Leerdoel 1: Welke factoren (concepten/processen) spelen er als leerlingen van de ene
fase naar de andere gaan?
Artikel Jindal-Snape & Foggie (2008)
De transitie van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs is een cruciale tijd voor
kinderen.
Redenen waarom hoge veerkracht van belang is bij transitie:
1. De kwestie van discontinuïteit wordt dan ook vaak aangehaald. Eén element van deze
discontinuïteit is het gebrek aan continuïteit in leren aangezien middelbare scholen vaak een
soort “nieuwe start” aanpak hanteren. Vanuit het perspectief van het kind zijn er
verschillende discontinuïteiten waar hij of zij mee om moet gaan: in veel situaties is er een
verandering in fysieke locatie (de school is ergens anders) samen met veranderingen in de
manier waarop de leeromgeving is georganiseerd (je hebt nu bijvoorbeeld verschillende
klassen voor verschillende vakken, met verschillende leraren en verschillende
boeken/lesmateriaal).
2. Ook zou er een verandering zijn in pedagogische aanpak: Shaw (1995) geeft aan dat
onderwijs niet meer georganiseerd is rondom één persoon, maar dat het onderwijs meer
gespecialiseerd en gefragmenteerd wordt. Je krijgt veel minder aandacht, je bent meer een
nummer.
3. Verandering in de peer-relaties. (Eerdere relaties veranderen en er moeten nieuwe
relaties opgebouwd worden. Het worden van een ‘brugpieper’. Big fish, little pond effect →
op de basisschool aan de ‘top’, op de middelbare weer helemaal onderaan. Je komt in de
klas met kinderen van hetzelfde niveau)
, Ook zouden angsten/stress van kinderen moeilijk los te koppelen zijn van de spanningen van
volwassenen om hen heen.
Hallinan en Hallinan (1992) verwijzen naar de transfer paradox: het transitieproces is
zowel een stap voorwaarts als achterwaarts in “sociale volwassenheid.” Na de transitie
veranderen de kinderen van de oudste, meest ervaren leerlingen op de basisschool in de
jongste, minst volwassen leerlingen op de middelbare school. Kinderen lijken vaak uit te
kijken naar het hebben van meer keuzes en het maken van nieuwe vrienden, maar lijken op
te kijken tegen harder moeten werken, misschien lagere cijfers halen, de kans om gepest te
worden etc.
Lucey en Reay (2000) stellen dat de schooltransitie kinderen met een dilemma presenteert
dat centraal staat in volwassen worden: om de autonomie te krijgen die ze willen moeten ze
in bepaalde mate een soort “bescherming” opgeven. De spanning en emotionele impact die
hiermee samengaat is niet alleen een onvermijdelijk gevolg van de transitie, maar het is ook
essentieel voor de ontwikkeling van coping strategieën. Transfer geeft vaak dubbele
gevoelens: aan de ene kant kan de transitie tot spanning (anxiety) leiden, maar de
transitie gaat ook vaak samen met optimistische gevoelens. Deze gecombineerde
toestand wordt door Giddens (1991) “anxious readiness” genoemd.
Doel van het artikel
De invloed achterhalen van eigenschappen van het kind zelf, het gezin, de school en de
gemeenschap op het succes of falen van de transitie van primair onderwijs naar voortgezet
onderwijs.
Onderzoeksvragen
1. Wat zijn de ervaringen van kinderen met de transitie van primair naar secundair
onderwijs en wat zijn hun denkbeelden over bovengenoemde factoren (invloed van
interne eigenschappen, familie, school en gemeenschap)?
2. Wat zijn de ervaringen van ouders met de transitie van primair naar secundair
onderwijs van hun kinderen en wat zijn hun denkbeelden over bovengenoemde
factoren?
3. Wat zijn de denkbeelden van professionals over de transitie van primair naar
secundair onderwijs en hoe denken zij over bovengenoemde factoren?
4. Wat kan gedaan worden om de transitie-ervaringen te verbeteren?
Methode
Een longitudinaal onderzoek in Schotland. Er werden interviews gehouden met 9 kinderen, 7
van hun ouders en 6 professionals.
Percepties gerelateerd aan school en professionals
Pesten: pesten lijkt een van de grootste problemen te zijn in een transitie volgens zowel
kinderen, ouders en professionals. Bij 2 kinderen dachten de ouders/professionals dat zij het
pesten waren gestart. Pesten had de meest negatieve impact op de kinderen en de
gezinnen en zou de grootste reden zijn voor ontevredenheid over een school.