Oefententamenvragen
- Over het filmpje – https://youtu.be/6Gc-atZhdxA
Vraag 1: Op welk niveau functioneert dit team?
Fragment: 1:50 – 2:40
Antwoordopties:
A) M1 (Forming)
B) M2 (Storming)
C) M3 (Norming)
D) M4 (Performing)
Vraag 2: Aan welke gedragspatronen zie je dat het team op dit niveau functioneert?
Fragment: 1:50 – 3:16
Antwoordopties (kies er 3):
A) Teamleden nemen duidelijk verantwoordelijkheid voor eigen taken en het teamresultaat.
B) Er wordt regelmatig door elkaar heen gepraat.
C) Er heerst een afwachtende houding binnen het team.
D) Teamleden corrigeren en helpen elkaar actief.
E) Er zijn conflicten en onderlinge spanningen merkbaar.
F) De leidinggevende bepaalt en stuurt alles zelf.
G) Er wordt actief feedback gegeven.
H) Teamleden zijn terughoudend in het delen van meningen en gevoelens.
I) De doelen zijn onduidelijk en niet eenduidig vastgesteld.
J) Teamleden tonen trots en initiatief in hun handelen.
Vraag 3: Op welk niveau vindt de communicatie van het team plaats?
Fragment: 3:50 – 4:36
Antwoordopties (kies 1 juist antwoord):
A) Inhoudsniveau
B) Procedureniveau
C) Interactieniveau
D) Bestaansniveau
E) Contextniveau
Vraag 4: Welke gedragingen laten zien op welk niveau (vraag 3) het team zit?
Fragment: 3:50 – 4:36
Antwoordopties (kies er 2):
A) Teamleden bespreken persoonlijke gevoelens en overtuigingen.
B) Er wordt vooral gesproken over duidelijke taakafspraken en doelen.
C) De teamleden hebben vooral aandacht voor externe omstandigheden en invloeden.
D) De vergadering verloopt gestructureerd en volgens een vaste agenda.
E) Teamleden besteden veel aandacht aan onderlinge communicatie en samenwerking.
F) Er ontstaat regelmatig chaos, waardoor het doel van de vergadering niet duidelijk is.
,G) Emoties en persoonlijke conflicten domineren het overleg.
H) Teamleden stemmen effectief af op hun gezamenlijke taken en doelen.
I) De vergadering richt zich voornamelijk op het bespreken van procedures en afspraken.
J) Teamleden bespreken vooral gebeurtenissen die zich buiten het team afspelen.
Vraag 5: Welke interventie(s) gebruikt de teamleider om het team effectiever te laten
communiceren?
Fragment: 4:45 – 5:45
Antwoordopties (kies 2 juiste antwoorden):
A) Vat samen wat er besproken wordt.
B) Stimuleert een open discussie over gevoelens.
C) Bepaalt zelfstandig alle procedures.
D) Neemt een passieve rol en laat het team volledig vrij.
E) Maakt concrete afspraken duidelijk.
F) Lost zelf direct conflicten tussen teamleden op.
G) Bevordert onderlinge concurrentie.
H) Stelt gerichte vragen aan individuele teamleden.
Vraag 6: Waaraan zie je dat het team functioneert op junior of senior niveau?
Fragment: 2:30 – 3:15
Antwoordopties (kies 2 juiste antwoorden):
A) Teamleden nemen initiatief en dragen verantwoordelijkheid voor het proces.
B) De leidinggevende neemt alle verantwoordelijkheid op zich.
C) Er heerst veel onderling vertrouwen en open communicatie.
D) Teamleden spreken elkaar niet aan op ongewenst gedrag.
E) Er is sprake van duidelijke en effectieve samenwerking.
F) Teamleden zijn voornamelijk bezig met eigen belangen en taken.
G) Er ontstaan regelmatig misverstanden en communicatieproblemen.
H) Teamleden ondersteunen elkaar actief in het behalen van doelen.
Vraag 7: Welke interventies gebruikt de leidinggevende op procedureniveau?
Fragment: 0:42 – 1:30
Antwoordopties (kies er 3):
A) Geeft structuur aan het overleg
B) Bespreekt emoties van teamleden
C) Stelt duidelijke regels op voor participatie
D) Geeft expliciete taakverdeling aan
E) Bevordert onderlinge concurrentie
F) Vat de inhoud van het overleg regelmatig samen
G) Lost direct persoonlijke conflicten op
H) Bewaakt de tijdsplanning actief
I) Geeft ruimte voor individuele reflectie
J) Verheldert rolverdeling binnen het team
, K) Geeft instructies over hoe taken uitgevoerd moeten worden
L) Bespreekt externe context en invloeden
Vraag 8: Feedback geven
Fragment: 2:03 – 2:30
Persoon: De vrouwelijke medewerker aan de rechterkant, die regelmatig door anderen heen
praat.
Deel A:
Beschrijf de stappen volgens het actieplan feedback.
Deel B:
Geef feedback aan deze persoon volgens het beschreven actieplan.
