Muziek draagt uniek bij aan de ontwikkeling van de leerlingen. Het bevordert bijvoorbeeld de
sociaal-emotionele ontwikkeling en de ontwikkeling van het brein. Muziek legt een structurele
basis voor empathie, sociale binding, kwaliteit van leven, creativiteit, luisteren naar elkaar en
openstaan voor verschillen en dit zijn onmisbare menselijke waarden in onze maatschappij.
Goed muziekonderwijs zorgt ervoor dat de leerlingen kennis, vaardigheden en houding aanleren.
Hierbij worden alle facetten van muziek behandelt. Dit maakt de leerling bewust van zijn eigen
muzikaliteit en de waarde daarvan. Aan de hand daarvan kan de leerling zelf bepalen welke rol
muziek in zijn leven gaat spelen.
In het muziekonderwijs ontwikkelen leerlingen hun muzikale intelligentie, leren ze de taal van de
muziek begrijpen en ervaren ze dat muziek iets met hen doet, maar ook dat de leerlingen zelf iets
met muziek doen.
Muzikale activiteiten zijn:
- Luisteren
- Zingen
- Bewegen
- Spelen
- Lezen en noteren
- Componeren en improviseren
Bij deze laatste vorm komt het creëren en verbeeldingskracht het meeste tot uiting.
Muziek is iets wat je je hele leven bij je draagt. Je hoort het al voor je geboren wordt. De jonge
jaren zijn heel bepalend voor op welk niveau men de rest van hun leven muziek kan beleven en
beoefenen. Maar omdat muziek zo permanent aanwezig is in de wereld, heeft dit ook een
keerzijde. Het zou voor kunnen komen dat er niet meer gericht geluisterd wordt naar muziek of
dat door de vele prikkels afstomping ontstaat.
Ontwikkelingsstadia leerlingen:
1. Stadium van 0 tot 4 jaar, dat in het teken staat van het om gaan met muzikaal materiaal, vooral
de klank.
2. Stadium van 4 tot 9 jaar, waarin de aandacht van het kind verschuift naar de expressieve
mogelijkheden van muziek.
3. Stadium van 10 tot 15 jaar, waarin de muzikale vorming centraal staat.
Bij het uitvoeren van muzieklessen zoeken docenten naar een balans tussen eigen vaardigheden,
theorie en didactiek.
, Muziekmeester
2.2 Een les
Als muziekdocent is het belangrijk om een melodie vast te kunnen houden, zuiver te zingen, en zo
te zingen dat je stem niet beschadigt. Je kan dit goed gebruiken om bijvoorbeeld de aandacht te
vragen of een nieuw onderwerp te introduceren. We willen de leerlingen namelijk leren zingen.
2.3 Het belang van zingen voor de muzikale ontwikkeling
Mensen willen zingen en doen dat ook, in allerlei verschillende situaties. Kinderen willen ook
zingen. Ze zingen vanaf jongs af aan al hun eigen liedjes en zingen mee met hun idolen. Hiermee
leren ze hun stem te beheersen en ontwikkelen ze hun vocale vermogens. Toch is er weinig
aandacht voor zingen in het basisonderwijs, en dit is jammer want hiermee doe je je leerlingen
mee tekort.
Een muzikale reden om te zingen is dat
- Zingen de muzikale ontwikkeling van kinderen bevordert.
- Zingen stimuleert het muzikaal voorstellingsvermogen en muzikaal geheugen van kinderen.
- Zingen is goed voor de ontwikkeling van je stem.
Des te meer info in het muzikaal geheugen wordt opgeslagen, des te beter ben je in staat je
voorstellingsvermogen te gebruiken.
Een niet muzikale reden om te zingen is dat
- Zingen helpt om iets te onthouden
- Het is goed voor de culturele ontwikkeling en culturele indicatie
- Het levert een positieve bijdrage aan de taalvorming van kinderen
- Zingen is goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling (groepsgevoel)
Het liedrepetoire moet aansluiten bij de belevingswereld, de mogelijkheden van kinderen, er
moeten voldoende gebruiksmogelijkheden zijn en er moet gekeken worden naar welke
hulpmiddelen beschikbaar zijn.
2.4 Zingen met jonge kinderen
In de jongere groepen wordt veel gezongen, want uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen een
positieve houding hebben ten aanzien van zingen in een groep. Ze zingen graag en dit stimuleert
de muzikale ontwikkeling.
Muziek en taal hebben veel gemeen. Kinderen leren de hele dag door nieuwe woorden, maar deze
worden pas opgeslagen in het mentaal lexicon wanneer het woord in verschillende contexten en
herhaaldelijk aan bod is gekomen. Liedteksten bieden hierbij een motiverende context voor het
leren van nieuwe woorden en de daarbij noodzakelijke herhaling. Omdat de woorden en
begrippen steeds herhaald worden en uitgelegd krijgen de kinderen de kans om de woorden goed
te articuleren en de betekenissen te begrijpen en te verwerven.
Woordenschatuitbreiding (Verhallen)
1. Voorbewerken: kinderen betrekken bij onderwerp
2. Semantiseren: woorden uitleggen
3. Consolideren: inoefenen van woorden
4. Controleren: controleren of de leerlingen de woorden begrijpen
Met het kiezen van een liedje voor kleuters let je op een aantal kenmerken:
- Eenstemmig
- Kort
- Beperkte omvang
- Melodisch en ritmisch eenvoudig
- Veel herhalingen
- Verbonden met bewegingen
- Aansluitend bij belevingswereld
, Jonge kinderen zingen met de leraar mee, zingen voor zichzelf (niet voor de groep) en ze zingen
zoals ze praten (in een laag tempo).
Het is de kunst om de spontaniteit en expressiviteit van kinderen zo te begeleiden dat de kinderen
wel ruimte te hebben om te exploreren, maar dat er ook voldoende muzikale ontwikkeling is.
Kinderen zingen graag in een lage toon. Hoog zingen kost meer moeite, maar dit moet je wel
blijven oefenen, anders verliezen ze die vaardigheid. Neem daarom altijd de begintoon zoals die
genoteerd staat in de liedbundel.
In de onderbouw leer je een nieuw lied spelenderwijs aan met diverse activiteiten. Hierbij heb je
de fasen inleiding, aanleren en uitbreiding
- Inleiding: introduceer het lied in betekenisvolle context, spelenderwijs moeilijke woorden
behandelen
- Aanleren: geef een goed klinkend voorbeeld en zing vaak voor. Jonge kinderen kunnen lied in
geheel aanleren, in stukken blijkt minder goed te werken
- Uitbreiding: ruimte voor activiteiten zoals bewegingen en instrumenten als ze het lied goed
kennen
Brommers: kinderen die te laag zingen.
Dit kan komen doordat ze verlegen zijn, ongemotiveerd of geen goede luisterhouding. Door veel
gevarieerd te zingen lost zich dit vaak vanzelf op. Hou de leerlingen vooral gemotiveerd.
2.5 Zingen met oudere kinderen
Popliedjes zijn niet altijd een goede keuze om te zingen met oudere kinderen omdat
- Hoe er om wordt gegaan met gevoelige onderwerpen is niet altijd passend
- Zingen vereist soms stemgebruik wat kinderen nog niet beheersen
Taken leerkracht zingen
- Leiding geven aan een zingende groep
- Aandacht voor de kwaliteit van zingen
- Een nieuw lied aanleren
Takteren: eenvoudigste manier van maatslaan. Je geeft met een handgebaar de inzet en het
tempo van het lied aan.
Vanaf groep 3 leren de leerlingen om bij zingen te letten op het liedleidingsgebaar. Met dit gebaar
geef je bijvoorbeeld het startmoment, tempo of de maat aan.
2.6 Aandacht voor de kwaliteit van zingen
Kwaliteit van zingen let je op:
- Klank: hoogte, duur, sterkte, kleur
- Vorm: ademhaling, muzikale zinsbouw
- Betekenis: expressie, articulatie
Tijdens het oefenen pak je er één aspect uit en hier let je specifiek op tijdens deze les.
2.7 Een nieuw lied aanleren
Het aanleren van een nieuw lied doe je vanaf groep 3 in de fasen:
1. Introductie: bij voorkeur speels
2. Aanleren: lied een paar keer laten horen
3. Afsluiten
Zing steeds het hele lied. Hiermee voorkom je ‘papegaaien’ waarbij de kinderen steeds de
voorgezongen regels echoën. Hierbij kun je wisselzang gebruiken, waarmee je afwisselt tussen
leerlingen en leraar die zingt.
2.8 Gebruik van het Digibord
Maak effectief gebruik van het Digibord, maar zelf voorzingen is altijd beter! Je kan het Digibord
bijvoorbeeld gebruiken om een nieuw lied aan te leren. Een mooi voorbeeld hiervan is Eigenwijs
Digitaal.