Hoofdstuk 1: Inleiding
Sociologie = houdt zich bezig met het verklaren van gedrag van individuen en groepen van mensen
vanuit de maatschappelijke invloeden die ze ondergaan.
- Sociologie probeert antwoord te geven op: hoe slagen mensen erin samen te leven?
- Dit helpt om achterliggende problemen beter te leren begrijpen.
- Sociaal: menselijke betrekkingen
Wat doet sociologie?
Auguste Comte de belangrijkste taak van de sociologie was om ongefundeerde ‘geloven’ over de
werking van de samenleving door te prikken en te vervangen door wetenschappelijke inzichten.
- Menselijke betrekkingen binnen de samenleving zijn niet door de natuur of God opgelegd,
maar zijn het resultaat van menselijk handelen zelf.
3 functies van de sociologie:
- Functie van ideologiekritiek De bijdrage die de sociologie levert door het zichtbaar maken
van bestaande (machts)verhoudingen tussen menselijke betrekkingen in de samenleving.
- Beheersfunctie geeft inzicht in menselijk gedrag. de bijdrage die de sociologie levert aan
het bestuur en beleid van de samenleving.
- Ordenende functie sociologen hebben als taak om in een min of meer onoverzichtelijke
werkelijkheid een zodanige samenhang aan te brengen dat situaties overzichtelijker en
begrijpelijker worden.
Sociologische verbeeldingskracht = mensen moeten ogenschijnlijk los van elkaar staande persoonlijke
ervaringen, situaties en problemen leren zien in het licht van de manier waarop de maatschappij
functioneert.
- Persoonlijke moeilijkheden worden sociale problemen wanneer voor het ontstaan
bovenpersoonlijke oorzaken en sociale processen zijn aan te wijzen.
Zes criteria om een probleem als sociologisch relevant probleem te identificeren:
1. Er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen.
2. Het moet gaan om persoonlijk letsel van die getroffenen.
3. Het moet samenhangen met andere problemen.
4. Het probleem is niet van tijdelijke aard, maar structureel en van lange duur.
5. Het moet bovenpersoonlijke oorzaken hebben.
6. Het moet tegen serieuze waarden ingaan.
Individu en samenleving
Mensen worden door hun samenleving gevormd, maar vormen op hun beurt ook weer de
samenleving.
Macht = het vermogen om vorm te geven aan eigen toekomst.
- Vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren dit is alleen mogelijk wanneer
iemand onderscheid kan maken tussen de werkelijkheid zoals die is, en zoals die zou kunnen
zijn.
- Vermogen om daarvoor middelen aan te wenden dit heeft te maken met posities en de
opbouw van de samenleving (de een heeft meer middelen dan de ander).
- Vermogen om via die middelen invloed uit te oefenen.