Samenvatting KBT voor
VK2.4TA
, tvalmkerk – Stuvia.nl
Toetsstof voor VK2.4TA (leerjaar 2019/2020)
- Domein 3, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 4, kwadrant 1, 2 & 3
- Domein 5, kwadrant 1, 2 & 3
, tvalmkerk – Stuvia.nl
Kennisbasis Nederlands
Domein 3: Beginnend geletterdheid
Ontluikende geletterdheid -> periode van 0 – 4 jaar. Kinderen leren de basisprincipes van het
mondelinge taalgebruik, wat de grondslag vormt voor schriftelijke taalvaardigheid.
De leerkracht maakt activiteiten waarin de leerling de noodzaak van lezen en schrijven ontdekt. Zo
stimuleer je dat vanaf groep 1 de leerling op een functionele manier leert lezen en schrijven.
In voorleessituaties leren de leerlingen:
- Boekoriëntatie -> begrijpen dat verhaal en illustraties samen een verhaal vertellen en
begrijpen hoe een boek gelezen wordt (van voor naar achter, van links naar rechts).
- Verhaalbegrip -> begrijpen van de taal van boeken en dat een verhaal is opgebouwd uit een
situatieschets en een episode (probleem).
Leerlingen komen voortdurend in aanraking met geschreven taal. Zo ervaren ze dat:
- Taal een communicatieve functie heeft.
- Dat symbolen verwijzen naar taalhandelingen.
- Gesproken woorden kan worden vastgelegd (schrijven).
- Geschreven woorden kunnen worden uitgesproken.
Naarmate de kinderen in groep 1/2 steeds taalvaardiger worden, kunnen ze taalbewustzijn
opbouwen -> om kunnen gaan met begrippen als verhaal, zin, woord en klank. Ze leren woorden in
zinnen te onderscheiden en woorden in klankgroepen te verdelen. Dan kunnen ze ook het
alfabetisch principe eigen maken -> er is een overeenstemming tussen klanken van woorden
(fonemen) en de weergave in lettertekens (grafemen). Door foneem-grafeemkoppeling kunnen de
kinderen woorden lezen en schrijven, die ze nog nooit eerder hebben gezien. We hebben 34
verschillende fonemen.
Een onderdeel van het taalbewustzijn is het fonologisch bewustzijn -> kunnen omgaan met klanken,
bijv. het splitsen van woorden in klankstukken (syllabes). Een gevorderde fase van fonologisch
bewustzijn is het fonemisch bewustzijn -> het besef dat woorden uit fonemen zijn opgebouwd.
Auditieve analyse -> opdelen van woorden in losse klanken.
Auditieve synthese -> samenvoegen van klanken tot een woord.
De meest complexe auditieve vaardigheid is het bepalen van de klankpositie.
Visuele vaardigheden:
- Visuele discriminatie -> het zien van verschillen en overeenkomsten tussen afbeeldingen,
grafemen of woorden.
- Visuele analyse -> afzonderlijke grafemen in een woord herkennen.
- Visuele synthese -> samenvoegen van grafemen.
- Spatieel ordenen -> ordening van letters van links naar rechts.
- Letterpositie bepalen -> aangeven op welke plaats een grafeem in een woord te vinden is.
Elementaire leeshandeling = een leesstrategie:
- Het geschreven woord visueel analyseren in afzonderlijke grafemen.
- De juiste fonemen koppelen aan de grafemen.
- De volgorde van de fonemen onthouden.
- Het auditief synthetiseren van de afzonderlijke fonemen.
- Betekenis geven aan het gesproken woord.