Week 1 → Bestuursorganen
- Beoordelen wanneer er sprake is van een bestuursorgaan.
De definitie vinden we in 1:1 lid 1 sub a en b Awb.
Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is
ingesteld. Het kan ook een ander persoon of college zijn voorzien van openbaar gezag. Deze
definitie geldt voor de Awb, maar ook daarbuiten. Er zijn organen, personen en colleges die
uitgezonderd worden van aanmerking als bestuursorgaan. Dit vinden we in 1:1 lid 2 Awb
opgesomd.
Alle openbare lichamen hebben rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW). Dat betekent dat ze
kunnen deelnemen aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer; zij kunnen contracten sluiten en
een vermogen hebben. Ook openbare lichamen waaraan een deel van de overheidstaak is
opgedragen kunnen bij of krachtens de wet van rechtspersoonlijkheid worden voorzien (art.
2:1 lid 1 BW)
Er is een verschil wanneer een a- of b-orgaan een feitelijke handeling verricht. De
hoofdstukken 2 en 3 Awb zijn namelijk ook van toepassing als die handelingen worden
verricht door a-organen. B-organen hoeven de bepalingen van de Awb slechts in acht te
nemen voor zover ze publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. De apk-garage moet zich
dus alleen aan de Awb houden bij de apk-keuring en verder niet.
- Uitleggen wat de ratio is achter het onderscheid tussen a-bestuursorganen, wettelijke b-
bestuursorganen en buitenwettelijke b-bestuursorganen.
A ORGAAN
Publiekrechtelijk rechtspersoon → Die is door de wetgever ingesteld, De wet bestempeld jou als
rechtspersoon
1) Bestuursorgaan (a-orgaan) art 1:1 lid 1 sub a Awb
1. Rechtspersoon krachtens publiekrecht 1:1 lid 1 sub a Awb. Art 1:1 lid 2 bepaald dat er
mogelijke uitzonderingen zijn wanneer iemand geen bestuursorgaan is.
Mogelijke opties
1. Als het een gemeente etc is
2. Art 2:1 lid 1 BW → aantal publiekrechtelijke rechtspersonen uitdrukkelijk genoemd
3. Lichamen krachtens 134 JO 135 GW ingesteld
4. Art 2:1 lid 2 BW → als het in de wet staat dat zij rechtspersoonlijkheid hebben gekregen. De
rechtspersoonlijkheid volgt uit aparte wettekst.
2) Is het een orgaan
- Je moet voldoende zelfstandige bevoegdheid/positie/taak
,B ORGAAN
a) Het is een privaatrechtelijk rechtspersoon
b) Ander persoon of college
c) Is hij of zij met openbaar gezag bekleed
- eenzijdig binnen de beslissingen nemen. Wat verandert er in het recht? Er is recht op geld
- wettelijke bevoegdheid, door het geven van subsidie ontstaat er een recht op geld. De
bevoegdheid staat in artikel 9 lid 1 JO 12 lid 1 Wet op het specifiek cultuurbeleid. Ze kunnen
subsidies verstrekken en in het specifieke geval volgens artikel 12 de stichting.
BUITENWETTELIJK B ORGAAN → HR Schiphol arrest
Als er niet aan de vereiste van het B orgaan is voldaan, kan het wel een buitengerechtelijk B orgaan
zijn als er aan de volgende vereisten is voldaan (cumulatief vereiste). Er is kritiek op deze methode
vanwege het vage gebruik van de term ‘overheidstaak’ en de mogelijke ondermijning van het
legaliteitsbeginsel. Als reactie hierop is in latere jurisprudentie, met name de ‘Stichting bevordering
kwaliteit leefomgeving Schipholregio’, een gestructureerde benadering aangenomen;
- Hoofdregel: openbaar gezag kan in beginsel alleen bij wettelijk voorschrift. Als een wettelijk
voorschrift ontbreekt, is een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel
geen bestuursorgaan. Uitzondering: privaatrechtelijke rechtspersonen die geldelijke
uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden verstrekken. Die kunnen toch
als b-orgaan worden aangemerkt indien:
→ Inhoudelijke band met een a orgaan
→ De financiële band met een a orgaan → als ze geldelijke uitkeringen verstrekken
Uitleg van de twee vereisten
a. Het inhoudelijke vereiste: De criteria voor de geldverstrekking door het orgaan in kwestie
moet in beslissende mate door één of meer a-organen worden bepaald. Dit ligt aan de
omstandigheden. Het is niet nodig dat het a-orgaan zeggenschap heeft over beslissingen in
het individuele geval. Dat het a-orgaan bevoegd is om het bestuur van de stichting te
benoemen is echter onvoldoende. HR Schiphol: De criteria waarop de uitkeringen worden
gegeven moeten in beslissende mate worden vastgesteld door een a-bestuursorgaan in de
zin van 1:1 lid 1 sub a Awb.
b. Financiële vereiste: De financiering van de verstrekking door het orgaan van de
privaatrechtelijke rechtspersoon moet in overwegende mate (in beginsel twee derden of
meer) afkomstig zijn van één of meer a-organen. Daarbij moet niet worden gekeken naar de
totale financiering van de privaatrechtelijke rechtspersoon, maar naar de financiering die is
gemoeid bij de verstrekking. HR Schiphol: De verstrekking van deze uitkeringen wordt voor
twee derde of meer gefinancierd door een a-bestuursorgaan.
- Uitleggen wanneer je naar de bestuursrechter kan
Je kan pas naar de bestuursrechter als er een bestuursorgaan is, dat een besluit heeft
genomen, waar jij belanghebbende bij bent. Als iemand rechtsbescherming uit wil sluiten
(de minister) moet je ervoor zorgen dat er geen A, B of buitenwettelijk B orgaan aanwezig is.
De minister wilt geen bezwaar in beroep en de overheidskosten zo laag mogelijk houden. Er
moet geen A orgaan zijn, geen B orgaan en geen buitenwettelijk B orgaan. Je moet het advies
, zo opbouwen dat er geen B orgaan is, en dat hij daarom ook niet naar de bestuursrechter
kan:
a. Geen wetten maken op basis waarvan jij zelf de subsidies verstrekt, dan handel je
namelijk als A orgaan en dan staat er rechtsbescherming open
b. Dan moet je zorgen dat het geen B orgaan wordt, dan moet je een stichiting maken,
maar dan moet je zorgen dat die stichting geen subsidies verstrekt
c. Als je niet wilt dat de stichting kwalificeert als een buitenwettelijk B orgaan dan moet
je aan de inhoudelijke en financiële knoppen gaan draaien. De vereisten zijn
cumulatief. Dus ofwel je zegt te weinig geld, en stel er is maar 1 verstrekker als
entiteit, dan sleutel je aan de inhoudelijke band vereiste.
- Reflecteren op de rol van het bestuursorgaanbegrip bij het bestendigen en veranderen van
machtsverhoudingen binnen de staatsmachten en tussen burger en overheid
Er zijn voor- en nadelen aan een ver doorgevoerde bestuurlijke decentralisatie:
- Voordeel: Het bestaan van verschillende soorten bestuursorganen zorgt voor een
grote bestuurlijke diversiteit binnen de Nederlandse staat, waarbij optimale
efficiëntie wordt nagestreefd. De gedecentraliseerde overheid weet wat er leeft bij
de burger en in de maatschappij, zo is het idee.
- Nadeel: Democratische controle kan problematisch worden. Dat is met name het
geval als een bestuursorgaan niet wordt gekozen of niet kan worden gedwongen
politieke verantwoording af te leggen aan een wel gekozen orgaan. Is die
mogelijkheid van democratische controle wel aanwezig, dan is de vraag of er geen
toezicht moet zijn op beslissingen van deze organen, waarvan de gevolgen mogelijk
die van hun territorium overschrijden. Denk aan de aanleg van wegen of woonwijken
of zelfs scholen.
- Beoordelen wanneer er sprake is van een bestuursorgaan.
De definitie vinden we in 1:1 lid 1 sub a en b Awb.
Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is
ingesteld. Het kan ook een ander persoon of college zijn voorzien van openbaar gezag. Deze
definitie geldt voor de Awb, maar ook daarbuiten. Er zijn organen, personen en colleges die
uitgezonderd worden van aanmerking als bestuursorgaan. Dit vinden we in 1:1 lid 2 Awb
opgesomd.
Alle openbare lichamen hebben rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW). Dat betekent dat ze
kunnen deelnemen aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer; zij kunnen contracten sluiten en
een vermogen hebben. Ook openbare lichamen waaraan een deel van de overheidstaak is
opgedragen kunnen bij of krachtens de wet van rechtspersoonlijkheid worden voorzien (art.
2:1 lid 1 BW)
Er is een verschil wanneer een a- of b-orgaan een feitelijke handeling verricht. De
hoofdstukken 2 en 3 Awb zijn namelijk ook van toepassing als die handelingen worden
verricht door a-organen. B-organen hoeven de bepalingen van de Awb slechts in acht te
nemen voor zover ze publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. De apk-garage moet zich
dus alleen aan de Awb houden bij de apk-keuring en verder niet.
- Uitleggen wat de ratio is achter het onderscheid tussen a-bestuursorganen, wettelijke b-
bestuursorganen en buitenwettelijke b-bestuursorganen.
A ORGAAN
Publiekrechtelijk rechtspersoon → Die is door de wetgever ingesteld, De wet bestempeld jou als
rechtspersoon
1) Bestuursorgaan (a-orgaan) art 1:1 lid 1 sub a Awb
1. Rechtspersoon krachtens publiekrecht 1:1 lid 1 sub a Awb. Art 1:1 lid 2 bepaald dat er
mogelijke uitzonderingen zijn wanneer iemand geen bestuursorgaan is.
Mogelijke opties
1. Als het een gemeente etc is
2. Art 2:1 lid 1 BW → aantal publiekrechtelijke rechtspersonen uitdrukkelijk genoemd
3. Lichamen krachtens 134 JO 135 GW ingesteld
4. Art 2:1 lid 2 BW → als het in de wet staat dat zij rechtspersoonlijkheid hebben gekregen. De
rechtspersoonlijkheid volgt uit aparte wettekst.
2) Is het een orgaan
- Je moet voldoende zelfstandige bevoegdheid/positie/taak
,B ORGAAN
a) Het is een privaatrechtelijk rechtspersoon
b) Ander persoon of college
c) Is hij of zij met openbaar gezag bekleed
- eenzijdig binnen de beslissingen nemen. Wat verandert er in het recht? Er is recht op geld
- wettelijke bevoegdheid, door het geven van subsidie ontstaat er een recht op geld. De
bevoegdheid staat in artikel 9 lid 1 JO 12 lid 1 Wet op het specifiek cultuurbeleid. Ze kunnen
subsidies verstrekken en in het specifieke geval volgens artikel 12 de stichting.
BUITENWETTELIJK B ORGAAN → HR Schiphol arrest
Als er niet aan de vereiste van het B orgaan is voldaan, kan het wel een buitengerechtelijk B orgaan
zijn als er aan de volgende vereisten is voldaan (cumulatief vereiste). Er is kritiek op deze methode
vanwege het vage gebruik van de term ‘overheidstaak’ en de mogelijke ondermijning van het
legaliteitsbeginsel. Als reactie hierop is in latere jurisprudentie, met name de ‘Stichting bevordering
kwaliteit leefomgeving Schipholregio’, een gestructureerde benadering aangenomen;
- Hoofdregel: openbaar gezag kan in beginsel alleen bij wettelijk voorschrift. Als een wettelijk
voorschrift ontbreekt, is een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel
geen bestuursorgaan. Uitzondering: privaatrechtelijke rechtspersonen die geldelijke
uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden verstrekken. Die kunnen toch
als b-orgaan worden aangemerkt indien:
→ Inhoudelijke band met een a orgaan
→ De financiële band met een a orgaan → als ze geldelijke uitkeringen verstrekken
Uitleg van de twee vereisten
a. Het inhoudelijke vereiste: De criteria voor de geldverstrekking door het orgaan in kwestie
moet in beslissende mate door één of meer a-organen worden bepaald. Dit ligt aan de
omstandigheden. Het is niet nodig dat het a-orgaan zeggenschap heeft over beslissingen in
het individuele geval. Dat het a-orgaan bevoegd is om het bestuur van de stichting te
benoemen is echter onvoldoende. HR Schiphol: De criteria waarop de uitkeringen worden
gegeven moeten in beslissende mate worden vastgesteld door een a-bestuursorgaan in de
zin van 1:1 lid 1 sub a Awb.
b. Financiële vereiste: De financiering van de verstrekking door het orgaan van de
privaatrechtelijke rechtspersoon moet in overwegende mate (in beginsel twee derden of
meer) afkomstig zijn van één of meer a-organen. Daarbij moet niet worden gekeken naar de
totale financiering van de privaatrechtelijke rechtspersoon, maar naar de financiering die is
gemoeid bij de verstrekking. HR Schiphol: De verstrekking van deze uitkeringen wordt voor
twee derde of meer gefinancierd door een a-bestuursorgaan.
- Uitleggen wanneer je naar de bestuursrechter kan
Je kan pas naar de bestuursrechter als er een bestuursorgaan is, dat een besluit heeft
genomen, waar jij belanghebbende bij bent. Als iemand rechtsbescherming uit wil sluiten
(de minister) moet je ervoor zorgen dat er geen A, B of buitenwettelijk B orgaan aanwezig is.
De minister wilt geen bezwaar in beroep en de overheidskosten zo laag mogelijk houden. Er
moet geen A orgaan zijn, geen B orgaan en geen buitenwettelijk B orgaan. Je moet het advies
, zo opbouwen dat er geen B orgaan is, en dat hij daarom ook niet naar de bestuursrechter
kan:
a. Geen wetten maken op basis waarvan jij zelf de subsidies verstrekt, dan handel je
namelijk als A orgaan en dan staat er rechtsbescherming open
b. Dan moet je zorgen dat het geen B orgaan wordt, dan moet je een stichiting maken,
maar dan moet je zorgen dat die stichting geen subsidies verstrekt
c. Als je niet wilt dat de stichting kwalificeert als een buitenwettelijk B orgaan dan moet
je aan de inhoudelijke en financiële knoppen gaan draaien. De vereisten zijn
cumulatief. Dus ofwel je zegt te weinig geld, en stel er is maar 1 verstrekker als
entiteit, dan sleutel je aan de inhoudelijke band vereiste.
- Reflecteren op de rol van het bestuursorgaanbegrip bij het bestendigen en veranderen van
machtsverhoudingen binnen de staatsmachten en tussen burger en overheid
Er zijn voor- en nadelen aan een ver doorgevoerde bestuurlijke decentralisatie:
- Voordeel: Het bestaan van verschillende soorten bestuursorganen zorgt voor een
grote bestuurlijke diversiteit binnen de Nederlandse staat, waarbij optimale
efficiëntie wordt nagestreefd. De gedecentraliseerde overheid weet wat er leeft bij
de burger en in de maatschappij, zo is het idee.
- Nadeel: Democratische controle kan problematisch worden. Dat is met name het
geval als een bestuursorgaan niet wordt gekozen of niet kan worden gedwongen
politieke verantwoording af te leggen aan een wel gekozen orgaan. Is die
mogelijkheid van democratische controle wel aanwezig, dan is de vraag of er geen
toezicht moet zijn op beslissingen van deze organen, waarvan de gevolgen mogelijk
die van hun territorium overschrijden. Denk aan de aanleg van wegen of woonwijken
of zelfs scholen.