Danesi (2004): H1: what is semiotics?
Semiotics = wetenschap die de vraagt probeert te beantwoorden ‘wat is
X?’
Sign (teken) is alles; een kleur, een gebaar, een object etc.
Referent (object) = waar een teken naar verwijst Y.
Representamen = sign. De feitelijke fysieke vorm van een representatie
X. Om een betekenis uit X te halen, moet men in de eerste plaats het
teken kunnen herkennen.
Interpretant = de betekenis of betekenissen die mogelijk kunnen worden
ontleend aan de representatie Y.
Sign system = code. Taal, kleding, muziek, gebaren etc. zijn voorbeelden
van deze codes. Deze kunnen worden gedefinieerd als tekensystemen
(verbaal, visueel etc.).
Carey (1992): A cultural approach to communication
Transmission view
Komt het meest voor in onze cultuur.
Wordt gedefinieerd door termen als zenden, verzenden of het geven van
informatie.
Communicatie is een proces waarbij boodschappen worden verzonden
voor controle over afstand en mensen uitbereiding van boodschappen in
ruimte.
Informatie.
Ritual view
Wordt gedefinieerd door termen als delen, participatie, gemeenschap en
het bezit van een gemeenschappelijk geloof.
Deze visie gaat over het behoud van de samenleving in de tijd. Het draait
om de representatie van gedeelde opvattingen (shared beliefs).
Conformatie.
“Communication is a symbolic process, whereby reality is product,
maintained, repaired and transformed.”
De realiteit is een productie die menselijk is gemaakt en menselijk wordt
behouden.
Carey stelt dat we representation OF representation FOR.
Danesi (2004): H2: Basic Sign Theory
De Saussure beschreef signs als een binaire structuur; enkel X en Y.
Peirce beschreeft signs als een trinaire structuur; ook de relatie tussen X –
Y.
Representamen (X) = signifier; the physical part.
Object (Y) = signified; the conceptual part.
Interpretant (X = Y)
, Immediate object = object van een icoon.
Dynamical object = werkelijke referent dat op oneindig aantal manieren
betekenis kan krijgen.
Polyorat et al. (2007): The impact of narrative versus factual print ad
copy on product evaluation
Onderzoek naar het verschil in impact tussen verhalende en feitelijke
advertentieteksten.
Verhalende advertentieteksten brengt informatie over op een
verhaalachtige indeling en brengt specifieke details; soms ook een
conversatieachtige benadering.
Feitelijke advertentieteksten bieden feitelijke en directe beschrijvingen van
productkenmerken en voordelen. Weinig nadruk op een specifiek verhaal
dat mogelijk verband houdt met het product.
Hypothesen + resultaten:
Hypothese 1: Verhalende advertentieteksten zullen een grotere
betrokkenheid oproepen Deze hypothese wordt ondersteund door de
resultaten.
Hypothese 2: Verhalende advertentieteksten leveren gunstigere
productevaluaties op.
Deze hypothese wordt ondersteund door de resultaten.
Hypothese 3: Betrokkenheid bij advertentieteksten bemiddelt bij de impact
op producevaluaties.
Deze hypothese wordt ondersteund door de resultaten. Betrokkenheid
bemiddeld bij het relatief positievere effect van verhalende
advertentieteksten op productevaluatie.
Methode:
Focusgroeps om producten te identificeren die bekend en relevant waren
voor studenten Zonnebrillen en telefoons.
Survey over de belangrijke kenmerken van deze producten.
Feitelijke en verhalende advertenties gemaakt over deze producten.
Kleemans et al. (2016): The direct effect of Manipulated Instagram
photos on body image in adolescent girls
Who = celebrities / famous people / peers
What = manipulated / non-manipulated self-images on social media
Whom = Adolescent girls
Which channel = Instagram
What effect = negative influence on body image of Instagram users,
especially for adolescent girls with a higher social comparison tendency.
Experimenteel onderzoek
Media content in dit experiment zijn gemanipuleerde en originele foto’s. Er
is gekozen om enkel foto’s te tonen van licht getinte leeftijdsgenoten, om
zoveel mogelijk overeenkomsten te creëren voor sociale vergelijking.
Onafhankelijke variabele (stimulus) = media content.
Afhankelijke variabele = body image.