Agogiek periode 2
Literatuur: -> per module kijken welke bronnen er bij staan en deze kennen! Het
is dus niet alleen het boek
- Kleur groen: hoofdstukken
- Kleur rood: informatie voor de toets
Zie moduleschema voor overzicht lesstof lesweken ect.
Les 1: Theorie van Bassant en De Roos, pagina 25 t/m 44 +
kennisclips
Kennisclip 1 -> professionele hulpverlening
Een professionele hulpverlener:
- Werkt methodisch
- Kan verschillende methoden hanteren
- Weet op het juiste moment de juiste methode voor de juiste cliënte te
kiezen
Hulpverlening voorheen:
- Persoonlijke kwaliteiten centraal
- Hulpverlening op waarden gebaseerd
- De hulpverlener bepaalde de hulpverlening en de cliënt had niks daarop in
te brengen
Verandering hulpverlening:
1. Cliënt als object -> naar cliënt als subject
2. ‘wij weten wat goed voor je is’ -> naar ‘wat wil de cliënt?’
3. Cliëntgerichtheid belangrijkste waarde
4. Inmiddels alweer stap verder: gebruikte methoden moeten bewezen
effectief zijn; Evidence based werken genoemd.
Evidence- based Practice: -> werkt met de best beschikbare kennis. Die kennis
komt uit drie bronnen:
1. Wetenschappelijke kennis
2. Praktijkkennis
3. Ervaringskennis cliënten
Er wordt gezegd; het liefst Evidence-based werken, maar als een methode nieuw
is mag je deze methode wel gebruiken, want dan kan het nog niet meteen
Evidence based zijn. Maar door het te gebruiken levert het veel kennis en
inzichten op waardoor je uiteindelijk aan de drie punten kunt voldoen.
1
,Waarom heb je methoden nodig in de hulpverlening nodig:
- Praktijk te lijden i.p.v. dat je je alleen laat sturen door de praktijk.
- Begrippen ‘methode’ en ‘methodieken’; niet eenduidig -> uiteenlopende
omschrijven dus moeilijk te difiniëren.
Kennisclip 2 -> Methodiek
Methodieken
Definitie methodiek: “methodiek is een door hulpverleners gezamenlijk te dragen
flexibel geheel van sturende praktijktheoretische inzichten en ethische en
normatieve stellingnames over een omschreven gebied van de hulpverlening”
- Meer overkoepelend
- Je kunt het zien als een paraplu
- Samenhangende set van methoden
- Vrij algemeen
- Voorbeeld: Franse keuken (paraplu begrip)
- Voorbeeld: Systeemgericht werken
- Voorbeeld: krachtgericht werken
- Voorbeeld: oplossingsgericht werken
- Voorbeeld: competentiegericht werken
1. Stelt social workers in staat op een verantwoorde manier
methoden/werkwijzen kiezen
2. Geeft in grote lijnen aan hoe hulp verleend moet worden en binnen welke
grenzen de social worker moet handelen
3. Geeft aanwijzingen en ondersteuning bij handelen
4. Is open en dynamisch
5. Gedragen door iedereen; van cliënt tot management
2
,Methodiek kent vier basiselementen:
- Methodiek maakt verantwoord kiezen mogelijk
- Methodiek steunt op praktijktheoretische inzichten
- Methodiek kent ethische en normatieve stellingnames
- Methodiek ontwikkelt zich in wisselwerking tussen theorie en praktijk
1. Methodiek maakt verantwoord kiezen mogelijk
Overkoepelend kader
Stelt de hulpverlener in staat te kiezen, ook verantwoorden
2. Methodiek steunt op praktijktheoretische inzichten
Zorgt verbinding theorie en praktijk
Methodiek komt vanuit praktijkervaringen (inductief)
Methodiek komt vanuit wetenschappelijke kennis (deductief)
Verhouding kan wisselen
3. Methodiek kent ethische en normatieve stellingnames
Waarden en normen worden duidelijk in methodiek
Geheel van gezamenlijk gedragen belangrijke waarden en normen die
als basis dienen voor het handelen
4. Methodiek ontwikkelt zich in wisselwerking tussen theorie en
praktijk
Theorieën en wetenschappelijke inzichten
De methodiek moet gevoed worden door de ervaringen van
hulpverleners.
Constante wisselwerking tussen deze twee dingen
3
, Kennisclip 3 -> Methoden:
Definitie methode; “Een methode is een omschreven en doelgerichte werkwijze
om met een cliënt of cliëntengroep in een bepaalde situatie een bepaald
vraagstuk op te lossen. Een methode geeft richting aan het handelen van de
hulpverlener door middel van aanwijzingen voor het gebruik van instrumenten en
technieken”.
Kenmerken van een bepaalde methode en waarom je toch wel bij
voorkeur methodisch handelt:
1. Een methode is vaak gericht op een specifieke doelgroep
2. Specifieke, welomschreven doelen
3. Methode niet altijd, maar vaak wel wordt gekenmerkt dat hij specifiek
in gebruik is, methode die geschreven is voor criminelen in een
gevangenis anders is dan een methode voor zwakbegaafde
4. Gestandaardiseerd en overdraagbaar, dit is de methode en dit houdt hij
is. Binnen die kaders handelen we.
5. Methode is niet voor eenmalig gebruik, maar voor veelvuldig gebruik
6. Handelingsgericht, toegepast op de praktijk
7. Methode expliciet theoretisch en weterschappelijk onderbouwt is
8. Methode is bewezen effectief, de methode heeft tot succes geleidt
Veel soorten methoden:
- Gedragsverandering tot doel
- Gedragsverandering door middel van inzicht
- Richten op omgeving i.p.v. de cliënt
Methoden worden naast en door elkaar gebruikt
Recept <-> veel ruimte (als je precies doet wat er gevraagd wordt dan leidt dat
tot succes)
Agogische hulpverlening: cliënt heeft actieve rol. Is medespeler. Er is dus
interactie en je heb dan geen ‘recept’ om geheel te volgen. Onvoorspelbaar
proces
Social worker: flexibel en creatief
Welke doelen kan een methode hebben?
- Gedragsverandering
Maar hoe?
1. Onder controle brengen
2. Problemen oplossen / genezen
3. Behouden en stabiliseren -> kwaliteit van leven behouden
4. Herstellen
5. Ontwikkelen en groeien
4
Literatuur: -> per module kijken welke bronnen er bij staan en deze kennen! Het
is dus niet alleen het boek
- Kleur groen: hoofdstukken
- Kleur rood: informatie voor de toets
Zie moduleschema voor overzicht lesstof lesweken ect.
Les 1: Theorie van Bassant en De Roos, pagina 25 t/m 44 +
kennisclips
Kennisclip 1 -> professionele hulpverlening
Een professionele hulpverlener:
- Werkt methodisch
- Kan verschillende methoden hanteren
- Weet op het juiste moment de juiste methode voor de juiste cliënte te
kiezen
Hulpverlening voorheen:
- Persoonlijke kwaliteiten centraal
- Hulpverlening op waarden gebaseerd
- De hulpverlener bepaalde de hulpverlening en de cliënt had niks daarop in
te brengen
Verandering hulpverlening:
1. Cliënt als object -> naar cliënt als subject
2. ‘wij weten wat goed voor je is’ -> naar ‘wat wil de cliënt?’
3. Cliëntgerichtheid belangrijkste waarde
4. Inmiddels alweer stap verder: gebruikte methoden moeten bewezen
effectief zijn; Evidence based werken genoemd.
Evidence- based Practice: -> werkt met de best beschikbare kennis. Die kennis
komt uit drie bronnen:
1. Wetenschappelijke kennis
2. Praktijkkennis
3. Ervaringskennis cliënten
Er wordt gezegd; het liefst Evidence-based werken, maar als een methode nieuw
is mag je deze methode wel gebruiken, want dan kan het nog niet meteen
Evidence based zijn. Maar door het te gebruiken levert het veel kennis en
inzichten op waardoor je uiteindelijk aan de drie punten kunt voldoen.
1
,Waarom heb je methoden nodig in de hulpverlening nodig:
- Praktijk te lijden i.p.v. dat je je alleen laat sturen door de praktijk.
- Begrippen ‘methode’ en ‘methodieken’; niet eenduidig -> uiteenlopende
omschrijven dus moeilijk te difiniëren.
Kennisclip 2 -> Methodiek
Methodieken
Definitie methodiek: “methodiek is een door hulpverleners gezamenlijk te dragen
flexibel geheel van sturende praktijktheoretische inzichten en ethische en
normatieve stellingnames over een omschreven gebied van de hulpverlening”
- Meer overkoepelend
- Je kunt het zien als een paraplu
- Samenhangende set van methoden
- Vrij algemeen
- Voorbeeld: Franse keuken (paraplu begrip)
- Voorbeeld: Systeemgericht werken
- Voorbeeld: krachtgericht werken
- Voorbeeld: oplossingsgericht werken
- Voorbeeld: competentiegericht werken
1. Stelt social workers in staat op een verantwoorde manier
methoden/werkwijzen kiezen
2. Geeft in grote lijnen aan hoe hulp verleend moet worden en binnen welke
grenzen de social worker moet handelen
3. Geeft aanwijzingen en ondersteuning bij handelen
4. Is open en dynamisch
5. Gedragen door iedereen; van cliënt tot management
2
,Methodiek kent vier basiselementen:
- Methodiek maakt verantwoord kiezen mogelijk
- Methodiek steunt op praktijktheoretische inzichten
- Methodiek kent ethische en normatieve stellingnames
- Methodiek ontwikkelt zich in wisselwerking tussen theorie en praktijk
1. Methodiek maakt verantwoord kiezen mogelijk
Overkoepelend kader
Stelt de hulpverlener in staat te kiezen, ook verantwoorden
2. Methodiek steunt op praktijktheoretische inzichten
Zorgt verbinding theorie en praktijk
Methodiek komt vanuit praktijkervaringen (inductief)
Methodiek komt vanuit wetenschappelijke kennis (deductief)
Verhouding kan wisselen
3. Methodiek kent ethische en normatieve stellingnames
Waarden en normen worden duidelijk in methodiek
Geheel van gezamenlijk gedragen belangrijke waarden en normen die
als basis dienen voor het handelen
4. Methodiek ontwikkelt zich in wisselwerking tussen theorie en
praktijk
Theorieën en wetenschappelijke inzichten
De methodiek moet gevoed worden door de ervaringen van
hulpverleners.
Constante wisselwerking tussen deze twee dingen
3
, Kennisclip 3 -> Methoden:
Definitie methode; “Een methode is een omschreven en doelgerichte werkwijze
om met een cliënt of cliëntengroep in een bepaalde situatie een bepaald
vraagstuk op te lossen. Een methode geeft richting aan het handelen van de
hulpverlener door middel van aanwijzingen voor het gebruik van instrumenten en
technieken”.
Kenmerken van een bepaalde methode en waarom je toch wel bij
voorkeur methodisch handelt:
1. Een methode is vaak gericht op een specifieke doelgroep
2. Specifieke, welomschreven doelen
3. Methode niet altijd, maar vaak wel wordt gekenmerkt dat hij specifiek
in gebruik is, methode die geschreven is voor criminelen in een
gevangenis anders is dan een methode voor zwakbegaafde
4. Gestandaardiseerd en overdraagbaar, dit is de methode en dit houdt hij
is. Binnen die kaders handelen we.
5. Methode is niet voor eenmalig gebruik, maar voor veelvuldig gebruik
6. Handelingsgericht, toegepast op de praktijk
7. Methode expliciet theoretisch en weterschappelijk onderbouwt is
8. Methode is bewezen effectief, de methode heeft tot succes geleidt
Veel soorten methoden:
- Gedragsverandering tot doel
- Gedragsverandering door middel van inzicht
- Richten op omgeving i.p.v. de cliënt
Methoden worden naast en door elkaar gebruikt
Recept <-> veel ruimte (als je precies doet wat er gevraagd wordt dan leidt dat
tot succes)
Agogische hulpverlening: cliënt heeft actieve rol. Is medespeler. Er is dus
interactie en je heb dan geen ‘recept’ om geheel te volgen. Onvoorspelbaar
proces
Social worker: flexibel en creatief
Welke doelen kan een methode hebben?
- Gedragsverandering
Maar hoe?
1. Onder controle brengen
2. Problemen oplossen / genezen
3. Behouden en stabiliseren -> kwaliteit van leven behouden
4. Herstellen
5. Ontwikkelen en groeien
4