Werkcollege 5
Opdracht 1
Geef gemotiveerd aan welke van onderstaande beweringen met betrekking tot vertegenwoordiging
juist is.
a. Bij onmiddellijke vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger in naam van de
achterman. Bij middellijke vertegenwoordiging is dat niet het geval.
b. Middellijke vertegenwoordiging kan nooit leiden tot rechtsgevolgen voor de principaal.
c. Indien er sprake is van middellijke vertegenwoordiging is er geen voorafgaande
rechtsbetrekking tussen de tussenpersoon en de principaal.
d. Een overeenkomst tot lastgeving is niet mogelijk indien er geen sprake is van
volmachtverlening.
A is het juiste antwoord, want bij onmiddellijke vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger
in naam van de achterman (de principaal) en bij middellijke vertegenwoordiging handelt de
vertegenwoordiger in eigen naam maar in opdracht en voor rekening van de principaal.
Opdracht 2
Sjors Telraam is na een dienstverband van meer dan 30 jaar als boekhouder bij
transportonderneming Mercurius BV ontslagen. Volgens de directie was hij onvoldoende in staat
gebleken de overstap te maken naar het nieuwe geavanceerde computersysteem dat bij Mercurius in
gebruik was genomen. Op de werkvloer is het ontslag van deze sympathieke collega slecht gevallen.
Het ongenoegen daarover zet enkele medewerkers ertoe aan in het geheim een onvergetelijk
afscheidsfeest voor Telraam te organiseren. Het plan is om als alles in kannen en kruiken is, het feest
groots aan te kondigen via de e-mail. Zij speculeren erop dat als zij de directie zo voor een fait
accompli plaatsen, de directie niet meer om het feest heen zal kunnen, omdat die anders een
modderfiguur zou slaan tegenover haar personeel.
Eén van de initiatiefnemers, Frans Goedhart, neemt contact op met evenementenbureau Fantasia BV
dat gespecialiseerd is in personeelsfeesten. Goedhart doet zich daarbij voor als voorzitter van de
personeelsvereniging van Mercurius. Goedhart en Fantasia worden het eens over een boeiend
programma met daarin een luchtballontocht voor Telraam en een huifkartocht voor alle 50
personeelsleden, met als afsluiter een borrel en diner op een rondvaartboot. Fantasia legt dit
programma en de daaraan verbonden kosten vast in een offerte die zij adresseert aan ‘Mercurius BV,
t.a.v. de heer F. Goedhart’. Deze offerte wordt onderschept door een secretaresse die ook in het
complot zit en doorgespeeld naar Goedhart. Deze gaat vervolgens met de offerte akkoord en
bevestigt dit ‘namens Mercurius’ in een op briefpapier van Mercurius opgemaakte brief.
Een week vóór de geplande datum wordt het feest groots aangekondigd in een mail aan alle
medewerkers van Mercurius. De directie is woedend en absoluut niet van zins het initiatief over te
nemen. De directie bericht Fantasia onmiddellijk dat Goedhart geheel op eigen houtje heeft
gehandeld en dat Mercurius zich niet gebonden acht aan de met Goedhart gemaakte afspraken. Het
feest wordt tot teleurstelling van het personeel afgeblazen.
Vraag 1
Fantasia acht Mercurius wel gebonden en maakt aanspraak op de in de overeenkomst opgenomen
annuleringsregeling die (voor zover hier van belang) inhoudt dat bij annulering binnen een week vóór
de geplande datum 75% van de prijs verschuldigd is. Hoe beoordeelt u de kans van slagen indien
, Fantasia dit bedrag in rechte zal invorderen. N.B.: U hoeft niet in te gaan op de vraag of een dergelijk
annuleringsbeding al of niet redelijk is.
Goedhart heeft zich voorgedaan als middellijke vertegenwoordiger, maar hij had geen toestemming
of bevoegdheid om deze rol aan te nemen en dus overeenkomsten te sluiten. Goedhart handelde
op officieel briefpapier van Mercurius en deed zich voor als een formele vertegenwoordiger. Dit
wekte vertrouwen op bij Fantasia BV. Fantasia BV had wel kunnen onderzoeken of Goedhart een
formele goedkeuring van de directie van Mercurius had. Maar het is aannemelijk dat Goedhart hier
handelde met toestemming van Mercurius BV en dus is er een kans dat Mercurius 75% van de prijs
verschuldigd is aan Fantasia BV.
In stappen beantwoorden:
1. Met welke vorm van vertegenwoordiging heb je te maken? Er is hier sprake van
onmiddellijke vertegenwoordiging, want Goedhart handelt in naam van Mercurius.
2. Heeft hier een rechtsgeldige volmacht plaatsgevonden? Art. 3:60 BW – voorwaarden:
1. Is er sprake van een rechtshandeling? Ja, het sluiten van de overeenkomst.
2. In naam van? Ja, Goedhart handelt in naam van Mercurius. (HR baby Joost).
3. Is de tussenpersoon bevoegd? Goedhart is niet bevoegd, hij doet zich voor als iemand
die hij helemaal niet is. Mercurius heeft nooit de bevoegdheid aan Goedhart verleent.
