HC 1 - OVERZICHT MACRO-ECONOMIE
Wat is economie?
Verstandig kiezen en goed samenwerken zodat zo goed mogelijk in de behoeften van mensen wordt
voorzien → brede welvaart.
1. METEN OMVANG VAN DE ECONOMIE (BBP)
BBP: de totale waarde van alle eindproducten en einddiensten die in een bepaalde periode in een
economie zijn geproduceerd. Alleen eindproducten, geen onderlinge leveringen.
Eindproduct: product dat wordt verkocht aan de eindgebruiker.
Onderlinge levering: een verkocht product dat niet als eindproduct wordt beschouwd.
Totale waarde eindproducten en einddiensten = ∑ toegevoegde waarde
2 opties:
1. Alleen de waarde van het eindproduct optellen.
2. Berekenen toegevoegde waarde = omzet - onderlinge leveringen. Alle toegevoegde waardes
optellen. Zo vermijd je dubbeltellingen.
3 manieren om bbp te meten:
2. INFLATIE / DEFLATIE
nominalebbp 6 12
Reële bbp = = = =2
prijsniveau 2 6
Het reële bbp is in beide economieën gelijk.
1
, nieuw−oud
Groei reëel bbp = x 100%
oud
Bbp in 2021= 100
Bbp in 2022 = 125
Groei reëel bbp = 25%
Basisjaar 2021 dus dat jaar bepaalt de hoeveelheid; 20 appels, 10 peren
Prijsniveau 2021 = 20 x 3 + 10 x 4 = 100
Prijsniveau 2022 = 20 x 4 + 10 x 3 = 110
110−100
Inflatie = x 100 %=10 %
100
3. STRUCTUUR / CONJUNCTUUR
Economie ontwikkelt zich in de praktijk niet zoals Y*.
De feitelijke economische groei is soms hoger (expansie) en soms lager (recessie) dan de
trendmatige economische groei.
Conjunctuur = verschil tussen Y en Y*.
Adam Smith: 1776 The Wealth of Nations:
Klassieken: geloof in marktwerking 'de onzichtbare hand'. Als deze goed werkt, schept elk
aanbod zijn eigen vraag → Y = Y*.
Marktwerking is een heel succesvol economisch mechanisme, als een bepaalde voorwaarden
is voldaan.
Verklaart het succes van de EU; interne markt, vrijhandel tussen EU landen bevordert
marktwerking.
John Maynard Keynes: 1936 The General Theory:
Keynesianen: markten werken niet altijd perfect → Y ≠ Y*.
Negatieve vertrouwensschok → gezinnen gaan meer sparen en bedrijven minder investeren
→ minder bestedingen → lagere productie → lagere werkgelegenheid → nog minder
vertrouwen → consumptie en investeringen nog verder omlaag.
Cruciale rol van vertrouwen 'animal spirits'.
Macro-economische kringloop:
2
, 1. Gezinnen: Y = C + B + S
2. Bedrijven: Y = C + I + O + E - M → effectieve vraag
3. Combineren 1 en 2: (S-I) + (B-O) = E-M
4. METEN WELVAART
Bbp-groei is exponentieel
70
Aantal jaren dat nodig is om het bbp te verdubbelen =
growt h rate
Kleine verschillen in bbp-groei hebben groot effect op het niveau.
Vaak een positieve relatie tussen bbp en bredere welvaart.
Bbp maximalisatie is niet automatisch gelijk aan welvaartmaximalisatie.
Monitor brede welvaart; nadeel: heel veel indicatoren en daardoor geen eenduidig beeld.
HC 2 - ECONOMISCHE GROEI OP LANGE TERMIJN
1. DATA OVER BBP-GROEI / INKOMENSVERSCHILLEN
Economische groei op lange termijn → bepaalt de welvaartsverschillen tussen landen.
Maatstaf: reëel bbp per hoofd van de bevolking.
Groei bbp op lange termijn:
Y = N x Y/N
N = omvang bevolking.
Y/N = reëel bbp per hoofd van de bevolking.
2. BRONNEN VAN ECONOMISCHE GROEI
2A. ARBEID EN KAPITAAL
Solow groeimodel:
Om de productie Y te creëren:
L = hoeveelheid arbeid.
K = hoeveelheid kapitaal.
A = totale factor productiviteit.
3