Samenvatting
Hoofdstuk: vitale functies en lichaamstherapie
1. Ademhaling bewaken
1.1 Frequentie en diepte
Ademhaling 4 kwaliteiten
1. Frequentie
2. Diepte
3. Regelmaat
4. Patroon
Langzame ademhaling zonder benauwdheid geen betekenis. Snel wel:
Opwinding
Hogere temperatuur
Diep ademhalen pijnlijk
Normale ademfrequentie:
Volwassenen: 9-14 /min
Tieners: 12-20 / min
Kinderen t/m 12: 20-30 / min
Zuigelingen 20-50 / min
Uitademing (expiratie) duurt langer dan inademing (inspiratie). Ademhalingscentrum ligt in hersenstam.
Terminologie voor ademhalingspatronen:
Apneu
o Afwezigheid ademhaling
Dyspneu
o Benauwdheid
Hyperventilatie
o Over ademhaling
Kussmaul ademhaling
o Zeer diepe, ononderbroken en regelmatige ademhaling
Cheyne-stokes ademhaling
o Diepte ademhaling neemt toe, neemt af en stopt even.
Zuchtende ademhaling
o Regelmatige ademhaling met af en toe een zucht
Gasping
o Diepe ademhaling waarbij hulpademhalingsspieren worden aangespannen
Atactische ademhaling
o Volledig onregelmatige ademhaling wat betreft diepte en frequentie
1.2 Geluid, geur en huidskleur
Geluid
o Normale omstandigheden zacht geruis.
o Bij vernauwing gepiep en gefluit stridor.
Hoog in luchtwegen: geluid tijdens inademing (inspiratoire stridor
Laag in luchtwegen: geluid tijdens uitademing (expiratoire stridor)
o Hoesten: krachtig uitademen bij plotseling geopende stemspleet.
o Hik: plotselinge samentrekking middenrif waarbij stemspleet zich plotseling sluit
Geur
o Normaal is uitgeademde lucht geurloos
o Ruiken bij: slechte gebit, infecties bovenste luchtwegen, vergiftiging en
stofwisselingsstoornissen
o Slechte adem heet: foetor ex ore.
, Huidskleur
o Bepaald door doorbloeding huid en hoeveelheid pigment in huid.
o Kleur bloed bepaald door hoeveelheid zuurstof in bloed. Veel: helderrood; weinig:
donkerrood/blauwachtig.
o Blauwe verkleuring huid = cyanose.
Soorten cyanose
Perifere
o Zuurstof uit bloed gehaald omdat bloed traag door weefsels stroomt
o Vingers, tenen en neuspunt
Centrale
o Zuurstofarm bloed wordt door hart in aorta gepompt
o Lippen, tong, nagelbed en oren
Bij veel pigment te zien aan nagels en lippen (plekken waar weinig pigment zit)
1.3 Ademhalingswaarden bepalen
Opnemen ademhalingsfrequentie volgende hulpmiddelen gebruiken:
Polsteller
Secondewijzer horloge/klok
Stopwatch
Tel ademhaling in combinatie met pols. Tellen ademhaling houd je pols vast op borst zorgvrager, zodat je
beweging in- en uitademing voelt. Bij ontspannen eerst pols tellen. Voldoende ontspannen frequentie tellen
inademing (30 sec tellen & X 2)
2. Circulatie bewaken
Bloedsomloop zorgt ervoor dat weefsels van zuurstof en voedingsstoffen worden voorzien en afvalstoffen en
koolzuur afgevoerd worden. Gebeurt dit niet ernstige stoornissen ontstaan.
2.1 Kwaliteiten van de polsslag
4 kwaliteiten polsslag
1. Frequentie
2. Regelmaat
3. Gelijkheid
4. Kracht
Hart pompt aantal malen per minuut (frequentie) een hoeveelheid bloed in aorta.
Rustig/zitten: 60 – 100 / min. Vrouwen iets hoger dan mannen
Ouderen: ±60 / min
Pasgeborene: 120/min. Vanaf 3 jr 100/min.
- Tachycardie: >100 / min
- Bradycardie: <50 /min
Zuurstofbehoefte geeft snellere pols. Emoties en stress invloed. Trage pols bij slapen, goed getrainde sporter en
flauwvallen.
Regulaire pols: regelmatige slagen
Irregulaire pols: onregelmatige slagen.
Pols varieert met ademhaling. Soms hart extra slag.
Inequale pols: vulling pols verschillend
Equale pols: vulling pols gelijk