College 1 – Inleiding + wat is sociologie? – 3 februari 2025 – Rozemarijn van der Ploeg........................2
College 2 - Twee visies op sociologie – 10 februari 2025 – Rozemarijn van der Ploeg............................8
College 3 – Functionalisme en conflicttheorie – 24 februari 2025 – Rozemarijn van der Ploeg............16
College 4 – Cultuur, instituties en rollen – 3 maart 2025 – Rozemarijn van der Ploeg..........................25
College 5 – Sociale ongelijkheid en macht – 10 maart 2025 – Rozemarijn van der Ploeg.....................33
College 6 – Sociale controle, schooluitval en criminaliteit – 17 maart 2025 – Rozemarijn van der Ploeg
..............................................................................................................................................................45
1
,College 1 – Inleiding + wat is sociologie? – 3 februari 2025 – Rozemarijn van der Ploeg
Wat is sociologie?
‘’Sociologie is de studie van het menselijke, sociale leven, van menselijke groepen en
maatschappijen.’’
‘’De sociologie heeft een zeer breed belangstellingsveld, van de analyse van kortstondige
ontmoetingen van mensen op straat tot onderzoek naar globale sociale processen.’’
- Anthony Giddens (1938)
Menselijke, sociale leven: interpersoonlijk en globaal niveau. Hoe beïnvloeden je omgeving
en met wie je omgaat bepaalde keuzes die je maakt.
Menselijke groepen en maatschappijen: positie die iemand heeft in samenleving door
inkomen, geslacht, opleidingsniveau, etnische afkomst, politieke voorkeur etc.
Sociologie: of iemand bij een bepaalde groep hoort of niet. Waar je geboren wordt heeft
invloed op de kansen die je krijgt. Wat betekent het als je als vrouw geboren wordt voor je
positie in de maatschappij
Zeer breed belangstellingsveld: onderzoek vindt altijd plaats in en tussen sociale groepen.
Sociologie opereert op macroniveau.
Micro processen = gedrag van individuen
Macro processen = sociale processen in (grote) groepen, instituties en systemen
Bijvoorbeeld: schoolsegregatie is een macro-verschijnsel
Definitie van sociologie
Er is weinig consensus over wat ‘’de sociologie’’ is
- Jonge wetenschap: kwam eind 19e eeuw op
- Breed vakgebied
- Uiteenlopende aanpak: geen overeenstemming over hoe je sociologische vraagstukken
moet aanpakken
- Niet onderscheidend genoeg: nauw verbonden met psychologie, filosofie en
politicologie
2
,Daarom focus op
- Een werkdefinitie
- Een centraal uitgangspunt: ‘’alles is contingent (niet noodzakelijk), maar daarmee niet
arbitrair (willekeurig)’’
- Het vraagstuk van de sociale orde
- De taken en houding van een socioloog
Onderwijssociologie
Thema’s
- De samenhang tussen onderwijsuitkomsten en sociale groepen (klasse, etniciteit,
sekse)
- Structuur van het onderwijs en kansengelijkheid
- Schooluitval
- Veiligheid op school (discriminatie, pesten)
- Curriculum
Doel is om met een sociologische bril naar onderwijsvraagstukken te kijken
Maatschappelijke ontwikkeling
Eerst was er ten tijde van de Verlichting (18e eeuw) sprake van een standenmaatschappij.
Onder invloed van de Franse Revolutie veranderde dit naar een klassenmaatschappij.
Bij de standenmaatschappij is er sprake van een rang waarin je geboren wordt en deze bepaalt
je positie in de maatschappij. Denk aan: adel, geestelijke, boeren, burgerij.
In de klassenmaatschappij werd die scheidlijn vager. Nu werd de rang bepaald door kennis of
inkomen. Onderwijs werd toegankelijker.
Door deze verandering naar een klassenmaatschappij (eind 19e eeuw) kwam de sociologie op
Modernisering
- Urbanisatie
- Arbeidsdifferentiatie
- Toename productiviteit
- Toename welvaart
3
, - Secularisering (ontkerkelijking, afname invloed geloof)
Maar ook:
- Kinderarbeid
- Nieuwe ongelijkheid
Nieuwe problemen ontstonden waardoor er een toenemende behoefte aan kennis over de
samenleving was.
Centrale uitgangspunten van sociologie
Hoe kunnen we voorkomen dat al die maatschappelijke ontwikkelingen tot chaos konden
leiden?
Wat houdt de samenleving als samenleving bij elkaar?
Basis van de sociologie: ‘’Onze samenleving zoals wij die nu kennen had er ook heel anders
uit kunnen zien’’
‘’Alles is contingent’’ gebeurtenissen of verschijnselen die niet noodzakelijk zijn, maar
afhankelijk van omstandigheden en factoren. Hadden daardoor dus ook anders kunnen
verlopen.
‘’Maar daarmee niet arbitrair’’ hoe onze samenleving eruit ziet is niet toevallig (gebaseerd
op bijvoorbeeld keuzes uit de geschiedenis)
Voorbeeld van contingent maar niet arbitrair: de taal die je spreekt.
Het is niet noodzakelijk dat je de Nederlandse taal spreekt: je had net zo goed een andere taal
kunnen spreken. Maar het feit dat je Nederlands spreekt is niet arbitrair, niet willekeurig,
want: je bent opgegroeid in een Nederlandstalige omgeving.
Doel van de sociologie
Onderzoeken hoe mensen samenleven en hoe het komt dat ze juist zo samenleven
- Het vraagstuk van de niet-arbitraire contingentie
- Het vraagstuk van de sociale orde
Het vraagstuk van de niet-arbitraire contingentie
4