Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Literatuur Sociale Ongelijkheid

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
14
Geüpload op
21-03-2025
Geschreven in
2023/2024

Dit is een samenvatting van de literatuur voor het tentamen van Sociale Ongelijkheid

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING ARTIKELEN

Week 1

“Economische ongelijkheid in Nederland” - Kremer, Went en Bovens

Naar aanleiding economische crisis is er meer aandacht voor economische ongelijkheid. Er is een toename in
armoeden in de Westerse wereld, met name onder kinderen.

- Groei van aandacht voor economische ongelijkheid op mondiale schaal;
1. Feitelijke ontwikkelingen; inkomensgroei is ongelijk verdeeld over de wereld hoewel blijkt dat de
inkomensverschillen tussen landen, terwijl deze verschillen in meeste landen toenemen.
2. Veel wetenschappelijke studies wijzen op negatieve gevolgen van toenemende economische
ongelijkheid.

In dit artikel staan 2 vragen centraal

1. Wat is de stand van zaken rond economische ongelijkheid in Nederland? Aka, hoe heeft de
verdeling van inkomen, loon én vermogen zich in de afgelopen decennia ontwikkeld?
2. Wat zijn de sociale, politieke en economische gevolgen van grote economische ongelijkheid?

Verschillende manieren om te kijken naar ongelijkheid in een land.

- Gini-coëfficiënt, veel gebruikte ongelijkheidsmaat. Hiermee viel op dat Nederland en korte periode
kende waarin de inkomensongelijkheid heel lag was (1975-1985). In de jaren ’70 stond ongelijkheid
hoog op de politieke agenda wat ertoe leidde dat een sterke daling van die ongelijkheid werd ingezet,
dit veranderde decennia later. Vanaf midden jaren 80 steeg de inkomensongelijkheid om daarna weer af
te vlakken. De inkomensongelijkheid, gemeten in Giniscores, is van toen toe nu stabiel. Geen
aardverschuiving dus.
- Hoe is de inkomensongelijkheid in Nederland vergeleken met andere landen?
 Volgens de recentste oeso-statistieken is Nederland een middenmoter, niet zo ongelijk als UK en
VS maar minder gelijk dan Denemarken, Zweden, Duitsland, België.
 Maar kijken we naar de recentste lis-statistieken, verzameld door het toonaangevende cross-
nationale datacentrum in Luxemburg, dan is de inkomensongelijkheid, gemeten met de Gini-
coëfficiënt, in Nederland relatief laag, weinig landen zijn “gelijker”.

Loonverschillen is een belangrijk componenten binnen inkomensongelijkheid.

- Beloningsstructuren spelen hierin ook een rol: hoeveel mensen verdienen, heeft weinig te maken met
zwaarte van het werk. Het zijn dus processen op de arbeidsmarkt die de bandbreedte vergroten, de
inkomenspiramide verhogen.
 Verklaring van deze polarisering; deels door technologische ontwikkelingen, in combinatie met
globalisering. Aan de bovenkant verdienen mensen meer omdat zij toegang hebben tot nieuwe
technologie (ict) en de mondiale economie, terwijl de onderkant daardoor juist onder druk komt te
staan.
 Demografische factor is dat vrouwen meer zijn gaan werken met als gevolg een vergroting van
inkomensongelijkheid tussen huishoudens.

Inkomstenverschillen zijn in Nederland kleiner dan loonverschillen. Bovendien compenseert de verzorgingsstaat
de primaire inkomensverschillen (de in de markt verdiende inkomens) steeds meer;

- Volksverzekeringen zorgen voor herverdelingen, prettig voor mensen die niet werken.
- Tertiaire inkomensverdeling waarbij bijvoorbeeld de toegang tot publieke voorzieningen, zoals zorg,
cultuur en (hoger) onderwijs wordt meegenomen.
 Deze tertiaire inkomensverdeling is ook van belang omdat de toegang tot met name onderwijs en
gezondheidszorg weer zijn weerslag kan hebben op de (toekomstige) inkomensongelijkheid.

Vermogen in Nederland (net als in veel landen) is veel ongelijker verdeeld dan inkomen. Met een Gini-
coëfficiënt voor inkomen van 0,3 en voor vermogen 0,8.

- Verklaring hiervoor is deels terug te voeren op de uitgebreide verzorgingsstaat;

,  Niemand hoeft een buffer te sparen voor slechte tijden of oude dag waardoor (lage) middenklassen
nauwelijks bezit heeft.
- Verklarende factoren zijn gestegen huizenprijzen, de groei van bezit van aandelen en de toegenomen
mobiliteit van kapitaal. Geavanceerde financiële instrumenten in wereldwijde kapitaalmarkten bieden
ruime mogelijkheden tot speculatie en bezitsvermeerdering.

