RTO
Algemene info:
De boeken zijn te raadplegen via Legal Intelligence, alleen via google chrome
BSR 1: Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat band 1. (versie 2024)
BSR 2: Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat band 2 (versie 2019)
Iedere week volg je een aparte module via canvas
WC 1: de drie ‘B’s van het bestuursrecht
Uitleg les:
Drie B’s: Belanghebbende, bestuursorgaan, besluit.
Tegen een besluit kun je in bezwaar en in beroep. Bezwaar dien je in bij hetzelfde
bestuursorgaan dat ook jouw besluit heeft genomen. Als het een besluit is in de zin van art.
1:3 Awb gaat de deur over voor een procedure.
Om de Awb heen heb je bijzondere wetgeving: omgevingswet, belastingrecht, Wet
vreemdelingen. Die in feite de bal terugkaatsen naar de Awb, hierin staan allemaal
inhoudelijke bepalingen omtrent de procedure.
Wanneer ben je belanghebbende?
Vuistregel: kun je bijvoorbeeld de boom vanuit je huis zien, dan ben je belanghebbende.
De leer van de formele rechtskracht: als er geen bezwaar meer mogelijk is ben je
uitgeproduceerd en wordt ervanuit gegaan dat het besluit gewoon klopt. Dit is in het kader
van de rechtszekerheid.
Als de gemeente iets heeft gedaan, wat geen besluit is, kun je bij de burgerlijke rechter
stellen dat de gemeente een onrechtmatige daad heeft gepleegd.
Opbouw Awb
H6 Bezwaar en beroep
H7 Bezwaar
H8 Beroep
Drie bestuursorganen binnen gemeente: burgemeester, gemeenteraad en college van B&W
waar je bezwaar bij kunt indienen.
Uitzonderingen die niet als bestuursorgaan worden aangemerkt staan in art. 1:1 lid 2 Awb.
WC 1: opdrachten
1.1 Zelfstudievragen
1. In artikel 1:1 lid 1 Awb wordt een onderscheid gemaakt tussen a-organen en b-organen.
Waarom is het van belang om te weten of een bestuursorgaan als een a-orgaan of als een b-
orgaan moet worden aangemerkt?
Art. 1:1 lid 1 Awb combineert twee benaderingen van bestuur, namelijk (i) een
organisatorisch onderdeel art. 1:1 lid 1 onder a Awb. Hierin staan de a-organen: organen van
een rechtspersoon die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. En (ii) een functioneel onderdeel
art. 1:1 lid 1 onder b Awb. Hierin staan de b-organen: een ander persoon of college met enig
openbaar gezag gekleed. Dit is van belang want als er sprake is van een b-orgaan die gezag
uitoefent zonder dat daar een wettelijk voorschrift ten grondslag ligt, is er geen
bestuursorgaan en is de Awb niet van toepassing (ABRvS Stichting bovenleiding kwaliteit
leefomgeving Schipholregio)
,a-organen:
Hiervoor moet je kijken of er sprake is van een publiekrechtelijke rechtspersoon die een
orgaan heeft ingesteld art. 2:1 lid 1 BW: de staat, provincies, gemeenten, waterschappen
alsmede andere lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is
verleend. Naast art. 2:1 BW bestaat er nog een categorie waaraan in een bijzondere wet
rechtspersoonlijkheid wordt toegekend. Deze instellingen zijn ook rechtspersonen die
krachtens het publiekrecht art. 1:1 lid 1 onder a Awb zijn ingesteld:
De dienst Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet 1994)
De Sociaal-economische raad
Het UWV
De ACM etc.
b-organen:
het gaat bij b-organen alleen om privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen,
omdat het bij a-organen al om publiekrechtelijke rechtspersonen gaat. Deze
privaatrechtelijke persoon heeft de bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen te
verrichten. Een voorbeeld van een b-orgaan is een ouder van school die tot verkeersregelaar
wordt benoemd om ongelukken bij het in- en uitrijden rondom de school te voorkomen of een
APK-keurder die krachtens art. 83 Wegenverkeerswet 1994 is erkend.
