WEEK 1: HOOFDSTUK 6: 7.1 EN 7.3
Kansrekening: precisie van de statistische procedure die is gebruikt, in de kans dat een onjuiste
conclusie wordt getrokken.
Beschikbare data → populatie waarvan je iets wilt weten.
Kansrekening en statistiek in het dagelijks leven:
Analyseren van rendement op aandelen van bedrijven.
Gebruik historische data om iets te zeggen over toekomstige data.
Verwachting van het rendement: betrouwbaarheidsinterval voor het verwachte rendement,
zijn schattingen met verschillende datasets significant verschillend?
Analyseren van effecten van marketinginstrumenten op het bestedingsgedrag van
consumenten.
Steekproefsgewijze accountantscontrole.
6.1 TOEVALSEXPERIMENT
Toevalsexperiment: een experiment waarvan de uitkomst bepaald wordt door kans.
Mogelijke uitkomsten: mogelijke resultaten van toevalsexperiment.
Uitkomstenruimte Ω: verzameling van alle N mogelijke uitkomsten.
Venn diagram: handige methode om de uitkomstenruimte te illustreren.
Gebeurtenissen A,B: deelverzamelingen van de uitkomstenruimte Ω.
Enkelvoudige gebeurtenissen: 1 specifieke uitkomst.
Meervoudige gebeurtenissen: meer dan 1 uitkomst.
Lege gebeurtenis: ⍉ lege verzameling.
"gebeurtenis A treedt op": de daadwerkelijke uitkomst zit in A.
6.2 REGELS VOOR VERZAMELINGEN /GEBEURTENISSEN
1
,2
, 6.3 HISTORISCHE DEFINITIES VAN KANS
P(A): de kans dat gebeurtenis A optreedt.
1. Klassieke definitie van kans:
Alle uitkomsten van het experiment zijn even waarschijnlijk.
2. Empirische definitie van kans:
Niet alle toevalsexperimenten hebben uitkomsten die even waarschijnlijk zijn.
Het toevalsexperiment kan onafhankelijk en identiek herhaald worden.
3. Subjectieve definitie van kans:
Niet alle toevalsexperimenten hebben uitkomsten die even waarschijnlijk zijn of kunnen
onafhankelijk en identiek herhaald worden.
Kan gebruikt worden voor alle toevalsexperimenten. Nadeel: subjectief. Dezelfde eigenschappen
moeten gelden.
6.4 ALGEMENE DEFINITIE VAN KOLMOGOROV
7.1 BASISEIGENSCHAPPEN VAN MODEL P
3