Inhoud
Rijtjes strafrecht III................................................................................................................................................ 2
Week I Hoorcollege.............................................................................................................................................. 6
Week I Hoorcollege.............................................................................................................................................. 8
Week I werkcollege............................................................................................................................................ 14
Theorie hoofdstuk 7........................................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 11 voorarrest.................................................................................................................................. 22
Week II Hoorcollege.......................................................................................................................................... 24
week II Werkgroep............................................................................................................................................. 27
Hoorcollege het slachtoffer.............................................................................................................................. 39
Week III hoorcollege dagvaarding en Tenlastelegging...............................................................................40
Week III werkcollege......................................................................................................................................... 43
Week IV het wettelijk bewijsstelsel................................................................................................................ 46
Samenvatting boek............................................................................................................................................. 53
Week IV werkgroep........................................................................................................................................... 57
Week IV hoorcollege......................................................................................................................................... 68
Week V hoorcollege bewijsuitsluiting............................................................................................................ 72
Werkgroep V Sanctionering onregelmatigheden in het strafproces.......................................................79
Week VI hoorcollege......................................................................................................................................... 88
Week VI werkgroep........................................................................................................................................... 92
Theorie hoofdstuk 16...................................................................................................................................... 100
Theorie hoofdstuk 11...................................................................................................................................... 101
Week VII oefententamen............................................................................................................................... 101
,RIJTJES STRAFRECHT III
Rechtmatige aanhouding
1. Was de aanhouding rechtmatig?
1. Redelijk vermoeden van schuld- artikel 27c Rv. Er moet sprake zijn van een
verdenking van een schuld aan een strafbaar feit. Daderschap: verdachte moet zelf de
delictsomschrijving hebben vervuld. Een vermoeden dat redelijk is: een louter subjectief
vermoeden is onvoldoende Het vermoeden moet voortvloeien uit feiten en
omstandigheden: de toetsing is op dat moment van aanhouden!! Als achteraf blijkt van
(on)schuld van verdachte doet dit niet af aan de (on)rechtmatigheid van de
aanhouding.
2. Voor een strafbaar feit
3. Feiten en omstandigheden: zie jurisprudentie
4. Door een opsporingsambtenaar – artikel Sv
5. Cautieplicht – artikel 29 Sv
Jurisprudentie:
Rennende reputatie - De enkele omstandigheid dat, nadat een bestuurder uit eigen
beweging zijn auto tot stilstand heeft gebracht, één van de vier inzittende personen
besloot om weg te rennen terwijl ze alle vier bekenden waren bij de politie inzake
overtredingen van de Opiumwet, kan dus voldoende zijn om te spreken van een
redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.
Hoge Raad caribian nights – de enkele omstandigheid dat iemand wegloopt vanuit een
cafe dat bekend staat om drugshandel is onvoldoende om te kunnen spreken van een
redelijk vermoeden van schuld.
Hoge Raad weigerachtige zwartrijder - Volgens de Hoge Raad was staandehouding niet
gestopt door het weigeren van het geven van de personalia. De agenten mogen
persisteren in het vragen naar de personalia en dit eindigt niet door weigering
daarvan. Het vastpakken was daarbij niet disproportioneel en rechtens.
,Fase Duur en door wie? Grond
(Voorarrest)
Ophouden voor Max. 9 uur feit VH of Belang van het onderzoek! Altijd onderzoeksmaatregelen
onderzoek 6 uur geen VH doen (bv. vingerafdrukken etc).
mogelijk.
(hulp) officier van
justitie
Inverzekeringstellin Max. 3 dagen Er sprake is van een misdrijf waarvoor voorlopige
g (verlenging +3 dagen hechtenis is toegestaan.
Het in belang van het onderzoek noodzakelijk is (art. 57
mogelijk) Sv).
Hoge Raad: belang van het onderzoek.
(hulp) officier van In deze fase is alléén verhoren nog voldoende grond.
justitie / verlenging rechtmatigheidstoets:
alleen officier van 1. Redelijke verdenking
2. Geval voorlopige hechtenis
justitie
3. Onderzoeksbelang
4. Vormvoorschriften
5. Schending ongeschreven beginselen?
Kan na de rechtmatigheidstoets vrijheid bevelen (einde
inverzekeringstelling) maar dan alsnog bewaring bevelen.
Bewaring Max. 14 dagen Als er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte en er
(Voorlopige vluchtgevaar, recidivegevaar of collusiegevaar is (art. 67a
Op vordering door de Sv).
hechtenis)
officier van justitie
door de RC
Gevangenhouding Max. 90 dagen Er moet ten minste samenhang bestaan met het feit dat
(Voorlopige eerder is tenlastegelegd.
Door de rechtbank op
hechtenis)
vordering van de
officier van justitie
Vier fasen van voorarrest
, Bewijsstelsel en bewijsmotivering
Controle:
1) Of de bewijsmiddelen wettig zijn
2) Bewijsmiddelen ter zitting geproduceerd?
3) Bewijsminimumregels in acht genomen?
4) Feiten en omstandigheden redengevend?
5) Vermelde bewijsmiddelen toereikend?
Stappenplan artikel 359a Sv
Stap 1: benoemen van de vijf eisen.
1) Er moet sprake zijn van een vormverzuim: bijvoorbeeld: onterecht binnengaan
van een woning. Niet goed opnemen van een getuigenverklaring in een proces-
verbaal. Etc..
2) Vormverzuim moet hebben plaatsgevonden in het vooronderzoek in het
tenlastegelegde feit*.
3) Onherstelbaar vormverzuim.
4) De rechtsgevolgen blijken niet uit de wet: als er al een bijzondere bepaling van
toepassing is gaat deze vóór. Dergelijke bepalingen zijn er weinig. Op tentamen is
uitganspunt dat het niet uit de wet blijkt, tenzij uitdrukkelijk aangegeven.
5) Schutznorm: relativiteitseis. De verdachte moet getroffen zijn in het belang die
de geschonden norm stelt. De verdachte moet wel slachtoffer zijn van de
geschonden norm.
Stap 2: aan de hand van factoren lid 2 gevolgen bepalen:
Van licht naar zwaar opties voor de rechter:
Subsidiariteit: waar mogelijk kiest de rechter voor de lichtste sanctie.
1) Enkel constateren
2) Strafvermindering: sterke associatie met privacygevoelige inbreuken: fouillering,
doorzoeking huis ..
a) daadwerkelijk nadeel
b) causaal verband
c) geschikt voor compensatie
d) gelet op het belang van het voorschrift en ernst van het verzuim
gerechtvaardigd zijn.
1) Bewijsuitsluiting