-
Samenvatting
Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren (2015)
1.2 Visie
Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de
afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken. – WHO (1948)
Kerntaken zorginstituut Nederland
- Adviseren over basispakket zorg
- Bevorderen kwaliteit van zorg
- Uitvoeren financiering van Zvw en Wlz
Visie: zorg in 2030 (powerpoint slide)
De commissie heeft 3 uitgangspunten geformuleerd
1. Functioneren centraal
2. Een nieuw concept van gezondheid
3. De zorgvraag in 2030
Functioneren centraal
In de visie van de commissie staat het functioneren van mensen centraal en levert de gezondheidszorg een
bijdrage aan het bevorderen daarvan.
- Functioneren houdt in dat mensen in staat te kunnen doen wat ze willen
- Omvat lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren.
- De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) van de WHO beschrijft het
functioneren in termen van functies (fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk
organisme), activiteiten (onderdelen van iemands handelen) en participatie (deelname aan het
maatschap- pelijk leven).
- Functioneringsproblemen worden niet alleen bepaald door iemands gezondheidstoestand.
o Naast verouderingsprocessen en chro nische aandoeningen spelen ook persoonlijke en
externe factoren een rol, zoals de levensfase waarin iemand verkeert en de
levensomstandigheden (wonen, werk, fysieke en sociale omgeving).
Een nieuw concept van gezondheid
- Veerkracht en eigen regie
Bij het centraal stellen van het functioneren past een nieuw dynamisch concept van gezondheid: ‘Gezondheid
is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en
sociale uitdagingen van het leven’.
In dat concept betekent gezond zijn het zich kunnen aanpassen aan verstoringen, veerkracht hebben, een
balans weten te handhaven of te hervinden in lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk opzicht.
Het nieuwe concept van gezondheid is geformuleerd als reactie op de kritiek op de nog steeds gehanteerde
definitie van de WHO uit 1948. Die definitie beschrijft gezondheid als een staat van volledig fysiek, mentaal en
sociaal welzijn. Volgens deze definitie is bijna niemand gezond. Het ideaal van volledig welzijn draagt volgens
de critici bij aan medicalisering. Bovendien zegt de statische definitie niets over het dynamische vermogen van
mensen om adequaat om te (leren) gaan met ziekte of beperkingen.
, Utgaan van de zorgvraag: wat is er nodig in 2030?
Als de inzet is gericht op het functioneren van burgers dan dient de vraag centraal te staan:
- Wat is hiervoor nodig?
- Welke zorg draagt bij aan het behoud of herstel van het functioneren?
Inzicht in de toekomstige zorgvraag levert onderbouwing voor wat er straks nodig is aan zorg, beroepen en
opleidingen. Gekozen is voor 2030: ver genoeg weg om de gewenste veranderingen te bewerkstelligen en
dichtbij genoeg om toekomstbeelden te schetsen. Met dit inzicht kunnen we ook vaststellen welke innovaties
wel en welke niet passen bij de toekomstige zorgvraag.
Het centraal stellen van functioneren betekent in de 1e plaats dat de te verwachten functioneringsproblemen in
kaart moeten worden gebracht.
- Te verwachten functioneringsproblemen, i.p.v. gezondheidsproblemen, in kaart brengen
2.7 Zorg in 2030 – het ABCD model
Dit model presenteert een integrale en dynamische benadering van de Nederlandse gezondheidszorg in 2030
en het professioneel handelen in de context die hierbij relevant is.
Voorzorg (A)
- Voorzorg betreft de gehele Nederlandse bevolking, het is van ons allemaal en voor ons allemaal.
Voorzorg is slechts in beperkte mate gezondheidszorg, het gaat veel meer over maatschappelijke
betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid.
- Voorzorg is voornamelijk zorg voor burgers, door burgers, en is gericht op het voorkomen van
problemen en aandoeningen, dat wil zeggen op gezond leven vanaf de geboorte tot het einde van ons
leven.
- Iedereen heeft een persoonlijk leef- en ontwikkeldossier (PLOD).
Voorzorg kan alleen met een integrale aanpak met aandacht voor gezondheidsvaardigheden in het onderwijs,
het werk, de buurt en de zorg. Integraal betekent ook dat de schotten in de zorg (0e, 1e, 2e, 3e lijn) verdwijnen.
Er zullen verschillende integrale organisatievormen ontstaan. Zorg en welzijn zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Het gaat zowel om het functioneren van personen in hun leefomgeving als om doelgroepen of
populaties zoals jeugd, werkenden, ouderen, mensen met een verhoogd risico op bepaal- de problemen,
mensen in een kwetsbare situatie. Voorzorg richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden om te kunnen
omgaan met tegenslag op allerlei gebied (mentaal, sociaal, fysiek) en veerkracht.
Voorzorg richt zich ook op het signaleren en monitoren van gezondheidsrisico’s en beïnvloeding daarvan via
gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering (gedragsbeïnvloeding) en ziektepreventie. Dit is zowel
individueel als collectief van belang.
- Voorbeelden van gezondheidsrisico’s zijn overmatig alcoholgebruik, experimentele drugs, onveilig
vrijen of reizen naar risicovolle gebieden.
- Voorbeeld van gezondheidsbescherming is verkeersveiligheid.
- Voorbeelden van ziektepreventie zijn vaccinatie en screening.
Gemeenschapszorg (B)
Als er zorg nodig is wil iedereen het zoveel mogelijk zelf, samen en in de buurt regelen. Daarbij zijn ook andere
voorzieningen zoals de woningbouw betrokken. Woningen en buurten dienen mogelijkheden te bieden die
functioneringsproblemen voorkomen en daarnaast geschikt zijn voor mensen met functioneringsproblemen.
Bijv. goede straatverlichting waardoor mensen zich ook ’s avonds op straat veilig voelen en brede stoepen waar
je met een rollator kunt lopen. Technologie speelt een grote rol in het bevorderen van zelfstandig blijven
functioneren in de eigen leefomgeving. Er wordt veel gebruik gemaakt van digitale informatie. Op basis van een
‘foto van de buurt’, wordt vastgesteld wat er nodig is in die buurt. Mensen regelen alles zoveel mogelijk zelf en
samen, maar als het nodig is, is professionele ondersteuning of behandeling beschikbaar. Er is een goed
bereikbaar en toegankelijk aanspreekpunt. Voor mensen die zorg mijden is er een professioneel vangnet. Op
lokaal niveau zijn coördinatiepunten (bijv. bij de gemeente of een ander sociaal knooppunt) waar A, B en C
elkaar ontmoeten. Wat thuis kan gebeurt thuis, kan dit niet dan vindt consultatie of doorverwijzing plaats.
Hiervoor is deskundige beoordeling en toeleiding noodzakelijk.