Hoorcolleges media
Hoorcollege 1 Introductie beeldtaal
Beeldtaal is universeel
Verhoudingen van beeld staan vaak vast
Functies van beeld:
Maakt complexe informatie inzichtelijk
Vertelt een universele boodschap: zonnetje op weerkaart staat voor zon
Vertelt – bewijst – overtuigt
Maakt vergelijken mogelijk: tussen een groene en een rode appel
Prikkelt – emotioneert – vermaakt
Wie maakt het beeld?
Neem je een foto, of maak je een beeld?
Of is het juist de kijker die het beeld maakt
De waarden van de kijker bepalen uiteindelijk de betekenis
Wat is een film?
Technisch: een opeenvolging van beelden
Optisch: vloeiende beweging, ons oog laat de beelden versmelten
Hoorcollege 2 Cameravoering, compositie en
decoupage
3 shots:
Long shot (anoniem shot) iedereen kan het zien
- Van kop tot teen in beeld (als dit beide in beeld is altijd long shot)
Medium shot (sociaal shot)
- Van de navel tot aan de kruin
Close-up (intiem shot)
- Van kin tot hoofd
- om emotie in beeld te brengen
- Details
- Focussen
Total shot
- Om de scène in beeld te brengen
Over shoulder shot
- Hoog of laag gebruiken om machtsafstand aan te tonen. Aangeven wie belangrijker is
Two shot
- De relatie tussen mensen aantonen
Tentamenvraag over de shots (is het anoniem, sociaal of intiem)
, Point of view = om in de rol van de hoofdpersoon te kruipen, zijn gedachten lezen
Perspectieven in shots
Low angle = om status en macht aan te tonen
High angle = kwetsbaar opstellen
Subjectief = een mening framen
Objectief = publiek laat je geen keuze maken wie goed of slecht is; neutraal
Camerahoeken
Vogelperspectief
Neutraal perspectief
Kikkerperspectief
Compositie
Gulden snede 16:9 (tentamenvraag)
Vier centrale punten die je in elk frame zult herkennen (rules of thirds horizon en ogen 2/3
of 1/3) aandacht van de kijker gaat naar zo’n snijvlak
Driehoeks compositie diagonale lijnen om macht of het onderwerp uit te drukken
Perspectief lijnen
Voor en achtergrond
Scherpte en diepte
Cinematic Découpage
Camera record aan/camera record off = een shot
Scene: serie shots met zelfde tijd en locatie
Sequence: serie van scenes die deel van het verhaal verbinden
Tentamenvraag: Decoupage = opdelen van scenes in shots:
Wat, waar en hoe
Kijker richting geven
Ritme, suspense, stemming en sfeer
Persoonlijke touch
Tentamenvraag: Mise-en-scène
In het Engels to block the actors of staging
1. Acteren (mime, visual expression)
2. Set & props
3. Schmink & kleding
4. The arena (omgeving)
Hoorcollege 1 Introductie beeldtaal
Beeldtaal is universeel
Verhoudingen van beeld staan vaak vast
Functies van beeld:
Maakt complexe informatie inzichtelijk
Vertelt een universele boodschap: zonnetje op weerkaart staat voor zon
Vertelt – bewijst – overtuigt
Maakt vergelijken mogelijk: tussen een groene en een rode appel
Prikkelt – emotioneert – vermaakt
Wie maakt het beeld?
Neem je een foto, of maak je een beeld?
Of is het juist de kijker die het beeld maakt
De waarden van de kijker bepalen uiteindelijk de betekenis
Wat is een film?
Technisch: een opeenvolging van beelden
Optisch: vloeiende beweging, ons oog laat de beelden versmelten
Hoorcollege 2 Cameravoering, compositie en
decoupage
3 shots:
Long shot (anoniem shot) iedereen kan het zien
- Van kop tot teen in beeld (als dit beide in beeld is altijd long shot)
Medium shot (sociaal shot)
- Van de navel tot aan de kruin
Close-up (intiem shot)
- Van kin tot hoofd
- om emotie in beeld te brengen
- Details
- Focussen
Total shot
- Om de scène in beeld te brengen
Over shoulder shot
- Hoog of laag gebruiken om machtsafstand aan te tonen. Aangeven wie belangrijker is
Two shot
- De relatie tussen mensen aantonen
Tentamenvraag over de shots (is het anoniem, sociaal of intiem)
, Point of view = om in de rol van de hoofdpersoon te kruipen, zijn gedachten lezen
Perspectieven in shots
Low angle = om status en macht aan te tonen
High angle = kwetsbaar opstellen
Subjectief = een mening framen
Objectief = publiek laat je geen keuze maken wie goed of slecht is; neutraal
Camerahoeken
Vogelperspectief
Neutraal perspectief
Kikkerperspectief
Compositie
Gulden snede 16:9 (tentamenvraag)
Vier centrale punten die je in elk frame zult herkennen (rules of thirds horizon en ogen 2/3
of 1/3) aandacht van de kijker gaat naar zo’n snijvlak
Driehoeks compositie diagonale lijnen om macht of het onderwerp uit te drukken
Perspectief lijnen
Voor en achtergrond
Scherpte en diepte
Cinematic Découpage
Camera record aan/camera record off = een shot
Scene: serie shots met zelfde tijd en locatie
Sequence: serie van scenes die deel van het verhaal verbinden
Tentamenvraag: Decoupage = opdelen van scenes in shots:
Wat, waar en hoe
Kijker richting geven
Ritme, suspense, stemming en sfeer
Persoonlijke touch
Tentamenvraag: Mise-en-scène
In het Engels to block the actors of staging
1. Acteren (mime, visual expression)
2. Set & props
3. Schmink & kleding
4. The arena (omgeving)