Hoorcolleges Inleiding Strafrecht
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 1
Week 2.......................................................................................................................................................... 4
Week 3.......................................................................................................................................................... 8
Week 5........................................................................................................................................................ 17
Week 6: Het beslissingsmodel 348/ 350 Sv................................................................................................... 21
Week 7........................................................................................................................................................ 28
Week 1
Wat is strafrecht?
- Strafrecht ‘houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben
begaan’ (naar: Kronenberg en De Wilde)
Bestraffen: welke sancties kent het strafrecht en wanneer en waarom mag worden
gestraft?
o Hoe kan het tot bestraffing komen en hoe vindt bestraffing plaats?
o Wie zijn betrokken bij het bestraffen van personen?
Personen: wie kunnen worden bestraft?
Strafbaar feit: wanneer is daar sprake van?
Waarom strafrecht?
- Vergelding doel: bevestigen van het ‘normale’
- Voorkomen dat het opnieuw fout gaat: vorm van preventie
- Eigenrichting voorkomen, reactie als iemand iets verkeerd doet en voorkomen dat dit
opnieuw gebeurt en een signaal naar de samenleving
Het strafrecht normeert: door feiten strafbaar te stellen
Strafrecht wordt genormeerd
Deelgebieden strafrecht
- Materiaal strafrecht
- Strafprocesrecht (formeel strafrecht)
- Strafrechtelijk sanctierecht
Bronnen van strafrecht
- Verdragen: VN, Raad van Europa etc.
- EU – recht: richtlijnen
- Wetgeving: nationaal en lokaal
- Rechtspraak: nationaal en internationaal
Commuun en bijzonder strafrecht
- Commuun strafrecht
Wetboek van strafrecht
Wetboek van strafvordering
- Bijzonder strafrecht: strafrecht buiten het wetboek
, Bijv. Wegenverkeerswet, Opiumwet
Algemeen plaatselijke verordeningen (APV)
Materieel strafrecht
- In een democratische rechtsstaat kan van het zomaar inzetten van het strafrecht geen sprake
zijn:
Alleen inzet van het strafrecht tegen feiten die door de democratisch gekozen
wetgever strafbaar zijn gesteld
Alleen inzet van het strafrecht die voldoet aan de eisen van de rechtsstaat
- Strafrechtelijke aansprakelijkheid gaat ook uit van een bepaald mensbeeld: het vrije individu
dat keuzes kan maken en kan vertellen/ uitleggen waarom hij die keuzes heeft gemaakt
Bronnen van materieel strafrecht:
- Verdragen: bijv. over corruptie, seksuele misdrijven, cybercrime
- EU – richtlijnen: bijv. over mensenhandel, terrorisme, cybercrime
- Nationale wetgeving
Nationaal: wetboek van Strafrecht, Wegenverkeerswet, Wet wapens en munitie, etc.
Lokaal: bijv. Algemeen plaatselijke verordeningen (APV)
- Rechtspraak: past materiaal strafrecht toe en interpreteert regels van materieel strafrecht
Wetboek van Strafrecht
Eerste Boek: Algemene bepalingen
- Algemene regels over strafbaarheid (poging, strafuitsluiting, etc.)
- Algemene regels over het sanctierecht, incl. Jeugdsanctierecht
Tweede Boek: Misdrijven
- Ernstige strafbare feiten (bijv. moord, doodslag, terrorisme, diefstal, oplichting)
Derde boek: Overtredingen
- Lichte strafbare feiten (bijv. ongeldig dragen universitaire titel, verboden toegang, heimelijk
filmen in restaurants, station, universiteit, etc.)
4 voorwaarden voor strafbaarheid: (Cumulatieve voorwaarden)
a) Menselijke gedraging
b) Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
c) Wederrechtelijk is, en (gedraging moet ook niet te rechtvaardigen zijn: HR Veearts)
d) Aan de schuld van de dader te wijten is (persoon die het feit begaat moet schuld hebben aan
het feit dat in een delictsomschrijving valt en wederrechtelijk is (HR Melk en water)
Ad 1) Menselijke gedraging
- Gedraging is veelal iets doen: wegnemen, dwingen, pijn doen, geld geven, etc.
- Gedraging kan ook een nalaten zijn: iets niet doen terwijl je wel had moeten doen
- Gedraging kan gevolg teweegbrengen (dood, zwaar lichamelijk letsel, ernstige schade)
- Gedraging kan ook een toestand betreffen: in bezit hebben, aanwezig hebben
- Gedraging is niet: het enkele denken
Ad 2) Wettelijke delictsomschrijving
Voor het kunnen opleggen van straf moet een menselijke gedraging vallen binnen de grenzen
van een wettelijke delictsomschrijving
2 vragen:
I) Waarom geldt deze regel?
, o Art. 1 lid 1 Sr: ‘Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane
wettelijke strafbepaling’
o ‘geen feit’: strafbaar zijn alleen feiten of gedragingen
o ‘wettelijke strafbepaling’
Eis van geschreven recht (lex scripta)
Eis van toegankelijke en voorzienbare wetten (lex certa)
o ‘daaraan voorgegane’: verbod van terugwerkende kracht
II) Wat is een wettelijke delictsomschrijving
o Wettelijke strafbepaling (art. 1 lid 1 Sr)
o ‘wettelijke’: wet in formele zin en in niet-formele zin
o ‘strafbepaling’:
1. Delictsomschrijving: omschrijving van wet bij verboden feit (gedraging)
2. Sanctienorm: omschrijving van de straffen die maximaal voor het vervullen van
de delictsomschrijving kunnen worden opgelegd
3. Soms kwalificatie: naam van het feit
In het wetboek van strafrecht staan delictsomschrijving en sanctienorm bij
elkaar in één wettelijke strafbepaling
In het bijzonder strafrecht staan delictsomschrijving en sanctienorm veelal
niet in hetzelfde artikel, maar op verschillende plaatsen in de wet
Delictsomschrijving
- De omschrijving van de wet bij verboden gedraging is vrij nauwkeurig
- Legaliteitsbeginsel: eis van toegankelijke en voorzienbare wetgeving (les certa)
- De woorden die deel uitmaken van een delictsomschrijving noemen we bestanddelen
- Voor strafbaarheid is vervulling van alle bestanddelen vereist!
Samenvattend
Voor het kunnen opleggen van een strafrechtelijke straf (strafrechtelijke aansprakelijkheid of
strafbaarheid) zijn in ieder geval nodig:
- Een menselijke gedraging
- Vallend binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
Elementen
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn voorwaarden voor strafbaarheid. Ze worden ook
wel de elementen genoemd
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn aannemelijk geworden wanneer een menselijke
gedraging valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
- Slechts bij uitzondering zijn wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid niet aannemelijk
geworden
Bestanddelen – elementen
- Delictsomschrijving bestaat uit bestanddelen
voor strafbaarheid moet de menselijke gedraging de bestanddelen hebben vervuld
- Valt de menselijke gedraging niet of niet helemaal onder een wettelijke delictsomschrijving
geen straf
- Valt de menselijke gedraging wel onder een wettelijke delictsomschrijving straf, onder
voorwaarde dat er ook sprake is van wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid
, Week 2
Schuldstrafrecht
- Eerste voorwaarde voor strafbaarheid
- Eis van een menselijke gedraging
- Strafrecht is daadstrafrecht
Geen straf zonder schuld
- Strafrecht is ook schuldstrafrecht
- Immers, HR Melk en Water
melk was aangelengd met water, terwijl de verkoper het had aangeboden als volle melk
was in die tijd verboden om melk aan te lengen (1915) strafbaar om melk niet als volle
melk aan te bieden verkoper wist alleen niet dat de melkveehouder (zijn baas) de melk
had aangelengd de melkveehouder wordt dus strafbaar gesteld
Uitgangspunt: geen straf zonder schuld, want Jan Doorn (verkoper) had geen schuld ondanks
dat hij het aangelengd ging verkopen
- Geen straf zonder schuld in de zin van verwijtbaarheid
Schuld is om het tegendeel te discussiëren en hangt samen met het idee van je vrije wil
Je bent dus verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt omdat je vrije wil hebt
De vele verschijningsvormen van schuld:
- Schuld als element: verwijtbaarheid
- Schuld als bestanddeel in een delictsomschrijving: culpa
- Schuld in de term schuldvormen: opzet en culpa
Opzet is ook een bestanddeel in een delictsomschrijving
Opzet en verwijtbaarheid zijn andere dingen
- Schuld in art. 27 lid 1 Sv: het gedaan hebben
Schuldvormen
- In wettelijke delictsomschrijvingen kunnen schuldvormen als bestanddeel zijn
opgenomen subjectieve bestanddelen
- 2 schuldvormen: opzet (willens en wetens) en culpa (door onachtzaamheid)
- De schuldvormen drukken een bepaalde mentale gesteldheid uit waarin een feit
wordt begaan of een gevolg wordt teweeggebracht
Schuldvormen in het strafrecht
- Misdrijven kennen altijd een schuldvorm als bestanddeel van wettelijke
delictsomschrijving
- Bij overtredingen ontbreekt schuldvorm in de wettelijke delictsomschrijving meestal
- Van de schuldvormen is opzet de dominante: culpa is de uitzondering
Opzet
a) Wat is opzet?
b) Hoe vinden we opzet in de wet?
c) Welke gradaties van opzet worden onderscheiden?
Ad a) wat is opzet?
- Opzet is willens en wetens handelen:
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 1
Week 2.......................................................................................................................................................... 4
Week 3.......................................................................................................................................................... 8
Week 5........................................................................................................................................................ 17
Week 6: Het beslissingsmodel 348/ 350 Sv................................................................................................... 21
Week 7........................................................................................................................................................ 28
Week 1
Wat is strafrecht?
- Strafrecht ‘houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben
begaan’ (naar: Kronenberg en De Wilde)
Bestraffen: welke sancties kent het strafrecht en wanneer en waarom mag worden
gestraft?
o Hoe kan het tot bestraffing komen en hoe vindt bestraffing plaats?
o Wie zijn betrokken bij het bestraffen van personen?
Personen: wie kunnen worden bestraft?
Strafbaar feit: wanneer is daar sprake van?
Waarom strafrecht?
- Vergelding doel: bevestigen van het ‘normale’
- Voorkomen dat het opnieuw fout gaat: vorm van preventie
- Eigenrichting voorkomen, reactie als iemand iets verkeerd doet en voorkomen dat dit
opnieuw gebeurt en een signaal naar de samenleving
Het strafrecht normeert: door feiten strafbaar te stellen
Strafrecht wordt genormeerd
Deelgebieden strafrecht
- Materiaal strafrecht
- Strafprocesrecht (formeel strafrecht)
- Strafrechtelijk sanctierecht
Bronnen van strafrecht
- Verdragen: VN, Raad van Europa etc.
- EU – recht: richtlijnen
- Wetgeving: nationaal en lokaal
- Rechtspraak: nationaal en internationaal
Commuun en bijzonder strafrecht
- Commuun strafrecht
Wetboek van strafrecht
Wetboek van strafvordering
- Bijzonder strafrecht: strafrecht buiten het wetboek
, Bijv. Wegenverkeerswet, Opiumwet
Algemeen plaatselijke verordeningen (APV)
Materieel strafrecht
- In een democratische rechtsstaat kan van het zomaar inzetten van het strafrecht geen sprake
zijn:
Alleen inzet van het strafrecht tegen feiten die door de democratisch gekozen
wetgever strafbaar zijn gesteld
Alleen inzet van het strafrecht die voldoet aan de eisen van de rechtsstaat
- Strafrechtelijke aansprakelijkheid gaat ook uit van een bepaald mensbeeld: het vrije individu
dat keuzes kan maken en kan vertellen/ uitleggen waarom hij die keuzes heeft gemaakt
Bronnen van materieel strafrecht:
- Verdragen: bijv. over corruptie, seksuele misdrijven, cybercrime
- EU – richtlijnen: bijv. over mensenhandel, terrorisme, cybercrime
- Nationale wetgeving
Nationaal: wetboek van Strafrecht, Wegenverkeerswet, Wet wapens en munitie, etc.
Lokaal: bijv. Algemeen plaatselijke verordeningen (APV)
- Rechtspraak: past materiaal strafrecht toe en interpreteert regels van materieel strafrecht
Wetboek van Strafrecht
Eerste Boek: Algemene bepalingen
- Algemene regels over strafbaarheid (poging, strafuitsluiting, etc.)
- Algemene regels over het sanctierecht, incl. Jeugdsanctierecht
Tweede Boek: Misdrijven
- Ernstige strafbare feiten (bijv. moord, doodslag, terrorisme, diefstal, oplichting)
Derde boek: Overtredingen
- Lichte strafbare feiten (bijv. ongeldig dragen universitaire titel, verboden toegang, heimelijk
filmen in restaurants, station, universiteit, etc.)
4 voorwaarden voor strafbaarheid: (Cumulatieve voorwaarden)
a) Menselijke gedraging
b) Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
c) Wederrechtelijk is, en (gedraging moet ook niet te rechtvaardigen zijn: HR Veearts)
d) Aan de schuld van de dader te wijten is (persoon die het feit begaat moet schuld hebben aan
het feit dat in een delictsomschrijving valt en wederrechtelijk is (HR Melk en water)
Ad 1) Menselijke gedraging
- Gedraging is veelal iets doen: wegnemen, dwingen, pijn doen, geld geven, etc.
- Gedraging kan ook een nalaten zijn: iets niet doen terwijl je wel had moeten doen
- Gedraging kan gevolg teweegbrengen (dood, zwaar lichamelijk letsel, ernstige schade)
- Gedraging kan ook een toestand betreffen: in bezit hebben, aanwezig hebben
- Gedraging is niet: het enkele denken
Ad 2) Wettelijke delictsomschrijving
Voor het kunnen opleggen van straf moet een menselijke gedraging vallen binnen de grenzen
van een wettelijke delictsomschrijving
2 vragen:
I) Waarom geldt deze regel?
, o Art. 1 lid 1 Sr: ‘Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane
wettelijke strafbepaling’
o ‘geen feit’: strafbaar zijn alleen feiten of gedragingen
o ‘wettelijke strafbepaling’
Eis van geschreven recht (lex scripta)
Eis van toegankelijke en voorzienbare wetten (lex certa)
o ‘daaraan voorgegane’: verbod van terugwerkende kracht
II) Wat is een wettelijke delictsomschrijving
o Wettelijke strafbepaling (art. 1 lid 1 Sr)
o ‘wettelijke’: wet in formele zin en in niet-formele zin
o ‘strafbepaling’:
1. Delictsomschrijving: omschrijving van wet bij verboden feit (gedraging)
2. Sanctienorm: omschrijving van de straffen die maximaal voor het vervullen van
de delictsomschrijving kunnen worden opgelegd
3. Soms kwalificatie: naam van het feit
In het wetboek van strafrecht staan delictsomschrijving en sanctienorm bij
elkaar in één wettelijke strafbepaling
In het bijzonder strafrecht staan delictsomschrijving en sanctienorm veelal
niet in hetzelfde artikel, maar op verschillende plaatsen in de wet
Delictsomschrijving
- De omschrijving van de wet bij verboden gedraging is vrij nauwkeurig
- Legaliteitsbeginsel: eis van toegankelijke en voorzienbare wetgeving (les certa)
- De woorden die deel uitmaken van een delictsomschrijving noemen we bestanddelen
- Voor strafbaarheid is vervulling van alle bestanddelen vereist!
Samenvattend
Voor het kunnen opleggen van een strafrechtelijke straf (strafrechtelijke aansprakelijkheid of
strafbaarheid) zijn in ieder geval nodig:
- Een menselijke gedraging
- Vallend binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
Elementen
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn voorwaarden voor strafbaarheid. Ze worden ook
wel de elementen genoemd
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn aannemelijk geworden wanneer een menselijke
gedraging valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
- Slechts bij uitzondering zijn wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid niet aannemelijk
geworden
Bestanddelen – elementen
- Delictsomschrijving bestaat uit bestanddelen
voor strafbaarheid moet de menselijke gedraging de bestanddelen hebben vervuld
- Valt de menselijke gedraging niet of niet helemaal onder een wettelijke delictsomschrijving
geen straf
- Valt de menselijke gedraging wel onder een wettelijke delictsomschrijving straf, onder
voorwaarde dat er ook sprake is van wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid
, Week 2
Schuldstrafrecht
- Eerste voorwaarde voor strafbaarheid
- Eis van een menselijke gedraging
- Strafrecht is daadstrafrecht
Geen straf zonder schuld
- Strafrecht is ook schuldstrafrecht
- Immers, HR Melk en Water
melk was aangelengd met water, terwijl de verkoper het had aangeboden als volle melk
was in die tijd verboden om melk aan te lengen (1915) strafbaar om melk niet als volle
melk aan te bieden verkoper wist alleen niet dat de melkveehouder (zijn baas) de melk
had aangelengd de melkveehouder wordt dus strafbaar gesteld
Uitgangspunt: geen straf zonder schuld, want Jan Doorn (verkoper) had geen schuld ondanks
dat hij het aangelengd ging verkopen
- Geen straf zonder schuld in de zin van verwijtbaarheid
Schuld is om het tegendeel te discussiëren en hangt samen met het idee van je vrije wil
Je bent dus verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt omdat je vrije wil hebt
De vele verschijningsvormen van schuld:
- Schuld als element: verwijtbaarheid
- Schuld als bestanddeel in een delictsomschrijving: culpa
- Schuld in de term schuldvormen: opzet en culpa
Opzet is ook een bestanddeel in een delictsomschrijving
Opzet en verwijtbaarheid zijn andere dingen
- Schuld in art. 27 lid 1 Sv: het gedaan hebben
Schuldvormen
- In wettelijke delictsomschrijvingen kunnen schuldvormen als bestanddeel zijn
opgenomen subjectieve bestanddelen
- 2 schuldvormen: opzet (willens en wetens) en culpa (door onachtzaamheid)
- De schuldvormen drukken een bepaalde mentale gesteldheid uit waarin een feit
wordt begaan of een gevolg wordt teweeggebracht
Schuldvormen in het strafrecht
- Misdrijven kennen altijd een schuldvorm als bestanddeel van wettelijke
delictsomschrijving
- Bij overtredingen ontbreekt schuldvorm in de wettelijke delictsomschrijving meestal
- Van de schuldvormen is opzet de dominante: culpa is de uitzondering
Opzet
a) Wat is opzet?
b) Hoe vinden we opzet in de wet?
c) Welke gradaties van opzet worden onderscheiden?
Ad a) wat is opzet?
- Opzet is willens en wetens handelen: