Opdracht 1) Wat zijn de doelstellingen van het financieel toezichtrecht? Waarom is
financieel toezicht nodig om deze doelstellingen te bereiken? (Kijk naar o.a. Drijber &
de Rond en Broekhuizen)
De doelstellingen van EU-regels zijn: 1) rechtszekerheid van de markt, 2) bescherming &
harmonisatie van beleggers, spaarders, verzekerden, en 3) bescherming van de stabiliteit van
het stelsel.
De hoofddoelstellingen van het financieel toezichtrecht zijn:
1) Waarborgen van de stabiliteit van het financiële stelsel (Drijber & de Rond). Zie vb.
Bankrun: banken werden helemaal leeggeplunderd. Als 1 bank omvalt, is men meteen
vertrouwen in alle banken kwijt: systeemrisico/crisis.
2) Het beschermen van klanten tegen faillissement van financiële instellingen.
3) Het beschermen van klanten tegen ontoelaatbaar gedrag van financiële instellingen.
Zonder financieel toezicht, zouden deze financiële instellingen kunnen doen en laten
wat ze willen.
Waarom is financieel toezicht/regelgeving nodig om deze doelstellingen te bereiken?
- Regelgeving is nodig om marktfalen te corrigeren (Broekhuizen).
- Market failures bijv. informatieasymmetrie, ongewenst externe effecten
(externalities), marktwerking leidt niet tot efficiënte uitkomst (Broekhuizen).
Wat voor regels hebben we nodig?
Hoe bescherm je een klant tegen ontoelaatbaar gedrag?
- Door het bewaken van markttoegang d.m.v. onder andere vergunningsplichten.
- Door het verzamelen en verstrekken van informatie in plain language.
- Gebruik maken van verboden;
- Door het geven van financiële educatie;
- Eisen stellen van tussenpersonen tussen klant en financiële instelling.
- Ook ex post kan een klant worden beschermd tegen ontoelaatbaar gedrag door
schadevergoedingen.
Hoe bescherm je een klant tegen faillissement/instabiliteit?
- Door het hebben van prudentieel toezicht/regels;
o CRD/CRR en IFD/IFR
- Garanties: bijv. depositogarantiestelsel (DGS).
Opdracht 2) Er zijn verschillende toezichtmodellen. Benoem deze en leg uit:
a) welk toezichtmodel wordt in Nederland gehanteerd. Hoe herkent men dit model in de
Wft?
In Nederland is er sprake van een functioneel toezichtmodel met gedragstoezicht en
prudentieel toezicht: het ‘Twin Peaks’-model. In art. 1:24 staat de bevoegdheid van DNB en
in art. 1:25 de bevoegdheid van de AFM. Dit model is te herkennen in de Wft, omdat de Wft
een cross-sectorale wet, net als dat het Nederlands toezichtmodel cross-sectoraal is. Met een
cross-sectorale wet wordt bedoeld dat de Wft niet gebaseerd is op aparte regulering per sector,
net als dat de AFM en DNB niet gereguleerd zijn per sector. Je hebt een prudentieel toezicht
en gedragstoezicht, daarom functioneel.
,b) welk toezichtmodel wordt in EU-regelgeving gehanteerd. Hoe herkent men dit model
in EU-regelgeving?
In EU-regelgeving is sprake van een sectoraal toezichtmodel. Er bestaat namelijk een drietal
sectoraal georganiseerde Europese toezichthouders, te weten: De ESMA (effectenmarken en
effectenhandel), de EBA (banken) en de EIOPA (pensioenfondsen en verzekeraars). Het
toezicht en de regelgeving is grotendeels per sector. Het is gericht op bepaalde spelers op de
financiële markten (ook op bepaalde producten). Dit model is herkennen aan de structuur van
de toezichthouders (zie schema) en de vele richtlijnen en verordeningen.
Opdracht 3) De Wft stamt uit 2007. Waarom zou de Minister van Financiën in 2016
deze wet op de schop hebben willen nemen?
In toenemende mate worden financieel toezichtrechtelijke onderwerpen op Europees niveau
geregeld, zowel in de vorm van richtlijnen als direct werkende verordeningen. Veel Europese
regelgeving is gebaseerd op een sectorale indeling, waardoor de vraag ontstaat of het
functionele toezichtmodel in Nederland niet vervangen zou moeten worden met een meer
sectorale indeling. De Wft werd hierdoor steeds onoverzichtelijker (door implementatie van
richtlijnen). Het Europese sectorale stelsel sluit niet altijd aan bij het functionele stelsel van
Nederland.
De Serière:
- De Wft is ontoegankelijk, te weinig inzichtelijk, te complex, te omvangrijk, te weinig
logica in de structuur, te grote gelaagdheid van wet- en regelgeving.
Drijber & de Rond
- De opzet van de Wft is niet goed toegesneden op de omzetting van Europese
wetgeving.
- De vervanging van Europese richtlijnen door verordeningen leidt ertoe dat de
toegankelijkheid en het belang van de Wft als rechtsbron afnemen
Opdracht 4) Wat is de Lamfalussy-procedure en hoe werkt deze op hoofdlijnen? Staat
in artikel ‘De Europeanisering van de Wft’, p. 9.
De Lamfalussy-procedure is een proces voor het tot stand brengen van Europese regelgeving
met betrekking tot financiële diensten, met als doel het versnellen van het wetgevingsproces
en het aanpassingsvermogen van de regelgeving aan snel veranderende
marktomstandigheden. De Lamfalussy-procedure bestaat uit vier niveaus of stappen:
- Niveau 1: Kernbepalingen. Het eerste niveau omvat de vaststelling van de
basisprincipes en doelstellingen van de wetgeving door de Europese Unie. Dit wordt
gedaan door middel van richtlijnen en verordeningen die door de Europese Commissie
worden voorgesteld en door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
worden goedgekeurd.
- Niveau 2: Technische standaarden. Nadere uitwerking van level 1-regelgeving via
uitvoeringsmaatregelen van de EC.
- Niveau 3: Richtsnoeren van ESAs die bijdragen aan uniforme interpretatie van niveau
1 en 2. Het derde niveau omvat de coördinatie en samenwerking tussen nationale
toezichthouders binnen de Europese Unie.
, - Niveau 4: Controle door EC op implementatie – toezicht op de naleving van de
regelgeving. Op het vierde niveau vindt er evaluatie en monitoring plaats van de
impact en effectiviteit van de wetgeving.
Opdracht 5) Wat wordt er bedoeld met (i) de Banking Union, (ii) de CMU en (iii) een
‘Single Rulebook’?
- Banking Union: In reactie op de eurocrisis is de Europese Bankenunie (EBU)
opgericht dat bestaat uit de SSM (Single Supervisory Mechanism), de SRM (Single
Resolution Mechanism) en de European Deposit Guarantee Scheme.
- CMU (Capital Markets Union): Dezelfde regels voor beleggen in lidstaten van de EU.
Mogelijk zal de rol van de ESMA als rechtstreekse toezichthouder verder groeien. In
het kader van de plannen voor een verdere integratie van de Europese kapitaalmarkten
staat convergentie en centralisatie van toezicht vrij hoog op de agenda. Wil je geld
hebben kan je kiezen tussen bank en capital markets. Bank geeft lening CMU bestaat
uit beleggers. EBU ziet op EBA/ECB en zij zien op de bank en de CMU ziet op de
ESMA en die ziet op de capital markets.
- Single Rulebook: een uniform regelgevend kader voor de financiële sector van de EU
dat de interne markt voor financiële diensten zou voltooien. Het Single Rulebook is er
om wetgevingsverschillen tussen de lidstaten weg te nemen, hetzelfde niveau van
consumentenbescherming te garanderen en banken in de hele Unie een gelijk
speelveld geven.
Opdracht 6) Wat wordt verstaan onder een Europees Paspoort? Welke toezichthouder
is in beginsel bevoegd wanneer een financiële onderneming gebruik maakt van een
Europees paspoort?
Europese Commissie ontwerpt een aantal richtlijnen om te komen tot harmonisatie. Zo wordt
het mogelijk om als financiële speler de grens over te gaan, zonder in de andere lidstaten
telkens een aparte vergunning aan te vragen (Europees paspoort). Het is een systeem van
wederzijdse erkenning van vergunningen en goedkeuringen binnen de EER. Je moet wel een
notificatie doen bij de toezichthouder in het land waar je een activiteit gaat uitoefenen.
Wanneer een financiële onderneming gebruik maakt van een Europees paspoort, wordt in
beginsel de toezichthouder van de lidstaat waar de financiële onderneming is gevestigd,
beschouwd als de 'home state' toezichthouder (‘home country control’).
Opdracht 7) Enkele vragen rondom definities:
a) Volgens art. 1:1 Wft beheert een vermogensbeheerder financiële instrumenten.
Waaruit blijkt dat?
In de Wft staat in art. 1:1 dat een vermogensbeheerder degene is die een individueel
vermogen beheert. In de Wft staat daarnaast dat het beheren van een individueel vermogen het
volgende inhoudt: in de uitoefening van een beroep of bedrijf, anders dan als beheerder van
een beleggingsinstelling of beheerder van icbe, op discretionaire basis voeren van het beheer
over financiële instrumenten die toebehoren aan een persoon dan wel over aan deze persoon
toebehorende middelen ter belegging in financiële instrumenten op grond van een door deze
persoon gegeven opdracht.
, b) Stel dat een partij in de uitoefening van haar bedrijf een portefeuille met obligaties
wil beheren voor een ander. Is deze partij dan een vermogensbeheerder?
Zie dia voor hele stappenplan.
1. Vermogensbeheerder degene die een individueel vermogen beheert
2. Beheren van een individueel vermogen beheren over o.a. financiële instrumenten
3. Financiële instrumenten zijn o.a. effecten
4. Effect verhandelbare obligaties.
c) Is de onder a. genoemde vermogensbeheerder een financiële onderneming?
1. Financiële onderneming o.a. beleggingsonderneming
2. Beleggingsonderneming degene die een beleggingsdienst verleent
3. Verlenen van beleggingsdienst o.a. beheren van individueel vermogen
4. Beheren van individueel vermogen vermogensbeheerder.
d) Verleent de onder a. genoemde vermogensbeheerder een financiële dienst?
1. Financiële dienst o.a. verlenen van een beleggingsdienst
2. Verlenen van beleggingsdienst beheren van individueel vermogen
3. Beheren van individueel vermogen vermogensbeheerder
Opdracht 8) Avers NV is een groot dakdekkersbedrijf, dat is gevestigd in Purmerend.
Omdat zij overtuigd is van de kwaliteit van haar daken en dat aan haar klanten wil
laten zien, wil zij verzekeringen gaan aanbieden voor de door haar gemonteerde daken.
Tegen betaling van EUR 1.000 per jaar kan zij het dak verzekeren tegen stormschade,
hagel en ander onheil. In verband mede dit plan legt zij een aantal vragen aan u voor.
Motiveer uw antwoord en verwijs naar de relevante bepalingen.
Ga er in uw antwoord van uit dat de verzekeringsactiviteiten van Avers zouden vallen
onder de richtlijn solvabiliteit II: dit is Europese wetgeving m.b.t. verzekeraars.
a) Mag Avers dergelijke verzekeringen aanbieden zonder een vergunning?
Beginnen bij de gevoelsmatige kwalificatie van de activiteiten van Avers NV. Het lijkt erop
dat Avers NV een schadeverzekeraar is. Daarna kijken naar de verbodsbepaling. Artikel 2:27
lid 1 Wft stelt dat het verboden is zonder een vergunning het bedrijf uit te oefenen van
schadeverzekeraar. Hieruit vloeien twee vereisten, er moet sprake zijn van:
1) Uitoefening van een bedrijf: zelfstandig identificeerbare activiteiten. Avers is een
dakdekkersbedrijf, niet een verzekeraar, maar biedt wel verzekeringen aan.
2) Schadeverzekeraar: zie definitie art. 1.1 Wft: degene die zijn bedrijf maakt van het
sluiten van schadeverzekeringen (en afwikkelen hiervan). Voor de definitie van een
schadeverzekering wordt terugverwezen naar art. 7:944 BW: een verzekering
strekkende tot vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden.
Hieraan is voldaan. Ook aan de definitie van verzekering ex art. 7:925 BW is voldaan.
Aan de verbodsbepaling wordt voldaan, er is een vergunning nodig.
Nu kijken of Avers aanspraak maakt op een vrijstelling van een vergunning of een
uitzondering.