Als je kijkt naar de morele kant van ongelijkheid dan gaat het om welke vormen van ongelijkheid
nastrevenswaardig zijn. Dit kan vanuit verschillende punten bekeken worden;

- Politiek-filosoof Sen; niemand is echt tegen gelijkheid. Er bestaat vooral verschil van mening over het
soort gelijkheid dat nagestreefd dient te worden of het soort ongelijkheid dat bestreden dient te worden.
Een kwestie waar verschillend over wordt gedacht, gaat het om gelijke kansen of gelijke uitkomsten.
 Liberalen willen over het algemeen dat mensen met gelijke kwaliteiten (ongeacht afkomst) toegang
hebben tot dezelfde posities.
 Sociaaldemocraten streven traditioneel vaker naar een gelijke verdeling over het algemeen, niet
alleen van inkomen maar ook van kennis en macht.
 Christendemocraten pleiten vaker voor gelijke wederkerigheid.
 Sen zelf pleit niet voor gelijke uitkomsten maar voor gelijkheid aan mogelijkheden voor iedereen,
ook wel de capability-benadering genoemd. Volgens Sen is de taak van de overheid om iedereen
zo uit te rusten en sociale instituties zo in te richten dat mensen zelf hun mogelijkheden kunnen
realiseren. Toch zijn er ook tegenstellingen in de filosofische wereld. Filosoof Frankfurt zegt dat
ongelijkheid er niet toe doet zolang iedereen maar een behoorlijk bestaan heeft.
- Burgers; de perceptie van de bevolking is leidend als het gaat om ongelijkheid. Al vanaf 1975 vindt de
Nederlandse bevolking de inkomensverschillen te groot, door de jaren heen is er ook wel fluctuatie.
Momenteel is 57% van de burgers het eens met inkomensnivellering. Niet iedereen is in dezelfde mate
voor meer economische gelijkheid. Lager opgeleiden willen minder ongelijkheid dan mensen met een
hogeren opleiding of een hoger inkomen. Ongelijkheid wordt niet altijd als onverdraaglijk gezien; in de
file zijn we allemaal gelijk. Maar als economische stagnatie daadwerkelijk voelbaar wordt voor een
deel van de bevolking terwijl een ander deel zichtbaar vooruitkomt, dan gaat ongelijkheid wrijven.
- De instrumentele benadering is ook van belang. Er wordt dan gekeken of minder economische
ongelijkheid er ook voor zorgt dat er andere doelen worden behaald, zoals sociale mobiliteit en
algemeen welzijn. De vraag die dus centraal staat bij de instrumentele benadering is “waarvoor
toenemende economische ongelijkheid nou eigenlijk erg is?”
- Politieke gevolgen van economische ongelijkheid: hierbij zijn twee mechanismen van belang.
1. Economische ongelijkheid het vertrouwen in instituties aanhangt; de verkiezingsopkomst is
dan minder en ook bij degenen die veel verdienen is het vertrouwen laag.
2. Machtsconcentratie bij de top 1%; hoeveel invloed uitvoeren op de politiek in Nederland.

Er zijn steeds meet aanwijzingen dat een toename van inkomensongelijkheid de economische groei negatief kan
beïnvloeden. Went bespreekt 4 mechanismes die verklaren hoe ongelijkheid groei remt;

1. Mensen met een hoger inkomen besteden relatief een kleiner deel van inkomen aan
consumptie, waardoor de effectieve vraag (behalve naar luxegoederen) kan stagneren als de
hogere inkomens meer stijgen dan de lagere.
2. Ook fluctueren deze topinkomens waardoor de volatiliteit en instabiliteit van de economie
toenemen.
3. Dalende of stagnerende inkomens aan de onderkant leiden tot onder investering in menselijk
kapitaal. Wanneer een groot of groeiend deel van de bevolking moeite heeft om het hoofd
boven water te houden, is de kans groot dat zij niet meer in staat zijn om voldoende te
investeren in hun eigen toekomst en in die van hun kinderen, in opleiding of in een nieuw of te
verbeteren bedrijf. Dit holt de groeimogelijkheden van een land op de lange termijn uit.
4. Ook komt de actuele vraag aan de orde of een lagere groei (waar sinds het uitbreken van de
financiële crisis nu al een aantal jaren sprake van is) zou kunnen leiden tot een grotere
inkomensongelijkheid, met mogelijk een negatieve spiraal als gevolg.

Drie thema’s die het beleidsdebat omtrent economische ongelijkheid kunnen inspireren;

1. Blijf meten en monitoren, ook van vermogensongelijkheid
2. Moderniseer het re-distributief beleid
3. Meer predistributie

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 maart 2025
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
suzannemouthaan
1.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
suzannemouthaan Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
3 maanden geleden

1.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen