Hoorcolleges ontwikkelings- en
onderwijspsychologie
Inhoud
Hoorcolleges ontwikkelings- en onderwijspsychologie...........................................1
Hoorcollege 1: perceptie, actie en leren bij baby’s..............................................2
Hoorcollege 2: biologie en gedrag.......................................................................5
Hoorcollege 3: cognitie en conceptueel begrip...................................................9
Hoorcollege 4: emoties...................................................................................... 14
Hoorcollege 5: intelligentie en academische ontwikkelingen............................19
Hoorcollege 6: taal............................................................................................ 23
Hoorcollege 7: familie en leeftijdsgenoten........................................................28
,Hoorcollege 1: perceptie, actie en leren bij baby’s
Perceptie en actie
Perceptie= het proces van het organiseren en interpreteren van
sensorische informatie over de objecten, gebeurtenissen en ruimtelijke
indeling van de wereld om ons heen
Baby’s hebben voorkeuren voor waar ze naar kijken:
Preferentiële kijktechniek: achterhalen of jonge kinderen het
verschil kunnen zien tussen lege schermen en schermen met iets
erop
Ze kijken langer naar schermen met iets erop (omdat ze veel willen
leren)
Visuele scherpte: hoeveel/ weinig een baby kan zien d.m.v. meten
hoelang ze naar bordjes kijken
Baby’s kijken van nature naar de gezichten van verzorgers bij 1
maand vooral vorm 2 maanden ook al vormen van ogen etc.
wanneer ze beginnen met brabbelen kijken ze meer naar de mond
van ouders daardoor leren ze weer meer met taal
Object permanentie: wanneer een object uit zicht is, bestaat het
voor jonge kinderen niet meer
Baby’s hebben verwachtingen over de wereld om hen heen
Violation-of-expectancy procedure: een procedure die gebruikt wordt
om cognitie in baby’s te bestuderen waarbij de baby een onverwachte
gebeurtenis te zien krijgt
Baby’s kijken langer naar de locatie van onverwachte
gebeurtenissen en minder lang naar verwachte gebeurtenissen
Auditieve perceptie: horen: goed ontwikkeld bij geboorte vergeleken met
visuele systeem
Auditieve lokalisatie: oriënteren richting de bron van het geluid. Wordt
beter naar mate de baby ouder wordt
Intermodale perceptie: combineren van sensorische informatie
van twee of meer zintuigen (baby’s van 4,5 maand doen dit al)
Motorische ontwikkeling: belangrijk voor zelfgestuurd leren en een
gevoel van autonomie
Embodied cognition: cognitie omvat het handelen met een fysiek
lichaam in een fysieke omgeving
Motorische mijlpalen: belangrijk om te weten dat het logische
volgorde van ontwikkelen is
,Leren en geheugen
- Zeven vormen van leren bij baby’s
Habituatie: de afname van reactie op een stimulus wanneer die
stimulus herhaaldelijk wordt gepresenteerd, sommige baby’s
habitueren sneller dan andere voorspeller hoge iq
Klassieke conditionering: bel speeksel, pavlov,
o Voor leren: stimulus veroorzaakt een automatische reactie
(eten –speeksel)
o Na leren: Er is een TRANSFER van de geautomatiseerde
reactienaar het voorspellend signaal die aan de stimulus
vooraf gaat (bel –speeksel)
Instrumentele conditionering: leren over de gevolgen van je
eigen gedrag, als ik dit doe.. dan.. leer over de gevolgen van EIGEN
gedrag
o Voor leren: geen verwachting
o Na leren: begrip van het gevolg van een specifieke gedraging
o Bv: muziekdoosje na leren baby weet als ik dit klepje
openmaak komt er leuke muziek uit
Statistisch leren: detecteren van statistisch voorspelbare patronen
al aanwezig in pasgeboren baby’s, sommige dingen samen
verschijnen
o Goldilocks effect: baby’s zullen geen aandacht bestelden
aan gebeurtenissen die te simpel of te moeilijk zijn, omdat die
leren niet faciliteren
o Bv taal leren grammatica
o Leren over PATRONEN van gebeurtenissen door herhaalde
blootstelling van die patronen
o Voor leren: geen verwachtingen
o Na leren: verwacht dat de ene gebeurtenis voorafgaat aan de
andere (maar geen transfer van automatische reactie!)
Rationeel leren: vaardigheid om eigen bestaande kennis te
gebruiken om te voorspellen wat waarschijnlijk zal gaan gebeuren
o Gebruik van VOORGAANDE kennis om te voorspellen of een
gebeurtenis wel of niet verwacht was
o Voor leren: baby weet x
o Tijdens leren: valt op dat iets onverwachts gebeurt
o Na leren: updaten van kennis
o Bv baby weet objecten naar beneden vallen, ziet een helium
ballon na leren dingen kunnen ook omhoog vallen
Actief leren: leren door te interacteren met de wereld, in plaats
van passief observeren, leren door te experimenteren en
hypothesen te testen
o TESTEN van eigen verwachtingen
o Voor leren: baby heeft verwachting van iets
o Tijdens leren: vind een manier om te testen of verwachting
juist is
o Na leren: updaten van kennis
o Bv: baby ziet een dier en verwacht dat het een kat is zegt kat
na leren verwachting was onjuist het was een hond
, Observationeel leren: baby’s imiteren niet alleen, ze infereren de
intenties van acties en imiteren dan het doel niet de handeling
o Leren door andere mensen te OBSERVEREN
o Voor leren: baby heeft wel/geen verwachting
o Tijdens leren: baby ziet een ander iets doen en ziet de
uitkomst van dat gedrag
o Na leren: updaten kennis
o Bv: baby weet niet dat er snoep in trommel zit ziet iemand
anders snoepje eruit pakken nu weet de baby daar zit snoep
in
- Baby’s van 10 maanden oud begrijpen de voorkeuren van anderen
gebaseerd op de moeite die ze die ander ervoor zien doen
Bv naar een verre ijswinkel gaan (omdat de voorkeur van de ijs dus
daar ligt)
onderwijspsychologie
Inhoud
Hoorcolleges ontwikkelings- en onderwijspsychologie...........................................1
Hoorcollege 1: perceptie, actie en leren bij baby’s..............................................2
Hoorcollege 2: biologie en gedrag.......................................................................5
Hoorcollege 3: cognitie en conceptueel begrip...................................................9
Hoorcollege 4: emoties...................................................................................... 14
Hoorcollege 5: intelligentie en academische ontwikkelingen............................19
Hoorcollege 6: taal............................................................................................ 23
Hoorcollege 7: familie en leeftijdsgenoten........................................................28
,Hoorcollege 1: perceptie, actie en leren bij baby’s
Perceptie en actie
Perceptie= het proces van het organiseren en interpreteren van
sensorische informatie over de objecten, gebeurtenissen en ruimtelijke
indeling van de wereld om ons heen
Baby’s hebben voorkeuren voor waar ze naar kijken:
Preferentiële kijktechniek: achterhalen of jonge kinderen het
verschil kunnen zien tussen lege schermen en schermen met iets
erop
Ze kijken langer naar schermen met iets erop (omdat ze veel willen
leren)
Visuele scherpte: hoeveel/ weinig een baby kan zien d.m.v. meten
hoelang ze naar bordjes kijken
Baby’s kijken van nature naar de gezichten van verzorgers bij 1
maand vooral vorm 2 maanden ook al vormen van ogen etc.
wanneer ze beginnen met brabbelen kijken ze meer naar de mond
van ouders daardoor leren ze weer meer met taal
Object permanentie: wanneer een object uit zicht is, bestaat het
voor jonge kinderen niet meer
Baby’s hebben verwachtingen over de wereld om hen heen
Violation-of-expectancy procedure: een procedure die gebruikt wordt
om cognitie in baby’s te bestuderen waarbij de baby een onverwachte
gebeurtenis te zien krijgt
Baby’s kijken langer naar de locatie van onverwachte
gebeurtenissen en minder lang naar verwachte gebeurtenissen
Auditieve perceptie: horen: goed ontwikkeld bij geboorte vergeleken met
visuele systeem
Auditieve lokalisatie: oriënteren richting de bron van het geluid. Wordt
beter naar mate de baby ouder wordt
Intermodale perceptie: combineren van sensorische informatie
van twee of meer zintuigen (baby’s van 4,5 maand doen dit al)
Motorische ontwikkeling: belangrijk voor zelfgestuurd leren en een
gevoel van autonomie
Embodied cognition: cognitie omvat het handelen met een fysiek
lichaam in een fysieke omgeving
Motorische mijlpalen: belangrijk om te weten dat het logische
volgorde van ontwikkelen is
,Leren en geheugen
- Zeven vormen van leren bij baby’s
Habituatie: de afname van reactie op een stimulus wanneer die
stimulus herhaaldelijk wordt gepresenteerd, sommige baby’s
habitueren sneller dan andere voorspeller hoge iq
Klassieke conditionering: bel speeksel, pavlov,
o Voor leren: stimulus veroorzaakt een automatische reactie
(eten –speeksel)
o Na leren: Er is een TRANSFER van de geautomatiseerde
reactienaar het voorspellend signaal die aan de stimulus
vooraf gaat (bel –speeksel)
Instrumentele conditionering: leren over de gevolgen van je
eigen gedrag, als ik dit doe.. dan.. leer over de gevolgen van EIGEN
gedrag
o Voor leren: geen verwachting
o Na leren: begrip van het gevolg van een specifieke gedraging
o Bv: muziekdoosje na leren baby weet als ik dit klepje
openmaak komt er leuke muziek uit
Statistisch leren: detecteren van statistisch voorspelbare patronen
al aanwezig in pasgeboren baby’s, sommige dingen samen
verschijnen
o Goldilocks effect: baby’s zullen geen aandacht bestelden
aan gebeurtenissen die te simpel of te moeilijk zijn, omdat die
leren niet faciliteren
o Bv taal leren grammatica
o Leren over PATRONEN van gebeurtenissen door herhaalde
blootstelling van die patronen
o Voor leren: geen verwachtingen
o Na leren: verwacht dat de ene gebeurtenis voorafgaat aan de
andere (maar geen transfer van automatische reactie!)
Rationeel leren: vaardigheid om eigen bestaande kennis te
gebruiken om te voorspellen wat waarschijnlijk zal gaan gebeuren
o Gebruik van VOORGAANDE kennis om te voorspellen of een
gebeurtenis wel of niet verwacht was
o Voor leren: baby weet x
o Tijdens leren: valt op dat iets onverwachts gebeurt
o Na leren: updaten van kennis
o Bv baby weet objecten naar beneden vallen, ziet een helium
ballon na leren dingen kunnen ook omhoog vallen
Actief leren: leren door te interacteren met de wereld, in plaats
van passief observeren, leren door te experimenteren en
hypothesen te testen
o TESTEN van eigen verwachtingen
o Voor leren: baby heeft verwachting van iets
o Tijdens leren: vind een manier om te testen of verwachting
juist is
o Na leren: updaten van kennis
o Bv: baby ziet een dier en verwacht dat het een kat is zegt kat
na leren verwachting was onjuist het was een hond
, Observationeel leren: baby’s imiteren niet alleen, ze infereren de
intenties van acties en imiteren dan het doel niet de handeling
o Leren door andere mensen te OBSERVEREN
o Voor leren: baby heeft wel/geen verwachting
o Tijdens leren: baby ziet een ander iets doen en ziet de
uitkomst van dat gedrag
o Na leren: updaten kennis
o Bv: baby weet niet dat er snoep in trommel zit ziet iemand
anders snoepje eruit pakken nu weet de baby daar zit snoep
in
- Baby’s van 10 maanden oud begrijpen de voorkeuren van anderen
gebaseerd op de moeite die ze die ander ervoor zien doen
Bv naar een verre ijswinkel gaan (omdat de voorkeur van de ijs dus
daar ligt)