rondom de Embryowet
1. Relatie ethiek & recht
Ethiek en recht vallen beiden onder de normatieve wetenschappen: formuleren
maatstaven om het handelen van mensen te beoordelen.
Verschillen:
- Beroepen zich op verschillende grondslagen.
- Hebben verschillende motivaties.
- Hebben verschillende dwingkrachten recht is veel dwingender.
- Meerdere vs. enkele opvatting.
Moraal is het begin van ethiek. Ethiek is de systematische studie van moraal.
2. Wettelijk kader Embryowet
Uitgangspunten:
- Principiële beginselen:
o Nastreven menselijke waardigheid;
o Respect voor het menselijk leven.
- Andere belangen:
o Welzijn van het toekomstige kind;
o Voorkomen en genezen van ziekten en aandoeningen;
o Welzijn van onvruchtbare paren.
Doelstelling wetgever: evenwicht tussen deze belangen.
Reikwijdte wet:
- Embryo: “cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te
groeien tot een mens”.
- Gebaseerd op vermogenscriterium i.p.v. bevruchtingscriterium.
Zeggenschap over geslachtscellen en embryo’s (art. 5 e.v.):
- Het is mogelijk om geslachtscellen (art. 5) en/of embryo’s onder
voorwaarden ter beschikking te stellen t.b.v. (art. 8):
o De zwangerschap van een ander;
o Wetenschappelijk onderzoek.
- Postmortale voortplanting is toegestaan, mits sprake is van uitdrukkelijke
schriftelijke toestemming (art. 7).
Jurisprudentie:
- Verzoek tot postmortale voortplanting afgewezen door de kliniek:
uitdrukkelijke toestemming ontbreekt.
- Maar: kliniek schond de informatieplicht waardoor het ontbreken van de
toestemming het koppel niet kon worden verweten.
Onderzoek met restembryo’s (art. 10 e.v.):
Toegestaan, mits:
- Levert nieuwe inzichten op voor de medische wetenschap;
- Geen alternatieve onderzoeksmethode;
, - Bij onderzoek met foetus: bij het onderzoek te dienen belang moet in
evenredige verhouding staan tot de bezwaren en risico’s.
Beoordeling door CCMO.
Wat voor soort onderzoek met (rest)embryo’s:
Bijvoorbeeld: ontwikkeling van betere kweek-omstandigheden, invloed van
aneuploïdie (andere hoeveelheid chromosomen).
Nadelen onderzoek met restembryo’s:
- Beperkte beschikbaarheid (bijv. door ontbreken toestemming) , niet de
“beste” embryo’s (die worden namelijk teruggeplaatst).
- Vanaf dag 5 van embryo-ontwikkeling: tot 5 dagen vindt de kweking plaats
en op dag 5 wordt bepaald welke embryo’s worden teruggeplaatst en
welke onderzocht zullen worden.
- Genetische variatie: vaak is er een reden dat er voor IVF wordt gekozen.
Door deze nadelen ontstaat de vraag of er geen speciale kweekembryo’s zouden
moeten komen.
Verboden handelingen (art. 24 e.v.):
- Speciaal tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijke
onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van een
zwangerschap (speciale kweek-embryo’s).
- Ontwikkeling van een embryo buiten het menselijk lichaam langer dan 14
dagen (veertiendagengrens).
- Kiembaanmodificatie.
- Geslachtsselectie (behalve geslachtsincidentie: kans op uiting van ernstige
erfelijke aandoening) (art. 26).
3. Evaluaties Embryowet
Aanbevelingen (2012):
- Verruiming definitie ‘embryo’ zodat niet-levensvatbare embryo’s ook onder
de reikwijdte van de wet vallen.
- Opheffing van het verbod om embryo’s te kweken voor de wetenschap.
- Onderzoek doen naar de houdbaarheid van de veertiendagengrens.
- Heroverweging van het categorische verbod op geslachtskeuze.
Desondanks nog geen aanpassingen in de Embryowet.
Evaluatie 2022:
- Toenemende disbalans.
- Teveel bescherming vs. te weinig bescherming voor sommige aspecten van
de wet.
4. Embryoachtige structuren
Embryoachtige structuren (ELS):
- Gegenereerd uit stamcellen met het doel om menselijke embryo’s na te
bootsen.
- Belangrijk alternatief voor onderzoek met menselijke embryo’s.
- Niet-levensvatbare embryo’s vallen buiten de reikwijdte van de wet (ELS).
, - Gevolg: rechtsonzekerheid en beschermingstekort.
Wetsvoorstel: het verbod op het doen ontstaan van onderzoeksembryo’s is niet
van toepassing op intacte ELS:
- Om onderzoek mogelijk te houden;
- Onderzoek met ELS ligt minder gevoelig dan met klassieke embryo’s.
5. Veertiendagengrens
Knelpunt: onderzoek buiten de 14-dagen grens kan nieuwe inzichten opleveren
over de embryonale ontwikkeling.
Waarom langer dan 14 dagen?
- ‘Black box’: periode tussen 14 en 28 dagen na bevruchting.
- Alternatieven ontoereikend: geen (of zeer weinig) abortus materiaal
beschikbaar.
De Gezondheidsraad adviseerde om deze grens naar 28 dagen op te schuiven.
6. Kiembaanmodificatie (art. 24 sub g)
- Introductie van CRISPR-Cas9, meer aandacht voor kiembaanmodificatie.
- Knelpunt: kiembaanmodificatie heeft belangrijke voordelen bij effectiviteit
en veiligheid, maar daarvoor is (preklinisch) onderzoek van belang.
o Momenteel nog geen klinische toepassing: veiligheidsrisico’s zijn
nog te groot, ethische en maatschappelijke discussie is nog in volle
gang.
- Aanbeveling: zet het categorische verbod op kiembaanmodificatie om in
een voorwaardelijke toelating en onderstreep het belang van preklinisch
onderzoek.
Huidige stand van zaken:
- Tot nu toe geen voornemens om het verbod aan te passen.
- Hoe verhoudt dit zich tot de mogelijke opheffing van het kweekverbod in
de toekomst?
Ethisch perspectief:
Categorische bezwaren:
- Menselijke waardigheid;
- ‘recht’ op een onveranderd genetisch patroon.
Risico-gerelateerde bezwaren:
- Medische risico’s voor het toekomstige kind;
- Maatschappelijke consequenties;
- Hellend vlak – designer babies – mensverbetering?
, Literatuur week 1
1. Handboek (begin van het leven)
1.1 Genetica en DNA-technologie
DNA-technologie: voor diagnose en therapie van genetische ziekten,
beïnvloeden bepaalde factoren (bijv. groei).
Next generation sequencing: geheel van technologieën voor het snel in kaart
brengen van de volledige genetische code van een mens leidt tot meer
richting en snelheid van behandelingen.
1.1.1 Ingrijpen in het genoom
De normen m.b.t. genetisch ingrijpen worden bepaald a.d.h.v. uitgangspunten en
beginselen die voortvloeien uit de mensenrechten (deze prevaleren boven
genetisch onderzoek):
- De waardigheid van de mens mag niet worden aangetast, zijn
zelfbeschikking mag niet op het spel komen te staan en het mag er niet
toe leiden dat hij geen deel meer kan hebben aan de maatschappelijke
mogelijkheden voor zelfontplooiing.
- Onderzoek met menselijk erfelijkheidsmateriaal mag geen gevaar
opleveren voor de mens en dient rekening te houden met de grenzen die
aan mens-diercombinaties worden gesteld (zie ook art. 25 Embryowet).
Therapieën (wegnemen ziekte en lijden) met somatische (gewone
lichaamscellen) en kiembaancellen (geslachtscellen):
- Somatische gentherapie is in brede kring toelaatbaar.
- Meer discussie over genetische therapieën met kiembaancellen.
o Erfelijke ziekten kunnen in principe worden voorkomen, maar nog
veel onzekerheden t.a.v. veiligheid en effectiviteit.
o Art. 24 Embryowet verbod tot wijziging van genetisch materiaal
van de kern van menselijke kiembaancellen waarmee een
zwangerschap tot stand zal worden gebracht.
Niet-therapeutische ingrepen (verbetering aanwezige eigenschappen):
- Geen solide juridische basis.
- Bij verandering van kiembaancellen neemt de levende generatie een
beslissing over het nageslacht die het eigen beschikkingsrecht van het
nageslacht direct beïnvloedt.
1.1.2 Erfelijkheidsonderzoek en -advisering
Erfelijkheidsonderzoek:
- Prenatale screening op het overdragen op nakomelingen van genetische
kenmerken die een verhoogd risico inhouden op het ontwikkelen van
bepaalde aandoeningen.
- Opsporen van erfelijke kenmerken die bij de onderzochte persoon zelf
duiden op een verhoogd risico op ziekte.
- Leidt vaak tot advies over behandeling, preventie of beslissingen rond
procreatie en zwangerschap.