- Over het filmpje – https://youtu.be/6Gc-atZhdxA
Vraag 1: Op welk niveau functioneert dit team?
Fragment: 1:50 – 2:40
Antwoordopties:
A) M1 (Forming)
B) M2 (Storming)
C) M3 (Norming)
D) M4 (Performing)
Vraag 2: Aan welke gedragspatronen zie je dat het team op dit niveau functioneert?
Fragment: 1:50 – 3:16
Antwoordopties (kies er 3):
A) Teamleden nemen duidelijk verantwoordelijkheid voor eigen taken en het teamresultaat.
B) Er wordt regelmatig door elkaar heen gepraat.
C) Er heerst een afwachtende houding binnen het team.
D) Teamleden corrigeren en helpen elkaar actief.
E) Er zijn conflicten en onderlinge spanningen merkbaar.
F) De leidinggevende bepaalt en stuurt alles zelf.
G) Er wordt actief feedback gegeven.
H) Teamleden zijn terughoudend in het delen van meningen en gevoelens.
I) De doelen zijn onduidelijk en niet eenduidig vastgesteld.
J) Teamleden tonen trots en initiatief in hun handelen.
Vraag 3: Op welk niveau vindt de communicatie van het team plaats?
Fragment: 3:50 – 4:36
Antwoordopties (kies 1 juist antwoord):
A) Inhoudsniveau
B) Procedureniveau
C) Interactieniveau
D) Bestaansniveau
E) Contextniveau
Vraag 4: Welke gedragingen laten zien op welk niveau (vraag 3) het team zit?
Fragment: 3:50 – 4:36
Antwoordopties (kies er 2):
A) Teamleden bespreken persoonlijke gevoelens en overtuigingen.
B) Er wordt vooral gesproken over duidelijke taakafspraken en doelen.
C) De teamleden hebben vooral aandacht voor externe omstandigheden en invloeden.
D) De vergadering verloopt gestructureerd en volgens een vaste agenda.
E) Teamleden besteden veel aandacht aan onderlinge communicatie en samenwerking.
F) Er ontstaat regelmatig chaos, waardoor het doel van de vergadering niet duidelijk is.
,G) Emoties en persoonlijke conflicten domineren het overleg.
H) Teamleden stemmen effectief af op hun gezamenlijke taken en doelen.
I) De vergadering richt zich voornamelijk op het bespreken van procedures en afspraken.
J) Teamleden bespreken vooral gebeurtenissen die zich buiten het team afspelen.
Vraag 5: Welke interventie(s) gebruikt de teamleider om het team effectiever te laten
communiceren?
Fragment: 4:45 – 5:45
Antwoordopties (kies 2 juiste antwoorden):
A) Vat samen wat er besproken wordt.
B) Stimuleert een open discussie over gevoelens.
C) Bepaalt zelfstandig alle procedures.
D) Neemt een passieve rol en laat het team volledig vrij.
E) Maakt concrete afspraken duidelijk.
F) Lost zelf direct conflicten tussen teamleden op.
G) Bevordert onderlinge concurrentie.
H) Stelt gerichte vragen aan individuele teamleden.
Vraag 6: Waaraan zie je dat het team functioneert op junior of senior niveau?
Fragment: 2:30 – 3:15
Antwoordopties (kies 2 juiste antwoorden):
A) Teamleden nemen initiatief en dragen verantwoordelijkheid voor het proces.
B) De leidinggevende neemt alle verantwoordelijkheid op zich.
C) Er heerst veel onderling vertrouwen en open communicatie.
D) Teamleden spreken elkaar niet aan op ongewenst gedrag.
E) Er is sprake van duidelijke en effectieve samenwerking.
F) Teamleden zijn voornamelijk bezig met eigen belangen en taken.
G) Er ontstaan regelmatig misverstanden en communicatieproblemen.
H) Teamleden ondersteunen elkaar actief in het behalen van doelen.
Vraag 7: Welke interventies gebruikt de leidinggevende op procedureniveau?
Fragment: 0:42 – 1:30
Antwoordopties (kies er 3):
A) Geeft structuur aan het overleg
B) Bespreekt emoties van teamleden
C) Stelt duidelijke regels op voor participatie
D) Geeft expliciete taakverdeling aan
E) Bevordert onderlinge concurrentie
F) Vat de inhoud van het overleg regelmatig samen
G) Lost direct persoonlijke conflicten op
H) Bewaakt de tijdsplanning actief
I) Geeft ruimte voor individuele reflectie
J) Verheldert rolverdeling binnen het team
, K) Geeft instructies over hoe taken uitgevoerd moeten worden
L) Bespreekt externe context en invloeden
Vraag 8: Feedback geven
Fragment: 2:03 – 2:30
Persoon: De vrouwelijke medewerker aan de rechterkant, die regelmatig door anderen heen
praat.
Deel A:
Beschrijf de stappen volgens het actieplan feedback.
Deel B:
Geef feedback aan deze persoon volgens het beschreven actieplan.