Beeldtaal (media) - van den
Broek
Hoofdstuk 1 t/m 7 + 9
Hoofdstuk 1 Inleiding
Beeld = alle communicatieve middelen die niet primair tekst zijn.
Vormen = kan alles zijn (menselijke figuren, tekst) maar het zijn lijnen, vierkanten,
rechthoeken let op: mensen, bomen zijn het totaal en is dus beeld.
Visuele communicatie (Horn 1999):
De integratie van beelden en vormen (visuele elementen) én woorden (verbale
elementen) tot één communicatie-eenheid.
Esthetische beelden = beeld om het mooie, kunst
3 theoretische scholen – GSR-beeldanalyse:
1. Gestalttheorie
Verklaart de perceptie van visuele communicatie – ZIEN
2. Semiotiek
Verklaart dat je de betekenis ervan begrijpt - BEGRIJPEN
3. Moderne visuele retorica
Verklaart hoe visuele communicatie je overtuigt – OVERTUIGD WORDEN
Interpreteren van beeld is een iteratief proces: je beweegt heen en weer tussen de theorieën.
Hoofdstuk 2 Beeld-geletterdheid
Beeldgeletterdheid = in staat zijn de bedoelde betekenis te lezen van zaken als
advertenties, films, het doel te interpreteren en te evalueren van vorm, structuur en
kenmerken van de afbeelding De mogelijkheid visuele boodschappen te begrijpen en te
produceren.
Anne Bamford – een beeldgeletterde kan:
Het onderwerp van het beeld benoemen
De betekenis van het beeld begrijpen in de culturele context waarin het werd
gemaakt en wordt gebruikt
Grammatica, stijl en compositie ervan te analyseren
De gebruikte technieken analyseren
De esthetische kwaliteit ervan evalueren
De kwaliteit ervan in termen van doel en publiek evalueren
Toevoeging van den Broek:
1. Het herkennen van beeldconventies
2. Stereotypen herkennen die een uiting zijn van vooroordelen over de (groepen)
personen op een afbeelding
1
, Hoofdstuk 3 Waarom beeldtaal?
Functies beeld - Brigitte Hertz (2005):
Plaatsen, organismen en objecten te laten zien die zich normaal aan onze
belevingswereld onttrekken.
Grote hoeveelheden data overzichtelijk te maken
Moeilijke begrippen te verduidelijken
Complexe relaties inzichtelijk te maken
Universele boodschap vertellen (weerkaarten herkennen, blauwe wikkel voor
melkchocolade)
Beeldmanipulatie = bewijskracht van een beeld stevig onder druk zet. Voorbeelden:
In scène zetten van het gefotografeerde (situatie nabootsen)
Bewerken van het beeld
Selectief afbeelden (bijsnijden)
Verkeerd labelen van een situatie (verkeerd bijschrift bij te plaatsen)
Manipuleren van een beeld (mensen toevoegen of weglaten)
Hoofdstuk 4 Gestalt
Voordeel gestalt in 1 zin eenvoud maakt ruimte in het brein
Gestaltwetten:
1. Eenvoud
Voorwerpen worden waargenomen in de meest eenvoudige vorm
Belangrijk voor gebruiksvriendelijkheid
2. Voor/achtergrond
Waarnemingen worden georganiseerd door voor- en achtergrond te onderscheiden
3. Nabijheid
Elementen die dicht bij elkaar staan worden als groep gezien. Elementen die ver uit
elkaar staan worden als onafhankelijk gezien.
4. Overeenkomst
Elementen die op elkaar lijken worden als groep gezien. Verschillende elementen
worden als aparte elementen gezien
5. Symmetrie
Beelden ordenenen zich zoveel mogelijk tot een symmetrisch geheel
6. Gelijke achtergrond
Voorwerpen met een gelijke achtergrond vormen 1 geheel
7. Gelijke bestemming
Dingen die dezelfde kant op bewegen worden als eenheid gezien
8. Ingeslotenheid
Voorwerpen omrand door een lijn worden als geheel gezien en voorwerpen van
elkaar gescheiden worden als apart gezien
9. Ingevulde hiaat
Dingen die ontbreken worden door onze hersenen ingevuld zodat er toch een logisch
verband ontstaat
10. Continuïteit
Voorwerpen die in een doorgaande lijn of volgorde zijn geplaatst zijn een geheel en
aan elkaar gekoppeld in tijd of plaats
11. Ervaring
Neiging om objecten die we zien te vergelijken en koppelen aan dingen die we al
kennen
2
Broek
Hoofdstuk 1 t/m 7 + 9
Hoofdstuk 1 Inleiding
Beeld = alle communicatieve middelen die niet primair tekst zijn.
