Week 1
HR Melk en Water
Onderwerp: Afwezigheid van alle schuld (AVAS)
Casus: Een knecht verkoopt naar zijn weten volle melk namens de veehouder. Deze melk is
echter met water verdund waardoor het niet meer te kwalificeren valt als volle melk,
hetgeen strafbaar is gesteld volgens art. 303 van destijds de Algemene Politie Verordening
(tegenwoordig Algemene Plaatselijke Verordening). De knecht had geen weten van dit
bedrog en zodoende viel hem niets te verwijten.
Rechtsvraag: Is de knecht schuldig aan het overtreden van de APV (waarin geen enkel
schuldbestanddeel is opgenomen), terwijl hem niets te verwijten valt?
Rechtsregel: De Hoge Raad introduceert hier de ongeschreven
schulduitsluitingsgrond ‘afwezigheid van alle schuld’. In de APV was geen schuldbestanddeel
opgenomen, waardoor de psychische gesteldheid in beginsel geen rol van betekenis speelt
voor de voltooiing van het delict. De Hoge Raad meent dat op basis van het adagium ‘geen
straf zonder schuld’ ook zou moeten gelden bij overtredingen zoals de APV en overweegt het
volgende: ‘dat toch niets, bepaaldelijk niet de geschiedenis van het Wetb. Van Strafr., er toe
dwingt om aan te nemen, dat bij het niet-vermelden van schuld als element in de
omschrijving van een strafbaar feit, in het bijzonder van een overtreding, onze wetgever het
stelsel huldigt, dat bij gebleken afwezigheid van alle schuld [zoals bij de knecht het geval is]
niettemin strafbaarheid zou moeten worden aangenomen, tenzij er een grond tot uitsluiting
daarvan in de wet mocht zijn aangewezen.’ In dit geval ontkwam de knecht kortom aan
vervolging, maar dat betekent niet automatisch dat zijn baas ook vrijuit gaat.
Tip: Verwijs naar dit arrest als je het hebt over AVAS
HR Veearts
Onderwerp: Het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Casus: Tijdens een epidemie van mond-en-klauwzeer heeft een veearts opzettelijk een
zevental koeien besmet met deze zeer besmettelijke ziekte, waardoor hij voldeed aan
hetgeen tenlastegelegd volgens art. 82 Veewet. Desalniettemin deed hij dit vanuit
wetenschappelijk oogpunt ten behoeve van de algemene gezondheidstoestand van het vee
waar hij naar dient te handelen (art. 1 Veewet: deze wet is er ten behoeve van de algemene
gezondheidstoestand van de veestapel en bestrijding van veeziekten). Door ‘droge’ koeien te
besmetten kunnen ze antistoffen aanmaken voor de ziekte. Toch werd hij vervolgd.
Rechtsvraag: Is de veearts schuldig aan het overtreden van art. 82 van de Veewet, terwijl hij
handelt volgens algemeen erkend deskundig inzicht ten behoeve van de algemene
gezondheidstoestand van het vee? (Met andere woorden: is er sprake van enig
wederrechtelijk handelen?)
, Rechtsregel: De Hoge Raad introduceert hier de ongeschreven rechtvaardigingsgrond ‘het
ontbreken van materiële wederrechtelijkheid’. De Hoge Raad overweegt als volgt: ‘… dat zich
immers het geval kan voordoen, dat de wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving zelve
geen uitdrukking heeft gevonden en niettemin geen veroordeling zal kunnen volgen op grond
dat de onrechtmatigheid der gepleegde handeling in het gegeven geval blijkt te ontbreken en
derhalve dat het betrokken wetsartikel op de letterlijk onder de delictsomschrijving vallende
handeling niet van toepassing is.’ De Hoge Raad is namelijk van mening dat door het
handelen van de veearts een hoop leed bespaard is gebleven en hij de taak heeft als arts om
ten behoeve van de algemene gezondheidstoestand van het vee te handelen. Aldus heeft de
arts formeel wel voldaan aan hetgeen ten laste is gelegd volgens art. 82 Veewet, maar kan
zijn manier van handelen niet als wederrechtelijk worden beschouwd.
Tip: de buitenwettelijke rechtvaardigingsgrond ‘het ontbreken van de materiële
wederrechtelijkheid’ door de Hoge Raad geïntroduceerd. Grijp op je tentamen echter niet te
snel naar deze strafuitsluitingsgrond, want hij komt in de praktijk nauwelijks voor
Week 2
HR Verpleegster
Rechtsvraag: Is er in casu spraak van dood door schuld?
Casus: Een verpleegster heeft dienst als omloopzuster op een operatiekamer. Bij een operatie
moet zij aan de chirurg een flesje met novocaïne aangeven. De verpleegster pakt per ongeluk
een flesje adrenaline en geeft deze aan de chirurg. Deze vult een injectiespuit met de
verkeerde vloeistof. Gevolg hiervan is dat de chirurg de patiënte met de verkeerde stof
inspuit, waardoor deze kort daarna overlijdt aan een adrenaline-vergiftiging. De vraag is of de
dood van de patiënt toe te rekenen is aan de verpleegster.
Leerstuk: Zowel de rechtbank als het hof zijn van mening dat de verpleegster schuldig is.
Uiteindelijk komt de zaak terecht bij de Hoge Raad. De Hoge Raad is ook van mening dat de
verpleegster in casu schuldig is aan de dood van de patiënt
Conclusie: Dit arrest is illustratief voor de eerdergenoemde ‘garantenstellung’
HR Porsche
Rechtsvraag: Kan uit de gedraging van de verdachte voorwaardelijk opzet worden afgeleid,
nu hij voor het fatale ongeluk de inhaalmanoeuvre een aantal keer heeft afgebroken?
Casus: Verdachte stapt dronken uit een kroeg met een vriend in zijn Porsche 928. Hij rijdt 50
km/u te hard en rijdt ook nog eens een paar keer door rood. Uiteindelijk botst de verdachte
frontaal op een Volvo 340. Alle vier inzittenden van de Volvo overlijden, net als zijn vriend die
naast hem zat in de Porsche. De verdachte had het overleefd, kroop uit het wrak en liep weg.
Er zijn dus in totaal vijf mensen overleden door het gedrag van de bestuurder. De vraag is nu
of er sprake is van culpa (schuld aan de kant van de verdachte) of voorwaardelijk opzet. Als
er sprake is van voorwaardelijk opzet, krijgt de verdachte namelijk een hogere straf. Als er
sprake is van dood door schuld krijgt de verdachte een lagere straf.