Er is dus geen rechtsgeldige volmacht.
3. Maar er kan sprake zijn van een bescherming van de wederpartij, art. 3:61 lid 2 BW. Art.
3:61 lid 2 BW – voorwaarden:
1. Is er sprake van een rechtshandeling in naam van een ander? Ja, zie voorwaarden 1 en
2 van art. 3:60 BW.
2. Is er sprake van vertrouwen? Twee cumulatieve elementen voor vertrouwen:
- Heeft aangenomen (het subjectieve criterium): dit ziet op de vraag: heeft Fanatasia
aangenomen dat er een toereikende volmacht was. Fantasia heeft aangenomen dat
er een toereikende vilmacht was, ze hebben de factuur gestuurd naam de naam
Mercurius.
- Heeft mogen aannemen (het objectieve criterium): dit ziet op de vraag: heeft
Fantasia ook mogen aannemen dat er een toereikende volmacht was. Had Fantasia
hier een onderzoeksplicht? Goedhart handelde op officieel briefpapier van
Mercurius en deed zich voor als een formele vertegenwoordiger. Dit wekte
vertrouwen op bij Fantasia BV. Dit zijn geen reden voor Fantasia om te twijfelen aan
de volmacht en er is ook geen sprake van een grote onderzoeksplicht.
3. Het toedoen vereisten: het vertrouwen moet gebaseerd zijn op de bevoegdheid van de
tussenpersoon of die persoon heeft een bepaalde functie waarbij een bevoegdheid
hoort. Hier heeft Mercurius Goedhart niet aangesteld als volmacht, hij is ook niet de
voorzitter van de personeelsvereniging. Aan de kant van Mercurius is er geen sprake
van een toedoen.
- Maar in de rechtspraak willen ze van ‘toedoen’ naar ‘toerekening’. Dit is aanvaard
in de arresten: HR ING/Bera holding en HR Tamacht/Hodenius. Het toedoen
vereiste kan je minder streng benaderen op basis van het risico. Gebruik de
gezichtspunten om te bepalen aan welke risico is voldaan.
Ondanks dat er niet wordt voldaan aan het toedoen vereiste, kan Fanatasia worden beschermt
tegen Mercurius. Fantasia moet beschermd worden.
Opdracht 1
Geef gemotiveerd aan welke van onderstaande beweringen met betrekking tot vertegenwoordiging
juist is.
a. Bij onmiddellijke vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger in naam van de
achterman. Bij middellijke vertegenwoordiging is dat niet het geval.
b. Middellijke vertegenwoordiging kan nooit leiden tot rechtsgevolgen voor de principaal.
c. Indien er sprake is van middellijke vertegenwoordiging is er geen voorafgaande
rechtsbetrekking tussen de tussenpersoon en de principaal.
d. Een overeenkomst tot lastgeving is niet mogelijk indien er geen sprake is van
volmachtverlening.
A is het juiste antwoord, want bij onmiddellijke vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger
in naam van de achterman (de principaal) en bij middellijke vertegenwoordiging handelt de
vertegenwoordiger in eigen naam maar in opdracht en voor rekening van de principaal.
Opdracht 2
Sjors Telraam is na een dienstverband van meer dan 30 jaar als boekhouder bij
transportonderneming Mercurius BV ontslagen. Volgens de directie was hij onvoldoende in staat
gebleken de overstap te maken naar het nieuwe geavanceerde computersysteem dat bij Mercurius in
gebruik was genomen. Op de werkvloer is het ontslag van deze sympathieke collega slecht gevallen.
Het ongenoegen daarover zet enkele medewerkers ertoe aan in het geheim een onvergetelijk
afscheidsfeest voor Telraam te organiseren. Het plan is om als alles in kannen en kruiken is, het feest
groots aan te kondigen via de e-mail. Zij speculeren erop dat als zij de directie zo voor een fait
accompli plaatsen, de directie niet meer om het feest heen zal kunnen, omdat die anders een
modderfiguur zou slaan tegenover haar personeel.
Eén van de initiatiefnemers, Frans Goedhart, neemt contact op met evenementenbureau Fantasia BV
dat gespecialiseerd is in personeelsfeesten. Goedhart doet zich daarbij voor als voorzitter van de
personeelsvereniging van Mercurius. Goedhart en Fantasia worden het eens over een boeiend
programma met daarin een luchtballontocht voor Telraam en een huifkartocht voor alle 50
personeelsleden, met als afsluiter een borrel en diner op een rondvaartboot. Fantasia legt dit
programma en de daaraan verbonden kosten vast in een offerte die zij adresseert aan ‘Mercurius BV,
t.a.v. de heer F. Goedhart’. Deze offerte wordt onderschept door een secretaresse die ook in het
complot zit en doorgespeeld naar Goedhart. Deze gaat vervolgens met de offerte akkoord en
bevestigt dit ‘namens Mercurius’ in een op briefpapier van Mercurius opgemaakte brief.