Vormen = kan alles zijn (menselijke figuren, tekst) maar het zijn lijnen, vierkanten,
rechthoeken let op: mensen, bomen zijn het totaal en is dus beeld.
Visuele communicatie (Horn 1999):
De integratie van beelden en vormen (visuele elementen) én woorden (verbale
elementen) tot één communicatie-eenheid.
Esthetische beelden = beeld om het mooie, kunst
3 theoretische scholen – GSR-beeldanalyse:
1. Gestalttheorie
Verklaart de perceptie van visuele communicatie – ZIEN
2. Semiotiek
Verklaart dat je de betekenis ervan begrijpt - BEGRIJPEN
3. Moderne visuele retorica
Verklaart hoe visuele communicatie je overtuigt – OVERTUIGD WORDEN
Interpreteren van beeld is een iteratief proces: je beweegt heen en weer tussen de theorieën.
Hoofdstuk 2 Beeld-geletterdheid
Beeldgeletterdheid = in staat zijn de bedoelde betekenis te lezen van zaken als
advertenties, films, het doel te interpreteren en te evalueren van vorm, structuur en
kenmerken van de afbeelding De mogelijkheid visuele boodschappen te begrijpen en te
produceren.
Anne Bamford – een beeldgeletterde kan:
Het onderwerp van het beeld benoemen
De betekenis van het beeld begrijpen in de culturele context waarin het werd
gemaakt en wordt gebruikt
Grammatica, stijl en compositie ervan te analyseren
De gebruikte technieken analyseren
De esthetische kwaliteit ervan evalueren
De kwaliteit ervan in termen van doel en publiek evalueren
Toevoeging van den Broek:
1. Het herkennen van beeldconventies
2. Stereotypen herkennen die een uiting zijn van vooroordelen over de (groepen)
personen op een afbeelding
1
, Hoofdstuk 3 Waarom beeldtaal?
Functies beeld - Brigitte Hertz (2005):
Plaatsen, organismen en objecten te laten zien die zich normaal aan onze
belevingswereld onttrekken.
Grote hoeveelheden data overzichtelijk te maken
Moeilijke begrippen te verduidelijken
Complexe relaties inzichtelijk te maken
Universele boodschap vertellen (weerkaarten herkennen, blauwe wikkel voor
melkchocolade)
Beeldmanipulatie = bewijskracht van een beeld stevig onder druk zet. Voorbeelden:
In scène zetten van het gefotografeerde (situatie nabootsen)
Bewerken van het beeld
Selectief afbeelden (bijsnijden)
Verkeerd labelen van een situatie (verkeerd bijschrift bij te plaatsen)
Manipuleren van een beeld (mensen toevoegen of weglaten)
Hoofdstuk 4 Gestalt
Voordeel gestalt in 1 zin eenvoud maakt ruimte in het brein
Gestaltwetten:
1. Eenvoud
Voorwerpen worden waargenomen in de meest eenvoudige vorm
Belangrijk voor gebruiksvriendelijkheid
2. Voor/achtergrond
Waarnemingen worden georganiseerd door voor- en achtergrond te onderscheiden
3. Nabijheid
Elementen die dicht bij elkaar staan worden als groep gezien. Elementen die ver uit
elkaar staan worden als onafhankelijk gezien.
4. Overeenkomst
Elementen die op elkaar lijken worden als groep gezien. Verschillende elementen
worden als aparte elementen gezien
5. Symmetrie
Beelden ordenenen zich zoveel mogelijk tot een symmetrisch geheel
6. Gelijke achtergrond
Voorwerpen met een gelijke achtergrond vormen 1 geheel
7. Gelijke bestemming
Dingen die dezelfde kant op bewegen worden als eenheid gezien
8. Ingeslotenheid
Voorwerpen omrand door een lijn worden als geheel gezien en voorwerpen van
elkaar gescheiden worden als apart gezien
9. Ingevulde hiaat
Dingen die ontbreken worden door onze hersenen ingevuld zodat er toch een logisch
verband ontstaat
10. Continuïteit
Voorwerpen die in een doorgaande lijn of volgorde zijn geplaatst zijn een geheel en
aan elkaar gekoppeld in tijd of plaats
11. Ervaring
Neiging om objecten die we zien te vergelijken en koppelen aan dingen die we al
kennen
2