Strategisch management proces
- Missie: kan erg belangrijk zijn voor sommige bedrijven. Boek zegt: veel bedrijven hebben niet
een duidelijke missie, meestal ‘genoeg geld verdienen’ (i.p.v.; milieubewust of mensen helpen).
- Objectives: meetbare doelen die je als bedrijf wil bereiken (bv; bepaalde omzet).
- Analysefase: goed begrijpen wat er binnen (intern) en om de organisatie heen (extern) gebeurt.
business level strategie: hoe je concurreert binnen de bedrijfstak. Je hebt een groep bedrijven
die hetzelfde doen als jij als bedrijf en je wil een bepaalde strategie uitzetten waardoor je aan de
bovenkant van die groep komt.
corporate level strategie: wáár je als bedrijf wil concurreren, je bent mogelijk namelijk actief in
meerdere bedrijfstakken.
- Strategie implementatie: hoe ga je je (business) level strategie implementeren?
Economische toegevoegde waarde (economic value created)
- Verschil tussen “perceived” waarde en volledige economische kosten
Dus: wat klanten bereid zijn voor het product te betalen minus de kosten om het product te maken
! er zit een verschil in de prijs en de perceived value
Oppervlakte rechthoek: producentensurplus; economisch toegevoegde waarde voor producent.
Oppervlakte driehoek: consumentensurplus; verschil in de prijs en betalingsbereidheid klanten.
Bij perfecte concurrentie is er geen economische toegevoegde waarde, want er is geen
productentensurplus en geen consumentensurplus.
,Het verschil tussen de ETW van een bedrijf en de concurrentie
Accounting measures
Profit ratios: hoeveel verdien je/wat je gebruikt om dat te maken -> dus eigenlijk de ROA.
Liquidity ratios: hoe makkelijk het voor jou is om op korte termijn geld vrij te maken om een
rekening te kunnen betalen.
Leverage ratios: in hoeverre ben je gefinancierd met vreemd geld (in vergelijking met EV).
Activity ratios: vooral met operationele zaken, bijvoorbeeld hoeveel produceer je in vergelijking
met hoeveel je hebt in de voorraad.
Economic measures:
The cost of debt.
The cost of equity.
WACC; hoeveel moet je betalen voor het kapitaal dat je gebruikt in vergelijking met ROA.
Je wil als bedrijf een lagere WACC dan ROA, dus bv je wil 3% betalen terwijl je 5% maakt.
Conclusie
- Winst ≠ concurrentievoordeel (want je neemt het consumentensurplus niet mee).
- Winstparadox stelt dat op lange termijn de verwachte winst binnen bedrijfstak 0 is, want
opkomst van nieuwe bedrijven in bedrijfstak drukt de winst.
- Perfecte concurrentie bestaat (bijna) niet.
- Continue “strijd” om de concurrentie voor te blijven.
Samenvattend…
- Concurrentievoordeel is altijd relatief.
- Concurrentievoordeel is op verschillende manieren uit
te drukken.
- Winstparadox leidt tot continue strijd.
- Strategieën zijn niet allemaal van te voren uitgedacht en
juist uitgevoerd, het verandert gedurende het proces.
HC 2
Externe analyse
, Bedrijfstak = groep organisaties die eenzelfde soort product/dienst leveren door middel van
dezelfde soort technologie/proces (dus is niet hetzelfde als een markt).
o Dus bv frisdrankproducenten zitten in een andere bedrijfstak dan melkproducenten.
Niveaus externe analyse:
- Macro-omgeving (DESTEP-model).
- Bedrijfstak (vijfkrachtenmodel van Porter).
- Strategische groep -> binnen een bedrijfstak een sub-groepje (binnen strategische groepen meer
concurrentie dan tussen strategische groepen).
- Concurrenten.
Onderdelen van algemene omgeving; DESTEP-model
- Demografisch: cijfermatige verdeling vaan karakteristieken die het koopgedrag van mensen
kunnen beïnvloeden. Bv leeftijdsopbouw, inkomen, gewicht, geslacht.
- Economisch klimaat: de gezondheid van de economie.
- Sociaal-cultureel: waarden en normen in de maatschappij.
- Technologische verandering: ontwikkelingen op het gebied van innovatie en techniek.
- Specifieke (internationale) gebeurtenissen: grootschalige gebeurtenissen zoals natuurrampen,
covid of oorlogen (dus daarom niet ‘ecologisch’).
- Politiek-juridische factoren: Wet en regelgeving en de relatie tussen politiek en bedrijfsleven.
Vijfkrachtenmodel van Porter
- SCP-model (hierop is het vijfkrachtenmodel gebaseerd); Structure-Conduct-Performance
o Oorspronkelijk bedoeld om concurrentie te waarborgen.
o Vervolgens gebruikt om “aantrekkelijke” bedrijfstakken te bepalen.
Doel vijfkrachtenmodel: bepalen wat de gemiddelde winstgevendheid binnen de bedrijfstak is.