Verschil a- en b-organen?
a-organen zijn in alles wat ze doen bestuursorgaan, want zij kwalificeren nu eenmaal als een
orgaan van een publiekrechtelijke rechtspersoon. B-organen zijn in beginsel geen
bestuursorgaan, maar kwalificeren uitsluitend zo wanneer ze met openbaar gezag zijn
bekleed. Voor de overige taken die zij uitoefenen en die niets met openbaar gezag te maken
hebben geldt dat dit geen besluit is. Zijn dus alleen bestuursorgaan voor dat deel waarvoor
ze met openbaar gezag is bekleed. Als er geen besluit is kun je ook niet in bezwaar art. 8:1
Awb.
2. Neem kennis van de artikelen 4z, 4ac en 4ae van de Wegenverkeerswet 1994. Is de
directie van het CBR een a- of een b-orgaan?
De directie van het CBR is een a-orgaan art. 1:1 lid 1 onder a Awb. Het is namelijk een
publiekrechtelijke rechtspersoon, omdat aan de CBR rechtspersoonlijkheid in de zin van art.
2:1 lid lid 2 Awb wordt toegekend in art. 4z WVW. Art, 4a c het CBR heeft een directie en
raad van toezicht, dit zijn dus de organen van de rechtspersoon: het CBR. De directie is een
a-orgaan volgt uit art. 4ae WVW en is belast met de dagelijkse leiding van het CBR.
In de bijzondere wet is dus rechtspersoonlijkheid vastgesteld.
3. Waarom is het van belang om te weten of iemand wel of niet als belanghebbende kan
worden aangemerkt?
Belanghebbenden art. 1:2 Awb: een persoon of entiteit die in relatie tot een besluit een
bepaald individualiseerbaar belang heeft. Vereisten OPERA:
Objectief belang
Persoonlijk belang
Eigen belang
Rechtstreeks bij een besluit betrokken belang
Actueel belang
Het is van belang om te weten of iemand belanghebbende is, omdat alleen wanneer diegene
belanghebbende is er mogelijkheid is om beroep in te stellen bij de bestuursrechter (art. 8:1
lid 1 Awb). Ditzelfde geldt voor het recht van bezwaar (art. 7:2 Awb e.v.)
,4. Waarom is het van belang om te weten of een handeling van een bestuursorgaan moet
worden gekwalificeerd als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb of als een andere
handeling?
Er zijn twee soorten bestuurshandelingen: (i) feitelijke bestuurshandelingen: het ophalen van
huisvuil, het herstellen van de weg etc. Zijn te herkennen aan het feit dat particuliere
ondernemers deze handelingen in beginsel ook kunnen verrichten. (ii) rechtshandelingen:
het nemen van besluiten om de maatschappij te sturen en ordenen. Volgens het
legaliteitsvereiste moet deze bevoegdheid herleidbaar zijn tot een door de wetgever
toegekende bestuursbevoegdheid.
Een besluit art. 1:3 lid 1 Awb is een: schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Is van algemene strekking. De AWB is
volgens art. 3:1 lid 2 Awb ook van toepassing op andere handelingen van bestuursorganen
voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet.
Een beschikking art. 1:3 lid 2 Awb is: een besluit dat niet van algemene strekking is, met
inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Het gaat om een besluit gericht op een
bepaalde persoon of groep, dit heet een beschikking.
Is relevant voor bezwaar en beroep. Art. 8:2 en 6:2 Awb: met een besluit wordt
gelijkgesteld.Je moet bepaalde zaken vatbaar laten zijn voor bezwaar en beroep en dat doe
je op die manier een verruiming van het begrip besluit uitsluitend voor bezwaar en beroep.
Waarom is onderscheid van belang tussen besluit en beschikking? Heeft te maken met
bekendmaking. Als het gaat om een kleine groep die belang hebben, dus een beschikking,
dan moet er bekendgemaakt worden door toezegging aan de belanghebbende art. 3:44
Awb. Daarom is het van belang om te weten wie belanghebbenden zijn. Voor een besluit van
algemene strekking maak je bekend middels publicatie in gemeenteblad.
