WEEK 1 – BEELDVORMING OVER DADERSCHAP ............................................................................. 2
LITERATUUR ......................................................................................................................................... 2
Beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving .................................................................... 2
Trial by media. Stereotypering van daders en slachtoffers ............................................................... 5
Mediaberichtgeving over witteboordencriminaliteit ........................................................................ 7
Mediaberichten, draming & hypes: over de relatie van media en criminaliteit en de analyse hiervan .. 9
HOORCOLLEGE................................................................................................................................... 11
WERKRGROEP .................................................................................................................................... 15
WEEK 2 – OMVANG & VERKLARINGEN VOOR DADERSCHAP .......................................................... 16
LITERATUUR ....................................................................................................................................... 16
Zelfcontrole – Gottfredson & Hirschi .............................................................................................16
Culturele criminologie – Katz 1988 ................................................................................................22
Levensloopcriminologie – Laup Sampson .....................................................................................23
HOORCOLLEGE................................................................................................................................... 26
WERKGROEP ...................................................................................................................................... 32
WEEK 3 - DADERTYPEN ................................................................................................................ 34
LITERATUUR ....................................................................................................................................... 34
Adolescence-Limited & Life-Course-Persistent Antisocial Behavior: A Development Taxonomy –
Moffitt .........................................................................................................................................34
Organisatiecriminaliteit – Huisman ...............................................................................................41
Jonge veelplegers groeien eruit, tenzij ze slagen – Weijers ..............................................................46
Levensloopcriminologie, criminele carrière en bijzondere dadergroepen – Huisman .......................50
HOORCOLLEGE................................................................................................................................... 53
WERKGROEP ...................................................................................................................................... 58
WEEK 4 – REACTIE OP DADERSCHAP: DETENTIE ........................................................................... 60
LITERATUUR ....................................................................................................................................... 60
The Pains of Imprisonment ...........................................................................................................60
De subjectieve zwaarte van detentie – Raaijmakers et al. ...............................................................62
De tbs-maatregel: kosten en baten in perspectief – Nagtegaal et al. ...............................................65
Strafrecht door de ogen van een witteboordencrimineel – Huisman & Lesmeister ...........................68
HOORCOLLEGE................................................................................................................................... 72
WERKGROEP ...................................................................................................................................... 77
WEEK 5 – GEVOLGEN EN PREVENTIE VAN (HERHAALD) DADERSCHAP ........................................... 78
LITERATUUR ....................................................................................................................................... 78
Visie op resocialisatie ..................................................................................................................78
Labeling theorie – Bernburg ..........................................................................................................81
HOORCOLLEGE................................................................................................................................... 87
WERKGROEP ...................................................................................................................................... 90
1
,WEEK 1 – BEELDVORMING OVER DADERSCHAP
LITERATUUR
BEELDEN OVER CRIMINALITEIT IN OPSPORINGSBERICHTGEVING
Opsporingsberichtgeving: het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere
informatie over delicten met als primair doel hulp te vragen aan het publiek bij het oplossen van deze
zaken.
1) Modellen over de relatie tussen media en criminaliteit
• Mass manipulation model
o Media is de machtige manipulator van het passieve publiek.
o Berichtgeving over criminaliteit kan angst oproepen, of juist geweld verheerlijken en
daarmee kopieergedrag en nieuwe criminaliteit uitlokken.
o Rol van media voornamelijk schadelijk.
o Van toepassing op opsporingsberichtgeving: opsporingsberichtgeving benadert het
publiek niet als passieve ontvanger van berichten, maar beoogt het te activeren om tips
te melden.
• Commercial laissez faire model
o Publiek wordt niet direct gemanipuleerd, maar mediaberichtgeving wordt
geïnterpreteerd binnen bestaande percepties en attitudes.
Media kunnen dus hooguit bestaande percepties en attitudes versterken.
o Meer ruimte voor eigen interpretatie van het publiek.
o Welk verhaal vertelt opsporingsberichtgeving over criminaliteit en welk frame wordt
hierbij gehanteerd?
2) Selectie: Verschillen tussen landelijke en regionale opsporingsberichtgeving
• Landelijk: zware misdrijven, hogere productie-standaard, strikte selectie en zorgvuldig afwegen
tussen privacy van de verdachten en de veiligheid van de samenleving als geheel.
• Regionaal: kleinschalige misdrijven, afhankelijk van bewakingsbeelden, flexibelere
selectiecriteria en lokaal gericht.
3) Gevolgen voor beeldvorming door selectie
• Criminaliteit gepresenteerd als een beperkt scala aan activiteiten die voornamelijk schadelijk
zijn voor ondernemingen (overvallen, diefstal), terwijl andere vormen van criminaliteit (fraude,
witteboordencriminaliteit of oplichting door bedrijven) die juist door ondernemingen worden
gepleegd, minder aandacht krijgen.
• Doordat de programma’s als spreekbuis van de politieoptreden, tonen de programma’s een
gezagsframe: de autoriteit van de politie wordt bevestigd en de prioriteiten of werkwijze van de
politie wordt niet ter discussie gesteld.
• Ontstaan van beeld dat criminaliteit voortdurend, overal, en door iedereen wordt gepleegd.
• Contextloze presentatie wekt de indruk dat het aanhouden van de daders de enige oplossing is
voor criminaliteit.
Opsporingsberichtgeving (zoals in Opsporing Verzocht) kan worden beschouwd als vorm van
responsabilisering: bij criminaliteitsbestrijding werken anderen mee, maar ze moeten wel de regels en
manier van denken van de overheid volgen.
