Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Begrippenlijst met de belangrijkste 200 begrippen voor WFT basis examen

Rating
-
Sold
3
Pages
11
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2024/2025

Begrippenlijst met de belangrijkste 200 begrippen voor WFT basis examen 1. Wet financieel toezicht (Wft): Het overkoepelende wettelijk kader voor het toezicht op financiële markten en instellingen in Nederland. 2. Autoriteit Financiële Markten (AFM): Toezichthouder op gedrag en transparantie binnen de financiële sector. 3. De Nederlandsche Bank (DNB): Toezichthouder op de financiële stabiliteit en soliditeit van instellingen. 4. Zorgplicht: De verplichting voor financiële ondernemingen om het klantbelang centraal te stellen en passende producten te bieden. 5. Klantonderzoek (Customer Due Diligence, CDD): Het proces van identificatie, risicobeoordeling en verificatie van klanten onder de Wwft. 6. UBO (Ultimate Beneficial Owner): De natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een rechtspersoon. 7. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft): Wetgeving die witwassen en terrorismefinanciering probeert te voorkomen door onder meer meldings- en onderzoeksverplichtingen op te leggen. 8. Provisieverbod: Verbod op beloningen van aanbieders aan adviseurs bij complexe producten, ter bevordering van onafhankelijk advies. 9. Kostentransparantie: Het inzichtelijk maken van alle directe en indirecte kosten die aan financiële producten en diensten verbonden zijn. 10. Key Information Document (KID): Een gestandaardiseerd document dat consumenten helder informeert over kosten en risico’s van beleggingsproducten

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Begrippenlijst met de belangrijkste 200 begrippen voor WFT basis
examen
1. Wet financieel toezicht (Wft): Het overkoepelende wettelijk kader voor het toezicht op financiële
markten en instellingen in Nederland.
2. Autoriteit Financiële Markten (AFM): Toezichthouder op gedrag en transparantie binnen de
financiële sector.
3. De Nederlandsche Bank (DNB): Toezichthouder op de financiële stabiliteit en soliditeit van
instellingen.
4. Zorgplicht: De verplichting voor financiële ondernemingen om het klantbelang centraal te stellen
en passende producten te bieden.
5. Klantonderzoek (Customer Due Diligence, CDD): Het proces van identificatie, risicobeoordeling en
verificatie van klanten onder de Wwft.
6. UBO (Ultimate Beneficial Owner): De natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of
zeggenschap heeft over een rechtspersoon.
7. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft): Wetgeving die
witwassen en terrorismefinanciering probeert te voorkomen door onder meer meldings- en
onderzoeksverplichtingen op te leggen.
8. Provisieverbod: Verbod op beloningen van aanbieders aan adviseurs bij complexe producten, ter
bevordering van onafhankelijk advies.
9. Kostentransparantie: Het inzichtelijk maken van alle directe en indirecte kosten die aan financiële
producten en diensten verbonden zijn.
10. Key Information Document (KID): Een gestandaardiseerd document dat consumenten helder
informeert over kosten en risico’s van beleggingsproducten.
11. Gedragscode: Interne regels binnen organisaties die medewerkers aansporen tot integer en
ethisch handelen.
12. Complexe financiële producten: Producten zoals hypotheken of beleggingsverzekeringen die
extra uitleg en zorgvuldigheid vergen.
13. Hypotheekrenteaftrek: De fiscale mogelijkheid om betaalde hypotheekrente af te trekken van het
belastbaar inkomen in box 1.
14. Box 1: Belastingcategorie voor inkomen uit werk en woning, waaronder salarissen en
hypotheekrenteaftrek.
15. Box 3: Belastingcategorie voor inkomen uit sparen en beleggen.
16. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming): Europese regelgeving die de privacy en
bescherming van persoonsgegevens reguleert.

Pagina 1 van 11

, 17. Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid): Onafhankelijke instantie waar consumenten
terecht kunnen met klachten over financiële producten en diensten.
18. Prudentieel toezicht: Toezicht gericht op de financiële gezondheid en stabiliteit van financiële
instellingen.
19. Gedragstoezicht: Toezicht gericht op eerlijkheid, transparantie en zorgplicht bij financiële
ondernemingen.
20. Overlijdensrisicoverzekering (ORV): Een verzekering die uitkeert bij overlijden van de verzekerde
binnen de looptijd van de polis.
21. Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV): Verzekering die inkomen biedt bij
arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval.
22. Pensioengat: Het verschil tussen het gewenste en het verwachte pensioeninkomen.
23. Beleggingsfonds: Een fonds waarin meerdere beleggers geld samenbrengen om gespreid te
investeren.
24. Nominale rente: De rente zoals deze door een kredietverstrekker wordt genoemd, exclusief
kosten en bijkomende lasten.
25. Effectieve rente: De werkelijke kosten van een lening, inclusief alle bijkomende kosten.
26. Vermogenstoets: Een beoordeling van de financiële draagkracht van een klant, bijvoorbeeld bij
kredietaanvragen.
27. Integriteit: Het handelen in overeenstemming met ethische en wettelijke normen.
28. Ongebruikelijke transactie: Een transactie die volgens de Wwft moet worden gemeld omdat deze
afwijkt van normale transacties.
29. Financieel bijsluiter: Voorganger van het Key Information Document, bedoeld om transparantie
te bieden over financiële producten.
30. Polisvoorwaarden: De specifieke voorwaarden en afspraken die gelden bij een
verzekeringsproduct.
31. Algemene voorwaarden: Overkoepelende bepalingen die van toepassing zijn op alle producten of
diensten van een aanbieder.
32. Solvabiliteit: De mate waarin een financiële instelling in staat is om aan haar financiële
verplichtingen te voldoen.
33. Liquiditeit: De mate waarin een instelling snel aan haar kortetermijnverplichtingen kan voldoen.
34. Bedenktijd: De periode waarin een consument kosteloos van een financieel contract kan afzien.
35. Fraudevormen: Methoden zoals identiteitsfraude, phishing en verzekeringsfraude die integriteit
bedreigen.
36. Abonnementsmodel: Een beloningsstructuur waarbij de klant periodiek betaalt voor doorlopend
advies.

Pagina 2 van 11

Connected book

Written for

Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
11
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$7.72
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MLR1 Hanzehogeschool Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
226
Member since
7 year
Number of followers
77
Documents
69
Last sold
2 weeks ago

3.8

21 reviews

5
7
4
7
3
4
2
1
1
2

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions