Hoorcolleges sociale en organisatie
psychologie:
Inhoud
Hoorcolleges sociale en organisatie psychologie:...................................................1
Hoorcollege 1: introductie en sociale zelf (hoofdstuk 3 sociale psychologie)......2
Hoorcollege 2: organisatie psychologie: de psychologie van organisaties
(hoofdstuk 5/1).................................................................................................... 4
Hoorcollege 3: sociale psychologie: sociale cognitie en gedragseconomie (H4
en toepassing gedragseconomie)........................................................................7
Hoorcollege 4: organisatie psychologie diversiteit hoofdstuk 2........................10
Hoorcollege 5: sociale psychologie persoonsperceptie (hoofdstuk 5)...............13
Hoorcollege 6: organisatie psychologie motivatie hoofdstuk 6 en 7.................16
Hoorcollege 7: attitudes en overreding h6 sociale psychologie.........................22
Hoorcollege 8: teams en besluitvorming h8 en h9 organisatiepsychologie:......25
Hoorcollege 9: sociale psychologie sociale beïnvloeding en groepsprocessen h7
en 8................................................................................................................... 29
Hoorcollege 10: organisatie psychologie ethiek en vertrouwen h10 en 12.......33
Hoorcollege 11: sociale psychologie: stereotypering, vooroordeel en
discriminatie h9................................................................................................. 38
Hoorcollege 12: leiderschap en macht h13 en h14 organisatiepsychologie......41
Hoorcollege 13: sociale psychologie helpen en agressie h10 en h11................46
Hoorcollege 14: organisatiepsychologie organisatiecultuur en verandering h15
en 16................................................................................................................. 49
,Hoorcollege 1: introductie en sociale zelf (hoofdstuk 3
sociale psychologie)
Inleiding:
Wat kenmerkt sociale psychologie: we bestuderen het individu: maar we kijken of
de groep invloed heeft op de individu en we halen de situatie erbij (als er
bedreiging is bv)
- Kurt Lewin (1890-1947): gedrag= f(persoon en situatie) of f(persoon en
omgeving)
Tijdens 2e wereldoorlog: verschrikkelijk gedrag hoe is dat te
verklaren?
Verschillende blikken op die situaties: mensen die slechte dingen
doen zijn echt slecht of iemand doet iets slechts hoe kunnen we dat
breder verklaren
Donald Trump is geen sociale psycholoog hihi
- Drie aspecten: cognitie (wat gebeurt er in het brein), emotie (motivatie
emotioneel) en gedrag
- Sociale psychologie: de wetenschappelijke studie van hoe mensen
andere mensen hun gedachtes, gevoelens en gedrag beïnvloeden
- Organisatie psychologie: een studie gefocust op uitleggen en
verbeteren van houdingen van individuen en groepen in organisaties
- Terugkerende thema’s:
Goed vs. slecht
Aangeboren vs. aangeleerd
Affect vs. cognitie
Persoon vs. situatie
Snel denken vs. langzaam denken
De functie van groepen
- Hindsight bias (h4): achteraf redeneren waarom je het eigenlijk wel wist
ohja Geert tuurlijk zou die gaan winnen, je houdt jezelf voor de gek
Motivatie: veel fijner door het leven gaan dat je het wel gedacht had
Cognitief: zelf gaan redeneren omdat het zo was
Sociale zelf: hoofdstuk 3
- Wat is dat sociale zelf?
Self awareness: bewustzijn dat jij zelf een eigen zelf bent. Imitatie,
apen die zichzelf herkennen in de spiegel (fysiek of psychologisch?)
een stip op hun hoofd zetten kijken of ze dat iets geks vinden in de
spiegel
Self concept: zelfschema: verzameling cognities die kennis over
onszelf samenvat en ordent ontstaan zelf-schema:
- Sociale vergelijkingstheorie: Lean Festinger: hoe wij over dingen
denken wordt voor een groot deel bepaald door andere
Als je niet precies weet hoe iets zit ga je kijken wat andere mensen
doen
Opinies: vergelijken met mensen die op jou lijken (bv welke kleding
je wilt kopen)
Bekwaamheid: vergelijken opwaarts en neerwaarts (tennis)
, Hoe weeg je dan die informatie? WIDE
o Who: met name invloed als ze op je lijken
o Interpretation: optimistisch? Pesimistisch?
o Direction: neerwaarts verhoogt zelfbeeld maar niet altijd
slimste als je iets wilt leren
o Esteem: wil je vooral je zelfbeeld beschermen?
- Sociale identiteitstheorie: Henri Tajfel: wie jij bent wordt voor een
belangrijk deel door een groepslidmaatschap bepaald
Relatie met collective self-esteem: als het goed gaat met ajax doen
“wij” het goed gaat het slecht praat je er minder over
Relatie met evolutionaire psychologie: als het met mijn groep goed
gaat, gaat het met mijn genen goed…
Hoe sociaal is dat sociale zelf?
- Self-perception theorie (Daryl Bem): we kijken naar onszelf zoals we
naar anderen kijken
Gedrag-> inferentie over zelf
Ik help dus ik ben een behulpvaardig persoon
- Self-discrepancy theorie (Tory Higgins): we hebben 3 “zelfs”: actual,
ideal, ought
Actual <-> ideal teleurstelling/ schaamte ik schiet te kort
Actual <-> ought schuld, self-contempt ik ben dit maar de normen
zijn dit
- Self-expansion theorie (Elaine en Arthur Aron): we groeien en
verbeteren onszelf door anderen in ons zelfconcept op te nemen
Zelf en andere: de ander in je eigen concept op nemen groeit je
relatie super goed
Inclusion of the other in the self (schaal): overlappen de self en
other en hoe gelukkig zijn ze dan
- Self-presentation theorie: wij presenteren ons aan andere op een
bepaalde manier: we zijn eigenlijk allemaal acteurs, we proberen andere
een bepaald beeld te geven van onszelf en hopen dat andere dat leuk
vinden
Ingratiation: slijmen (werkt goed in private setting anders vinden de
leerlingen je weer niet leuk)
Self-enhancement: ik ben daar goed in
Self-handicapping: ik ben daar niet zo goed in/ ik ben een beetje
misselijk
Conspicuous consumption:
- Self-monitoring: pas je je aan, aan de situatie? En wat vinden we
daarvan? Vaak fijn als mensen zich aanpassen aan situatie behalve als het
extreem wordt
- Het belang van een positief zelfbeeld?
Self-esteem is onze subjectieve evaluatie van ons zelfconcept
Narcisme is niet goed ik ben de beste in alles is slecht
Self efficacy is wat anders dan denk jij dat je de taak kan volbrengen
Fijn: een positief zelfbeeld: meer vertrouwen minder problemen
maar niet te extreem (narcisme) niet onconditioneel (geen
negatieve feedback aankunnen)
, - Optimal margin theorie: hoe ver kan/moet je gaan (niet handig om veel
positiever dan realiteit te denken een beetje positiever is handig)
Positieve illusies kunnen met mate goed voor ons zijn
o Illusie van controle (je mag eindcijfers van lot kiezen)
o Onrealistisch optimisme
o Betekenis geven aan kritieke gebeurtenissen: ik heb iets van
die gebeurtenis geleerd kan nuttig zijn
- Self-serving biases: positieve en negatieve oorzaken
Wat zijn mijn slechtste en beste kwaliteiten? En hoe denk je dat
anderen scoren? Bij alle slechte eigenschappen: heeft iedereen,
beste eigenschappen: die heb vooral ik
- Better than average effect: ik rij beter dan gemiddeld…
- Self-serving attributies: slagen komt door mij, falen komt door externe
factoren
Hoorcollege 2: organisatie psychologie: de psychologie
van organisaties (hoofdstuk 5/1)
- Organisational behaviour (OB): richt zich op het begrijpen, verklaren
en verbeteren van de houding van individuen en groepen in organisaties
Gedrag verklaren, voorspellen en beïnvloeden
Zo kun je problemen op de werkvloer begrijpen
Niet alleen bestudeerd vanuit sociale psychologie
- Managers hebben 5 vaardigheden nodig om hun werk goed te kunnen
doen
Technische vaardigheden: nodig voor doen van je taak
Conceptuele vaardigheden: begrip van organisatie in geheel
Menselijke vaardigheden: goed omgaan
Emotionele intelligentie: inleven in anderen
Kritisch denken: conclusies trekken op basis van bewijs en kritisch
redeneren
o Leidt tot evidence based management: vermogen om
bewijs gekregen uit onderzoek te vertalen naar praktijk,
cruciaal in wereld van OB onderzoek
Uitkomst variabelen in OB onderzoek:
- Prestatie en productiviteit
Zowel kwaliteit als kwantiteit van werk
- Motivatie
- Werk-gerelateerde attitudes
Betrokkenheid bij organisatie
Tevredenheid
Bevlogenheid (engagement)
- Werk gerelateerde gevoelens
Emotie
Stemming
- Welzijn van medewerkers
Stress
- Uittredingen van medewerkers
psychologie:
Inhoud
Hoorcolleges sociale en organisatie psychologie:...................................................1
Hoorcollege 1: introductie en sociale zelf (hoofdstuk 3 sociale psychologie)......2
Hoorcollege 2: organisatie psychologie: de psychologie van organisaties
(hoofdstuk 5/1).................................................................................................... 4
Hoorcollege 3: sociale psychologie: sociale cognitie en gedragseconomie (H4
en toepassing gedragseconomie)........................................................................7
Hoorcollege 4: organisatie psychologie diversiteit hoofdstuk 2........................10
Hoorcollege 5: sociale psychologie persoonsperceptie (hoofdstuk 5)...............13
Hoorcollege 6: organisatie psychologie motivatie hoofdstuk 6 en 7.................16
Hoorcollege 7: attitudes en overreding h6 sociale psychologie.........................22
Hoorcollege 8: teams en besluitvorming h8 en h9 organisatiepsychologie:......25
Hoorcollege 9: sociale psychologie sociale beïnvloeding en groepsprocessen h7
en 8................................................................................................................... 29
Hoorcollege 10: organisatie psychologie ethiek en vertrouwen h10 en 12.......33
Hoorcollege 11: sociale psychologie: stereotypering, vooroordeel en
discriminatie h9................................................................................................. 38
Hoorcollege 12: leiderschap en macht h13 en h14 organisatiepsychologie......41
Hoorcollege 13: sociale psychologie helpen en agressie h10 en h11................46
Hoorcollege 14: organisatiepsychologie organisatiecultuur en verandering h15
en 16................................................................................................................. 49
,Hoorcollege 1: introductie en sociale zelf (hoofdstuk 3
sociale psychologie)
Inleiding:
Wat kenmerkt sociale psychologie: we bestuderen het individu: maar we kijken of
de groep invloed heeft op de individu en we halen de situatie erbij (als er
bedreiging is bv)
- Kurt Lewin (1890-1947): gedrag= f(persoon en situatie) of f(persoon en
omgeving)
Tijdens 2e wereldoorlog: verschrikkelijk gedrag hoe is dat te
verklaren?
Verschillende blikken op die situaties: mensen die slechte dingen
doen zijn echt slecht of iemand doet iets slechts hoe kunnen we dat
breder verklaren
Donald Trump is geen sociale psycholoog hihi
- Drie aspecten: cognitie (wat gebeurt er in het brein), emotie (motivatie
emotioneel) en gedrag
- Sociale psychologie: de wetenschappelijke studie van hoe mensen
andere mensen hun gedachtes, gevoelens en gedrag beïnvloeden
- Organisatie psychologie: een studie gefocust op uitleggen en
verbeteren van houdingen van individuen en groepen in organisaties
- Terugkerende thema’s:
Goed vs. slecht
Aangeboren vs. aangeleerd
Affect vs. cognitie
Persoon vs. situatie
Snel denken vs. langzaam denken
De functie van groepen
- Hindsight bias (h4): achteraf redeneren waarom je het eigenlijk wel wist
ohja Geert tuurlijk zou die gaan winnen, je houdt jezelf voor de gek
Motivatie: veel fijner door het leven gaan dat je het wel gedacht had
Cognitief: zelf gaan redeneren omdat het zo was
Sociale zelf: hoofdstuk 3
- Wat is dat sociale zelf?
Self awareness: bewustzijn dat jij zelf een eigen zelf bent. Imitatie,
apen die zichzelf herkennen in de spiegel (fysiek of psychologisch?)
een stip op hun hoofd zetten kijken of ze dat iets geks vinden in de
spiegel
Self concept: zelfschema: verzameling cognities die kennis over
onszelf samenvat en ordent ontstaan zelf-schema:
- Sociale vergelijkingstheorie: Lean Festinger: hoe wij over dingen
denken wordt voor een groot deel bepaald door andere
Als je niet precies weet hoe iets zit ga je kijken wat andere mensen
doen
Opinies: vergelijken met mensen die op jou lijken (bv welke kleding
je wilt kopen)
Bekwaamheid: vergelijken opwaarts en neerwaarts (tennis)
, Hoe weeg je dan die informatie? WIDE
o Who: met name invloed als ze op je lijken
o Interpretation: optimistisch? Pesimistisch?
o Direction: neerwaarts verhoogt zelfbeeld maar niet altijd
slimste als je iets wilt leren
o Esteem: wil je vooral je zelfbeeld beschermen?
- Sociale identiteitstheorie: Henri Tajfel: wie jij bent wordt voor een
belangrijk deel door een groepslidmaatschap bepaald
Relatie met collective self-esteem: als het goed gaat met ajax doen
“wij” het goed gaat het slecht praat je er minder over
Relatie met evolutionaire psychologie: als het met mijn groep goed
gaat, gaat het met mijn genen goed…
Hoe sociaal is dat sociale zelf?
- Self-perception theorie (Daryl Bem): we kijken naar onszelf zoals we
naar anderen kijken
Gedrag-> inferentie over zelf
Ik help dus ik ben een behulpvaardig persoon
- Self-discrepancy theorie (Tory Higgins): we hebben 3 “zelfs”: actual,
ideal, ought
Actual <-> ideal teleurstelling/ schaamte ik schiet te kort
Actual <-> ought schuld, self-contempt ik ben dit maar de normen
zijn dit
- Self-expansion theorie (Elaine en Arthur Aron): we groeien en
verbeteren onszelf door anderen in ons zelfconcept op te nemen
Zelf en andere: de ander in je eigen concept op nemen groeit je
relatie super goed
Inclusion of the other in the self (schaal): overlappen de self en
other en hoe gelukkig zijn ze dan
- Self-presentation theorie: wij presenteren ons aan andere op een
bepaalde manier: we zijn eigenlijk allemaal acteurs, we proberen andere
een bepaald beeld te geven van onszelf en hopen dat andere dat leuk
vinden
Ingratiation: slijmen (werkt goed in private setting anders vinden de
leerlingen je weer niet leuk)
Self-enhancement: ik ben daar goed in
Self-handicapping: ik ben daar niet zo goed in/ ik ben een beetje
misselijk
Conspicuous consumption:
- Self-monitoring: pas je je aan, aan de situatie? En wat vinden we
daarvan? Vaak fijn als mensen zich aanpassen aan situatie behalve als het
extreem wordt
- Het belang van een positief zelfbeeld?
Self-esteem is onze subjectieve evaluatie van ons zelfconcept
Narcisme is niet goed ik ben de beste in alles is slecht
Self efficacy is wat anders dan denk jij dat je de taak kan volbrengen
Fijn: een positief zelfbeeld: meer vertrouwen minder problemen
maar niet te extreem (narcisme) niet onconditioneel (geen
negatieve feedback aankunnen)
, - Optimal margin theorie: hoe ver kan/moet je gaan (niet handig om veel
positiever dan realiteit te denken een beetje positiever is handig)
Positieve illusies kunnen met mate goed voor ons zijn
o Illusie van controle (je mag eindcijfers van lot kiezen)
o Onrealistisch optimisme
o Betekenis geven aan kritieke gebeurtenissen: ik heb iets van
die gebeurtenis geleerd kan nuttig zijn
- Self-serving biases: positieve en negatieve oorzaken
Wat zijn mijn slechtste en beste kwaliteiten? En hoe denk je dat
anderen scoren? Bij alle slechte eigenschappen: heeft iedereen,
beste eigenschappen: die heb vooral ik
- Better than average effect: ik rij beter dan gemiddeld…
- Self-serving attributies: slagen komt door mij, falen komt door externe
factoren
Hoorcollege 2: organisatie psychologie: de psychologie
van organisaties (hoofdstuk 5/1)
- Organisational behaviour (OB): richt zich op het begrijpen, verklaren
en verbeteren van de houding van individuen en groepen in organisaties
Gedrag verklaren, voorspellen en beïnvloeden
Zo kun je problemen op de werkvloer begrijpen
Niet alleen bestudeerd vanuit sociale psychologie
- Managers hebben 5 vaardigheden nodig om hun werk goed te kunnen
doen
Technische vaardigheden: nodig voor doen van je taak
Conceptuele vaardigheden: begrip van organisatie in geheel
Menselijke vaardigheden: goed omgaan
Emotionele intelligentie: inleven in anderen
Kritisch denken: conclusies trekken op basis van bewijs en kritisch
redeneren
o Leidt tot evidence based management: vermogen om
bewijs gekregen uit onderzoek te vertalen naar praktijk,
cruciaal in wereld van OB onderzoek
Uitkomst variabelen in OB onderzoek:
- Prestatie en productiviteit
Zowel kwaliteit als kwantiteit van werk
- Motivatie
- Werk-gerelateerde attitudes
Betrokkenheid bij organisatie
Tevredenheid
Bevlogenheid (engagement)
- Werk gerelateerde gevoelens
Emotie
Stemming
- Welzijn van medewerkers
Stress
- Uittredingen van medewerkers