Samenvatting van "The Mortification of the Self"
Het artikel van Donald Capps bespreekt de eerste twee essays uit Asylums (1961) van Erving
Goffman, gebaseerd op zijn etnografisch onderzoek in het St. Elizabeths Hospital in
Washington D.C. (1955–56). De kern van Goffmans analyse draait om het concept van totale
instituties en het proces van zelf-mortificatie dat patiënten in een psychiatrisch ziekenhuis
ondergaan. Hoewel het onderzoek al meer dan 60 jaar oud is, blijft het relevant, vooral voor
studenten theologie en geestelijke verzorgers die werken in psychiatrische instellingen.
1. Het concept van totale instituties
Goffman introduceert het begrip totale instituties als instellingen waar individuen voor
langere tijd verblijven, afgesneden van de buitenwereld, en waar hun dagelijkse activiteiten
strikt worden gereguleerd. Totale instituties omvatten niet alleen psychiatrische ziekenhuizen,
maar ook gevangenissen, kloosters, militaire kampen en internaten.
De kenmerken van totale instituties zijn:
Gescheidenheid van de buitenwereld: Inwoners leven
afgesloten en hebben beperkte sociale contacten.
Strakke organisatie: De dagelijkse routine is tot in detail
vastgelegd door de staf.
Uniformiteit: Inwoners worden als groep behandeld en verliezen
hun individuele identiteit.
Beheersing door personeel: Een kleine staf houdt toezicht op een
grote groep bewoners, met duidelijke machtsverschillen.
Goffman benadrukt dat deze instellingen de sociale identiteit van de bewoners volledig
herstructureren, wat leidt tot de mortificatie van het zelf.
2. De mortificatie van het zelf
Wanneer iemand wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, ondergaat hij een proces
van zelf-mortificatie—een diepe aantasting van zijn identiteit en autonomie. Dit gebeurt via
verschillende mechanismen:
A. Ontmanteling van de sociale identiteit
Bij binnenkomst verliest de patiënt zijn vertrouwde sociale rollen en wordt onderworpen aan
een systeem dat hem behandelt als een “geval” in plaats van als een individu. Dit omvat:
, Rolverlies: Contact met familie en vrienden wordt beperkt,
waardoor eerdere sociale rollen worden onderbroken.
Identiteitsverlies: Persoonlijke bezittingen (zoals kleding en
sieraden) worden afgenomen en vervangen door
standaardziekenhuiskleding.
Naamsvermindering: Patiënten worden aangesproken met
nummers of achternamen, waardoor hun persoonlijke identiteit
wordt uitgevlakt.
B. Degradatie en vernedering
Innameprocedures: Nieuwe patiënten ondergaan fysieke
onderzoeken, worden soms geschoren en krijgen een uniforme
outfit, wat hun eerdere zelfbeeld aantast.
Verlies van privacy: Post wordt gelezen, bezoek is openbaar, en er
is constante supervisie, wat leidt tot gevoelens van vernedering.
Verbaal en fysiek misbruik: Patiënten kunnen worden bespot of
gedwongen tot gehoorzaamheid door stafleden.
C. Disculturatie en afhankelijkheid
Disculturatie: Door het langdurige verblijf verliezen patiënten hun
vaardigheden om in de maatschappij te functioneren.
Gedwongen afhankelijkheid: Patiënten moeten zich onderwerpen
aan de regels en ritmes van het ziekenhuis, waardoor hun gevoel
van autonomie afneemt.
3. De morele carrière van de mentale patiënt
Goffman beschrijft de "morele carrière" van een patiënt in drie fasen:
A. De pre-patiëntfase
De reis naar het ziekenhuis begint vaak met een klacht van een
familielid of werkgever over het gedrag van de persoon.
Er zijn loopbaancontingenties (sociale en economische factoren)
die bepalen of iemand daadwerkelijk wordt opgenomen.
Vaak voelt de pre-patiënt zich verraden door zijn naasten en
verliest hij vertrouwen in hen.
B. De patiëntfase
Eenmaal opgenomen, ondergaat de patiënt zelf-mortificatie en
leert hij de hiërarchie van het ziekenhuis kennen.
Verzet tegen het patiënt-zijn komt vaak voor, maar wordt
bestraft of geïnterpreteerd als bewijs van ziekte.
Patiënten passen zich op verschillende manieren aan: