Hoorcollege 1
6 feb
Leerdoelen:
• Versmelting van zaad en eicel
• Welke morfologische veranderingen plaatsvinden vanaf conceptie tot organogenese
• Gastrulatie beschrijven
• Plooivorming en gevolgen
• Derivatie van de kiembladen
Differentatie = celtype die uit 1 bevruchte eicel komen
Morfogenese = hoe deze cellen geordend worden tot ledematen
Gametogenese = vorming van de gelachstcellen
→ Primordiale kiemcel (diploid) is de voorloper van de geslachtcel
1. Ontstaan van primordiale kiemcel en migratie naar gonaden (gelijk man en vrouw)
2. Vermeerdering door mitose
3. Meiose (reductie aantal chromosomen)
4. Functionele en structureel maturatie
→ gameet (haploid)
Oct 4 is transcriptie factor, of de cel nog veel type cel
kan worden
1. Locatie en migratie
Primordiaal kiemcellen voor eerst herkenbaar in wand
van de dooierzak (dus niet gonaden zelf)
De locatie is verschillend tussen de soorten en
migratiepad is verschillend
Dooierzak hoort niet bij embryonale lichaam zelf
maar is onderdeel van ondersteuning
Teratoom = monstergroei, als cellen niet gereguleerd
worden dan worden die cellen van alles (migratie
verkeerd)
2. Vermeerdering
> Mitose tijdens migratie
> Mitose in primitieve gonaden
Bij vrouw wordt kiemcel → oogonium
Tussen de 2e en 5e maand 2000 naar 700000
Hierna sterven er heel veel af
, Bij man wordt kiemcel → spermatogonium
Pas bij pubertiet ene oneindige pool
Spermatogenese bij man = spermatogonium krijgt het signaal dat het spermatogonium A. Type A gaat
delen → type A en type B
= asymmetrische mitotische deling
3. Meiose/ maturatie
Mannen
In de testes zitten allemaal buisjes en de doorsnede zie je hier en je ziet dat hij getransporteerd wordt en
als hij volwassen is kunnen ze vrijkomen en door lumen naar buiten getransporteerd
In de kop zit haploide genoom van vader en wordt getransporteerd naar eicel (haploide genoom vrouw)
Vrouwen
Oogenese
1. Losse ogonia
2. Paar follikelcellen omgeven ogonium
3. Volledig omsluiting door folikkelcellen vorming van
zona pellucida om de toekomstige eicel
4. Vorming van antrum (holte) tussen follikelcellen
5. Volwassen follikel (graafse follikel), follikel rondom
oocyte: cumulus oophorus
, 6. Deel van follikel blijft om geovuleerde oocyt
7. Bevruchting en einde ontwikkeling eicel (meiose 2)
Cellen die om toekomstige eicel heen zitten, helpen en
maken een follikel aan
Bij mannen → als spermatogonium type B de eerste meiose
deling heeft gedaan ontstaan er twee primaire spermatocyt
Bij vrouwen → bij eerste meiose delen ontstaan primaire
ogonium + poollichaam
Meiose 2 wordt alleen afgemaakt als het bevrucht wordt
Tussenfase van ovulatie naar bevruchte cel is kort want als
het niet binnen 25 uur gebeurd zal het weggaan
Poollichaam = afvalemmer waar helft van genetische materiaal in gaat
Ovulatie = piek in het LH-hormoon, tijdens ovulatie gaat een deel van de graafse follikel mee en dat
complex wordt opgevangen door de eileider
De secundaire oocyt met een deel van de cumulus cellen (corona
radiata) komt los van het follikel. Geheel wordt opgevangen door het
infundibulum (tuba uterina)
Spermatogenese vs oogenese
Uit 1 primaire spermacyt → 4 spermatiden
Uit 1 primaire oocyt → 1 rijpe eicel/ secundaire oocyt
Spermatogonese is continu proces
Oogenese is discontinu proces (lange rustfase tot ovulatie)
Start spermatogonese is bij puberteit
Start oogenese is voor geboorte
Per leven veel zaadcellen en relatief weinig eicellen
Na geboorte geen productie van primaire oocyten
Na geboorte productie van primaire spermacyten
Bevruchting
Transport van zaadcellen → zaadcellen verplaatsen zich via baarmoederhals en holte naar de eileider
Op geleide van temperatuurverschillen en chemotaxis beweegt de spermatozoon naar de oocyt
Zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina (5-6 uur)
- verandering in membraan samenstelling
6 feb
Leerdoelen:
• Versmelting van zaad en eicel
• Welke morfologische veranderingen plaatsvinden vanaf conceptie tot organogenese
• Gastrulatie beschrijven
• Plooivorming en gevolgen
• Derivatie van de kiembladen
Differentatie = celtype die uit 1 bevruchte eicel komen
Morfogenese = hoe deze cellen geordend worden tot ledematen
Gametogenese = vorming van de gelachstcellen
→ Primordiale kiemcel (diploid) is de voorloper van de geslachtcel
1. Ontstaan van primordiale kiemcel en migratie naar gonaden (gelijk man en vrouw)
2. Vermeerdering door mitose
3. Meiose (reductie aantal chromosomen)
4. Functionele en structureel maturatie
→ gameet (haploid)
Oct 4 is transcriptie factor, of de cel nog veel type cel
kan worden
1. Locatie en migratie
Primordiaal kiemcellen voor eerst herkenbaar in wand
van de dooierzak (dus niet gonaden zelf)
De locatie is verschillend tussen de soorten en
migratiepad is verschillend
Dooierzak hoort niet bij embryonale lichaam zelf
maar is onderdeel van ondersteuning
Teratoom = monstergroei, als cellen niet gereguleerd
worden dan worden die cellen van alles (migratie
verkeerd)
2. Vermeerdering
> Mitose tijdens migratie
> Mitose in primitieve gonaden
Bij vrouw wordt kiemcel → oogonium
Tussen de 2e en 5e maand 2000 naar 700000
Hierna sterven er heel veel af
, Bij man wordt kiemcel → spermatogonium
Pas bij pubertiet ene oneindige pool
Spermatogenese bij man = spermatogonium krijgt het signaal dat het spermatogonium A. Type A gaat
delen → type A en type B
= asymmetrische mitotische deling
3. Meiose/ maturatie
Mannen
In de testes zitten allemaal buisjes en de doorsnede zie je hier en je ziet dat hij getransporteerd wordt en
als hij volwassen is kunnen ze vrijkomen en door lumen naar buiten getransporteerd
In de kop zit haploide genoom van vader en wordt getransporteerd naar eicel (haploide genoom vrouw)
Vrouwen
Oogenese
1. Losse ogonia
2. Paar follikelcellen omgeven ogonium
3. Volledig omsluiting door folikkelcellen vorming van
zona pellucida om de toekomstige eicel
4. Vorming van antrum (holte) tussen follikelcellen
5. Volwassen follikel (graafse follikel), follikel rondom
oocyte: cumulus oophorus
, 6. Deel van follikel blijft om geovuleerde oocyt
7. Bevruchting en einde ontwikkeling eicel (meiose 2)
Cellen die om toekomstige eicel heen zitten, helpen en
maken een follikel aan
Bij mannen → als spermatogonium type B de eerste meiose
deling heeft gedaan ontstaan er twee primaire spermatocyt
Bij vrouwen → bij eerste meiose delen ontstaan primaire
ogonium + poollichaam
Meiose 2 wordt alleen afgemaakt als het bevrucht wordt
Tussenfase van ovulatie naar bevruchte cel is kort want als
het niet binnen 25 uur gebeurd zal het weggaan
Poollichaam = afvalemmer waar helft van genetische materiaal in gaat
Ovulatie = piek in het LH-hormoon, tijdens ovulatie gaat een deel van de graafse follikel mee en dat
complex wordt opgevangen door de eileider
De secundaire oocyt met een deel van de cumulus cellen (corona
radiata) komt los van het follikel. Geheel wordt opgevangen door het
infundibulum (tuba uterina)
Spermatogenese vs oogenese
Uit 1 primaire spermacyt → 4 spermatiden
Uit 1 primaire oocyt → 1 rijpe eicel/ secundaire oocyt
Spermatogonese is continu proces
Oogenese is discontinu proces (lange rustfase tot ovulatie)
Start spermatogonese is bij puberteit
Start oogenese is voor geboorte
Per leven veel zaadcellen en relatief weinig eicellen
Na geboorte geen productie van primaire oocyten
Na geboorte productie van primaire spermacyten
Bevruchting
Transport van zaadcellen → zaadcellen verplaatsen zich via baarmoederhals en holte naar de eileider
Op geleide van temperatuurverschillen en chemotaxis beweegt de spermatozoon naar de oocyt
Zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina (5-6 uur)
- verandering in membraan samenstelling