4) Selectie van zaken door private websites
De nieuwe media versterken soms de beeldvorming van criminaliteit, maar bieden ook ruimte voor
alternatieve interpretaties, kritiek op de politiek, en eigen voorkeuren van kijkers, waardoor het
oorspronkelijke bericht soms een tegengestelde wending krijgt.
Criminaliteit dringt voortdurend onze belevingswereld binnen.
2
,Dit versterkt de indruk die al door regionale politiewebsites wordt gewekt, namelijk dat burgers op elk
moment en overal kunnen worden overvallen door criminaliteit.
Onduidelijk of het veelvuldig aanbieden van opsporingsberichten de gebruiker ertoe aanzet om actief mee
te werken aan de opsporing. Een van de effecten van veelvuldige mediaberichtgeving over criminaliteit is
dat deze criminaliteit juist kan ontdoen van morele lading, en het publiek ongevoelig kan maken.
De selectie van berichten op particulieren sites doorbreekt het gezagsframe waarin de politie deze
berichten presenteert.
• Internet biedt de gebruikers de mogelijkheid zelf een selectie maken van berichten. Gebruikers
selecteren vaak sensationele berichten, waardoor berichten gepresenteerd worden op een
manier die het gezagsframe van de politie ondermijnt.
o Andere media selecteren zelf berichten waarbij het gezagsframe waarin de berichten
oorspronkelijk zijn gepresenteerd, onderuit wordt gehaald.
Bijv. GeenStijl selecteert juist berichten die de onkunde van de politie tonen.
• YouTube en GeenStijl bieden de gebruiker de mogelijkheid te reageren op de berichten, waardoor
het mogelijk wordt kritiek op de politie te uiten. Door deze mogelijkheid wordt het gezagsframe
ondermijnd, omdat de indruk kan worden gewekt dat de politie niet altijd gelijk heeft of dat hun
autoriteit niet onbetwist is.
5) Het slachtofferframe in Opsporing Verzocht
Slachtofferframe: iemand zet zichzelf of anderen neer als slachtoffer van een onterecht aangedaan
onrecht, waardoor het publiek of de autoriteiten sympathie krijgen en de dader als de boosdoener wordt
gezien.
In Opsporing Verzocht komt dit vaak naar voren wanneer verdachten in uitzendingen worden
geportretteerd als slachtoffers van misdrijven of situaties, wat kan leiden tot sympathie voor hen in plaats
van voor de dader.
Functies van reconstructies in opsporingsberichtgeving:
• Terughalen van de situatie.
• Opwekken van sympathie voor het slachtoffer en verontwaardiging over het gepleegde delict.
Vroeger: Media als angstaanjager voor criminaliteit (agents of moral indignation).
Tegenwoordig: Media kan angst vergroten, maar is niet de enige oorzaak. Het publiek gaat niet vanzelf
mee in het verhaal dat hun wordt gepresenteerd, maar verleent zijn eigen interpretatie aan de
berichtgeving.
Manieren om de kijker erbij te betrekken:
• Klassieke dramatische verhaalstructuur gebruikt waarin identificatie met het slachtoffer wordt
bevorderd door een zo groot mogelijk contrast met de dader.
• Informatie geven over de wijze waarop het slachtoffer het delict of de nasleep ervan heeft
ervaren.
• Afkeurende of neerbuigende uitlatingen over de plegers van criminaliteit.
Door vanuit het perspectief van het slachtoffer te berichten dragen de media bij aan een permanente
boodschap van ‘gevaar’ in de media.
6) Het handhavingsframe van GeenStijl
Handhavingsframe: nadruk ligt op het bestraffen van de dader en het activeren van de gemeenschap om
zelf de verantwoordelijk voor sociale controle en opsporing op zich te nemen, vaak dmv publieke
afkeuring.
Het handhavingsframe dat GeenStijl gebruikt, richt zich niet op het slachtoffer, maar op de dader, waarbij
deze vaak wordt belachelijk gemaakt en negatief geportretteerd. Dit frame verschilt van het
slachtoffergerichte Opsporing Verzocht, omdat GeenStijl de nadruk legt op het 'jagen' op de dader en het
overnemen van de opsporingstaak van de politie door de burgers.
3
, In plaats van de politie als gezag te presenteren, wordt de verantwoordelijkheid voor handhaving
neergelegd bij de internetgemeenschap, die via shaming en collectieve afkeuring een rol speelt in het
bestraffen van sociale overtredingen.
7) Conclusie
Opsporingsberichtgeving van de politie vertoont kenmerken van het mass manipuationmodel: media
bepaalt wat wordt verteld, en je mag helpen, maar het moet wel op een bepaalde manier die ook door hen
wordt bepaald (responsabilisering).
Doordat de politie zich bedient van nieuwe media kunnen politieberichten gemakkelijk worden
overgenomen door private websites.
Private websites (bijv. GeenStijl) vertonen kenmerken van het commercial laissez-faire model: ze
bieden ruimte voor eigen interpretatie van het publiek, maar sturen vaak de discussie door het frame van
hun berichtgeving.
Lokale politiekorpsen maken hun eigen afweging mbt de getoonde delicten. Daardoor ontstaan
tegenstrijdige frames: waar landelijke opsporingstelevisie criminaliteit presenteren als schokkend geweld
dat onverwacht in onschuldige levens kan toeslaan, waarbij iedereen een potentieel slachtoffer is, tonen
regionale programma’s en websites juist kleinschaligere criminaliteit.
Het manipulatiemodel is in de hedendaagse praktijk dus niet volledig van toepassing, aangezien de
reacties van het publiek variëren, zoals het aanjagen van angst of het afstompen van emoties.
Opsporing via internet leidt tot een gelijkwaardiger relatie tussen politie en burger, maar die
gelijkwaardigheid leidt er ook toe dat burgers hun eigen invulling geven aan de opsporing.
4