weken, en vanaf week negen begint de foetale periode.
24 weken → Als het al geboren is, kan het in leven blijven: de
eerste 1000 dagen van conceptie tot aan de 2e verjaardag cruciaal zijn
voor de verdere ontwikkeling tot hun volle potentie.
40 (37-42) weken → Optijd geboren kind, gebruikelijke drachtduur
wordt rond de 40 weken gezien.
41+ weken → Bevalling moet worden opgewekt: De bronnen geven
geen specifieke informatie over wanneer een bevalling opgewekt zou
moeten worden bij een zwangerschapsduur van 41+ weken.
0-1 maand → Iconische representatie van causaliteit. Baby’s
hebben een verwachting over oorzaak-gevolg zonder zelf gedrag
aan te passen: Tijdens de eerste maand domineren reflexschema’s.
Baby's leren om te gaan met de reflexen waarmee ze geboren zijn. Er is in
deze fase nog geen besef van objectpermanentie (dit ontwikkelt zich
later). De koppeling van een "iconische representatie van causaliteit"
wordt niet expliciet vermeld in de bronnen, maar baby's reageren wel op
stimuli.
2 maanden → Eerste uitingen van plezier (sociale glimlach): Dit
wordt bevestigd door de bronnen. De eerste uitingen van plezier worden
rond de 2 maanden vaak als sociale glimlach benoemd.
3 maanden → Opwinding en verveling door over- of
onderstimulatie: Baby's kunnen emoties zoals opwinding en verveling
ervaren, wat het gevolg is van over- of onderstimulatie.
4 maanden → Lachen: Lachen wordt genoemd als een belangrijke
mijlpaal die zich rond de 4 maanden voordoet. Baby's zijn dan ook in staat
om gezichten uit elkaar te halen.
5 maanden → Baby’s beginnen zichzelf te gedragen op basis van
verwachtingen van anderen, zoals het vastpakken van dingen
omdat ze dat willen. Ze ontwikkelen iconische representatie van
, intenties: Baby’s ontwikkelen zich in het sensomotorische stadium. Ze
voeren herhaalde handelingen uit die betrekking hebben op het eigen
lichaam (primaire circulaire reacties). Het handelen "omdat ze dat willen"
past in de geleidelijke ontwikkeling van doelgericht gedrag, dat pas
explicieter naar voren komt in het vierde substadium (8-12 maanden).
6 maanden → Eerste uitingen van angst, boosheid en
verlegenheid: De eerste uitingen van angst, boosheid en verlegenheid
komen vaak voor tussen de 6-7 maanden.
6-7 maanden → Protoconversations (basale interacties): Proto-
conversaties beginnen, zoals onderzocht door Trevarthen, en verwijzen
naar de eerste vormen van wederzijdse communicatie, waaronder
beurtelings geluid maken en affect delen. Dit gebeurt rond deze periode.
7 maanden (minimaal) → Hersenen beginnen hun eerste
belangrijke ontwikkeling, er wordt meer hersenweefsel gevormd:
De hersenen van een baby groeien exponentieel in het eerste jaar. Rond 7
maanden beginnen baby's te brabbelen, wat gerelateerd is aan
hersenontwikkeling. Dit is een continu proces vanaf de conceptie.
8 maanden → Willen kruipen. Baby’s ontwikkelen voorkeur voor
gezichten en ogen. Dieptezien begint: Baby's beginnen meestal met
kruipen tussen de 6 en 10 maanden. Ze ontwikkelen een voorkeur voor
gezichten en ogen, wat eerder in de ontwikkeling zichtbaar is. Dieptezien
ontwikkelt zich wanneer baby's beginnen te bewegen, zoals blijkt uit het
visuele klif-experiment.
9 maanden → Baby's ontwikkelen objectpermanentie. Ze begrijpen
dat dingen blijven bestaan, zelfs als ze niet te zien zijn. Baby’s
ontwikkelen iconische representatie van causaliteit en beginnen
verwachtingen te hebben over oorzaak-gevolg: Objectpermanentie
ontwikkelt zich in de vroege fasen van het sensorimotorische stadium,
maar baby's vertonen beperkingen, zoals de A-not-B fout. Ze beginnen wel
basale verwachtingen van oorzaak-gevolg te ontwikkelen, maar de term
"iconische representatie van causaliteit" wordt niet expliciet in de bronnen
vermeld.
9 maanden → Baby’s beginnen te begrijpen van intenties van
anderen, op een basaal niveau: De ontwikkeling van de "intentional