5. Soms wordt door de bestuursrechter ‘strategisch een besluit geconstrueerd’. Wat zijn
‘buitenwettelijke besluiten’ en welke rechtsstatelijke kanttekeningen zijn hierbij te plaatsen?
Een buitenwettelijk besluit is een besluit dat niet is gebaseerd op een wettelijke bevoegdheid,
maar op een strategische interpretatie. Soms kijkt de rechter verder dan wat in de wet staat.
Bijvoorbeeld: als het gaat om gepubliceerde beleidsregel (regels die de gemeente intern
hanteert), de rechter zegt dit zou ook voldoende grondslag kunnen zijn. Gepubliceerde
beleidsregel: woord ‘kan’ impliceert een belangenafweging, de gemeente zegt als er een
‘kan’-bepaling aan de orde is dan leg ik die op die manier uit, die uitleg leggen zij in beleid
vast. Is in het belang voor het voorkomen van willekeur.
Gepubliceerde beleidsregel is geen wet, maar de rechter kan vaststellen dat dit voldoende
basis is om een besluit op basis daarvan kunnen aannemen.
Rechtsstatelijke kanttekeningen zijn dat er geen wettelijke grondslag voor is, dus vormt
gevaar voor legaliteitsbeginsel. Jurisprudentie wordt gemaakt die niet echt gebaseerd is op
de wet.
1.2 Casusvragen
Dhr. Machlas wil in de mooie gemeente Stapselt graag het Griekse restaurant ‘Sirtaki’
beginnen. Het college van B&W heeft aan hem inmiddels de voor de verbouwing van het
pand en de exploitatie van het restaurant benodigde omgevingsvergunning verleend. Mw.
Pluymaekers woont twee straten verderop. Zij neemt kennis van het feit dat aan dhr.
Machlas een omgevingsvergunning is verleend. Zij vindt een restaurant in haar woonwijk,
mede gelet op de te bouwen schoorsteen van 12 meter, ontsierend. Zij dient tegen de
verleende omgevingsvergunning een bezwaarschrift in.
A. Kan mw. Pluymaekers als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb worden
, aangemerkt?
Een belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb is degene wiens belang rechtstreeks bij een
besluit is betrokken. Om aangemerkt te worden als belanghebbende gelden de volgende
vereisten OPERA:
Objectief belang
Geluidsmetingen bijvoorbeeld maken iets objectief bepaalbaar bij geluidsoverlast.
Zuiver emotionele belangen zijn geen objectief belang.
Persoonlijk belang
Eigen belang
Rechtstreeks bij een besluit betrokken belang
Door die vergunning krijg je er last van, die schoorsteen komt er door een vergunning
Actueel belang
Vanwege het feit dat Pluymaekers twee straten verderop woont, maar toch de schoorsteen
vanaf haar woning ziet, omdat deze 12 meter hoog is en last zal hebben van de stank die de
schoorsteen met zich meebrengt, is zij aan te merken als belanghebbende art. 1:2 Awb. Uit
de les volgt de volgende vuistregel: kun je bijvoorbeeld de boom vanuit je huis zien, dan ben
je belanghebbende. Op grond van het zichts- en afstandcriterium ben je belanghebbende.
ABRvS Mestbassin Mechelen: mensen die meer dan 250m buiten het Mestbassin wonen
worden toch als belanghebbende aangemerkt. ABRvS zegt je bent belanghebbende als de
‘gevolgen van enige betekenis’ zijn. Dit is verder ingekleurd: (i) de gevolgen van enige
betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vaststellen, (ii )maar de gevolgen dermate
gering zijn dat een persoonlijk belang ontbreekt. Het moet de belanghebbende dus
persoonlijk raken en moet niet te gering zijn.
In de situatie dat Pluymaekers de schoorsteen alleen maar lelijk vindt, en het stankprobleem
niet bestaat, is zij geen belanghebbende, omdat het niet objectief bepaalbaar is dat zij last
heeft van die schoorsteen, het gaat hier dan om enkel een zuiver emotioneel belang: een
meningskwestie.
Stel dat dhr. Machlas het pand voor zijn restaurant heeft gehuurd van Vastgoedmaatschappij
Tillie BV. Het college van B&W besluit de aan de omgevingsvergunning verbonden
voorschriften te wijzigen, in die zin dat alleen ’s ochtends tussen 7:00 en 8:00 uur
vrachtwagens mogen laden en lossen. Machlas is van mening dat hij met deze voorschriften
zijn restaurant niet meer goed kan exploiteren en hij meldt aan Vastgoedmaatschappij Tillie
BV dat hij overweegt zijn huurcontract op te zeggen. Tillie BV, die haar huurder dreigt te
verliezen, wenst in rechte op te komen tegen de wijziging van de aan de
omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
B. Kan Tillie BV bezwaar instellen tegen de wijziging van de vergunningvoorschriften?
Volgens art. 8:1 Awb kan alleen een belanghebbende beroep instellen bij de
bestuursrechter. Vervolgens is in art. 7:1 Awb bepaald dat alleen aan degene wie het recht
op beroep is toegekend het recht heeft om bezwaar te maken.
Gaat om de vraag: als je alleen verhuurder bent, heb je afgeleid belang via dat huurcontract.
Je bent indirect wel belanghebbende. Als je alleen verhuurder bent dan moet er sprake zijn
van een eigendomszaak waar een inbreuk op is, de waarde van het pand wordt bijvoorbeeld
minder als de weg wordt aangelegd, dan raakt het je eigendomsbelang en kun je alsnog
belanghebbende zijn. CRvB Intrekking Pgb: bedrijf stond niet goed te boek, kreeg wel pgp
maar niet bij dat bedrijf te besteden. Dus je zou zeggen alleen degene die pgp kreeg kan er
tegenop komen, maar door de extra voorwaarde had het bedrijf een zelfstandig recht om
tegen dit besluit op te komen. Tillie BV heeft los van de contractuele relatie een persoonlijk
belang bij dit besluit en is hierdoor belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb.
Algemene info:
De boeken zijn te raadplegen via Legal Intelligence, alleen via google chrome
BSR 1: Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat band 1. (versie 2024)
BSR 2: Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat band 2 (versie 2019)
Iedere week volg je een aparte module via canvas
WC 1: de drie ‘B’s van het bestuursrecht
Uitleg les:
Drie B’s: Belanghebbende, bestuursorgaan, besluit.
Tegen een besluit kun je in bezwaar en in beroep. Bezwaar dien je in bij hetzelfde
bestuursorgaan dat ook jouw besluit heeft genomen. Als het een besluit is in de zin van art.
1:3 Awb gaat de deur over voor een procedure.
Om de Awb heen heb je bijzondere wetgeving: omgevingswet, belastingrecht, Wet
vreemdelingen. Die in feite de bal terugkaatsen naar de Awb, hierin staan allemaal
inhoudelijke bepalingen omtrent de procedure.
Wanneer ben je belanghebbende?
Vuistregel: kun je bijvoorbeeld de boom vanuit je huis zien, dan ben je belanghebbende.
De leer van de formele rechtskracht: als er geen bezwaar meer mogelijk is ben je
uitgeproduceerd en wordt ervanuit gegaan dat het besluit gewoon klopt. Dit is in het kader
van de rechtszekerheid.
Als de gemeente iets heeft gedaan, wat geen besluit is, kun je bij de burgerlijke rechter
stellen dat de gemeente een onrechtmatige daad heeft gepleegd.
Opbouw Awb
H6 Bezwaar en beroep
H7 Bezwaar
H8 Beroep
Drie bestuursorganen binnen gemeente: burgemeester, gemeenteraad en college van B&W
waar je bezwaar bij kunt indienen.
Uitzonderingen die niet als bestuursorgaan worden aangemerkt staan in art. 1:1 lid 2 Awb.
WC 1: opdrachten
1.1 Zelfstudievragen
1. In artikel 1:1 lid 1 Awb wordt een onderscheid gemaakt tussen a-organen en b-organen.
Waarom is het van belang om te weten of een bestuursorgaan als een a-orgaan of als een b-
orgaan moet worden aangemerkt?
Art. 1:1 lid 1 Awb combineert twee benaderingen van bestuur, namelijk (i) een
organisatorisch onderdeel art. 1:1 lid 1 onder a Awb. Hierin staan de a-organen: organen van
een rechtspersoon die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. En (ii) een functioneel onderdeel
art. 1:1 lid 1 onder b Awb. Hierin staan de b-organen: een ander persoon of college met enig
openbaar gezag gekleed. Dit is van belang want als er sprake is van een b-orgaan die gezag
uitoefent zonder dat daar een wettelijk voorschrift ten grondslag ligt, is er geen
bestuursorgaan en is de Awb niet van toepassing (ABRvS Stichting bovenleiding kwaliteit
leefomgeving Schipholregio)
,a-organen:
Hiervoor moet je kijken of er sprake is van een publiekrechtelijke rechtspersoon die een
orgaan heeft ingesteld art. 2:1 lid 1 BW: de staat, provincies, gemeenten, waterschappen
alsmede andere lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is
verleend. Naast art. 2:1 BW bestaat er nog een categorie waaraan in een bijzondere wet
rechtspersoonlijkheid wordt toegekend. Deze instellingen zijn ook rechtspersonen die
krachtens het publiekrecht art. 1:1 lid 1 onder a Awb zijn ingesteld:
De dienst Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet 1994)
De Sociaal-economische raad
Het UWV
De ACM etc.
b-organen:
het gaat bij b-organen alleen om privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen,
omdat het bij a-organen al om publiekrechtelijke rechtspersonen gaat. Deze
privaatrechtelijke persoon heeft de bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen te
verrichten. Een voorbeeld van een b-orgaan is een ouder van school die tot verkeersregelaar
wordt benoemd om ongelukken bij het in- en uitrijden rondom de school te voorkomen of een
APK-keurder die krachtens art. 83 Wegenverkeerswet 1994 is erkend.
Verschil a- en b-organen?
a-organen zijn in alles wat ze doen bestuursorgaan, want zij kwalificeren nu eenmaal als een
orgaan van een publiekrechtelijke rechtspersoon. B-organen zijn in beginsel geen
bestuursorgaan, maar kwalificeren uitsluitend zo wanneer ze met openbaar gezag zijn
bekleed. Voor de overige taken die zij uitoefenen en die niets met openbaar gezag te maken
hebben geldt dat dit geen besluit is. Zijn dus alleen bestuursorgaan voor dat deel waarvoor
ze met openbaar gezag is bekleed. Als er geen besluit is kun je ook niet in bezwaar art. 8:1
Awb.
2. Neem kennis van de artikelen 4z, 4ac en 4ae van de Wegenverkeerswet 1994. Is de
directie van het CBR een a- of een b-orgaan?
De directie van het CBR is een a-orgaan art. 1:1 lid 1 onder a Awb. Het is namelijk een
publiekrechtelijke rechtspersoon, omdat aan de CBR rechtspersoonlijkheid in de zin van art.
2:1 lid lid 2 Awb wordt toegekend in art. 4z WVW. Art, 4a c het CBR heeft een directie en
raad van toezicht, dit zijn dus de organen van de rechtspersoon: het CBR. De directie is een
a-orgaan volgt uit art. 4ae WVW en is belast met de dagelijkse leiding van het CBR.
In de bijzondere wet is dus rechtspersoonlijkheid vastgesteld.
3. Waarom is het van belang om te weten of iemand wel of niet als belanghebbende kan
worden aangemerkt?
Belanghebbenden art. 1:2 Awb: een persoon of entiteit die in relatie tot een besluit een
bepaald individualiseerbaar belang heeft. Vereisten OPERA:
Objectief belang
Persoonlijk belang
Eigen belang
Rechtstreeks bij een besluit betrokken belang
Actueel belang
Het is van belang om te weten of iemand belanghebbende is, omdat alleen wanneer diegene
belanghebbende is er mogelijkheid is om beroep in te stellen bij de bestuursrechter (art. 8:1
lid 1 Awb). Ditzelfde geldt voor het recht van bezwaar (art. 7:2 Awb e.v.)
,4. Waarom is het van belang om te weten of een handeling van een bestuursorgaan moet
worden gekwalificeerd als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb of als een andere
handeling?
Er zijn twee soorten bestuurshandelingen: (i) feitelijke bestuurshandelingen: het ophalen van
huisvuil, het herstellen van de weg etc. Zijn te herkennen aan het feit dat particuliere
ondernemers deze handelingen in beginsel ook kunnen verrichten. (ii) rechtshandelingen:
het nemen van besluiten om de maatschappij te sturen en ordenen. Volgens het
legaliteitsvereiste moet deze bevoegdheid herleidbaar zijn tot een door de wetgever
toegekende bestuursbevoegdheid.
Een besluit art. 1:3 lid 1 Awb is een: schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Is van algemene strekking. De AWB is
volgens art. 3:1 lid 2 Awb ook van toepassing op andere handelingen van bestuursorganen
voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet.
Een beschikking art. 1:3 lid 2 Awb is: een besluit dat niet van algemene strekking is, met
inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Het gaat om een besluit gericht op een
bepaalde persoon of groep, dit heet een beschikking.
Is relevant voor bezwaar en beroep. Art. 8:2 en 6:2 Awb: met een besluit wordt
gelijkgesteld.Je moet bepaalde zaken vatbaar laten zijn voor bezwaar en beroep en dat doe
je op die manier een verruiming van het begrip besluit uitsluitend voor bezwaar en beroep.
Waarom is onderscheid van belang tussen besluit en beschikking? Heeft te maken met
bekendmaking. Als het gaat om een kleine groep die belang hebben, dus een beschikking,
dan moet er bekendgemaakt worden door toezegging aan de belanghebbende art. 3:44
Awb. Daarom is het van belang om te weten wie belanghebbenden zijn. Voor een besluit van
algemene strekking maak je bekend middels publicatie in gemeenteblad.
5. Soms wordt door de bestuursrechter ‘strategisch een besluit geconstrueerd’. Wat zijn
‘buitenwettelijke besluiten’ en welke rechtsstatelijke kanttekeningen zijn hierbij te plaatsen?
Een buitenwettelijk besluit is een besluit dat niet is gebaseerd op een wettelijke bevoegdheid,
maar op een strategische interpretatie. Soms kijkt de rechter verder dan wat in de wet staat.
Bijvoorbeeld: als het gaat om gepubliceerde beleidsregel (regels die de gemeente intern
hanteert), de rechter zegt dit zou ook voldoende grondslag kunnen zijn. Gepubliceerde
beleidsregel: woord ‘kan’ impliceert een belangenafweging, de gemeente zegt als er een
‘kan’-bepaling aan de orde is dan leg ik die op die manier uit, die uitleg leggen zij in beleid
vast. Is in het belang voor het voorkomen van willekeur.
Gepubliceerde beleidsregel is geen wet, maar de rechter kan vaststellen dat dit voldoende
basis is om een besluit op basis daarvan kunnen aannemen.
Rechtsstatelijke kanttekeningen zijn dat er geen wettelijke grondslag voor is, dus vormt
gevaar voor legaliteitsbeginsel. Jurisprudentie wordt gemaakt die niet echt gebaseerd is op
de wet.
1.2 Casusvragen
Dhr. Machlas wil in de mooie gemeente Stapselt graag het Griekse restaurant ‘Sirtaki’
beginnen. Het college van B&W heeft aan hem inmiddels de voor de verbouwing van het
pand en de exploitatie van het restaurant benodigde omgevingsvergunning verleend. Mw.
Pluymaekers woont twee straten verderop. Zij neemt kennis van het feit dat aan dhr.
Machlas een omgevingsvergunning is verleend. Zij vindt een restaurant in haar woonwijk,
mede gelet op de te bouwen schoorsteen van 12 meter, ontsierend. Zij dient tegen de
verleende omgevingsvergunning een bezwaarschrift in.
A. Kan mw. Pluymaekers als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb worden
, aangemerkt?
Een belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb is degene wiens belang rechtstreeks bij een
besluit is betrokken. Om aangemerkt te worden als belanghebbende gelden de volgende
vereisten OPERA:
Objectief belang
Geluidsmetingen bijvoorbeeld maken iets objectief bepaalbaar bij geluidsoverlast.
Zuiver emotionele belangen zijn geen objectief belang.
Persoonlijk belang
Eigen belang
Rechtstreeks bij een besluit betrokken belang
Door die vergunning krijg je er last van, die schoorsteen komt er door een vergunning
Actueel belang
Vanwege het feit dat Pluymaekers twee straten verderop woont, maar toch de schoorsteen
vanaf haar woning ziet, omdat deze 12 meter hoog is en last zal hebben van de stank die de
schoorsteen met zich meebrengt, is zij aan te merken als belanghebbende art. 1:2 Awb. Uit
de les volgt de volgende vuistregel: kun je bijvoorbeeld de boom vanuit je huis zien, dan ben
je belanghebbende. Op grond van het zichts- en afstandcriterium ben je belanghebbende.
ABRvS Mestbassin Mechelen: mensen die meer dan 250m buiten het Mestbassin wonen
worden toch als belanghebbende aangemerkt. ABRvS zegt je bent belanghebbende als de
‘gevolgen van enige betekenis’ zijn. Dit is verder ingekleurd: (i) de gevolgen van enige
betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vaststellen, (ii )maar de gevolgen dermate
gering zijn dat een persoonlijk belang ontbreekt. Het moet de belanghebbende dus
persoonlijk raken en moet niet te gering zijn.
In de situatie dat Pluymaekers de schoorsteen alleen maar lelijk vindt, en het stankprobleem
niet bestaat, is zij geen belanghebbende, omdat het niet objectief bepaalbaar is dat zij last
heeft van die schoorsteen, het gaat hier dan om enkel een zuiver emotioneel belang: een
meningskwestie.
Stel dat dhr. Machlas het pand voor zijn restaurant heeft gehuurd van Vastgoedmaatschappij
Tillie BV. Het college van B&W besluit de aan de omgevingsvergunning verbonden
voorschriften te wijzigen, in die zin dat alleen ’s ochtends tussen 7:00 en 8:00 uur
vrachtwagens mogen laden en lossen. Machlas is van mening dat hij met deze voorschriften
zijn restaurant niet meer goed kan exploiteren en hij meldt aan Vastgoedmaatschappij Tillie
BV dat hij overweegt zijn huurcontract op te zeggen. Tillie BV, die haar huurder dreigt te
verliezen, wenst in rechte op te komen tegen de wijziging van de aan de
omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
B. Kan Tillie BV bezwaar instellen tegen de wijziging van de vergunningvoorschriften?
Volgens art. 8:1 Awb kan alleen een belanghebbende beroep instellen bij de
bestuursrechter. Vervolgens is in art. 7:1 Awb bepaald dat alleen aan degene wie het recht
op beroep is toegekend het recht heeft om bezwaar te maken.
Gaat om de vraag: als je alleen verhuurder bent, heb je afgeleid belang via dat huurcontract.
Je bent indirect wel belanghebbende. Als je alleen verhuurder bent dan moet er sprake zijn
van een eigendomszaak waar een inbreuk op is, de waarde van het pand wordt bijvoorbeeld
minder als de weg wordt aangelegd, dan raakt het je eigendomsbelang en kun je alsnog
belanghebbende zijn. CRvB Intrekking Pgb: bedrijf stond niet goed te boek, kreeg wel pgp
maar niet bij dat bedrijf te besteden. Dus je zou zeggen alleen degene die pgp kreeg kan er
tegenop komen, maar door de extra voorwaarde had het bedrijf een zelfstandig recht om
tegen dit besluit op te komen. Tillie BV heeft los van de contractuele relatie een persoonlijk
belang bij dit besluit en is hierdoor belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb.