Relatievermogensrecht werkgroep opdrachten en aantekeningen
Inhoudsopgave
Week 1............................................................................................................................................................... 2
Opdrachten................................................................................................................................................................2
Aantekeningen...........................................................................................................................................................5
Week 2............................................................................................................................................................... 7
Opdrachten................................................................................................................................................................7
Week 3.............................................................................................................................................................. 11
Opdrachten..............................................................................................................................................................11
Aantekeningen.........................................................................................................................................................16
Week 4.............................................................................................................................................................. 16
Opdrachten..............................................................................................................................................................16
Week 5.............................................................................................................................................................. 22
Opdrachten..............................................................................................................................................................22
Week 6.............................................................................................................................................................. 27
Opdrachten..............................................................................................................................................................27
Week 7.............................................................................................................................................................. 31
Opdrachten..............................................................................................................................................................31
1
,Week 1
Artikel 1:81 - 1:87 BW
Opdrachten
Opdracht 1
Eduard en Alexandra zijn buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd. Eduard, werkt fulltime en heeft een
inkomen uit arbeid van € 36.000 netto per jaar. Hij heeft een bescheiden spaarrekening, de rente op zijn spaarsaldo
levert hem € 2.000 netto per jaar op. Alexandra werkt parttime en verdient een bescheiden inkomen van € 12.000
netto per jaar. Daarnaast bezit zij verschillende panden in Amsterdam. De netto huurinkomsten van deze panden
bedragen in totaal € 66.000 per jaar. De kosten van de huishouding bedragen € 32.500 per jaar.
Eduard Alexandra
€36.000 €12.000
€2.000 €66.000
Vermogen Vermogen
1. Alexandra stelt zich op het standpunt dat verplicht is Eduard een deel van zijn salaris aan haar ter beschikking te
stellen zodat zij kan voorzien in de kosten van levensonderhoud. Wat vindt u van dit standpunt?
Welk leerstuk is dit: fourneerplicht (artikel 1:84 BW). Dit gaat om de interne draagplicht tussen partijen. Wat is de
basis voor de kosten van huishouding? Je moet elkaar het nodige verschaffen (artikel 1:81 BW). Daarom heb je ook
de inlichtingenplicht.
Maar hoeveel? En wie wat aan wie?
Eerst kijk je naar het gemene inkomen. Is dat er? Nee.
Dan kijk je naar het privé-inkomen uit arbeid. Is dat er? Ja.
o Hoeveel en van wie? Eduard €36.000 per jaar en Alexandra €12.000 per jaar
o Wat komt hierbij aan overig inkomen? €2.000 spaarrente Eduard en €66.000 huurinkomsten
Alexandra
o Totaal: €38.000 Eduard en €78.000 Alexandra
Je komt niet toe aan die fourneerplicht dat Eduard wat aan Alexandra moet geven. Wie moet wie wat geven?
Alexandra moet aan Eduard fourneren/geven. Maar hoeveel?
2. Bereken de draagplicht van de beide echtgenoten. Wat kunt u opmerken over de rechtvaardigheid van het
resultaat? Moet in het licht van deze uitkomst één van de echtgenoten van tevoren geld ter beschikking stellen aan
de ander?
Je komt niet toe aan die fourneerplicht dat Eduard wat aan Alexandra moet geven. Wie moet wie wat geven?
Alexandra moet aan Eduard fourneren/geven. Maar hoeveel?
Kosten van huishouding €32.500
Gezamenlijke inkomen €116.000
Aandeel Eduard binnen gezamenlijke inkomen €38.000/€116.000 x 100% = 32,67% bijdragen aan totale kosten
Aandeel Alexandra binnen gezamenlijke inkomen €78.000/€116.000 x 100% = 67,24% bijdragen aan totale kosten
2
,Eduard €10.647
Alexandra €21.853
Drie jaar na de huwelijkssluiting willen Eduard en Alexandra graag een gezin stichten. Alexandra wil zich volledig
toeleggen op het gezin en haar parttimebaan opzeggen. Eduard blijft fulltime werken. De ouders van Alexandra
dringen er bij haar op aan dat zij nadere afspraken maakt over de draagplicht voor de kosten van de huishouding,
zeker nu zij voornemens is haar baan op te zeggen. Alexandra raadpleegt een advocaat en die haar adviseert om met
Eduard af te spreken dat de kosten van de huishouding in de eerste plaats ten laste komen van de inkomsten uit
arbeid. Zij hebben een begroting gemaakt en verwachten dat de kosten van de huishouding na de geboorte van hun
kind zullen stijgen met € 1.000 netto per maand.
3. Leg uit wat het voorstel van de advocaat betekent voor de draagplicht van de beide echtgenoten. Wat kunt u
opmerken over de rechtvaardigheid hiervan?
Kosten van huishouding waren €32.500
Wat zijn de kosten van huishouding plus kinderen €44.500
Eerst kijk je naar het gemene inkomen. Is dat er? Nee.
Dan kijk je naar het privé-inkomen uit arbeid. Is dat er? Ja.
Eduard heeft €36.000 uit arbeid
Daar kan je niet de kosten van huishouding helemaal mee dekken. Er blijft €8.500 over. Waar moet dat dan
van? Ze spreken af dat ze eerst beginnen met inkomen uit arbeid en dan daarna dus van de rest.
Dan kijk je naar overig inkomen
Eduard €2.000
Alexandra €66.000
Wie betaalt dan wat?
€2.000/€68.000 x €8.500 = €250 (plus al die €36.000)
€66.000/€68.000 x €8.500 = €8.250
Opdracht 2
Artikel 1:84 lid 1 BW bezigt het begrip ‘kosten der huishouding’ en artikel 1:85 BW spreekt van ‘gewone gang van
de huishouding’.
1. Leg uit wat het verschil is tussen beide begrippen en bespreek hierbij uitdrukkelijk de rechtsgevolgen van artikel
1:85 BW.
2. Zoek op rechtspraak.nl 2 uitspraken die betrekking hebben op kosten van de gewone gang van de huishouding en
geef kort en bondig aan wat de rechtsvraag is en wat het antwoord op deze rechtsvraag is. U mag hierbij gebruik
maken van een LLM.
Opdracht 3
Jonas en Laura zijn gehuwd buiten gemeenschap van goederen. Ze hebben beiden een baan als schoonmaker. Uit het
huwelijk zijn geboren Jan (3 jaar) en Trees (2 jaar). Het huwelijk tussen Jonas en Laura gaat al een tijdje niet meer
zo goed; Laura heeft de echtelijke woning verlaten en woont sinds een half jaar met de kinderen weer bij haar
ouders. Jonas krijgt op een kwade dag een ernstig auto-ongeluk doordat hij met drank op tegen een boom is gereden.
Er ontstaan hoge medische kosten voor zijn genezing. Omdat hij zijn ziektekostenpremie niet had betaald, is hij hier
niet voor verzekerd.
3
, Laura heeft – om meer uren te kunnen draaien in haar werk – de kinderen bij een crèche aangemeld zonder Jonas
daarin te kennen. Deze kosten worden niet door de overheid vergoed. Noch de medische kosten van Jonas, noch de
rekeningen van de crèche worden betaald.
1. Kan het ziekenhuis Laura aanspreken voor de medische kosten die zijn ontstaan ten gevolge van het ongeluk van
Jonas?
Nee, omdat dit geen artikel 1:85 BW schuld is. Het is geen schuld ten behoeve van de gewone gang van de
huishouding.
2. Kan de crèche Jonas aanspreken voor de niet betaalde rekeningen voor de kinderopvang van Jan en Trees?
Ja, omdat dit wel als schuld ten behoeve van de gewone gang van de huishouding geldt ( artikel 1:85 BW) en dan
zijn beide echtgenoten voor het geheel aansprakelijk.
Tot overmaat van ramp meldt zich ook nog de Belastingdienst vanwege achterstallige inkomstenbelasting van Jonas.
3. Wie is/zijn aansprakelijk voor de achterstallige inkomstenbelasting van Jonas?
Alleen Jonas, omdat dit geen normale schulden zijn ten behoeve van de gewone gang van de huishouding ( artikel
1:85 BW). Belastingschulden vallen hier niet onder.
Opdracht 4
Mohamed en Alima zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen. Mohamed koopt een huis op zijn naam in
2015 voor € 500.000, welke koopsom geheel wordt gefinancierd met een aflossingsvrije lening. In 2018 verwachten
zij hun eerste kind en willen zij het huis verbouwen en verduurzamen. De kosten voor de totale verbouwing incl. een
nieuwe dakkapel bedragen € 160.000. Daarvan betaalt Mohamed € 90.000 uit zijn privévermogen. De resterende €
70.000 wordt door hem geleend. De woning is op dat moment € 400.000 waard. In 2019 ontvangt Alima een erfenis
en zij lost daarmee de lening die Mohamed is aangegaan ten behoeve van de verbouwing af. De woning is op dat
moment € 580.000 waard. Vanwege huwelijksproblemen laat Mohammed de woning in 2020 taxeren. De woning is
dan € 800.000 waard. Intussen is van de aflossingsvrije lening € 300.000 door hem afgelost.
Mohamed Alima
Huis van
€500.000
in 2015
Het gaat hier om situatie 4 (zie aantekeningen), dus we zitten in artikel 1:87 lid 2 sub b BW.
4. A betaalt €10.000 voor een lening voor de dakkapel voor het huis van B (= verbetering en lening)
Verbouwing inclusief dakkapel kost €160.000. Mohamed betaalt €90.000 uit privévermogen en voor de rest neemt
hij een lening van €70.000. Alima zegt die €70.000 af te lossen van een erfenis.
Tijdlijn
2015: Mohamed koopt een huis van €500.000
2018: verbouwing vindt plaats en de huidige waarde van het huis is €400.000
2019: Alima lost een lening van €70.000 af
2019: het huis is €580.000 waard
2020: de woning is €800.000 waard
1. Welke aanspraken hebben Mohamed en Alima in 2020 vanwege de woning?
4
Inhoudsopgave
Week 1............................................................................................................................................................... 2
Opdrachten................................................................................................................................................................2
Aantekeningen...........................................................................................................................................................5
Week 2............................................................................................................................................................... 7
Opdrachten................................................................................................................................................................7
Week 3.............................................................................................................................................................. 11
Opdrachten..............................................................................................................................................................11
Aantekeningen.........................................................................................................................................................16
Week 4.............................................................................................................................................................. 16
Opdrachten..............................................................................................................................................................16
Week 5.............................................................................................................................................................. 22
Opdrachten..............................................................................................................................................................22
Week 6.............................................................................................................................................................. 27
Opdrachten..............................................................................................................................................................27
Week 7.............................................................................................................................................................. 31
Opdrachten..............................................................................................................................................................31
1
,Week 1
Artikel 1:81 - 1:87 BW
Opdrachten
Opdracht 1
Eduard en Alexandra zijn buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd. Eduard, werkt fulltime en heeft een
inkomen uit arbeid van € 36.000 netto per jaar. Hij heeft een bescheiden spaarrekening, de rente op zijn spaarsaldo
levert hem € 2.000 netto per jaar op. Alexandra werkt parttime en verdient een bescheiden inkomen van € 12.000
netto per jaar. Daarnaast bezit zij verschillende panden in Amsterdam. De netto huurinkomsten van deze panden
bedragen in totaal € 66.000 per jaar. De kosten van de huishouding bedragen € 32.500 per jaar.
Eduard Alexandra
€36.000 €12.000
€2.000 €66.000
Vermogen Vermogen
1. Alexandra stelt zich op het standpunt dat verplicht is Eduard een deel van zijn salaris aan haar ter beschikking te
stellen zodat zij kan voorzien in de kosten van levensonderhoud. Wat vindt u van dit standpunt?
Welk leerstuk is dit: fourneerplicht (artikel 1:84 BW). Dit gaat om de interne draagplicht tussen partijen. Wat is de
basis voor de kosten van huishouding? Je moet elkaar het nodige verschaffen (artikel 1:81 BW). Daarom heb je ook
de inlichtingenplicht.
Maar hoeveel? En wie wat aan wie?
Eerst kijk je naar het gemene inkomen. Is dat er? Nee.
Dan kijk je naar het privé-inkomen uit arbeid. Is dat er? Ja.
o Hoeveel en van wie? Eduard €36.000 per jaar en Alexandra €12.000 per jaar
o Wat komt hierbij aan overig inkomen? €2.000 spaarrente Eduard en €66.000 huurinkomsten
Alexandra
o Totaal: €38.000 Eduard en €78.000 Alexandra
Je komt niet toe aan die fourneerplicht dat Eduard wat aan Alexandra moet geven. Wie moet wie wat geven?
Alexandra moet aan Eduard fourneren/geven. Maar hoeveel?
2. Bereken de draagplicht van de beide echtgenoten. Wat kunt u opmerken over de rechtvaardigheid van het
resultaat? Moet in het licht van deze uitkomst één van de echtgenoten van tevoren geld ter beschikking stellen aan
de ander?
Je komt niet toe aan die fourneerplicht dat Eduard wat aan Alexandra moet geven. Wie moet wie wat geven?
Alexandra moet aan Eduard fourneren/geven. Maar hoeveel?
Kosten van huishouding €32.500
Gezamenlijke inkomen €116.000
Aandeel Eduard binnen gezamenlijke inkomen €38.000/€116.000 x 100% = 32,67% bijdragen aan totale kosten
Aandeel Alexandra binnen gezamenlijke inkomen €78.000/€116.000 x 100% = 67,24% bijdragen aan totale kosten
2
,Eduard €10.647
Alexandra €21.853
Drie jaar na de huwelijkssluiting willen Eduard en Alexandra graag een gezin stichten. Alexandra wil zich volledig
toeleggen op het gezin en haar parttimebaan opzeggen. Eduard blijft fulltime werken. De ouders van Alexandra
dringen er bij haar op aan dat zij nadere afspraken maakt over de draagplicht voor de kosten van de huishouding,
zeker nu zij voornemens is haar baan op te zeggen. Alexandra raadpleegt een advocaat en die haar adviseert om met
Eduard af te spreken dat de kosten van de huishouding in de eerste plaats ten laste komen van de inkomsten uit
arbeid. Zij hebben een begroting gemaakt en verwachten dat de kosten van de huishouding na de geboorte van hun
kind zullen stijgen met € 1.000 netto per maand.
3. Leg uit wat het voorstel van de advocaat betekent voor de draagplicht van de beide echtgenoten. Wat kunt u
opmerken over de rechtvaardigheid hiervan?
Kosten van huishouding waren €32.500
Wat zijn de kosten van huishouding plus kinderen €44.500
Eerst kijk je naar het gemene inkomen. Is dat er? Nee.
Dan kijk je naar het privé-inkomen uit arbeid. Is dat er? Ja.
Eduard heeft €36.000 uit arbeid
Daar kan je niet de kosten van huishouding helemaal mee dekken. Er blijft €8.500 over. Waar moet dat dan
van? Ze spreken af dat ze eerst beginnen met inkomen uit arbeid en dan daarna dus van de rest.
Dan kijk je naar overig inkomen
Eduard €2.000
Alexandra €66.000
Wie betaalt dan wat?
€2.000/€68.000 x €8.500 = €250 (plus al die €36.000)
€66.000/€68.000 x €8.500 = €8.250
Opdracht 2
Artikel 1:84 lid 1 BW bezigt het begrip ‘kosten der huishouding’ en artikel 1:85 BW spreekt van ‘gewone gang van
de huishouding’.
1. Leg uit wat het verschil is tussen beide begrippen en bespreek hierbij uitdrukkelijk de rechtsgevolgen van artikel
1:85 BW.
2. Zoek op rechtspraak.nl 2 uitspraken die betrekking hebben op kosten van de gewone gang van de huishouding en
geef kort en bondig aan wat de rechtsvraag is en wat het antwoord op deze rechtsvraag is. U mag hierbij gebruik
maken van een LLM.
Opdracht 3
Jonas en Laura zijn gehuwd buiten gemeenschap van goederen. Ze hebben beiden een baan als schoonmaker. Uit het
huwelijk zijn geboren Jan (3 jaar) en Trees (2 jaar). Het huwelijk tussen Jonas en Laura gaat al een tijdje niet meer
zo goed; Laura heeft de echtelijke woning verlaten en woont sinds een half jaar met de kinderen weer bij haar
ouders. Jonas krijgt op een kwade dag een ernstig auto-ongeluk doordat hij met drank op tegen een boom is gereden.
Er ontstaan hoge medische kosten voor zijn genezing. Omdat hij zijn ziektekostenpremie niet had betaald, is hij hier
niet voor verzekerd.
3
, Laura heeft – om meer uren te kunnen draaien in haar werk – de kinderen bij een crèche aangemeld zonder Jonas
daarin te kennen. Deze kosten worden niet door de overheid vergoed. Noch de medische kosten van Jonas, noch de
rekeningen van de crèche worden betaald.
1. Kan het ziekenhuis Laura aanspreken voor de medische kosten die zijn ontstaan ten gevolge van het ongeluk van
Jonas?
Nee, omdat dit geen artikel 1:85 BW schuld is. Het is geen schuld ten behoeve van de gewone gang van de
huishouding.
2. Kan de crèche Jonas aanspreken voor de niet betaalde rekeningen voor de kinderopvang van Jan en Trees?
Ja, omdat dit wel als schuld ten behoeve van de gewone gang van de huishouding geldt ( artikel 1:85 BW) en dan
zijn beide echtgenoten voor het geheel aansprakelijk.
Tot overmaat van ramp meldt zich ook nog de Belastingdienst vanwege achterstallige inkomstenbelasting van Jonas.
3. Wie is/zijn aansprakelijk voor de achterstallige inkomstenbelasting van Jonas?
Alleen Jonas, omdat dit geen normale schulden zijn ten behoeve van de gewone gang van de huishouding ( artikel
1:85 BW). Belastingschulden vallen hier niet onder.
Opdracht 4
Mohamed en Alima zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen. Mohamed koopt een huis op zijn naam in
2015 voor € 500.000, welke koopsom geheel wordt gefinancierd met een aflossingsvrije lening. In 2018 verwachten
zij hun eerste kind en willen zij het huis verbouwen en verduurzamen. De kosten voor de totale verbouwing incl. een
nieuwe dakkapel bedragen € 160.000. Daarvan betaalt Mohamed € 90.000 uit zijn privévermogen. De resterende €
70.000 wordt door hem geleend. De woning is op dat moment € 400.000 waard. In 2019 ontvangt Alima een erfenis
en zij lost daarmee de lening die Mohamed is aangegaan ten behoeve van de verbouwing af. De woning is op dat
moment € 580.000 waard. Vanwege huwelijksproblemen laat Mohammed de woning in 2020 taxeren. De woning is
dan € 800.000 waard. Intussen is van de aflossingsvrije lening € 300.000 door hem afgelost.
Mohamed Alima
Huis van
€500.000
in 2015
Het gaat hier om situatie 4 (zie aantekeningen), dus we zitten in artikel 1:87 lid 2 sub b BW.
4. A betaalt €10.000 voor een lening voor de dakkapel voor het huis van B (= verbetering en lening)
Verbouwing inclusief dakkapel kost €160.000. Mohamed betaalt €90.000 uit privévermogen en voor de rest neemt
hij een lening van €70.000. Alima zegt die €70.000 af te lossen van een erfenis.
Tijdlijn
2015: Mohamed koopt een huis van €500.000
2018: verbouwing vindt plaats en de huidige waarde van het huis is €400.000
2019: Alima lost een lening van €70.000 af
2019: het huis is €580.000 waard
2020: de woning is €800.000 waard
1. Welke aanspraken hebben Mohamed en Alima in 2020 vanwege de woning?
4