De eerste stapjes van een kind vormen een van de mijlpalen die de lichamelijk
ontwikkeling in de babytijd kenmerken.
Groei en ontwikkeling
De gemiddelde pasgeboren baby in Nederland en België weegt 3,5 kilo en is 50 cm
lang. Het kind is volledig afhankelijk van verzorgers.
Fysieke groei
In de eerste twee jaar groeit een mens heel snel.
Na 5 maanden heeft het geboortegewicht van de baby zich verdubbeld tot ongeveer
7 kilo. Rond de eerste verjaardag weegt de baby ongeveer 10 kilo. Het groeitempo
neemt af, de baby blijft ook in het tweede jaar hard groeien. Aan het einde van het
tweede jaar weegt de baby gemiddeld 4 keer zoveel. Er kunnen ook afwijkingen zijn
in deze cijfers. Het consultatiebureau controleert de lengte en het gewicht van de
baby regelmatig, om problemen in de ontwikkeling te kunnen signaleren. Sommige
delen van het lichaam groeit sneller als de andere.
Vier principes van groei
,Cefalocaudale principe gaat over de richting van de groei. De groei volgt een
patroon dat begint met het hoofd en de bovenste lichaamsdelen en dat zich
vervolgens uitstrekt naar de rest van het lichaam. Dit principe is al van kracht in de
baarmoeder.
Volgens het proximodistale principe voltrekt onze ontwikkeling zich vanuit het
centrum van ons lichaam naar buiten toe. De romp groeit eerder dan de armen en de
benen. Pas als de armen en benen zijn gegroeid, kunnen de vingers en tenen
groeien.
Volgens het principe van hierarchische integratie ontwikkelen eenvoudige
vaardigheden zich doorgaans afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar. Later worden
deze vaardigheden omgezet in complexere vaardigheden.
Het principe van de onafhankelijkheid van systemen geeft aan dat er
verschillende lichaamssystemen een verschillend groeitempo kennen. Groeipatronen
van de lichaamsomvang zenuwstelsel en de seksuele rijpheid lopen sterk uiteen.
Het zenuwstelsel en de hersenen: de fundamenten van onze ontwikkeling
Het zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en de zenuwen die zich door het hele
lichaam bevinden. Neuronen zijn de basiscellen van het zenuwstelsel. Neuronen
kunnen communiceren met andere cellen. Dendrieten ontvangen boodschappen van
andere cellen. De axon bevat de boodschappen die bestemd zijn voor andere
neuronen. Neuronen communiceren met andere neuronen door neurotransmitters.
Deze bewegen in de synspsen. Baby’s hebben 100 tot 200 miljard neuronen. In de
eerste twee jaar ontstaan er nieuwe verbindingen in de hersenen voor de neuronen.
Neuronen die geen verbinding hebben met andere neuronen raken overbodig. De
geactiveerde neuronen kunnen een uitgebreidere communicatienetwerk vormen met
andere neuronen en het zenuwstelsel. De ontwikkeling verloopt dus het meest
effectief als er ook cellen verloren gaan.
, Na de geboorte krijgen neuronen steeds meer dendrieten. De axonen worden bedekt
met myeline, een vettige substantie die bescherming biedt en de overdracht van
zenuwcellen versnelt. De neuronen communcieren met elkaar binnen de
hersenschors, de cortex. De cortex is de buitenste laag van de hersenen. In de
gebieden onder de hersenschors reguleren verbindingen van neuronen
fundamentale activiteiten als ademhaling en hartslag. Na verloop van tijd gaat
denken en redeneren zich ook ontwikkelen. Zo maken de synapsen 3 a 4 maanden
een groeispurt door en vindt myelinisering plaats in het gebied van de cortex dat
betrokken is bij auditieve en visuele vaardigheden. Ook de gebieden voor
lichamelijke beweging groeit snel.
Shakenbabysyndroom kan ernstig letsel bij de baby veroorzaken. Een verzorger
schudt de baby hardhandig door elkaar, meestal veroorzaakt door onmacht. Het
hoofd wordt heen en weer geschudt wat kan leiden tot beschadigingen in de
hernsenen, bloedvaten en zenuwen. Dit kan leiden tot ernstige complicaties.
Omgevingsinvloeden op de ontwikkeling van de hersenen
De ontwikkeling van de hersenen voltrekt zich voor een groot deel automatisch als
gevolg van een genetisch bepaald patronen. De hersenontwikkeling is ook zeer
gevoelig voor omgevingsfactoren. Plasticiteit is een belangrijk kenmerk van de
hersenen. Dit is de mate waarin een zich ontwikkeld gedragspatroon of een fysieke
structuur veranderbaar is, vooral als gevolg van ervaringen. Zonder plasticiteit is het
onmogelijk om opgedane kennis op te slaan. Tijdens de eerste paar levensjaren is
deze plasticiteit het grootst. Omdat ze zoveel gebieden van de hersenen nog niet
specifieke taken ontwikkeld zijn, kunnen andere gebieden als dat nodig is de taak
van een gekwetst gebied overnemen.
Baby’s met hersenletsel hebben meestal minder schade en herstellen vollediger dan
volwassenen.
Stimuleren van de omgeving kan een grote rol spelen bij de ontwikkeling van de
hersenen.
Integratie van lichaamssystemen: cycli van de babytijd
In de eerste dagen van het leven van een baby bepaalt het rimte van zijn lichaampje
zijn gedrag: eten, slapen, plassen en poepen. Verschillende lichaamssystemen
sturen deze basale activiteiten aan.
Ritmen en stadia
Een baby ontwikkelt verschillende lichaamsritmen: zich herhalende, cyclische
gedragspatronen. Sommige ritmen zijn direcht zichbaar. Een van de belangrijkste
lichaamsritmen is gedragstoestand: de mate waarin hij zich bewust is van zowel
interne als externe stimulatie. Waken, alertheid, agitatie en huilen, verschillende
stadia van slapen. Een verandering in gedragstoestand zorgt ervoor dat de
hoeveelheid stimulatie die nodig is om de aandacht van het kind te trekken ook
verandert.