Formules
Rendement = ToekomstigeWaarde = HuidigeWaarde * (1+rente) ^Tijd
Cashflow = periodewinst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Periode winst = cashflow – afschrijvingen + investeringen – desinvestering
GBR = Gemiddelde winst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen * 100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (aanschafwaarde + restwaarde) /2
TVP = Investeringsbedrag – cashflows
NCW = -Investering + Cashflow / (1+R)^N + …..
IR = -investering + cashflows / (1+r)^T = 0
Vermogenskostenvoet = (EV/(EV + VV)) * Rendement ev + (VV/(EV+VV)) * Rendement vv
Intrinsieke waarde = bezittingen – schulden
Intrinsieke waarde aandelen = koers / ((eigen vermogen + reserves)/aantal aandelen)
Claimwaarde = (beurswaarde na emissie – emissieprijs) / aantal benodigde claims
Aantal benodigde claims = aantal bestaande aandelen / nieuwe aandelen
Rentabiliteitskerngetallen = winstgevendheid van een onderneming
Brutowinstmarge: Bedrijfsresultaat / omzet
Rentabiliteit totaal vermogen (RTV-ROA): bedrijfsresultaat / gemiddeld totaal vermogen * 100%
Rentabiliteit eigen vermogen (REV): winst na aftrek van interest en belasting / gemiddeld eigen
vermogen * 100%
Rentabiliteit vreemd vermogen (RVV): betaalde interest / gemiddelde vreemd vermogen * 100%
Gemiddeld totaal geïnvesteerd vermogen: (aanschafwaarde + restwaarde) / 2
Liquiditeitskerngetallen = voldoen aan lopende betalingsverplichtingen
Current ratio: Vlottende activa / kort vreemd vermogen (tussen 1-2 = goed)
Hoger dan 2 is slecht want dan wordt er niets gedaan met liquide middelen
Quick ratio: (Vlottende activa – voorraden) / kort vreemd vermogen (+1 = goed)
Hoger dan 2 is slecht want dan wordt er ook niets gedaan met liquide middelen, dit kan
verschillen per soort bedrijf
Statische liquiditeit = kan onderneming voldoen aan korte termijn schulden?
Netto werkkapitaal = deel van vlottende activa dat met lang vermogen is gefinancierd.
NWK: Vlottende activa – kort vreemd vermogen
NWK: Eigen vermogen + lang vreemd vermogen – vaste(duurzame) activa
Solvabilitietskerngetallen = in geval van liquiditeit voldoen aan financiële verplichtingen
Debt ratio: vreemd vermogen / totaal vermogen
Hoeveel de schuld tegenover het totaal vermogen. max 2/3(66%)
Rentedekkingsfactor: Bedrijfsresultaat / interestlasten vreemd vermogen
Hoever is de rente gedekt tegenover het bedrijfsresultaat. 4-6 is goed
Debt equity ratio: Vreemd vermogen / Eigen vermogen
Rendement = (Uitgekeerde dividend / beurswaarde aandeel) * 100%
Pay out ratio = (Dividend per aandeel / winst per aandeel) * 100%
Koers-winst verhouding = Beurswaarde / winst per aandeel
Koers-cashflow verhouding = beurswaarde / cashflow
Koers-intrinsieke waardeverhouding = Beurswaarde / intrinsieke waarde per aandeel
Intrinsieke waarde per aandeel = koers / ((eigen vermogen + reserves)/aantal aandelen)
Hefboomeffect op hoogte REV: REV = RTV + (RTV – RVV) * (VV/EV)
Omloopsnelheid Totaal Vermogen = Omzet / gemiddeld totaal vermogen
Brutowinstmarge = Bedrijfsresultaat / omzet
totaal vermogen = Vlottende activa + duurzame activa
bedrijfsresultaat = Omzet – kosten
, Aantekeningen Investeren en financieren 1.3
Investeren is het vastleggen van vermogen in activa. Dit kunnen duurzame activa zijn zoals
gebouwen en machines maar ook vlottende activa
Cashflow is het verschil tussen ontvangsten en uitgaven
TW = $ * (1+r) ^T
Cashflow = periodewinst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Periode winst = cashflow – afschrijvingen + investeringen – desinvestering
Selectiecriteria investeren:
- Op basis van rendement | GBR
Gemiddelde boekhoudkunde rentabiliteit
GBR= Gemiddelde winst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen * 100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen= (aanschafwaarde + restwaarde) /2
- Op basis van cashflow | TVP
Terugverdienperiode
TVP= Investeringsbedrag - cashflows
- Op basis van cashflow met inachtneming van tijdvoorkeur | NCW en IR
Netto contante waarde berekend de contante waarde van de verwachte cashflow
NCW= -Investering + Cashflow / (1+R)^N + …..
Interne rentabiliteit
IR=
- Vermogenskostenvoet: gemiddelde kostenvoet(rente) waartegen de onderneming
vermogen kan aantrekken.
Vermogenskostenvoet: (EV/(EV + VV)) * Rev + (VV/(EV+VV)) * Rvv
EV = eigen vermogen
VV = vreemd vermogen
Rev = rendement eigen vermogen
Rvv = rentepercentage vreemd vermogen
- Tijdsvoorkeur: de ontvangst van een bedrag wordt hoger gewaardeerd naarmate deze
eerder plaatsvindt.
