Risjord
Philosophy of Social Science
A Contemporary Introduction
Hoofdstuk 1 - Introduction 2
Hoofdstuk 2 - Objectivity,Values, and the Possibility of a Social Science 5
Hoofdstuk 3 - Theories, Interpretations, and Concepts 7
Hoofdstuk 4 - Interpretive Methodology 11
Hoofdstuk 5 - Action and Agency 14
Hoofdstuk 7 - Reductionism 16
Hoofdstuk 8 - Race and Other Social Constructions 20
Hoofdstuk 9 - Social Norms 24
Hoofdstuk 10 - Intentions, Institutions, and Collective Action 26
, Hoofdstuk 1 - Introduction
Pagina 1 - 13
1.1 Wat is de filosofie van de sociale wetenschappen?
De filosofie van de sociale wetenschappen onderzoekt fundamentele vragen over de aard
en methodologie van sociale wetenschappen zoals sociologie, antropologie en economie.
Hoewel deze disciplines zich in de 19e eeuw van de filosofie afsplitsen, blijven hun
kernvragen geworteld in filosofische tradities. Risjord introduceert drie centrale thema’s:
● Normativiteit: De rol van waarden en normen in sociale wetenschappelijke
onderzoek. Kunnen sociale wetenschappen objectief zijn, ondanks hun
betrokkenheid bij maatschappelijke waarden?
● Naturalisme: De relatie tussen sociale en natuurwetenschappen. Moeten sociale
wetenschappen dezelfde methoden gebruiken als natuurwetenschappen?
● Reductionisme: De relatie tussen individuen en sociale structuren. Hebben
instituties zoals kerken en staten eigen causale krachten, of kunnen ze volledig
worden verklaard door individuele acties?
1.2 Een filosofische verkenning
Risjord plaatst de filosofie van de sociale wetenschappen in een breder filosofisch kader en
koppelt deze aan drie klassieke domeinen:
- Waarde-theorie (normativiteit)
- Epistemologie
- Metafysica
1. Waarde-theorie (normativiteit): Hoe ontstaan normen en waarden in een
samenleving? Kunnen sociale wetenschappen neutraal zijn of zijn ze altijd gekleurd
door morele en politieke waarden?
Normen en waarden zijn ideeën over wat goed, slecht, gewenst of ongewenst is. In de
sociale wetenschappen speelt de vraag:
Kun je de samenleving bestuderen zonder zelf morele oordelen te maken?
Bijvoorbeeld:
, - Een onderzoeker bestudeert armoede. Maar alleen al het kiezen van dat onderwerp
(in plaats van bijv. belastingontduiking) kan al ingegeven zijn door maatschappelijke
betrokkenheid.
- Normatieve theorieën (zoals feministische of kritische theorie) zeggen: wetenschap
moet zelfs waarden meenemen om maatschappelijke ongelijkheid bloot te leggen en
te bestrijden.
2. Epistemologie: Wat telt als kennis in de sociale wetenschappen? Hoe weten we of
onze verklaringen van menselijk gedrag geldig zijn?
Epistemologie onderzoekt hoe we tot betrouwbare kennis komen. In de sociale
wetenschappen is dit extra lastig, omdat:
● We geen objectieve natuurwetten hebben zoals in de fysica.
● Mensen bewustzijn, overtuigingen, emoties en bedoelingen hebben – en die zijn niet
altijd meetbaar of voorspelbaar.
Dilemma’s zijn bijvoorbeeld:
● Is een enquête voldoende bewijs voor wat mensen echt denken?
● Kun je menselijke bedoelingen verklaren via statistiek, of heb je ook interpretatie en
context nodig?
Sociale wetenschappers moeten daarom zorgvuldig nadenken over methoden, bewijs en
objectiviteit.
3. Metafysica: Zijn sociale structuren (zoals rassen, klassen, staten, organisaties)
echt? Of zijn het alleen ideeën die we samen in stand houden?
Metafysica gaat over wat er echt bestaat. In de sociale wetenschappen is dat niet altijd
duidelijk:
● Is “de economie” een ding? Of is het een verzameling van handelingen en
afspraken?
● Bestaat “de staat” als entiteit, of is het gewoon een naam voor wat mensen in
overheidsgebouwen doen?
En ook over mensen zelf: Zijn we echt vrije, rationele wezens? Of worden onze keuzes
grotendeels gevormd door sociale krachten?
Metafysica in de sociale wetenschappen helpt om te begrijpen:
● Wat we eigenlijk bestuderen,
, ● En of verklaringen over “maatschappij” gebaseerd zijn op echte entiteiten of slechts
constructies.
Door deze vragen te koppelen aan sociale wetenschappelijke voorbeelden, laat Risjord zien
hoe filosofische kwesties zoals rationaliteit, causaliteit en normativiteit fundamenteel zijn
voor het begrijpen van menselijk gedrag en maatschappelijke structuren.
, Hoofdstuk 2 - Objectivity,Values, and the
Possibility of a Social Science
Pagina 14 - 32
2.1 Het ideaal van waardevrijheid
Dit hoofdstuk behandelt de vraag of de sociale wetenschappen objectief kunnen zijn, of dat
ze onvermijdelijk beïnvloed worden door waarden en politieke belangen. Dit heeft zowel
praktische als conceptuele implicaties:
● Praktisch: Als sociale wetenschappen waardegebonden zijn, ondermijnt dat hun
bruikbaarheid voor beleidsvorming?
● Conceptueel: Wat betekent objectiviteit in de wetenschap en hoe verschilt deze in
sociale en natuurwetenschappen?
Risjord introduceert het ideaal van waardevrijheid, waarin wetenschap vrij zou moeten zijn
van morele of politieke waarden. Hij bespreekt verschillende manieren waarop waarden de
wetenschap kunnen beïnvloeden, zoals onderzoeksfinanciering door overheden, die de
keuze van onderzoeksonderwerpen kan sturen zonder noodzakelijkerwijs de conclusies te
beïnvloeden.
2.2 Onpartijdigheid en theorie keuze
De discussie over objectiviteit draait ook om het vermijden van bias. De vraag is of politieke
en morele waarden een rol spelen in het rechtvaardigen van wetenschappelijke theorieën.
Risjord bespreekt:
● Inductief risico: Bij het testen van hypotheses bestaat altijd het risico van fouten. De
keuze van wat als een acceptabele fout wordt beschouwd, kan beïnvloed worden
door morele of politieke overwegingen.
● Drie opvattingen van objectiviteit (Crasnow, 2006):
1. Objectiviteit als vrijheid van bias (vermijden van vertekening door
persoonlijke belangen).
2. Objectiviteit als intersubjectiviteit (openbaarheid en reproduceerbaarheid
van onderzoek).
3. Objectiviteit als betrouwbaarheid (consistent toepassen van
methodologie).
, 2.3 Essentieel betwiste ideeën en emanciperend onderzoek
Deze sectie onderzoekt de spanning tussen het ideaal van waarde-neutraliteit in de sociale
wetenschappen en het werk van stromingen die juist bewust normatief zijn — zoals
feministische theorie, marxistische theorie, postkolonialisme en de Frankfurter Schule.
Sommige wetenschappers betogen dat de sociale wetenschappen per definitie waarden
bevatten, bijvoorbeeld in feministische of marxistische onderzoekstradities. Risjord
bespreekt:
Waarde-neutraliteit: het klassieke ideaal
● Volgens dit ideaal moet wetenschap uitsluitend beschrijvend zijn en zich niet
uitspreken over wat “goed” of “slecht” is.
● Wetenschappelijke uitspraken zoals “werkloosheid is gestegen” zijn legitiem, maar
“werkloosheid is onrechtvaardig” geldt als een normatieve bewering en zou dus
volgens dit ideaal niet wetenschappelijk zijn.
● Dit idee is gebaseerd op de gedachte dat waarderingen (zoals ‘slecht’, ‘goed’,
‘onrechtvaardig’) niet empirisch toetsbaar zijn.
Risjord beschrijft hoe veel moderne stromingen dit ideaal expliciet afwijzen, met name:
Feminisme, Marxisme, Postkoloniale theorie, Kritische pedagogiek & Critical race theory
→ Deze stromingen stellen:
Waarden zijn altijd al aanwezig in wetenschap — zelfs als je ze niet benoemt.
&
Sociale wetenschap heeft een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan sociale
rechtvaardigheid.
Emancipatoir onderzoek: kenmerken en uitgangspunten
● Ideologiekritiek
○ Onderzoekt de relatie tussen kennis en macht.
○ Sociale ongelijkheid (bijv. op basis van klasse, ras, gender) wordt in stand
gehouden door dominante manieren van denken.
○ Wetenschap speelt hierin vaak een rol door bepaalde perspectieven te
verwaarlozen of onderdrukken.
● Epistemische ongelijkheid
○ Mensen in dominante posities (bijv. witte, mannelijke wetenschappers) zien
niet alle sociale processen die hun positie ondersteunen.
○ Gemarginaliseerde groepen hebben vaak een dubbele blik: zij begrijpen
zowel hun eigen perspectief als dat van de dominante groep.