Een week vóór de geplande datum wordt het feest groots aangekondigd in een mail aan alle
medewerkers van Mercurius. De directie is woedend en absoluut niet van zins het initiatief over te
nemen. De directie bericht Fantasia onmiddellijk dat Goedhart geheel op eigen houtje heeft
gehandeld en dat Mercurius zich niet gebonden acht aan de met Goedhart gemaakte afspraken. Het
feest wordt tot teleurstelling van het personeel afgeblazen.
Vraag 1
Fantasia acht Mercurius wel gebonden en maakt aanspraak op de in de overeenkomst opgenomen
annuleringsregeling die (voor zover hier van belang) inhoudt dat bij annulering binnen een week vóór
de geplande datum 75% van de prijs verschuldigd is. Hoe beoordeelt u de kans van slagen indien
, Fantasia dit bedrag in rechte zal invorderen. N.B.: U hoeft niet in te gaan op de vraag of een dergelijk
annuleringsbeding al of niet redelijk is.
Goedhart heeft zich voorgedaan als middellijke vertegenwoordiger, maar hij had geen toestemming
of bevoegdheid om deze rol aan te nemen en dus overeenkomsten te sluiten. Goedhart handelde
op officieel briefpapier van Mercurius en deed zich voor als een formele vertegenwoordiger. Dit
wekte vertrouwen op bij Fantasia BV. Fantasia BV had wel kunnen onderzoeken of Goedhart een
formele goedkeuring van de directie van Mercurius had. Maar het is aannemelijk dat Goedhart hier
handelde met toestemming van Mercurius BV en dus is er een kans dat Mercurius 75% van de prijs
verschuldigd is aan Fantasia BV.
In stappen beantwoorden:
1. Met welke vorm van vertegenwoordiging heb je te maken? Er is hier sprake van
onmiddellijke vertegenwoordiging, want Goedhart handelt in naam van Mercurius.
2. Heeft hier een rechtsgeldige volmacht plaatsgevonden? Art. 3:60 BW – voorwaarden:
1. Is er sprake van een rechtshandeling? Ja, het sluiten van de overeenkomst.
2. In naam van? Ja, Goedhart handelt in naam van Mercurius. (HR baby Joost).
3. Is de tussenpersoon bevoegd? Goedhart is niet bevoegd, hij doet zich voor als iemand
die hij helemaal niet is. Mercurius heeft nooit de bevoegdheid aan Goedhart verleent.
Er is dus geen rechtsgeldige volmacht.
3. Maar er kan sprake zijn van een bescherming van de wederpartij, art. 3:61 lid 2 BW. Art.
3:61 lid 2 BW – voorwaarden:
1. Is er sprake van een rechtshandeling in naam van een ander? Ja, zie voorwaarden 1 en
2 van art. 3:60 BW.
2. Is er sprake van vertrouwen? Twee cumulatieve elementen voor vertrouwen:
- Heeft aangenomen (het subjectieve criterium): dit ziet op de vraag: heeft Fanatasia
aangenomen dat er een toereikende volmacht was. Fantasia heeft aangenomen dat
er een toereikende vilmacht was, ze hebben de factuur gestuurd naam de naam
Mercurius.
- Heeft mogen aannemen (het objectieve criterium): dit ziet op de vraag: heeft
Fantasia ook mogen aannemen dat er een toereikende volmacht was. Had Fantasia
hier een onderzoeksplicht? Goedhart handelde op officieel briefpapier van
Mercurius en deed zich voor als een formele vertegenwoordiger. Dit wekte
vertrouwen op bij Fantasia BV. Dit zijn geen reden voor Fantasia om te twijfelen aan
de volmacht en er is ook geen sprake van een grote onderzoeksplicht.
3. Het toedoen vereisten: het vertrouwen moet gebaseerd zijn op de bevoegdheid van de
tussenpersoon of die persoon heeft een bepaalde functie waarbij een bevoegdheid
hoort. Hier heeft Mercurius Goedhart niet aangesteld als volmacht, hij is ook niet de
voorzitter van de personeelsvereniging. Aan de kant van Mercurius is er geen sprake
van een toedoen.
- Maar in de rechtspraak willen ze van ‘toedoen’ naar ‘toerekening’. Dit is aanvaard
in de arresten: HR ING/Bera holding en HR Tamacht/Hodenius. Het toedoen
vereiste kan je minder streng benaderen op basis van het risico. Gebruik de
gezichtspunten om te bepalen aan welke risico is voldaan.
Ondanks dat er niet wordt voldaan aan het toedoen vereiste, kan Fanatasia worden beschermt
tegen Mercurius. Fantasia moet beschermd worden.