- Enkelvoudige interest: interest wordt berekend op het originele bedrag
- Samengestelde interest: interest wordt berekend over het totaal bedrag
- Contante waarde: huidige waarde van de investering
- Eindwaarde: eind waarde van de investering
Rendement = ToekomstigeWaarde = HuidigeWaarde * (1+rente) ^Tijd
Cashflow = periodewinst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Periode winst = cashflow – afschrijvingen + investeringen – desinvestering
GBR = Gemiddelde winst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen * 100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (aanschafwaarde + restwaarde) /2
TVP = Investeringsbedrag – cashflows
NCW = -Investering + Cashflow / (1+R)^N + …..
IR = -investering + cashflows / (1+r)^T = 0
Vermogenskostenvoet = (EV/(EV + VV)) * Rendement ev + (VV/(EV+VV)) * Rendement vv
Intrinsieke waarde = bezittingen – schulden
Intrinsieke waarde aandelen = koers / ((eigen vermogen + reserves)/aantal aandelen)
Claimwaarde = (beurswaarde na emissie – emissieprijs) / aantal benodigde claims
Aantal benodigde claims = aantal bestaande aandelen / nieuwe aandelen
Rentabiliteitskerngetallen = winstgevendheid van een onderneming
Brutowinstmarge: Bedrijfsresultaat / omzet
Rentabiliteit totaal vermogen (RTV-ROA): bedrijfsresultaat / gemiddeld totaal vermogen * 100%
Rentabiliteit eigen vermogen (REV): winst na aftrek van interest en belasting / gemiddeld eigen
vermogen * 100%
Rentabiliteit vreemd vermogen (RVV): betaalde interest / gemiddelde vreemd vermogen * 100%
Gemiddeld totaal geïnvesteerd vermogen: (aanschafwaarde + restwaarde) / 2
Liquiditeitskerngetallen = voldoen aan lopende betalingsverplichtingen
Current ratio: Vlottende activa / kort vreemd vermogen (tussen 1-2 = goed)
Hoger dan 2 is slecht want dan wordt er niets gedaan met liquide middelen
Quick ratio: (Vlottende activa – voorraden) / kort vreemd vermogen (+1 = goed)
Hoger dan 2 is slecht want dan wordt er ook niets gedaan met liquide middelen, dit kan
verschillen per soort bedrijf
Statische liquiditeit = kan onderneming voldoen aan korte termijn schulden?
Netto werkkapitaal = deel van vlottende activa dat met lang vermogen is gefinancierd.
NWK: Vlottende activa – kort vreemd vermogen
NWK: Eigen vermogen + lang vreemd vermogen – vaste(duurzame) activa
Solvabilitietskerngetallen = in geval van liquiditeit voldoen aan financiële verplichtingen
Debt ratio: vreemd vermogen / totaal vermogen
Hoeveel de schuld tegenover het totaal vermogen. max 2/3(66%)
Rentedekkingsfactor: Bedrijfsresultaat / interestlasten vreemd vermogen
Hoever is de rente gedekt tegenover het bedrijfsresultaat. 4-6 is goed
Debt equity ratio: Vreemd vermogen / Eigen vermogen
Rendement = (Uitgekeerde dividend / beurswaarde aandeel) * 100%
Pay out ratio = (Dividend per aandeel / winst per aandeel) * 100%
Koers-winst verhouding = Beurswaarde / winst per aandeel
Koers-cashflow verhouding = beurswaarde / cashflow
Koers-intrinsieke waardeverhouding = Beurswaarde / intrinsieke waarde per aandeel
Intrinsieke waarde per aandeel = koers / ((eigen vermogen + reserves)/aantal aandelen)
Hefboomeffect op hoogte REV: REV = RTV + (RTV – RVV) * (VV/EV)
Omloopsnelheid Totaal Vermogen = Omzet / gemiddeld totaal vermogen
Brutowinstmarge = Bedrijfsresultaat / omzet
totaal vermogen = Vlottende activa + duurzame activa
bedrijfsresultaat = Omzet – kosten
, Aantekeningen Investeren en financieren 1.3
Investeren is het vastleggen van vermogen in activa. Dit kunnen duurzame activa zijn zoals
gebouwen en machines maar ook vlottende activa
Cashflow is het verschil tussen ontvangsten en uitgaven
TW = $ * (1+r) ^T
Cashflow = periodewinst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Periode winst = cashflow – afschrijvingen + investeringen – desinvestering
Selectiecriteria investeren:
- Op basis van rendement | GBR
Gemiddelde boekhoudkunde rentabiliteit
GBR= Gemiddelde winst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen * 100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen= (aanschafwaarde + restwaarde) /2
- Op basis van cashflow | TVP
Terugverdienperiode
TVP= Investeringsbedrag - cashflows
- Op basis van cashflow met inachtneming van tijdvoorkeur | NCW en IR
Netto contante waarde berekend de contante waarde van de verwachte cashflow
NCW= -Investering + Cashflow / (1+R)^N + …..
Interne rentabiliteit
IR=
- Vermogenskostenvoet: gemiddelde kostenvoet(rente) waartegen de onderneming
vermogen kan aantrekken.
Vermogenskostenvoet: (EV/(EV + VV)) * Rev + (VV/(EV+VV)) * Rvv
EV = eigen vermogen
VV = vreemd vermogen
Rev = rendement eigen vermogen
Rvv = rentepercentage vreemd vermogen
- Tijdsvoorkeur: de ontvangst van een bedrag wordt hoger gewaardeerd naarmate deze
eerder plaatsvindt.
- Enkelvoudige interest: interest wordt berekend op het originele bedrag
- Samengestelde interest: interest wordt berekend over het totaal bedrag
- Contante waarde: huidige waarde van de investering
- Eindwaarde: eind waarde van de investering