Philosophy of Social Science
A Contemporary Introduction
Hoofdstuk 1 - Introduction 2
Hoofdstuk 2 - Objectivity,Values, and the Possibility of a Social Science 5
Hoofdstuk 3 - Theories, Interpretations, and Concepts 7
Hoofdstuk 4 - Interpretive Methodology 11
Hoofdstuk 5 - Action and Agency 14
Hoofdstuk 7 - Reductionism 16
Hoofdstuk 8 - Race and Other Social Constructions 20
Hoofdstuk 9 - Social Norms 24
Hoofdstuk 10 - Intentions, Institutions, and Collective Action 26
, Hoofdstuk 1 - Introduction
Pagina 1 - 13
1.1 Wat is de filosofie van de sociale wetenschappen?
De filosofie van de sociale wetenschappen onderzoekt fundamentele vragen over de aard
en methodologie van sociale wetenschappen zoals sociologie, antropologie en economie.
Hoewel deze disciplines zich in de 19e eeuw van de filosofie afsplitsen, blijven hun
kernvragen geworteld in filosofische tradities. Risjord introduceert drie centrale thema’s:
● Normativiteit: De rol van waarden en normen in sociale wetenschappelijke
onderzoek. Kunnen sociale wetenschappen objectief zijn, ondanks hun
betrokkenheid bij maatschappelijke waarden?
● Naturalisme: De relatie tussen sociale en natuurwetenschappen. Moeten sociale
wetenschappen dezelfde methoden gebruiken als natuurwetenschappen?
● Reductionisme: De relatie tussen individuen en sociale structuren. Hebben
instituties zoals kerken en staten eigen causale krachten, of kunnen ze volledig
worden verklaard door individuele acties?
1.2 Een filosofische verkenning
Risjord plaatst de filosofie van de sociale wetenschappen in een breder filosofisch kader en
koppelt deze aan drie klassieke domeinen:
- Waarde-theorie (normativiteit)
- Epistemologie
- Metafysica
1. Waarde-theorie (normativiteit): Hoe ontstaan normen en waarden in een
samenleving? Kunnen sociale wetenschappen neutraal zijn of zijn ze altijd gekleurd
door morele en politieke waarden?
Normen en waarden zijn ideeën over wat goed, slecht, gewenst of ongewenst is. In de
sociale wetenschappen speelt de vraag:
Kun je de samenleving bestuderen zonder zelf morele oordelen te maken?
Bijvoorbeeld:
, - Een onderzoeker bestudeert armoede. Maar alleen al het kiezen van dat onderwerp
(in plaats van bijv. belastingontduiking) kan al ingegeven zijn door maatschappelijke
betrokkenheid.
- Normatieve theorieën (zoals feministische of kritische theorie) zeggen: wetenschap
moet zelfs waarden meenemen om maatschappelijke ongelijkheid bloot te leggen en
te bestrijden.
2. Epistemologie: Wat telt als kennis in de sociale wetenschappen? Hoe weten we of
onze verklaringen van menselijk gedrag geldig zijn?
Epistemologie onderzoekt hoe we tot betrouwbare kennis komen. In de sociale
wetenschappen is dit extra lastig, omdat:
● We geen objectieve natuurwetten hebben zoals in de fysica.
● Mensen bewustzijn, overtuigingen, emoties en bedoelingen hebben – en die zijn niet
altijd meetbaar of voorspelbaar.
Dilemma’s zijn bijvoorbeeld:
● Is een enquête voldoende bewijs voor wat mensen echt denken?
● Kun je menselijke bedoelingen verklaren via statistiek, of heb je ook interpretatie en
context nodig?
Sociale wetenschappers moeten daarom zorgvuldig nadenken over methoden, bewijs en
objectiviteit.
3. Metafysica: Zijn sociale structuren (zoals rassen, klassen, staten, organisaties)
echt? Of zijn het alleen ideeën die we samen in stand houden?
Metafysica gaat over wat er echt bestaat. In de sociale wetenschappen is dat niet altijd
duidelijk:
● Is “de economie” een ding? Of is het een verzameling van handelingen en
afspraken?
● Bestaat “de staat” als entiteit, of is het gewoon een naam voor wat mensen in
overheidsgebouwen doen?
En ook over mensen zelf: Zijn we echt vrije, rationele wezens? Of worden onze keuzes
grotendeels gevormd door sociale krachten?
Metafysica in de sociale wetenschappen helpt om te begrijpen:
● Wat we eigenlijk bestuderen,
, ● En of verklaringen over “maatschappij” gebaseerd zijn op echte entiteiten of slechts
constructies.
Door deze vragen te koppelen aan sociale wetenschappelijke voorbeelden, laat Risjord zien
hoe filosofische kwesties zoals rationaliteit, causaliteit en normativiteit fundamenteel zijn
voor het begrijpen van menselijk gedrag en maatschappelijke structuren.
, Hoofdstuk 2 - Objectivity,Values, and the
Possibility of a Social Science
Pagina 14 - 32
2.1 Het ideaal van waardevrijheid
Dit hoofdstuk behandelt de vraag of de sociale wetenschappen objectief kunnen zijn, of dat
ze onvermijdelijk beïnvloed worden door waarden en politieke belangen. Dit heeft zowel
praktische als conceptuele implicaties:
● Praktisch: Als sociale wetenschappen waardegebonden zijn, ondermijnt dat hun
bruikbaarheid voor beleidsvorming?
● Conceptueel: Wat betekent objectiviteit in de wetenschap en hoe verschilt deze in
sociale en natuurwetenschappen?
Risjord introduceert het ideaal van waardevrijheid, waarin wetenschap vrij zou moeten zijn
van morele of politieke waarden. Hij bespreekt verschillende manieren waarop waarden de
wetenschap kunnen beïnvloeden, zoals onderzoeksfinanciering door overheden, die de
keuze van onderzoeksonderwerpen kan sturen zonder noodzakelijkerwijs de conclusies te
beïnvloeden.
2.2 Onpartijdigheid en theorie keuze
De discussie over objectiviteit draait ook om het vermijden van bias. De vraag is of politieke
en morele waarden een rol spelen in het rechtvaardigen van wetenschappelijke theorieën.
Risjord bespreekt:
● Inductief risico: Bij het testen van hypotheses bestaat altijd het risico van fouten. De
keuze van wat als een acceptabele fout wordt beschouwd, kan beïnvloed worden
door morele of politieke overwegingen.
● Drie opvattingen van objectiviteit (Crasnow, 2006):
1. Objectiviteit als vrijheid van bias (vermijden van vertekening door
persoonlijke belangen).
2. Objectiviteit als intersubjectiviteit (openbaarheid en reproduceerbaarheid
van onderzoek).
3. Objectiviteit als betrouwbaarheid (consistent toepassen van
methodologie).
, 2.3 Essentieel betwiste ideeën en emanciperend onderzoek
Deze sectie onderzoekt de spanning tussen het ideaal van waarde-neutraliteit in de sociale
wetenschappen en het werk van stromingen die juist bewust normatief zijn — zoals
feministische theorie, marxistische theorie, postkolonialisme en de Frankfurter Schule.
Sommige wetenschappers betogen dat de sociale wetenschappen per definitie waarden
bevatten, bijvoorbeeld in feministische of marxistische onderzoekstradities. Risjord
bespreekt:
Waarde-neutraliteit: het klassieke ideaal
● Volgens dit ideaal moet wetenschap uitsluitend beschrijvend zijn en zich niet
uitspreken over wat “goed” of “slecht” is.
● Wetenschappelijke uitspraken zoals “werkloosheid is gestegen” zijn legitiem, maar
“werkloosheid is onrechtvaardig” geldt als een normatieve bewering en zou dus
volgens dit ideaal niet wetenschappelijk zijn.
● Dit idee is gebaseerd op de gedachte dat waarderingen (zoals ‘slecht’, ‘goed’,
‘onrechtvaardig’) niet empirisch toetsbaar zijn.
Risjord beschrijft hoe veel moderne stromingen dit ideaal expliciet afwijzen, met name:
Feminisme, Marxisme, Postkoloniale theorie, Kritische pedagogiek & Critical race theory
→ Deze stromingen stellen:
Waarden zijn altijd al aanwezig in wetenschap — zelfs als je ze niet benoemt.
&
Sociale wetenschap heeft een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan sociale
rechtvaardigheid.
Emancipatoir onderzoek: kenmerken en uitgangspunten
● Ideologiekritiek
○ Onderzoekt de relatie tussen kennis en macht.
○ Sociale ongelijkheid (bijv. op basis van klasse, ras, gender) wordt in stand
gehouden door dominante manieren van denken.
○ Wetenschap speelt hierin vaak een rol door bepaalde perspectieven te
verwaarlozen of onderdrukken.
● Epistemische ongelijkheid
○ Mensen in dominante posities (bijv. witte, mannelijke wetenschappers) zien
niet alle sociale processen die hun positie ondersteunen.
○ Gemarginaliseerde groepen hebben vaak een dubbele blik: zij begrijpen
zowel hun eigen perspectief als dat van de dominante groep.