Hoorcollege Internationaal en Europees
recht
HC week 1- Aard van IPUR en rechtsbronnen
Leerdoelen:
U kunt uitleggen hoe de internationale rechtsorde zich in de loop van
de geschiedenis heeft ontwikkeld en in hoeverre deze rechtsorde
verschilt van een nationale rechtsorde.
U kunt de bronnen van het internationaal publiekrecht identificeren
en uitleggen in hoeverre deze bronnen van elkaar verschillen.
U kunt uitleggen hoe deze bronnen zich tot elkaar verhouden.
Aard en de rol van het internationaal recht
Internationaal recht – het recht wat door meer dan 1 nationale jurisdictie
gemaakt wordt
Aard van het moderne internationaal recht = 1648 Vrede van Westfalen ->
gedecentraliseerd systeem
Geschiedenis en ontwikkeling internationaal recht:
IPUR komt voort uit de noodzaak van staten om naast elkaar te bestaan
Opkomst van soevereine staten
Regels over oorlog
Regels over diplomatieke onschendbaarheid
Ontdekking en kolonisatie
Regels voor verwerving van grondgebied
Beginsel van vrijheid van de zee
Tweede helft van de 20e eeuw: van 50 naar 195 staten (alle VN lidstaten +
Noord Korea)
(3 elementen van internationaal recht, chronologisch )
Co-existentie = territoir, staatsvorming, erkenning, immuniteit, nadruk
op soevereiniteit
,Co-operatie = mensenrechten, milieu, economie, delegeren soevereine
bevoegdheden
Integratie = bijv. Europese Unie
Instemming van staten (tegenwoordig ook andere rechtssubjecten) als
grondslag van het internationaal recht (voluntarisme)
Bij elke schending weer zoeken naar de instelling van alle subjecten,
want er is geen centraal orgaan dat alles onder controle houdt
Jurisdictie is niet volledig omvattend in het Int. recht, daarom moet
je elke keer kijken of er een instelling/binding/verplichting is
gecreëerd namens ons land
Is er rechtsmacht? Is er instemming gegeven?
Er is niet een centrale grondwettelijke instantie (fragmentatie)
Handhaving van het systeem kan lastig zijn, want het territoir van
alle centrale staten mogen niet in elkaars interne aangelegenheden
binnetreden - Het lotusbeginsel
De vorm van internationaal recht is neutraal en waardevrij, er zijn slechts
incidentiele begrenzingen. De inhoud in dat absoluut niet
Recht is een middel voor onderdrukking en emancipatie
De rol van int recht in NL:
Op veel terreinen is internationale samenwerking gevraagd; er wordt
steeds meer int recht gecreëerd
Nl is stevig ingebed in de int rechtsorde, het is lid van vele
internationale organisaties en partij bij talloze verdragen
De rechten en plichten die hieruit voortvloeien, werken dóór in de
Nederlandse rechtsorde; des te meer door het open monistische
grondwettelijke systeem
Bronnen van het internationaal recht
Artikel 38 (1) Statuut Internationaal Gerechtshof
Verdragen
Gewoonterecht
Algemene Beginselen (incl. billijkheid)
Subsidiair: gerechtelijke beslissingen (en juridische geschriften)
Niet in het Statuut genoemd:
Besluiten internationale organisaties
, Eenzijdige handelingen
(gewoonte)recht met de status van jus cogens
In het Statuut maar buiten het recht – artikel 38 (2) Statuut Internationaal
Gerechtshof
“redelijkheid en billijkheid” (ex aequo et bono)
1. Statuut uit 1919 dus bijv. bindende besluiten van internationaal
organisaties komen niet voor, want dat was er toen nog niet
2. Heel snel moest het Handvest van de VN op worden gesteld, dus het
Statuut van internationale Hof van Justitie. Ze zijn aan elkaar
gebonden in plaats van een nieuwe opgesteld, dit kwam door een
gebrek aan tijd voor het opstellen.
Verdragen
Het verdrag als bron van internationaal recht
Kenmerken van het verdrag als bron
Het is geschreven
o Registratie en publicatie
o Belang hiervan is kenbaarheid
Volkomen agnostisch, niet beperkt tot bepaalde onderwerpen
Codificatie van recht:
VN SG is depositaris van meer dan 600 verdragen (treaties.un.org)
Belangrijke momenten van codificatie IPuR
o Rond 1920: Harvard Drafts en Volkenbond
o 1945-1970: International Law Commission en de Verenigde
Naties
Bv. Weens verdrag inzake diplomatieke betrekkingen
(1961)
Bv. Weens verdragenverdrag (1969)
o Laatste decennia bv. VN Zeeverdrag (1982), Statuut van Rome
(ISH) (1988)
Gewoonterecht
Objectief: praktijk
Subjectief: rechtsovertuiging (opinio juris)
o Is te vinden in het stemgedrag van staten
recht
HC week 1- Aard van IPUR en rechtsbronnen
Leerdoelen:
U kunt uitleggen hoe de internationale rechtsorde zich in de loop van
de geschiedenis heeft ontwikkeld en in hoeverre deze rechtsorde
verschilt van een nationale rechtsorde.
U kunt de bronnen van het internationaal publiekrecht identificeren
en uitleggen in hoeverre deze bronnen van elkaar verschillen.
U kunt uitleggen hoe deze bronnen zich tot elkaar verhouden.
Aard en de rol van het internationaal recht
Internationaal recht – het recht wat door meer dan 1 nationale jurisdictie
gemaakt wordt
Aard van het moderne internationaal recht = 1648 Vrede van Westfalen ->
gedecentraliseerd systeem
Geschiedenis en ontwikkeling internationaal recht:
IPUR komt voort uit de noodzaak van staten om naast elkaar te bestaan
Opkomst van soevereine staten
Regels over oorlog
Regels over diplomatieke onschendbaarheid
Ontdekking en kolonisatie
Regels voor verwerving van grondgebied
Beginsel van vrijheid van de zee
Tweede helft van de 20e eeuw: van 50 naar 195 staten (alle VN lidstaten +
Noord Korea)
(3 elementen van internationaal recht, chronologisch )
Co-existentie = territoir, staatsvorming, erkenning, immuniteit, nadruk
op soevereiniteit
,Co-operatie = mensenrechten, milieu, economie, delegeren soevereine
bevoegdheden
Integratie = bijv. Europese Unie
Instemming van staten (tegenwoordig ook andere rechtssubjecten) als
grondslag van het internationaal recht (voluntarisme)
Bij elke schending weer zoeken naar de instelling van alle subjecten,
want er is geen centraal orgaan dat alles onder controle houdt
Jurisdictie is niet volledig omvattend in het Int. recht, daarom moet
je elke keer kijken of er een instelling/binding/verplichting is
gecreëerd namens ons land
Is er rechtsmacht? Is er instemming gegeven?
Er is niet een centrale grondwettelijke instantie (fragmentatie)
Handhaving van het systeem kan lastig zijn, want het territoir van
alle centrale staten mogen niet in elkaars interne aangelegenheden
binnetreden - Het lotusbeginsel
De vorm van internationaal recht is neutraal en waardevrij, er zijn slechts
incidentiele begrenzingen. De inhoud in dat absoluut niet
Recht is een middel voor onderdrukking en emancipatie
De rol van int recht in NL:
Op veel terreinen is internationale samenwerking gevraagd; er wordt
steeds meer int recht gecreëerd
Nl is stevig ingebed in de int rechtsorde, het is lid van vele
internationale organisaties en partij bij talloze verdragen
De rechten en plichten die hieruit voortvloeien, werken dóór in de
Nederlandse rechtsorde; des te meer door het open monistische
grondwettelijke systeem
Bronnen van het internationaal recht
Artikel 38 (1) Statuut Internationaal Gerechtshof
Verdragen
Gewoonterecht
Algemene Beginselen (incl. billijkheid)
Subsidiair: gerechtelijke beslissingen (en juridische geschriften)
Niet in het Statuut genoemd:
Besluiten internationale organisaties
, Eenzijdige handelingen
(gewoonte)recht met de status van jus cogens
In het Statuut maar buiten het recht – artikel 38 (2) Statuut Internationaal
Gerechtshof
“redelijkheid en billijkheid” (ex aequo et bono)
1. Statuut uit 1919 dus bijv. bindende besluiten van internationaal
organisaties komen niet voor, want dat was er toen nog niet
2. Heel snel moest het Handvest van de VN op worden gesteld, dus het
Statuut van internationale Hof van Justitie. Ze zijn aan elkaar
gebonden in plaats van een nieuwe opgesteld, dit kwam door een
gebrek aan tijd voor het opstellen.
Verdragen
Het verdrag als bron van internationaal recht
Kenmerken van het verdrag als bron
Het is geschreven
o Registratie en publicatie
o Belang hiervan is kenbaarheid
Volkomen agnostisch, niet beperkt tot bepaalde onderwerpen
Codificatie van recht:
VN SG is depositaris van meer dan 600 verdragen (treaties.un.org)
Belangrijke momenten van codificatie IPuR
o Rond 1920: Harvard Drafts en Volkenbond
o 1945-1970: International Law Commission en de Verenigde
Naties
Bv. Weens verdrag inzake diplomatieke betrekkingen
(1961)
Bv. Weens verdragenverdrag (1969)
o Laatste decennia bv. VN Zeeverdrag (1982), Statuut van Rome
(ISH) (1988)
Gewoonterecht
Objectief: praktijk
Subjectief: rechtsovertuiging (opinio juris)
o Is te vinden in het stemgedrag van staten