en controle op overheidsorganen:
 Politieke verantwoordingsplicht = van bestuurlijke organen tegenover
vertegenwoordigende lichamen (bv ministers -> parlement, gedeputeerde
staten -> provinciale staten, burgemeester -> gemeenteraad). Houdt in:
inlichtingen verstrekken, debat met volksvertegenwoordiging en bij verlies
van vertrouwen moet opstappen.
 Ambtelijke ondergeschiktheid = ambtenaren met bepaalde bevoegdheden
zijn verantwoording schuldig aan hun chefs. (niet ministers en
staatssecretarissen, want dit zijn bewindspersonen en geen gewone
ambtenaren)
 Bestuurlijk toezicht = bestuursorgaan wordt gecontroleerd door een hoger
orgaan. (bv: regering heeft in beperkte mate bevoegdheid zich te
bemoeien met beleid van gemeente/provincie), onderscheid toezicht:
o Preventief toezicht = lager bestuursorgaan moet voor bepaalde
handeling toestemming vragen aan een hoger orgaan.
o Repressief toezicht = hoger bestuursorgaan kan een beslissing van
lager orgaan achteraf ongedaan maken.
 Strafrechtelijke verantwoordelijkheid = een gezagdrager kan strafrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor zijn daden, dit kan alleen als een strafbepaling
de gedragingen strafbaar stelt. (bv als ministers hun medeondertekening
verlenen terwijl ze weten dat daardoor de Gw of andere wetten worden
geschonden, art. 355 WvSr. bepaalt dat dit een ambtsmisdrijf is)
 Beroep = meeste besluiten van bestuursorganen zijn vatbaar voor beroep -
> belanghebbenden kunnen aan de beroepsinstantie vragen de besluiten
te vernietigen/vervangen.
 Burgerlijke rechter = als er geen speciale beroepsmogelijkheid is, dan kan
de burgerlijk rechter ambtshandelingen toetsen aan art. 6:162 BW -> een
orgaan kan dan tot schadevergoeding worden verplicht.
 Rechterlijke toetsing van wetgeving = op sommige wetgevende organen is
er controle van de rechter. De rechter mag echter niet beoordelen of een
formele wet in strijd is met de grondwet (art. 120 Gw).
Rechtsstaat = staat waarvan de organisatie erop is gericht dat burgers
beschermd zijn tegen machtsmisbruik door de staat zelf, waarborgen:
1. De staat erkent dat individuen en particuliere instellingen recht hebben op
een onafhankelijke ruimte zonder inmenging van de staat. Ook een door
het volk gekozen parlement moet deze grondrechten respecteren, zo
worden minderheden beschermd.
2. Optreden van bestuur dat voor de burger bezwarend is, dient te berusten
op een algemene regel die de bevoegdheden van het orgaan omschrijft
(legaliteitsbeginsel) -> zorgt voor rechtszekerheid en gelijkheidsbeginsel
3. De regels waarin bevoegdheden van een orgaan zijn beschreven, moeten
door een ander orgaan zijn vastgesteld -> machtenscheiding.
4. Geschillen tussen burger en staat moeten worden beslist door een
onafhankelijke en onpartijdige rechter -> eerlijke afweging van wederzijdse
belangen)




3

, 3. Wat zijn de regering en het kabinet en hoe komen deze organen tot
stand? (Kijk ook eens op Google hoe onze huidige regering en kabinet
eruit zien).
Art. 42 lid 1 Gw: de regering wordt gevormd door de koning en de ministers. ->
regering is dus een samengesteld orgaan, waarbij de koning en ministers moeten
samenwerken en gezamenlijk optreden (niet bij ieder optreden van de regering
hoeven alle ministers mee te werken)
Als Gw een bepaalde taak aan de regering opdraagt waar geen daad van de
koning is vereist wordt, dan gebruikt zij de term ‘regering’. Als de grondwet eist
dat een bepaalde beslissing door de regering genomen wordt, noemen ze dat ‘bij
koninklijk besluit’ -> art. 47 Gw: ministers/staatssecretarissen moeten, naast
koning, ondertekenen = contraseign.
De koning heeft 2 taken:
1) Staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden -> hij symboliseert de
eenheid van ons land
2) Lidmaatschap van de regering -> moet alle wetten en koninklijke besluiten
ondertekenen, maar in praktijk niet veel macht. (art. 47 Gw)
Troonopvolging art. 24-31 Gw
Het Kabinet is het ambtelijk apparaat dat de Koning ondersteunt bij het
uitoefenen van zijn constitutionele taken.
Ministers: onder absolute monarchie was de minister ambt een dienaar schap van
de koning, de minister voerde koninklijke bevelen uit. In de 19 e eeuw heeft het
ministerschap zich ontwikkeld tot een zelfstandig orgaan.
Minister-President: hij is verantwoordelijk voor zijn eigen benoeming en voor de
benoeming van overige ministers.
Art. 43 Gw: de Minister-President en de overige ministers worden bij koninklijk
besluit benoemd en ontslagen
 Volgens art. 48 Gw: deze koninklijke besluiten moeten door de Koning
worden getekend en door de Minister-President, dit betekent dat de nieuwe
Minister-President zijn eigen benoemingsbesluit mede ondertekent
Art. 44 Gw: ministers hebben meestal de leiding van een ministerie (ook wel
departement genoemd), deze worden bij koninklijk besluit ingesteld. Ook kunnen
ministers worden benoemd, die niet belast zijn met de leiding van een ministerie
(minister zonder portefeuille) -> dit gebeurt om een bepaald beleidsterrein van
een ministerie bijzonder gewicht te geven binnen de ministerraad.
De gezamenlijke ministers zijn niet alleen een politiek gezelschap (kabinet) maar
ook een staatsorgaan, ze vormen namelijk de ministerraad, met als voorzitter de
Minister-President (art. 45 Gw) Art. 4 RvO MR herhaalt art. 45 lid 3 Gw: omschrijft
de taak van de ministerraad. Om de taak van de raad te verlichten kan hij
onderraden vormen ter voorbereiding of beslissing van aangelegenheden inzake
bepaalde delen van het algemeen regeringsbeleid.
Wij hebben geen collegiaal bestuur (= over alle punten van regeringsbeleid van
enig belang worden in gezamenlijk overleg beslist) -> veel beslissingen worden


4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
59
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$8.01
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
5 months ago

1.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
merelzuidervaart Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
2 months ago

3.6

5 reviews

5
1
4
3
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions