Individuele opdracht inleiding rechtswetenschap 2023-2024
Maud Rutten
Snr: 2124080
1
, Inleiding
Steeds vaker zie je in het nieuws berichten over fysiek geweld tegen hulpverleners, zoals
ambulance medewerkers of geweld tegen agenten. Vorig jaar zijn er bijna 10.000 mensen
die zich schuldig hebben gemaakt aan fysiek geweld tegen personen met een publieke taak,
blijkt uit cijfers van het openbaar ministerie.1 Dat moet strenger bestraft worden, vond de
wetgever.
Het wetsvoorstel dat hier uit volgt is het voorstel van uitbreiding van het taakstrafverbod. Dit
wetsvoorstel is van toepassing op het rechtsgebied strafrecht en ziet toe op uitbreiding van
artikel 22b eerste lid Wetboek van Strafrecht. Het huidige taakstrafverbod voor geweld- en
zedenmisdrijven moet worden uitgebreid.2
De uitbreiding van het taakstrafverbod ziet dus toe op het maatschappelijke probleem van
het fysieke geweld tegen personen met een publieke taak in het kader van handhaving van
de veiligheid en openbare orde.3 De wet probeert dit probleem op te lossen door een
taakstrafverbod op te leggen wanneer er fysiek geweld wordt gepleegd tegen personen met
een publieke taak. Dit verbod leidt ertoe dat het opleggen van een ´kale taakstraf´ (een
taakstraf die niet wordt gecombineerd met een andere vrijheidsbenemende sanctie) niet
meer volstaat, er moet minstens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.
Dit geldt ook wanneer er geen lichamelijk letsel tot gevolg is of inbreuk van lichamelijke
integriteit.4 Het doel van deze wet is generale preventie, door een ‘zwaardere’ of
‘ingrijpendere’ straf op te leggen willen ze ervoor zorgen dat minder mensen geweld plegen.
Als mensen dus weten en zien dat het plegen van geweld tegen personen met een publieke
taak grotere consequenties heeft, moet dat mensen weerhouden om geweld te plegen.
Maar mag de wetgever wel beslissen welke straf er moet worden opgelegd bij geweld plegen
tegen personen met een publieke functie? En is deze straf wel noodzakelijk en
proportioneel? Het wetsvoorstel voor uitbreiding van het taakstrafverbod is naar mijn mening
niet van goede kwaliteit, want de wetgever (de wetgevende macht) neemt de plaats van de
rechtsprekende macht over, dit is in strijd met de trias politica. Bovendien houdt de wetgever
zich niet aan de aanwijzingen voor regelgeving, want dit voorstel sluit de mogelijkheid van
het opleggen van alleen een taakstraf uit, dus ook bij lichte vergrijpingen. Er wordt niet
voldoende rekening gehouden met bijzondere omstandigheden van het individuele geval. In
deze beschouwing licht ik mijn standpunt verder toe.
Uiteenzetting
1
Tienduizend verdachten van geweld tegen agenten, boa's en ambulancepersoneel, NOS nieuws 26 april 2023.
2
Artikel 22b Wetboek van Strafrecht.
3
Kamerstuk II 2019/20, 35528, nr. 3, p. 1.
4
Emsbroek 2021.
2